Do It Ourselves: Minder snel verpieteren in een woongroep

Alleen, maar niet eenzaam

Terwijl het aantal ouderen toeneemt, wordt steeds meer bezuinigd op de zorg. Om niet tussen wal en schip te raken, vormen steeds meer ouderen samen een woongroep. Voor mensen die denken: ‘Ik ben nu nog wel goed, maar hoe moet het later?’

Medium woongroep2

Do it ourselves
Als de overheid zich terugtrekt doen we het zelf wel. Dat is de leidende gedachte van allerlei nieuwe burgerinitaiteven: van selfmade daklozenopvang tot woongroepen voor ouderen. Zelfredzaamheid is het toverwoord. Voor de special Do It Ourselves van De Groene Amsterdammer gingen 22 studenten van de opleiding journalistiek van de Erasmus Universiteit Rotterdam het land in om een beeld te krijgen van zelfredzaamheid in de praktijk. Bij verschijning van de special publiceerden we op het Groene LAB, het digitale platform voor journalistiek talent, elke dag een artikel rond dit thema.

EEN OUDERENWOONGROEP is geen commune en ook geen ‘woonzorgcomplex’. Het zijn ouderen die bewust bij elkaar gaan wonen, elk met hun eigen appartement. Ze wonen zelfstandig, maar hebben wel een gezamenlijke ruimte voor activiteiten. Er is geen georganiseerde zorg, maar er is wel een buurman of -vrouw die een oogje in het zeil houdt. Op veel websites van woongroepen vind je de woordcombinatie 'privacy en nabuurschap’.

In Venray, in het land van Maas en Peel, vormen 27 ouderen samen zo'n 50+ woongroep. Het is één van de bijna 300 ouderenwoongroepen in Nederland. Vlak bij het stadscentrum staat hun kleine appartementencomplex. Jaren negentig bouw, vijf verdiepingen hoog. 'Niets moet, alles mag’, zegt Dorothé Janssen (54), die al vier jaar in de woongroep woont. Dat je op elkaar let, voelt niet als een verplichting. En de wekelijkse sjoel-, canasta- en biljardavondjes, die zijn vrijblijvend. Net zoals de koffie-uurtjes op dinsdag, donderdag en zondag.

'Mijn vrouw en ik woonden in de Betuwe en wij wilden ook in een woongroep, maar dat kon daar niet. In de Betuwe dachten ze: Een woongroep? Dat is groepsseks’, schalt Ad (bijna 80) over tafel tijdens het eten van een toetje. Geshockeerd kijken medebewoners hem aan. Ad is de man van de grappen, met een luide, heldere stem, een gezicht waar de energie vanaf spat en een stevige handdruk. In 1997 sloot hij zich samen met zijn vrouw aan bij de gloednieuwe woongroep in Venray.

WAT ALS er met een van ons iets gebeurt?’ Die vraag stelde een groep vitale mensen van rond de zestig zichzelf in de jaren tachtig, en het antwoord luidde: een bejaardenhuis. Volgens Hans Owel, voorzitter van de Landelijke Vereniging Gemeenschappelijk Wonen van Ouderen (LVGO), zagen die mensen een bejaardentehuis niet zitten. Op TV was net een Duitse documentaire uitgezonden over ouderen die met elkaar op een boerderij woonden. Zoiets wilden zij ook. De documentaire maakte indruk op velen, ook op Ad en zijn vrouw. De mensen die een woongroep op wilden zetten, namen een video van de documentaire mee naar potentieel geïnteresseerden.

Ouderenwoongroep in cijfers: veel alleenstaande vrouwen

Een ouderenwoongroep kent gemiddeld 24 huishoudens. Opvallend genoeg is zestig procent van de bewoners alleenstaande vrouw. Dertig procent woont samen en slechts tien procent is alleenstaande man. Dat blijkt uit onderzoek van het Verwey-Jonker Instituut. Meer dan de helft van de bewoners is jonger dan 75 jaar, veertien procent is zelfs jonger dan 65. Enkele woongroepen bevinden zich in grote, luxueus verbouwde boerderijen, maar veruit de meeste groepen zitten in panden van een woningbouwcorporatie. Hans Owel schat dat 80 tot 85 procent van de woongroepen in sociale woningbouw zit.

Een ouderenwoongroep is slechts één vorm van gemeenschappelijk wonen. De Federatie Gemeenschappelijk Wonen (FGW) schat het totaal aantaal woongroepen in Nederland op rond de 10.000. Vaak wonen meerdere generaties bij elkaar. Sommige woongroepen hebben een ecologische inslag, anderen leven intensief samen in 'centraal wonen projecten,’ en weer anderen zijn gebaseerd op een etnische afkomst. Zo zijn er ruim dertig ouderenwoongroepen voor allochtonen.

De experimenten met ouderenwoongroepen begonnen in Amsterdam en Tilburg. Sindsdien groeit het aantal gestaag. Er zijn inmiddels zo'n 280 ouderenwoongroepen bij de LVGO aangesloten en er zijn nog eens honderd initiatieven aangemeld. Uit onderzoek van het Verwey-Jonker Instituut (2008) blijkt dat in ruim een kwart van alle gemeenten een ouderenwoongroep te vinden is.

Ouderen blijven steeds langer vitaal en ze hebben in meerderheid een eigen huis in bezit. Waarom zouden ze verhuizen naar een woongroep? 'Vaak is de woning waar mensen al jaren wonen niet geschikt voor ouderen’, zegt Johan Grootveld. Hij is architect en vader van een gehandicapte zoon. Met zijn bedrijf IR Grootveld helpt hij zowel ouderen als ouders met gehandicapte kinderen, bij het opzetten van kleinschalige woonprojecten.

'Ooit gaat de overheid er achterkomen dat kleinschalig wonen en zorg verlenen, bijvoorbeeld via een Persoonsgebonden Budget, veel goedkoper is dan in een grote instelling’, stelt Grootveld. En goedkope oplossingen zijn hard nodig, want door de vergrijzing nemen de kosten van de ouderenzorg (waaronder ook hulp bij het zelfstandig wonen) jaarlijks met honderden miljoenen euro’s toe. In 2006 waren deze kosten nog 13,4 miljard euro, vijf jaar later was dat bedrag al opgelopen tot 16,1 miljard (18 procent van alle zorgkosten). In tijden dat de overheid de zorg steeds verder uitkleedt om de kostenstijging binnen de perken te houden, is de preventieve werking die uitgaat van een oplettende buur, of de opkikker van een gezellig avondje kaarten, onbetaalbaar.

'Ooit gaat de overheid er achterkomen dat kleinschalig wonen en zorg verlenen veel goedkoper is.’

Hans Owel komt ze genoeg tegen, de ouderen van 60, 70, 75, die kwiek voorbij komen lopen bij zijn voorlichtingskraampje. ’“Daar ben ik nog niet aan toe”, zeggen ze, of: “Ik zie wel” En als ze eenmaal achteruitgaan, dan is het vaak te laat. Woongroepen zijn toch voor mensen die in hun leven hebben leren nadenken, mensen die bij zichzelf nagaan: “Ik ben nu nog wel goed, maar hoe moet het later?”’

Hoewel het aantal ouderen in Nederland toeneemt, neemt het aantal plaatsen in verzorgingstehuizen tot 2015 juist af. Vaak omdat de gebouwen in slechte staat verkeren, niet meer aan de eisen van deze tijd voldoen. En door de combinatie van bezuinigingen en marktwerking wordt het voor zorginstellingen steeds lastiger om lange termijninvesteringen te doen: de bank heeft immers door dat deze instellingen tegenwoordig ook gewoon failliet kunnen gaan. Meer ouderen zullen dus langer 'thuis’ moeten blijven wonen.

IN VENRAY zitten mensen om uiteenlopende redenen bij de woongroep. Velen van hen zijn er vanaf het begin in 1997 bij. Toen waren ze nog een stuk vitaler dan nu. De vrouw van Herman Elbers was ziek en hij werkte nog bij Defensie. Als hij op zijn werk was, dan vond zij het prettig om in een sociale omgeving te zitten.

Dorothé woonde in een aso-buurt. Toen zij hoorde van deze woongroep, dacht ze meteen: 'Dat is iets voor mij.’ Ze is de jongste van de groep, werkt als een van de weinigen nog en heeft een fris interieur, met veel kunst, hout, rood en geel. Ze haalt een gedicht van de muur dat zij van een oud-bewoner kreeg en dat haar raakt: 'Door de muur elkaar aanwezig weten. […] vertrouwd niet te intiem; geborgen maar niet opgesloten.’

Huub en Diny woonden eerst in een groter appartement, in een luxer complex waar ook zorg mogelijk was. 'Maar al die bankiers die daar zaten, die hadden niemand nodig. Met “Goedemorgen buurman” hield het daar wel op’, zegt Huub (75) aan tafel in hun eigen appartement. Een ouderwetse houten klok hangt aan de muur, met een prominente tik, zoals die in jongere huishoudens niet meer te horen is. Huub en Diny zijn graag actief in de gemeenschap. Ze bridgen buiten de deur en één keer in de week rijden ze naar een tehuis voor alzheimerpatiënten om daar te vrijwilligen.

'Moet je nou kijken’, zegt Diny later tijdens het kaarten, terwijl ze met een glimlach naar haar man wijst, die met de biljartkeu achter zijn rug over het biljart heen hangt om de perfecte stoot te maken. 'Hij is er pas mee begonnen toen we hier kwamen wonen, twee jaar geleden. En moet je hem nu al zien. Als we thuiskomen en we zien dat er is gebeld, dan is het vaak medebewoner Dolf: of Huub komt biljarten.’

'In de Betuwe dachten ze: een woongroep, dat is groepsseks.’

De bewoners kunnen zoveel samen doen als ze zelf willen. Het gemeenschappelijke appartement heeft een keukentje en tafeltjes die aan elkaar of los kunnen worden geschoven. De muur met de slaapkamer is opengebroken en in die kamer staat het biljart. Het geheel doet denken aan de gezamenlijke ruimte van een kampeerboerderij, of een hostel: tafeltjes, stoelen, gordijnen, het houten TV-meubel en spelletjes. Alles is simpel en gericht op het vermaak. De vensterbanken gevuld met vele witte bloemen, de kasten met puzzels van 3.000 stukjes.

'Ik heb liever het sociale, dan allerlei luxe’, zegt de kleine Ien gedecideerd. Het geldt voor velen. Stuk voor stuk zeggen ze dat ze voor geen goud terugwillen naar hun vorige woning. 'Als je in een woongroep zit, verpieter je minder snel’, zegt Paula tussen het Canasta-spelen door. Diny vult haar aan: 'En daardoor wordt de weg naar het verzorgingshuis gelukkig een stuk langer.’

RUZIES ZIJN NIET te voorkomen als mensen dicht op elkaar wonen, ook al kijken de bewoners over het algemeen goed naar elkaar om en kunnen zij zich terugtrekken in hun eigen appartement. Zo begon de Canasta-avond om zeven uur, maar circuleerde er ook een briefje met half acht als aanvangstijd. Eén iemand kwam om half acht en trof een volle Canasta-tafel. Boos vertrok ze. 'Eigenlijk hadden we haar moeten bellen toen ze er om zeven uur nog niet was, want ze is er altijd bij.’

'Het is niet altijd himmelhoch jauchzend’, geeft Owel toe, die zelf in Haarlem woont. 'Niet alleen als bijvoorbeeld iemand dwars gaat liggen in de groep, maar ook als er iemand overlijdt, hoe ga je daar als groep mee om?’

Een ouderenwoongroep is niet voor iedereen weggelegd. Groepen mogen zelf selecteren wie de nieuwe bewoners worden, ook als het een gebouw van de woningcorporatie betreft. Alleen als je vitaal, sociaal en niet te oud bent, kom je door de selectie. Want er moet een balans blijven tussen geven en nemen. Als iemand ziek is, worden er boodschappen voor diegene gedaan, of soep gekookt. 'Maar mantelzorg gebeurt in een woongemeenschap niet door medebewoners’, stelt Hans Owel op niet mis te verstane toon.

In Venray vinden ze dat de leeftijdsopbouw een beetje uit het lood is geslagen. De groep begon in 1997 met vitale mensen, maar inmiddels zijn ze allemaal 15 jaar ouder geworden. Als er mensen wegvallen, dan komen er wel jongere mensen voor in de plaats, maar toch, gemiddeld genomen neemt de leeftijd in de groep toe. Het wordt lastiger om activiteiten te organiseren. Vroeger werden er uitjes gemaakt. Maar in juni moet het vijftienjarig bestaan van de groep noodgedwongen thuis gevierd worden. Want met zijn allen erop uit, dat lukt niet meer. De een kan geen lange stukken meer lopen, een ander moet elk half uur naar de WC en weer een ander durft geen boot meer op. De actieradius wordt kleiner. Maar juist als die actieradius kleiner wordt, is het voor de mensen prettig als ze in hun eigen gebouw naar het koffie-uurtje kunnen gaan.


Medium 001 dga25 web

Lees meer in de Do It Ourselves special**

Alle stukken in de Do It Ourselves-serie op het Groene LAB:


Beeld: woongroep Het Kwarteel in Culemborg. Met dank aan LVGO