TELEVISIE

Alleen maar nette mensen

Niets blijft

‘Zou jij nou nog in deze tijd willen leven?’ vroeg de bejaarde vrouw aan haar man - VPRO-radio jaren zestig. Dolkomisch, vond ik, want ze sprak niet vanuit het hiernamaals. Pas veel later drong het besef door hoe raak haar formulering was. Tot wanneer is het 'jouw tijd’ en wanneer en waardoor houdt dat op?
Algemene antwoorden zijn er niet. Maar vroeg of laat daagt het besef dat niets blijft wat ooit vanzelfsprekend was. Voor de een vooruitgang, voor de ander verlies en met het stijgen der jaren wordt dat laatste vaker en sterker ervaren. Neem mijn nette buurt. We kochten er in 1973 een bovenhuis voor het equivalent van 27.000 euro. Net te betalen. Maar in veertig jaar is alles onherstelbaar vooruitgegaan. De huizenprijzen gigantisch gestegen, ook relatief. De bewoners geleidelijk aan steeds meer van ander slag, want niet langer leraar of redacteur maar rijk tot zeer rijk. Of expats die de huur niet hoeven te betalen, wat de omloopsnelheid dramatisch verhoogt en de sociale samenhang (toch al niet groot bij 'alleen maar nette mensen’) navenant vermindert. Dat heeft voordelen maar je kunt hier lang dood liggen zonder dat iemand het merkt. De melk- of groenteboer die je zou kunnen missen is al lang vertrokken en bij Albert Heijn vraagt niemand zich af waar de oude baas toch blijft.
Dat laatste zegt ook bijna letterlijk de hoofdpersoon in Niets blijft, eigenares van Zuivelhuis Kors, een van de laatste buurtwinkels in ons stadsdeel. Bij haar kunnen buren de sleutel brengen om werklui binnen te laten als ze zelf niet thuis zijn. Pijnlijk dan wel als diezelfde buren de meeste boodschappen bij AH doen. En wat die voortaan met de sleutel moeten? Want mevrouw Kors kon en wilde niet meer, net als haar oudste dochter. Dus is de zaak gesloten. Tot groot verdriet van haar man ('ik heb geen hobby’s en geen vrienden’) en jongste dochter.
Ik besef dat ik de kwaliteit van deze documentaire over het laatste jaar van een winkel niet goed kan beoordelen. Te betrokken. Kors lag net te ver om er boodschappen te doen en ook ik draag bij aan de ondergang van dit soort familiebedrijfjes door ontrouw. Maar geregeld kwam ik erlangs, steeds vaker in het besef dat ik langs het dorp van Asterix en Obelix kwam, dat als enige standhield tegen de Romeinen. Bovendien vertelt de film bijna exact het verhaal van mijn eigen groentewinkel, warm 'dorp’ in een poenerige P.C. Hooft-dependance, die bij sluiting bejubeld en beweend is. De film is soms misschien erg 'klein’ maar het kleine is zo herkenbaar en het staat ook voor grotere, universelere ontwikkelingen. En het vertelt een verhaal over arbeidsethos van de middenstand. Die ooit nog sterker was: de Korsen moesten trouwen op een dinsdag want dan waren melkwinkels ’s middags toch al gesloten. De volgende ochtend werden ze voor dag en dauw in de winkel verwacht. Altijd werken, nooit vakantie. En rijk word je er niet van. Toenemende spanning tussen een vrouw die als kind van de tijd steeds sterker het besef krijgt dat je maar één keer leeft en kunt doodgaan zonder ooit genoten te hebben en een man voor wie winkel en werk letterlijk alles is. 'Op haar sterfbed zei je moeder dat je het niet zoals zij moest doen’, zegt de vrouw. 'Maar daarvóór heb ik haar dat nooit horen zeggen’, zegt hij. Mijn groenteman verdroeg de ledigheid niet en is opnieuw begonnen, een stuk verder weg. Soms fiets ik erheen.

Natasja van Wijk, Niets blijft. NCRV Dokument. 27 februari, Nederland 2, 22.55 uur