Alles

Medium hh 70736340
Winkelende mensen, Nijmegen © Flip Franssen / HH

Het laatste woord van het nieuwste boek van de internationaal georiënteerde filosoof, historicus en schrijver Philipp Blom, kind van een Nederlandse moeder en een Duitse vader, woonachtig in achtereenvolgens Duitsland, Oostenrijk, Engeland, Frankrijk en op dit moment de VS, is het antwoord op de titel van zijn boek: ‘Alles.’

Volgens Philipp Blom staat letterlijk alles op het spel. Als wij, mensen, niet heel snel iets doen, en eigenlijk is het daarvoor al te laat, komt het niet meer goed. Waarmee niet? Met jou niet, met mij niet, met ons niet, met de toekomst niet, met de aarde niet. Een van de vele beelden die Blom gebruikt voor zijn apocalyptische visie is gebaseerd op zijn wijnkennis – Blom zou je in de goede betekenis van het woord een veelschrijver kunnen noemen, hij publiceert veel over geheel verschillende onderwerpen, waaronder wijn. ‘In het glas [wijn] zit druivensap’, schrijft hij, ‘waarvan het suikergehalte door gistingsprocessen in alcohol is veranderd. De eencellige organismen [die bij dat gistingsproces actief worden] zijn wonderlijk effectief. Onvermoeibaar vreten ze alles op wat ze aantreffen en ze vermeerderen zich explosief, tot ze bij een bepaald alcoholgehalte verhongeren en stikken. Maar ze weten niet wat hun te wachten staat. Ze vreten gewoon door.’ De metafoor kan niemand ontgaan: wij mensen zijn als die eencellige organismen, we gaan door, blind voor wat ons te wachten staat.

Er zijn drie zaken die Blom in het bijzonder verontrusten. Het milieu, digitalisering en consumptie. In overeenstemming met zijn algehele boodschap is Blom op al deze gebieden somber. Tegelijkertijd heeft hij, in ieder geval wat die klimaatverandering betreft, een vreemde manier om die somberheid te rechtvaardigen: via de geschiedenis, in het bijzonder via een deterministische visie die je onder historici zelden aantreft, namelijk dat alles van het klimaat afhangt. Blom verwijst in deze expliciet naar een eerder boek van zijn hand, over de kleine ijstijd die Europa trof aan het begin van de vroegmoderne tijd (De opstand van de natuur, eveneens uit 2017). De toenmalige klimaatverandering dwong volkeren op alle gebied tot ingrijpende verandering, stelt hij. De meeste volkeren waren daar niet toe in staat, zie Spanje, de grootmacht van de zestiende eeuw. Het land werd door een inadequate reactie of eigenlijk geen reactie voor eeuwen ondergedompeld in duisternis. Slechts één land reageerde goed: Nederland. Daar ligt het begin van onze Gouden Eeuw.

‘Ze vermeerderen zich explosief, tot ze bij een bepaald alcohol­gehalte verhongeren en stikken’

Toch enige hoop dus.

Het toeval wil dat ik zowel met de Nederlandse als met de Spaanse geschiedenis behoorlijk vertrouwd ben en bovendien nogal sceptisch ben over deterministische visies op de geschiedenis, zeker als die zoiets complex als de verhoudingen tussen klimaat, politiek en cultuur betreffen. Als ik na enig zoeken vervolgens ook nog ontdek dat de specialisten op wie Blom zich beroept, onder wie de Zwitserse klimaathistoricus Christian Pfister, gehakt maken van zijn visie kan ik niet anders dan grote vraagtekens zetten bij dit eerste deel van zijn verhaal. Volgens mij klopt daarvan meer niet dan wel. Gevolg hiervan was dat ik met een overdosis scepsis aan de volgende delen begon.

Ten onrechte. Want in de loop van het lezen is het bijna onvermijdelijk niet in de ban van Bloms betoog te raken. Zijn analyse van de huidige digitalisering snijdt hout, ook al is ze heel wat minder ‘origineel’ dan die van klimaat, politiek en cultuur. Zijn hoofdstuk over consumptie als het zingevingsverhaal van de moderne mens, met paragraaftitels als ‘theologie van het inkopen’, is zonder meer goed. En het tweede deel van zijn boek, getiteld ‘De gespleten toekomst’, over de noodzakelijke keuze tussen wat hij noemt markt (Verlichting, liberalisme, internationalisme, consumptie, enzovoort) en vesting (romantiek, autoritarisme, nationalisme, natuur) is simpelweg briljant. Niet dat Blom gelijk heeft. Niet dat zijn betoog evenwichtig is. Niet dat hij voldoende gegevens aandraagt om zijn stellingen te schragen. Nee, het is zijn stijl, de sprongen, de apodictische uitspraken, vreemde vergelijkingen en tegenspraken, kortom het intellectuele avontuur dat de lezer op een gegeven moment het gevoel geeft in een rollercoaster beland te zijn.

Hier komt bij dat ik vaak moest lachen bij de tekst. Blom wordt namelijk meegesleept door zijn eigen tekst. Het meest opvallend is dit in de vele passages waarin hij zwelgt in ondergangspessimismen en toekomstvisioenen, soms pagina’s lang. Vooral de passage voorafgaand aan de conclusie, nachtmerrie annex droom van een historicus die profeet is geworden, is ‘amusant’ – niet echt het goede woord, want het geschetste beeld is verre van leuk. Het toont de wereld van na de grote klap, een volstrekt andere wereld dan de onze waarin robots het werk doen, milieubesef alomtegenwoordig is, honderden miljoenen op drift zijn, het gebruik van digitale media beperkt is, overal muren staan, enzovoort. ‘Na twintig jaar wordt de eerste generatie mensen volwassen die nooit iets anders gekend hebben dan de wereld na de grote ommekeer’, schrijft Blom. ‘Ze hebben heel andere gewoonten en standpunten dan hun ouders. Het zijn transformation natives. Een van hen studeert geschiedenis en zal later over de vroege 21ste eeuw gaan schrijven. Ze is gefascineerd door een samenleving die meende zonder toekomst en zonder hoop te kunnen overleven.’

Die samenleving zonder toekomst en hoop, het zal duidelijk zijn, is de onze. Ik ben het daar om vele redenen volstrekt mee oneens – Blom zou mij, zoals hij in interviews steeds weer zegt, dan ook dom vinden: optimistische mensen zijn dom. Maar een en ander neemt niet weg dat zijn boek prachtig is om te lezen, en de moeite van het overdenken meer dan waard.