Zwarte zwanen Marco Pastors

‘Alleen slechte ideeën zijn niet maakbaar’

Door Pim Fortuyn is Marco Pastors gewonnen voor de publieke zaak. Hij gelooft nog altijd in integratie en de maakbaarheid van de samenleving, ook al wordt daar binnen Leefbaar Rotterdam soms ernstig aan getwijfeld. ‘Kritiek op de overheid is het begin van de redding.’

‘IS INTEGRATIE geen hopeloze zaak?’ Marco Pastors, onlangs opnieuw gekozen als lijsttrekker voor Leefbaar Rotterdam, zegt in het tweede uur van het interview dat over die vraag binnen zijn fractie een heftige discussie is gevoerd: ‘Ik vind het goed dat er zo’n debat ontstaat. Ik wil het zelf ook weten. Een van mijn principes is integratie, maar als ik dat tien jaar heb geprobeerd en het werkt totaal niet, dan vind ik dat je mentaal bereid moet zijn om te zeggen: “Misschien zit ik er wel naast.”’ In het eerste uur van het interview heeft hij nog fel een onderzoek bestreden dat de maatschappelijke opbrengst van het mengen van wijken in twijfel trekt. Zo waarschuwden onderzoekers van het Nicis dat de bewoners uit achterstandswijken na de herstructurering vertrekken naar aangrenzende wijken. Dat kunnen dan de probleemwijken van de toekomst zijn. Pastors gelooft niet in zo’n waterbedeffect: ‘Het klinkt logisch, maar het is bijna nooit waar. Het is een ideologische logica. Bij ons veiligheidsbeleid in Rotterdam werd dat ook telkens gezegd. Als je het Centraal Station schoonveegt, dan gaan mensen om de hoek staan. Toen we de Keileweg gingen sluiten, waarschuwden mensen dat de tippelzone zich naar de wijken zou verplaatsen. Maar dat is niet gebeurd.’
Het waterbedeffect is echter niet de enige kanttekening die onderzoekers plaatsen bij het mengen van wijken. Er bestaat onenigheid over de vraag in hoeverre de maatschappelijke kansen van mensen worden beïnvloed door de buurt waarin ze wonen. Het opleidingsniveau van de ouders is veel belangrijker. Is er dus wel sprake van een buurt-effect? Pastors is daarvan overtuigd: ‘Hoe kun je kinderen kansen op een goede opleiding geven als ze opgroeien in een buurt met alleen maar kansarme mensen, waarvan de helft werkloos is en driekwart het Nederlands niet beheerst en ook nog de helft een crimineel verleden aan het opbouwen is? Hoe kom je dan op een goede school, hoe kom je aan het gezag thuis? Hoe zorg je dat ze dan huiswerk maken en niet tot twaalf uur op straat rondhangen? Hoe krijg je voor elkaar dat mensen ook af en toe gaan sporten?’
Verandert de houding van ouders en van kinderen als er meer mensen met een hogere opleiding in de buurt komen wonen? ‘Absoluut. Als je een gemengde buurt hebt waar kinderen buiten spelen en een heleboel ouders met status halen hun kinderen om acht uur naar binnen, dan is dat een voorbeeld voor ouders die dat niet doen.’ Toch blijkt uit onderzoek dat er weinig contact is tussen de mensen in de duurdere en de goedkopere woningen. Is dat dan een zwarte zwaan, een feit dat slecht past in het wereldbeeld van Marco Pastors? ‘Er is misschien weinig contact, in de zin dat mensen bij elkaar koffie en thee gaan drinken of op de borrel gaan, maar je ziet elkaar wel, als er troep op straat ligt, dan heb je daar allebei last van, als de school het niet goed doet, dan heb je een gezamenlijk belang.’
Pastors ergert zich aan al die professoren die bij voorbaat roepen dat het niet werkt. Hij vermoedt dat ze ‘links bedraad’ zijn en vindt dat ze de gemakkelijke weg kiezen. De gemakkelijke weg is om de dingen maar op hun beloop te laten: ‘Segregatie gaat vanzelf, voor integratie moet je keihard knokken.’ Wuift hij dan de resultaten van die onderzoeken weg? ‘Voor de korte termijn wel.’ Eerder in het gesprek heeft hij felle kritiek geuit op de Partij van de Arbeid, die jarenlang de feiten niet onder ogen heeft willen zien. De vraag is vervolgens of hij zich niet net zo opstelt als de PVDA. Zijn er ook feiten die hij niet wil zien?
‘Je moet mensen wel de kans geven om zichzelf te bewijzen. Tien jaar lang hebben mensen de andere kant op gekeken toen die zwarte wijken ontstonden. Nu proberen we er wat aan te doen. Als je meteen gaat roepen dat het niet werkt, maak je het jezelf wel heel makkelijk. Het is al moeilijk genoeg om de wijk in te gaan en eerlijk te zeggen dat het niet goed is dat ze bij elkaar wonen omdat het dan een zooitje wordt. Dan zit je niet te wachten op bureaugeleerden die het nog moeilijker maken.’ De kritiek die zijn beweging steevast ten deel valt heeft hem ook geharnast: ‘Ik hoor tot een stroming waarvan de oprichter is vermoord, waarvan nu de landelijke component, Geert Wilders, wordt bedreigd. Wij zitten nogal in een hoek van de samenleving waar het gevaarlijk opereren is.’ Hij beschouwt de kritiek als een aansporing om op de ingeslagen weg door te gaan: ‘Als je ongelijk hebt, ben je niet gevaarlijk. Dat wij zoveel kritiek krijgen, betekent dat we blijkbaar een beetje gelijk hebben. Als het allemaal onzin zou zijn, zouden ze ons niet zo aanvallen.’

PRAGMATISME is een centrale waarde in het wereldbeeld van Pastors. Dat blijkt ook uit zijn antwoord als we hem vragen naar een boek dat grote invloed heeft gehad op zijn denken. Hij noemt Zen en de kunst van het motoronderhoud van Robert Pirsig. In dat boek reist de hoofdpersoon met zijn zoon en vrienden op de motor door Amerika. Het boek is doorspekt met filosofische beschouwingen. Voor Pastors gaat het over de spanning tussen mooie idealen en de alledaagse praktijk: ‘Die motorfiets moet het wel blijven doen.’ Met collega’s van een adviesbureau heeft hij zich met dit boek ooit teruggetrokken op de hei. Voor hem is het boek een oproep om je niet te verliezen in mooie theorieën: ‘Er zijn vaak allerlei mensen in de bovenlaag die het over kunst hebben, maar ze weten niks over de werkelijkheid of de praktische problemen om de mooie concepten in de praktijk te brengen.’ Pirsig schrijft veel over Kwaliteit. Pastors vertaalt Kwaliteit als het bij elkaar brengen van een theoretisch model en een praktische toepassing: ‘Het communisme heeft geen Kwaliteit, want het is in theorie wel mooi, maar het werkt nergens. Dan heeft het geen schoonheid. Dat soort noties is bij mij omhoog gekomen door dat boek.’
Voor de vorming van zijn wereldbeeld is ook zijn ontmoeting met Pim Fortuyn van groot belang geweest. Pastors heeft in Rotterdam bedrijfseconomie gestudeerd. Zijn eerste baan kreeg hij van Pim Fortuyn: ‘Ik denk dat hij mij wel een mooie jongen vond. Dat vond ik wel strelend.’ Fortuyn was toen directeur van de OV-Studentenkaart BV. Fortuyn had veel te vertellen over sociologie en de maatschappij. Hij heeft Pastors ook de liefde voor de publieke zaak bijgebracht: ‘Bedrijfseconomie ging je studeren om geld te verdienen. Pim stelde de vraag: waarom is dat belangrijk?’ Goede mensen moeten juist voor de overheid gaan werken. Het bedrijfsleven krijgt de talenten vanzelf wel.
‘Je leven moet zin hebben. Dat is de westerse/christelijke opvatting. Ik wijd mijn leven aan de publieke zaak. Ik wil de overheid redden.’ Het is een opmerkelijke drijfveer voor een lijsttrekker van een partij die als geen andere kritiek heeft op de overheid: ‘Voor mij gaat dat samen. Die kritiek is het begin van die redding. Al die mensen die zeggen: “Zo werkt de politiek nu eenmaal”, dat zijn mensen die de maatschappij de verkeerde kant op sturen.’ Toch had hij destijds niet verwacht dat hij in de politiek zou belanden: ‘Ik ben graag alleen. Ik hou niet zo van drukte. Voor een populistische lijsttrekker is dat best lastig.’
Na zijn vertrek bij de OV-Studentenkaart BV is hij contact blijven houden met Fortuyn: ‘Eens in de zes weken ging ik op zondag bij hem langs voor koffie en wijn. Tot Studio Sport begon. Daar kon je met Pim niet naar kijken. Die had het alleen over mooie billen en benen.’ Toen Fortuyn verhuisde naar Palazzo di Pietro kocht Pastors zijn oude huis. Een voorwaarde was wel dat hij de muurschildering waarbij Fortuyn het volk toespreekt (gesymboliseerd door bliksemschichten) zou laten staan. Die afbeelding siert ook nog steeds de werkkamer.

FORTUYN EN PASTORS deelden een geloof in de maakbaarheid van de samenleving. Met een glimlach zegt Pastors: ‘Alleen slechte ideeën zijn niet maakbaar.’ De linkse babyboomers hadden volgens hem niet moeten zeggen dat de samenleving niet maakbaar is, maar dat hun ideeën niet deugden: ‘Goede ideeën zijn wel maakbaar. Als politicus moet je wel geloven in een zekere maakbaarheid van de samenleving. Anders heb je in de politiek niks te zoeken.’ Hij ergert zich juist aan politici die hun macht niet durven te gebruiken, zoals de PVDA in Rotterdam. Ze hebben ontzettend veel zetels, maar de daadkracht om de deelgemeenten te hervormen ontbreekt.
Voorafgaand aan het interview hebben we Peter van Heemst van de PVDA Rotterdam gevraagd om Pastors te typeren. Hij noemt hem een van de vijf of zes beste debaters van de raad. Pastors vindt het geen compliment: ‘Ik denk dat ik samen met hem in de top-twee zit. Bah, wat een vreselijke man. Hij deelt een compliment uit en je voelt je er niet prettig bij. Wat voor mens ben je dan? Hij is iemand waarvoor ik de politiek in ben gegaan, in de hoop dat mensen als hij compleet worden ontmaskerd. Het is iemand die er alleen voor zichzelf zit.’ Gedurende het interview verwijt Pastors tegenstanders vaak dat ze niet het algemeen belang nastreven, maar hun eigenbelang najagen: ‘De enige reden dat de waarheid van de straat niet wordt gevolgd is omdat er andere belangen zijn. Dat blootleggen is belangrijk. Als je in de oppositie zit, kom je niet veel verder.’
Op zoek naar de grenzen van zijn pragmatisme vragen we Pastors wat hij vindt van een Amerikaans experiment waarbij tienermeisjes één dollar ontvangen voor elke dag dat ze niet zwanger zijn. Hij kent het voorbeeld niet. Het is mooi om te zien hoe hij al pratend tot een standpunt komt: ‘Je zou die meisjes ervan moeten kunnen overtuigen dat het onverstandig is dat ze voor hun achttiende kinderen krijgen. Aan de andere kant, één dollar per dag is heel goedkoop! Is 365 dollar per jaar, en daar kun je twee uur een welzijnswerker voor inhuren. Werkt dat echt? Het is het overwegen waard. Er zijn ook heel veel meisjes in Rotterdam die het leven voor zichzelf en hun kinderen moeilijk maken, zo niet verpesten.’ Is het een zwarte zwaan? ‘Misschien heb je er daar wel een gevonden. Mensen betalen om goed gedrag te vertonen is een redelijk taboe.’ We vragen hem of het ook een manier kan zijn om schooluitval te bestrijden. Maar langzaamaan heeft hij toch zijn standpunt bepaald: ‘Ik vind het ook het begin van het einde. Ik ben er niet voor, ik zie al de hordes hulpverleners verschijnen. Ik heb een hekel aan mensen die alles in termen van geld uitleggen. De politiechefs in ons land hebben daar een handje van. Alsof mensen in de problemen komen omdat de uitkeringen te laag zijn. Die legitimeren zo eigenlijk stelen. Dat pad moeten we niet op. Het was een zwarte zwaan voor mij maar ik geloof dat ik hem inmiddels heb verzopen.’

GEERT WILDERS heeft aangegeven dat hij in 2010 wil meedoen met de gemeenteraadsverkiezingen in Rotterdam. Pastors betreurt dat. Toch wil hij hem niet afvallen. Gevraagd naar de verschillen zegt hij: ‘Zijn haar, dat bedoel ik serieus. Met zijn haar laat hij weten dat het hem niet kan schelen wat iedereen van hem vindt. Dat is zijn stijl. Daar moet hij groot op worden. In een bepaalde fase is dat handig, maar op een gegeven moment zal hij normaler moeten worden. Ik heb mooi, normaal haar.’
Wilders bepleit remigratie als oplossing voor de multiculturele problemen, dat is toch totaal anders dan het pleidooi van Pastors voor integratie? ‘Wij zijn al zeven jaar actief in de politiek in Rotterdam, we hebben remigratie nooit als instrument genoemd. We zijn er ook niet tegen, maar dan wel vrijwillig.’ Wilders wil het paspoort afpakken van criminele migranten. Is Leefbaar Rotterdam daar ook voor? ‘Op dit moment zijn we daar principieel op tegen. Wij zijn van streng straffen en heropvoeden. Maar er kan een moment komen dat je tot de conclusie komt dat het moet. Maar ik blijf geloven dat onze Marokkaanse jongeren met harde hand in het gareel te dringen zijn. Ik geef het ideaal van integratie niet op.’