Dode tonijnen op het strand van het eiland Buda na de storm Gloria. Ebrodelta, Spanje, 27 januari 2020 © Manuel Medir / Getty Images

‘Kijk, hier liep het pad naar een xiringuito, een strandbarretje.’ Marcela Otamendi (55) wijst richting zee. Die begint een meter of zeven van ons vandaan, pal achter het restaurant van Marcela en haar zus op het Marquesa-strand in de Ebrodelta. ‘Na de xiringuito kwam je op een zeker moment bij een post van de Guardia Civil, en iets verderop kwam je in een spectaculair duinlandschap terecht. Het was een fantastische plek, met prachtige vegetatie. Het leek wel of je in de woestijn was, in die duinen. In de zomer moest je vooral je slippers niet vergeten, want anders brandde je je voeten aan het hete zand.’ Marcela zwijgt even. Dan: ‘Dat is nu allemaal opgeslokt door de zee.’

De Ebrodelta in Spanje ligt op sterven. Eigenlijk is dat al een tijdje het geval. Maar wat op een langzame en voorspelbare dood leek uit te draaien, kreeg begin vorig jaar een definitieve wending. Tussen 19 en 23 januari raasde winterstorm Gloria over het westelijke Middellandse-Zeegebied. Het noodweer trof alle landen in de regio, van Frankrijk tot aan Marokko. Maar nergens was de storm zo verwoestend als aan de Spaanse oostkust.

Zo viel in de Zuid-Catalaanse stad Tortosa, dicht bij de monding van de Ebro, meer dan tweemaal zo veel regen als tijdens het vorige record van negentig jaar geleden. Tussen de Balearen en het Spaanse vasteland werden golven als nooit tevoren gemeten. De hoogste bereikten veertien meter, ongekend voor een watermassa die zich meestal gedraagt als een wat groot uitgevallen zwembad.

Bovendien kwam Gloria niet alleen. De winterstorm was de laatste en hevigste van drie buitengewone onweersbuien binnen negen maanden aan de Spaanse Middellandse-Zeekust. De eerste trok in april 2019 voorbij. In vijf dagen viel in de provincies Alicante en Murcia tweemaal zo veel regen als normaal in een hele lente. In hetzelfde gebied, waar de woestijn vanuit de zuidelijke provincie Almería bezig is op te rukken naar het noorden, was het nog geen half jaar later opnieuw raak. De weerstations, sommige met een geschiedenis van 150 jaar, registreerden stortbuien met een intensiteit en omvang zoals nooit eerder waargenomen. Zeven mensen kwamen om het leven door het noodweer. Vier maanden later eiste Gloria zeventien slachtoffers.

‘Wat we de voorbije jaren aan de Mediterrane kust hebben meegemaakt, is in lijn met de verschillende scenario’s voor klimaatverandering’, schreef het Spaanse staatsagentschap voor meteorologie in een rapport kort na Gloria. ‘Ze waarschuwen voor episodes van noodweer die steeds frequenter en heviger zullen zijn.’

Ook de Ebrodelta bleef niet onberoerd. Gloria bracht er ernstige schade toe aan de rijstvelden en de fragiele ecosystemen aan de kust. Een groot deel van het natuurlijke zeefront – of wat daar nog van over was na de twee vorige stormen – werd weggevaagd. Het zeewater drong tot drie kilometer van de kustlijn binnen. Drieduizend hectare rijstvelden raakte overstroomd, verzilt en bedekt met een dikke laag zeezand. Nooit eerder was hier zo’n groot stuk land ondergelopen.

De delta ligt in het zuiden van Catalonië aan de monding van de Ebro, de waterrijkste rivier van Spanje. Het is een van de belangrijkste wetlands in het westelijke Middellandse-Zeegebied. Van de 320 vierkante kilometer die de delta beslaat, is het grootste deel bestemd voor de rijstteelt. Een kwart van de delta, zo’n 7800 hectare, heeft de status van beschermd natuurgebied. Het Parc Natural del Delta de l’Ebre is sinds 2013 ook Unesco-biosfeerreservaat en staat op de lijst van de Ramsar Conventie van watergebieden die internationale koestering verdienen om hun bijzondere ecologische waarde. Nog meer officiële bescherming: de delta maakt deel uit van het Europese netwerk Natura 2000 en is door de EU erkend als speciale beschermingszone voor vogels. Met zo’n waslijst aan beschermengelen kan je weinig gebeuren, zou je denken.

Drieduizend hectare rijstvelden raakte overstroomd, verzilt en bedekt met zeezand

Het tegendeel is waar. In de auto op weg naar Illa de Buda, een prachtig eiland van lagunes, duinen, stranden en rijstvelden tussen twee takken van de Ebro en de zee, beschrijft Rafa Sánchez de gevaren waar dit natuurgebied aan blootstaat. Sánchez (50) is gepromoveerd op hydrologie en ecologie van watersystemen. Hij werkte als milieu-adviseur voor de Europese Commissie en de Spaanse regering en woont in het dorpje Poblenou del Delta. ‘We hebben hier twee problemen die met elkaar te maken hebben’, zegt hij. ‘En allebei zijn ze erg verontrustend. Ten eerste is er de afslag. Elk jaar slokt de zee een stuk van de kust op. Op het eiland Buda is de regressie gemiddeld 12,5 meter per jaar. Aan de overkant van de rivier, aan het Marquesa-strand, is de jaarlijkse afslag 2,5 meter.’

De enige toegangsweg tot het eiland loopt via het strand. Daar steken we een ondiepe zijtak van de Ebro over en stoppen voor een hefboom. Het eiland is half privé-, half publiek bezit. De toegang is beperkt tot degenen die toestemming hebben van de eigenaren. ‘Het tweede probleem zijn de overstromingen vanuit zee’, zegt Sánchez. ‘Die heb je in verschillende soorten en maten. Je hebt ze van het type Gloria, waarbij het zeefront breekt en het zeewater diep de delta binnendringt. En je hebt de kleinere, zoals tijdens de winterstorm Filomena van januari dit jaar. Die overstroming bereikte de rijstvelden niet, maar sloeg wel een gat in de landengte van Trabucador, een belangrijk element in de morfologie van de delta. Zoals je ziet zitten we hier op zeeniveau. Dus als het stormt en er bijna geen strand is omdat er zo veel afslag is geweest, heeft het zeewater vrij spel.’

De natuur is voortdurend in beweging. Dat is het probleem niet. De Ebrodelta heeft er zijn ontstaan aan te danken. Amposta, een oude Romeinse nederzetting aan de Ebro die nu twintigduizend inwoners telt, lag in de vierde eeuw aan zee. Vanuit het enorme stroomgebied van de rivier – ruim tweemaal Nederland – daalden grote hoeveelheden bezinksel af naar de monding. Zo ontstond in relatief korte tijd – geologisch gezien in een oogwenk – nieuw moerasland aan de voet van de oude zeehaven.

Ontbossing als gevolg van de behoefte aan hout voor de bouw van schepen, huizen en allerlei gebruiksvoorwerpen zorgde voor extra bodemerosie en dus voor meer bezinksel in de rivier. Toch bleef de Ebrodelta groeien, ook nadat half Spanje al lang was leeggekapt. Samen met de getijdenbeweging van de zee leverde het de karakteristieke pijlvormige delta op zoals we die nu kennen, met vleugels aan de noord- en zuidzijde van de riviermonding. Inmiddels ligt Amposta ruim twintig kilometer van de Ebromond. Dat wil zeggen dat de gemiddelde aanwas in het laatste anderhalve millennium ruim een kilometer per honderd jaar is geweest.

Halverwege de vorige eeuw kwam de kentering. Terwijl Hitler Duitsland had volgebouwd met Autobahnen stortte zijn Spaanse geestverwant Francisco Franco zich na de Burgeroorlog op de aanleg van stuwdammen. Het water uit de stuwmeren werd gebruikt voor irrigatie en de aandrijving van hydro-elektrische centrales. Hoe meer en hoe groter de dammen, hoe beter. Voor het regime waren ze een belangrijk symbool van vooruitgang in het straatarme Spanje. Ze dienden als propaganda-instrument om het rampzalige economische beleid van de dictator te verdoezelen. Ze creëerden gevestigde belangen in de vorm van stroombedrijven die tot vandaag als oligopolie de dienst uitmaken op de Spaanse energiemarkt. En ze tekenden het doodvonnis van de Ebrodelta. De bezinksels uit de rivier zouden immers nooit meer de kust bereiken. Vanaf de jaren zestig, toen de reusachtige stuwmeren van Mequinenza (108 kilometer lang), Ribarroja en Flix in gebruik werden genomen, trad de regressie in.

Om een visrestaurant op het strand is een dam gelegd. ‘VERGONYA’ staat erop: schande

We rijden intussen door wat Rafa Sánchez ‘een van de juwelen van de delta’ noemt, het eiland Buda. Rechts van ons een lagune met in de verte een groep flamingo’s, links rijstvelden. ‘Behalve de afslag en de steeds veelvuldiger overstromingen vanuit zee hebben we te maken met een derde dreiging’, zegt Sánchez. ‘En dat is de stijging van de zeespiegel. Dit is geen onmiddellijk gevaar, maar het is ook niet ver weg. Tussen 2050 en 2100 zal de Middellandse Zee een meter hoger zijn dan nu. Naast overstromingen door stormen krijgen we dan overstromingen door de stijging van het zeepeil. Bij een verhoging van één meter verdwijnt meer dan de helft van de delta onder het water.’

Hoewel de meeste bewoners zich wel bewust waren van de sluipmoord op de delta door de stuwdammen bestond tot voor kort weinig animo om er iets tegen te doen. En onder degenen die wél de verantwoordelijke autoriteiten in Madrid en Barcelona tot actie wilden dwingen, heerste verdeeldheid. Dat veranderde na de extreem zware stormen van 2017, 2019 en 2020. De vernietiging van de delta opende steeds meer ogen.

De weg naar de oude vuurtoren van Buda. De vuurtoren staat nu 2,5 km verderop in zee, 12 februari © Lex Rietman

In de zomer van 2018 werd de Tafel van Consensus voor de Delta opgericht. Bestuurders van de zeven gemeenten in de delta staken samen met de plaatselijke boerenbonden voor het eerst de koppen bij elkaar. De Tafel moest het verdedigingswapen tegen de regressie worden. Het eerste punt van overeenstemming: de huidige vorm van de delta moet gehandhaafd blijven. Verdere afslag als gevolg van laksheid of halfhartig optreden van de verantwoordelijke overheden is onaanvaardbaar. Na de winterstorm Gloria slaakte woordvoerder Xavier Curto een publieke noodkreet: ‘Wij willen hier niet de eerste klimaatvluchtelingen van Europa worden.’

Loopt het echt zo’n vaart? Guillermo Borés (61) twijfelt er niet aan. Hij heeft de teloorgang van nabij meegemaakt. Zijn oudoom kocht in 1924 Buda. In de masia van zijn familie, een traditioneel landhuis dat nu verhuurd wordt aan groepen natuurliefhebbers, hangen historische kaarten van het eiland. ‘Kijk, dit is Buda in zijn hoogtijdagen’, zegt Borés. ‘Het eiland was toen 1800 hectare groot. Dat was voordat de stuwdammen gebouwd waren. Nu hebben we nog 1050 hectare over.’

Door de storm van 2017 ontdekte Guillermo Borés dat er een nieuwe vijand was, zoals hij het noemt: klimaatverandering. ‘Het afslagproces is versneld’, zegt hij. ‘Er dringt steeds vaker zeewater door in de lagunes. Algen, vissen, gewervelde en ongewervelde dieren die zoet water gewend zijn gaan dood. De biodiversiteit verandert compleet. De voedselketen wordt aangetast, vogels die zowel in zout als zoet water kunnen leven vinden geen voedsel meer en verdwijnen.’

Borés is diergeneeskundige en een hartstochtelijk verdediger van het landschap. Zijn eiland, sinds enkele decennia voor de helft eigendom van de Catalaanse overheid, geeft hij nog ‘drie of vier jaar’ als de intense stormen van de voorbije jaren aanhouden. In elk geval wat de biodiversiteit betreft. ‘Dat is een ramp’, zegt hij. ‘Want dit is het belangrijkste Mediterrane watergebied van het Iberisch schiereiland. En 85 procent van de vogelsoorten in de delta is op dit eiland te vinden.’

Sinds de Kustwet van 1988 is de kuststrook eigendom van de Spaanse staat. Niemand anders kan daar ingrijpen. ‘Je zou denken: als het van de staat is, is dat een garantie voor het behoud van het eiland en zijn biodiversiteit’, zegt Borés. ‘De staat heeft immers meer middelen en specialisten dan wij. Nee dus. Ze hebben helemaal niets gedaan om de afslag te stoppen.’

Na de dieren zijn de mensen aan de beurt om hun biezen te pakken. Dat is tenminste de conclusie van Borés na de ervaringen op zijn eiland, de voorhoede van de delta. ‘Voor de rest van de delta wil de Spaanse regering nu hetzelfde recept voorschrijven als wat ze op Buda hebben gedaan’, zegt hij. ‘Dat wil zeggen: niets doen. Dat is hun antwoord op de klimaatcrisis. Ze willen de rijstvelden langs de kuststrook onteigenen. Ze zeggen: als we daar de natuur haar gang laten gaan zodat de rijstvelden veranderen in wetlands, dan geeft dat meer weerstand tegen afslag. Ik geloof daar helemaal niks van. Ik heb bijna achthonderd hectare wetlands verloren. En misschien twintig procent daarvan alleen in de laatste vijf jaar!’

‘Wij stellen als bewoners van de delta een zand-motor voor, dat doen ze ook in Nederland’

Visrestaurant Vascos op het Marquesa-strand is aan drie zijden omgeven door een dam van rotsblokken. De zee klotst er tegenaan. De dam is er enkele jaren geleden haastig neergelegd door de gemeente. Dat was in strijd met de Kustwet, die bepaalt dat alleen de Spaanse regering aan het zeefront mag ingrijpen. Maar nood breekt wet. Een storm dreigde het restaurant weg te spoelen. Op de rotsblokken staat met dikke rode letters het woord ‘VERGONYA’ geschilderd: schande.

Toni Domingo (30), rijstboer en bioloog met een fors postuur, staat ernaar te kijken. ‘Ik denk dat ze dit pas geschilderd hebben’, zegt hij. ‘Want sinds kort hebben we hier een eenheid bereikt. Dat was nooit eerder gelukt. Samen met alle gemeentebesturen, boerenorganisaties en allerlei verenigingen in de delta hebben we een plan gemaakt om de regressie het hoofd te bieden. Dat plan hebben we naar Madrid gestuurd. Wij kennen het terrein. Het woord schande staat hier omdat de centrale regering vorige week haar voorstel voor de delta heeft gepresenteerd, en daaruit blijkt dat ze ons plan totaal hebben genegeerd. Het enige wat zij voorstellen is accommodatie, terugtrekken. En de mensen in de delta zijn het terugtrekken zat.’

Toni Domingo vertegenwoordigt de jonge, zelfbewuste en strijdbare vleugel van de protestbeweging in de Ebrodelta die inmiddels praktisch de hele bevolking lijkt te omvatten. Hij krijgt bijval van collega-rijstteler Javi Casanova (51), leider van de gemeenschap van irrigatieboeren. Ook voor hem is terugtrekken geen optie. ‘Zie je dat landhuisje iets verderop?’ vraagt hij. ‘Daar ben ik opgegroeid. Elke zondag aten we hier paella met de hele familie. Van waar we nu staan moest je nog vijfhonderd meter lopen naar het strand. Allemaal weg. Ik ben misschien oud, maar ook weer niet zo heel oud. Tijdens Gloria drong het zeewater hier drie kilometer binnen, tot aan het dorp.’

Als boerenleider is Casanova naar een congres over delta’s in Italië geweest. ‘Overal waar regressie voorkomt, behalve in Afrika, grijpt de overheid in’, zegt hij. ‘Met harde of zachte kustbescherming, wat dan ook. Hier gebeurt niets. Als we niet in actie komen, is het afgelopen. Dan zullen we de eerste klimaatvluchtelingen van Europa zijn. En sneller dan je denkt. Hooguit over tien jaar.’

Rijstboeren Casanova en Domingo zijn bereid te vechten voor hun land. Zij denken dat er wel degelijk oplossingen zijn voor de delta. Ze staan in de voorstellen van de Tafel van Consensus, het overlegorgaan dat ook met grote belangstelling kijkt naar de manier waarop Nederland de kustverdediging aanpakt.

Rafa Sánchez, wetenschappelijk adviseur van de Tafel, zet ze op een rij. ‘Een eerste oplossing voor de regressie zou de terugkeer van de bezinksels uit de Ebro naar de delta kunnen zijn’, zegt hij. ‘Dat klinkt als een mooie, structurele oplossing. Alleen is er een probleem. Er zijn meer dan 120 stuwdammen in het Ebrobekken. Het aanslepen van sedimenten uit de stuwmeren is technisch erg ingewikkeld, vreselijk duur en ongeschikt voor de korte termijn.’ Een tweede methode van kustverdediging is goedkoper, sneller en doeltreffender. ‘Wij stellen als bewoners van de delta iets anders voor’, zegt hij. ‘Gebruik een zandmotor, dat doen ze ook in Nederland. Die spuit zand uit de zeebodem naar de kustlijn. Zolang het bezinksel uit de rivier niet hierheen komt – dat kan met gemak een decennium of twee duren – zouden we zo’n beheersplan voor de kust moeten maken.’

Madrid heeft het laatste woord. Onlangs presenteerde het ministerie van Ecologische Transitie het Plan voor de Bescherming van de Ebrodelta. Het is ‘een plan van plannen’, zei een woordvoerder van het ministerie. Dat was geen slechte benaming. Het document telt 648 pagina’s, maar als je de ellenlange bijlages met ‘deelplannen’, ‘beschouwingen over milieuwaarden’ en ‘technische aantekeningen’ niet meetelt blijven er 51 kantjes van over. Wie naar concrete maatregelen zoekt, kan lang blijven zoeken. Investeringen worden niet hardgemaakt, behalve 3,5 miljoen euro voor een studie naar het transport van rivierbezinksel. Menigeen in de delta herinnerde zich het recente regeringsplan voor het schoonmaken van de Mar Menor in Murcia. Het ministerie trekt daar ruim zeshonderd miljoen voor uit.

De vijftienduizend meest bedreigde deltabewoners keken vooral uit naar urgente noodmaatregelen, en dan vooral naar de aanvoer van zand naar de kwetsbaarste plekken aan de kust. Ze worden in het plan wel genoemd, maar zonder de bijbehorende investeringen of plan van uitvoering. Dat zou tegen de zomer wel duidelijk worden, zei een bron van het ministerie. Dan gaat het Spaanse parlement over het plan stemmen.

Op één punt was het plan heel helder. Het publieke domein langs het hele zeefront van de delta wordt ‘geherdefinieerd’. Dat wil zeggen dat tussen vijfhonderd en achthonderd hectare rijstvelden langs de kust onteigend worden. De staat lijft ze in om zogenoemde accommodatiegebieden te vormen – terrein waar de zee vrij spel krijgt. De kustlijn zal daardoor een halve tot 1,3 kilometer landinwaarts verschuiven. Dat was precies wat de bewoners wilden voorkomen. ‘Het is schandalig’, zei burgemeester Lluís Soler van de gemeente Deltebre. ‘We wilden een plan dat ons beschermt, niet een plan dat privé-bezit rooft om het door de zee te laten opvreten.’

Als het ministerie zijn zin krijgt, verdwijnt ook het familierestaurant van Marcela Otamendi en haar zus. Net als de velden waar ze rijst op verbouwt. ‘Ze nemen me mijn land af’, zegt ze. ‘Dit is het land waar mijn vader in 1939 na de oorlog een nieuw bestaan opbouwde. Hij kwam uit Baskenland en had niks, alleen een schop en een houweel. Maar ik zal me tot het uiterste verzetten, want ik behoor tot dit land.’