Film: ‘Ace in the Hole’

Allemaal aasgieren

Ambitie en exploitatie zijn kernbegrippen in het oeuvre van regisseur Billy Wilder. Nergens is zijn blik op de corrupte ziel van de mens zo meedogenloos als in ‘Ace in the Hole’, een ondergewaardeerd meesterwerk.

Barbara Stanwyck als Phyllis Dietrichson en Fred MacMurray als Walter Neff in Double Indemnity © EYE Filmmuseum

De dwerg Johnny Roventini arriveerde ergens in het weekend van 9 april 1949 in San Marino, Los Angeles County. De reis per auto vanuit Hollywood duurde zo’n twintig minuten, of misschien iets meer, aangezien de wegen in de omgeving van het stadje druk bezet waren met automobilisten haastig onderweg naar dezelfde bestemming als die van Johnny. Met het uur verslechterde de situatie van het meisje dat in de put was gevallen. Het was een race tegen de klok.

Reddingswerkers herkenden Johnny meteen: hij was de Cigarette Midget. Zijn reclame voor een bekend merk prijkte naast snelwegen in het hele land. Behalve Johnny waren er nog meer dwergen, clowns van het Cole Bros. Circus, op de plaats gearriveerd waar het kind, Kathy Fiscus (3), diep onder de aarde vast zat. Ook rijknechten van de Santa Anita-racebaan waren er inmiddels. Roventini, de andere dwergen en de jockeys dachten met hun kleine lichaamsbouw naar beneden te kunnen worden gelaten om het meisje te redden. Misschien was dat ook de reden voor hun aanwezigheid. Aannemelijker is dat de Klieg-schijnwerpers en de televisiecamera’s, inmiddels live gegaan, een grotere aantrekkingskracht inhielden. De lampen waren vanuit filmstudio’s naar het bergachtige gebied gebracht om reddingswerkers licht te bieden. Dat ze tegelijkertijd de scène belichtten, was mooi meegenomen.

Hoe lang Roventini bleef, is niet bekend. Ook niet of hij onder de honderden toeschouwers was toen zondagavond rond acht uur bekend werd dat Kathy overleden was. Misschien zat hij toen al thuis of ergens voor een televisietoestel, net als vele duizenden Amerikanen die gehypnotiseerd keken naar het drama.

Dit allereerste ‘mediacircus’ had nog een toeschouwer: Billy Wilder, die zijn carrière in de jaren twintig begon als reporter in Wenen en Berlijn en in 1933 naar Amerika vertrok waar hij een groot cineast werd. In de frenetieke publieke aandacht voor de tragedie zag Wilder een diepere betekenis die hij eerder in zijn films onderzocht, maar die hij nog nadrukkelijker naar boven bracht in de film die hij twee jaar later maakte – Ace in the Hole – die hij baseerde op de dood van Kathy Fiscus in San Marino. Hierin speelt Kirk Douglas de rol van een journalist, Chuck Tatum, die het incident van een man die in een grot vast zit uitbuit om zijn story aan de hoogste bieder te verkopen.

De film, een meesterwerk, flopte destijds. Het beeld dat Wilder schetst van morele corruptie was te confronterend. Inmiddels valt Ace in the Hole het best te bekijken als deel van een ‘trilogie van cynisme’, samen met Double Indemnity (1944) en Sunset Boulevard (1950). Met elementen van film noir, horror en melodrama werpen deze films op meedogenloze wijze licht op de schimmige kanten van de mens: hoe we instinctmatig vallen voor de verleiding van ambitie en vervolgens verstrengeld raken in zelfvernietigende daden van narcisme, eerzucht en het uitbuiten van anderen voor eigen gewin. Dit idee keert terug in Wilders films, vaak vermengd met galgenhumor. Dat trok hem juist aan in het incident in San Marino: de duistere grap. Het meisje dat diep onder de grond stierf, representeerde een kans – voor de kijkers om sensatie te beleven, voor anderen, producenten of performers als de dwergen en de jockeys, om te profiteren. Hoe dit proces werkt was hét thema van Billy Wilder.

In On Sunset Boulevard: The Life and Times of Billy Wilder (1998) tekent Ed Sikov op hoe Wilder als jonge reporter begin jaren twintig in Wenen besloot op een dag interviews te maken met: Sigmund Freud, Richard Strauss, Arthur Schnitzler en Alfred Adler. Zie ‘Billie’, vernoemd naar de beroemde cowboy Buffalo Bill, in zijn verkreukte pak op de tram de stad doorkruisen, even op zoek naar antwoorden op de grote vragen. Eindelijk kwam hij bij het huis van Freud, die tijdens de lunch zelf de deur opendeed, servet onder de kin. Toen Wilder zich voorstelde, gooide Freud hem subiet eruit. Toch hield Wilder vol dat hij de vier beroemdheden had geïnterviewd. ‘Strauss en Adler konden niet stoppen met praten!’

Dat zijn ‘helden’ denken dat ze aan het stuur van hun eigen leven staan, vormt de bron van Wilders zwarte humor

Wilder wist wat een verslaggever allemaal moest doen om zijn story binnen te halen en er geld mee te verdienen. Deze kennis maakte iets bij hem los toen hij het mediaspektakel in San Marino aanschouwde. Hij verwerkte het in het verhaal van Charlie ‘Chuck’ Tatum die in Ace in the Hole wegens alcoholisme bij een krant in New York wordt ontslagen. In Albuquerque, New Mexico, gaat hij voor de plaatselijke krant werken. Aan de hoofdredacteur stelt hij zich voor: ‘I’m a 250 dollar a week newspaper man. Je kunt me hebben voor vijftig. Als er geen nieuws is, dan ga ik naar buiten en dan ga ik een hond bijten. Trouwens, maak er 45 van.’

Hoe Douglas deze scène speelt, weerspiegelt Wilders obsessie met het eigenbelang: mensen koesteren dat alsof het gaat om de essentie van wie ze zijn (wat, zo laat Wilder ons zien in al zijn films, inderdaad het geval is). Tatums ogen glimmen. Hij bruist van energie – hij zwelgt in cynisme. Niet omdat hij zoveel zelfkennis bezit, integendeel, maar omdat hij wéét dat goede daden en zoiets als altruïsme niet bestaan. Waar het om gaat is hoe we kunnen profiteren, ongeacht de gevolgen voor anderen. Zelfs de hoofdredacteur ontkomt niet aan deze priemende blik. Hij heeft ‘vertel de waarheid’ hoog in het vaandel, een tekst die hij op een bordje voor zijn kantoor heeft hangen, maar als het erop aankomt drukt hij de primeur van Tatum over de man die vast zit in de grot maar wat graag af op zijn voorpagina.

Wanneer Tatum de reddingsoperatie bewust vertraagt door een alternatief plan aan reddingswerkers voor te stellen – zo kan hij meer verhalen over de tragedie verkopen – is de morele crisis compleet. Niet alleen Tatum, iedereen slaat er een slaatje uit, van een jongen die toegang vraagt aan duizenden mensen die, net zoals tijdens het echte drama in 1949 in San Marino, naar de plaats van het ongeluk toe stromen om een glimp van het drama op te vangen, tot de plaatselijke sheriff die zijn verkiezingsslogan met grote, witte letters laat verven op de wand van de berg waar de man onder de aarde vast zit, gepast genaamd ‘Berg der Zeven Aasgieren’.

Kirk Douglas als Chuck Tatum in Ace in the Hole © EYE Filmmuseum

Wat er in San Marino gebeurde – het meisje in de put, de dwergen die zogenaamd willen helpen, het mediacircus – vergroot Wilder in Ace in the Hole uit tot satirische proporties. Bovengronds eten mensen hotdogs, maken ze plezier in kermisattracties en luisteren ze naar een countryzanger die live optreedt. Ondergronds sterft het slachtoffer, oorlogsveteraan Leo Minosa, langzaam. Van de nobele waarden die hij ooit representeerde – dapperheid, rechtvaardigheid, empathie – is niets meer over. In de nieuwe tijd is schijn álles: de neppe verhalen die verslaggevers als Tatum over hem schrijven, en over het ‘harde werk’ van zogeheten reddingswerkers die een tunnel aan het boren zijn terwijl ze heel goed weten dat ze dit alleen maar doen ter wille van de fictie waar het publiek zo hartstochtelijk naar smacht.

De vraag is of Wilders pessimistische wereldbeeld helemaal geen hoop biedt, of er werkelijk geen greintje menselijkheid in zijn personages zit. Wie deze twee dingen in Ace in the Hole, of in Double Indemnity en Sunset Boulevard, kan ontdekken, moet van goede huize komen. In deze films laat Wilder onschuld en ‘het goede’ wel zien, maar de boodschap is telkens dat iedereen vroeg of laat ten prooi valt aan zelfzucht, de eigen ambitie of de exploitatiedrang van anderen. In Double Indemnity vermoordt verzekeringsagent Walter Neff een man om seks en geld, in Sunset Boulevard buit de tamelijk jonge scenarist Joe Gillis de seniele filmster Norma Desmond uit, aanvankelijk voor een paar honderd dollar (‘ik begon m’n eigen plannetje te trekken’). En in Ace in the Hole: een man denkt een ‘schat’ te hebben gevonden, maar gaat tijdens het opeisen ervan enkel en alleen voor zichzelf ten onder aan krachten die hij niet onder controle heeft.

Dat de ‘helden’ van Wilder in de illusie verkeren dat ze aan het stuur van het eigen leven staan, vormt de bron van de zwarte humor waar Wilder dol op was. Die goot hij in strakke scripts die hij altijd zelf of met hulp van een vertrouwde scenarist schreef. Sunset Boulevard, een van de beste films ooit gemaakt, verbeeldt de zelfvernietiging van Gillis, een scenarist die geen verhaal kan verkopen terwijl zijn eigen leven, hoe ironisch, briljante fictie is. Maar deze kennis heeft hij niet, zo zien we in een scène die thuishoort in een horrorfilm: Gillis (William Holden) en Norma (Gloria Swanson) wensen elkaar een paar uur na haar zelfmoordpoging een fijne jaarwisseling toe. Norma trekt Joe naar zich toe. Haar hand is als de klauw van een aasgier. Prooi zijn ze evenwel allebei; ze kussen elkaar alsof ze de ander gaan verscheuren. Dan vervaagt het beeld in een montagemoment, Hollywood-code voor seks. En Wilder-taal voor: de ziel, gecorrumpeerd.

Bij Wilder kunnen we niet zoals de toeschouwers eind jaren veertig in San Marino op een afstand wachten totdat er iets spannends met het meisje in de put gebeurt. Bij Wilder zijn we medeplichtig. In zowel Ace in the Hole als Sunset Boulevard breekt Wilder de ‘vierde muur’ tussen ons en verhaal en personages af. Tatum, in de buik gestoken door een woeste vrouw, strompelt richting de camera, en valt dood neer, zijn hand uitgestrekt richting ons. En Norma: die vermoordt Gillis. Media arriveren. Norma denkt dat de camera’s die van haar regisseur zijn. ‘Oké, Meneer DeMille’, zegt ze, ‘ik ben nu klaar voor m’n close-up.’ De filmster zweeft naar ons, haar ogen wild, haar lange vingers met de scherpe nagels uitgestrekt, draaiend in bewegingen die hypnotiseren. Wilders blik is nu op ons gericht: als er iemand klaar is voor een close-up, dan zijn wij dat.


Het Billy Wilder-retrospectief Sweet & Sour, met het gerestaureerde Ace in the Hole, is tot 5 september te zien in Filmmuseum EYE, Amsterdam, en in bioscopen elders in het land