2022 was het jaar dat het vernis van het Europese zelfbeeld bladderde. Europese integratie was onder andere gebaseerd op het idee dat hoe groter de onderlinge handel tussen landen, hoe kleiner de kans op gewelddadige conflicten. Waarom zou je een wederzijds profijtelijke relatie inwisselen voor kostbare, destructieve oorlog? Europese landen zijn hier zo diep in gaan geloven, dat ze het model ook buiten EU-grenzen zijn gaan toepassen. Door handel te drijven met autocratieën konden die wellicht het pad van de democratie op gelokt worden, zo was de hoop. In ieder geval zou dat het verder afglijden van een dictatuur voorkomen.

Ruslands aanval op Oekraïne heeft duidelijk gemaakt hoezeer Europa zich koesterde in een illusie. Poetins autocratie is jarenlang gesterkt, niet verzwakt, door economische banden met Europa. De gaseuro’s waren bij uitstek brandstof voor oligarchie en kleptocratie. Zeg niet dat we niet gewaarschuwd waren. Opeenvolgende Amerikaanse presidenten zetten de EU onder druk om de fossiele band met Rusland af te bouwen en in te ruilen voor een Amerikaanse. Europa was trots op zijn standpunt dat het zich niet in een kamp liet sluiten. Zo werd uiteindelijk een Russische oorlogsmachine gevoed. Financieel, met de miljarden die we neertelden om hier goedkoop te stoken. Moreel, door Poetin het idee te geven dat het Westen zwak is. Je snapt waar de inschatting vandaan kwam dat het Westen geen kou en hoge prijzen zou riskeren om Oekraïne te helpen.

De vernietigingsoorlog die Rusland voert maakt ook een einde aan het Europese idee dat we een allemansvriend kunnen zijn. Als Europa meent dat het staat voor democratie en vrede, is er geen andere keuze dan alles op alles te zetten om te verhinderen dat een Europese democratie wordt verwoest en haar bevolking uitgemoord. Toch blijft de steun aan Oekraïne halfslachtig. Europa vangt vluchtelingen op en zegt geld toe voor de wederopbouw van Oekraïne. Maar de hoofdoorzaak aanpakken stuit steeds op bezwaren. Militair zijn we zuinig, liever sturen we ledlampen naar Oekraïne met de boodschap dat die zo fijn zuinig zijn. Slechts aarzelend schaarden Europese landen zich achter sancties tegen Rusland.

Europa kan niet de democratie bevorderen én profiteren van China

In het Europese debat klinkt nog steeds de suggestie dat het prima is om van meerdere walletjes te blijven eten. In een recent artikel in Clingendael Spectator bepleitte Ulrike Guérot, hoogleraar Europese politiek aan de universiteit in Bonn, en geschiedfilosoof Hauke Ritz dat Europa geen kant moet kiezen in het internationale spel der machten. ‘Geen loskoppeling van China en Rusland, en geen verdere afhankelijkheid van de Verenigde Staten’, is wat dit duo voorstelt. Guérot en Ritz staan voor de stroming die door wil gaan met politiek gespeend van morele keuzes en met materiële voorspoed als hoogste doel. ‘Zonder Siberische ruwe grondstoffen en de Chinese markt geen blijvende welvaart in Europa’, schrijven ze.

‘Amerika deelt de wereld op in democratie en dictatuur, in goed en kwaad’, aldus Guérot en Ritz. Ze vinden dat ‘een misplaatst wereldbeeld’. Maar wat is het alternatief? Hoe kunnen Rusland en China anders worden omschreven dan als dictaturen? En koestert Europa niet een democratisch zelfbeeld? Zijn de Russische oorlogsmisdaden geen bewijs dat kwaad bestaat? Hier toont zich Europa’s hoop dat binaire tegenstellingen per los onderdeel verkrijgbaar zijn. Een wereld met democratie, maar zonder dat er over dictatuur gesproken hoeft te worden. Een wereld waarin het goede bestaat, maar kwaad niet. Dat is niet alleen misplaatst, maar ook a-historisch. Het huidige Europa is gevormd door de eigen ervaringen met het kwaad van de dictatuur.

De vraag is of Europa door kan gaan met alles tegelijk doen, met iedereen een beleefde verstandhouding te onderhouden en doen alsof moraal uit de internationale politiek kan worden gehouden met als doel rijk blijven. Vanuit Washington neemt de druk toe. Amerika’s nieuwe standpunt is dat je niet tegelijk democratie kunt bevorderen en kunt profiteren van handel met China. Ze vinden dat wie democratie met de mond belijdt, er ook voor in de bres moet springen als die dreigt te worden verpletterd. Amerika heeft vaak genoeg bewezen naar eigen maatstaf tekort te schieten, maar in ieder geval is het een helder uitgangspunt.