Allens adoptiekluif

De tijd is aan de zijde van de jonge tot piepjonge filmmakers. Dat alleen al maakt de oudere tot bejaarde filmmakers sympathiek. Zij zijn de nieuwe underdogs. Debutanten krijgen als vanzelf meer aandacht dan de doorgewinterde cineast.

Zo'n doorgewinterde en sympathieke filmmaker is zeker Eric Rohmer. Voor de duidelijkheid zeg ik er meteen maar bij dat ik persoonlijk nooit iets met zijn films heb gehad, maar dat neemt niet weg dat hij een voorbeeldig soort filmmaker is. Hij is laat, zo rond zijn veertigste, met filmen begonnen. Inmiddels, nu hij de tachtig begint te naderen, heeft hij een kloek en coherent oeuvre geproduceerd. Rohmer is een cineast met weinig kapsones. Hij verschijnt niet op festivals en beperkt de publiciteit rond zijn werk en persoon tot het hoognodige. Hij werkt met een crew die zo klein is dat menig filmmaker er nog geen televisiereportage mee zou kunnen maken. En hij werkt steevast met een handjevol zeer jonge acteurs en vooral jonge actrices. Kleine frisse films zou je kunnen zeggen, als je van het soort Rohmer-frisheid houdt. Mij laten al die ditjes en datjes en babbeltjes van het jonge Rohmer-spul volledig koud, maar er zijn mensen die er de meest zuivere vorm van cinema in zien. Voor wie zichzelf een oordeel wil vormen over de jeugdigheid van de oude meester is momenteel zijn nieuwste film Les rendez-vous de Paris in de filmhuizen te zien. Een drieluik over al dan niet gelukkige of toevallige ontmoetingen tussen jongens en meisjes in Parijs.
Een andere oudere filmmaker met een nieuwe film in de bioscopen is Woody Allen. Ook al dol op jongere tot veel jongere actrices. Zijn Mighty Aphrodite is zo'n typische Woody Allen-film dat hij dicht in de buurt komt van een Woody Allen-parodie. Voor liefhebbers van het speuren naar autobiografische verwijzingingen zal het een leuke puzzel zijn. Allen is zoals bekend het slachtoffer van het grootste adoptie- en pseudo-incestschandaal van de eeuw en voor de puzzelaars is Mighty Aphrodite een fijne adoptiekluif. Ik heb er geen behoefte aan om deze adoptiekomedie als een verkapt dagboek te lezen en dan blijkt het een weinig opwindende film.
Woody Allen is in deze film zogenaamd sportverslaggever, maar hij is in alle opzichten hetzelfde type als in zijn andere films. Dat is nu weer het voordeel van Rohmer. Die blijft op gepaste afstand achter de camera, zodat minder in het oog loopt dat hij met het klimmen der jaren eigenlijk steeds gelijk blijft. De gemiddelde leeftijd van Allens tegenspeelsters lijkt door de jaren heen dezelfde te blijven, wat niet kan verhinderen dat de meester zelf zichtbaar ouder wordt. Het lijkt of hij in al zijn films steeds dezelfde rol speelt en van de ene film naar de andere wandelt. Nu is de oudere jonge minnaar die hij speelt mis schien ook wel geestig - al moet ik bekennen dat ik het niet echt leuk kan vinden - dat neemt niet weg dat hij diezelfde rol een kwart eeuw geleden met meer verve speelde. Een aardige vondst in Mighty Aphrodite is de aanwezigheid van een Monty-Pythonachtig Grieks theatergezelschap dat te pas en te onpas commentaar levert op de gebeurtenissen. Toch is de aanwezigheid van een oude toneelwereld in het hedendaagse New York minder uitzinnig dan bijvoorbeeld de betreding van de filmwereld in de werkelijkheid in The Purple Rose of Cairo.
Hoe sympathiek ik de noeste oeuvrebouwers Rohmer en Allen ook vind, ik denk toch niet dat het een goed idee is om bij iedere nieuwe Rohmer of iedere nieuwe Allen te roepen dat het een must is om de film te gaan zien. Ik heb plichtmatig opgewonden recensies gelezen die niet konden verhullen dat de kijker weer meer van hetzelfde te zien zou krijgen. Dat is misschien een beetje de tragiek van filmmakers als Rohmer en Allen die zo trouw aan zichzelf zijn gebleven. Ze maken hun films nog steeds zoals ze dat altijd deden en dan komt er een moment dat je het wel hebt gezien. Voor nieuwe kijkers mag dat allemaal geen probleem zijn. Voor debutantfilmkijkers zijn Les rendez-vous de Paris en Mighty Aphrodite verse klassiekers.