Alleen Robben kan Oranje nog redden

Het Nederlands elftal is flink van de ladder gedonderd dit jaar. Van de nummer drie van de wereld met uitgekiend positiespel naar de nummer drie positie in een poule waar de Tsjechen en de Ijslanders ze tot nu toe zelfs de baas zijn. Ijsland, een land met even veel inwoners als de stad Utrecht.

Als je naar de ranglijst kijkt dan lijkt de kans serieus aanwezig dat de knvb, de horeca en vooral de Nederlandse voetbalfans geen Oranje op het volgende EK zullen zien.

Voetbalhaters zullen dat een opluchting vinden. Voetbalfans; van liefhebbers tot de oranje hosmassa, vallen in een persoonlijk gaatje in juni 2016 als Nederland niet bij de 24 deelnemers van het EK zal horen.

Tot nu toe heeft Oranje de sturing van Louis van Gaal gemist. Hiddink werkte altijd goed met vedettes, maar voor deze groep is een bondscoach nodig die jonge spelers meer gericht kan aansturen binnen de kaders van het befaamde Nederlandse positiespel. Vroeger totaalvoetbal genoemd.

Maar wanneer langs de lijn een dwingende leider ontbreekt dan zie je er graag heen IN het veld. De natuurlijke leider van dit Oranje heeft een aantal van de wedstrijden in de kwalificatiereeks door blessures moeten missen. Ik heb het over Arjen Robben.

Robben was op het vorige WK verreweg de speler die de grootste invloed op zijn eigen elftal had. Meer dan Messi. Meer dan wie dan ook.

Robben sleepte als verlengstuk van van Gaal een groep jonge spelers naar een bronzen plak waarvan de meesten nooit hoger hadden gespeeld dan de nationale competitie.

Door omstandigheden kwam ik als Ajax-fan vroeger wel eens in het PSV-stadion. Eerst in een periode toen Romario er speelde. Ik kende Romario een beetje en ik mocht soms mee in zijn sky-box en achteraf dan met hem en wat andere spelers de hort op. Kulusha, Popescu e.a. Een internationaal gezelschap. Op die dagen was ik hun huisajacied. Ik zat in het hol van de leeuw op die avonden.

Een jaar of vijftien erna ging ik wel een met Cees Geel mee die kant op. Ook dan weer zat ik als Ajax-fan tussen de Frank Lammersen, Guus Meeuwissen en de Frits spitsen van deze wereld in het Phillips-stadion. De PSV-BN-ers. Daar zijn er een handjevol van. Standvastige types die een solide niche bedienen.

Omdat het voetbal is en vooral omdat het Brabant is achteraf dan meestal aan het bier met de spelers. De spelers met mate. Het entourage wat steviger.

Na het spelershome naar de kroeg in het stadion dat, ach hoe aardig gevonden, “de verlenging” heet.

Robben was een van de langblijvers. Hoewel ik zelfs voor een Jordanees bovengemiddeld gebekt ben stond ik er soms maar een beetje lullig bij als de PSV-ers incrowdteksten bezigden met elkaar. Widde gij nog dat… etcetera.

Ik grijnsde beleefd mee met mijn glas bier in de hand.

Robben pakte ook toen zijn rol als bindende factor. Hij maakte voor mij dan de vertaalslag. Hij duidde de verhalen dan voor mij even in verkorte vorm en vulde daar aan waar ik als outsider normaal gesproken zou afhaken.

Robben zorgde voor samenhang. Zorgde dat de ploeg niet uit elkaar viel. Ook dus gewoon bij een biertje na de wedstrijd.

Die Robben herkende ik ook wanneer bij bij het WK de microfoon greep. Wanneer hij na het einde van de negentig minuten en vóór de verlengingen ten overstaan van de groep het woord nam.

Als ik die beelden weer voor de geest haal; van de verlenging naast het Philips-stadion tot voor de verlenging tegen Costa Rica, dan heb ik er wel weer vertrouwen in.

Robben vindt waarschijnlijk dat hij het niet kan maken dat de oranje meutes hun feestje mislopen. Dat druist in tegen zijn verantwoordelijkheidsgevoel, dat weet ik bijna zeker.

Hij moet eerst herstellen van zijn huidige blessure en wanneer hij heel blijft zal hij Oranje in het najaar alsnog naar het EK in Frankrijk loodsen.