Alles bloed

Achmed Akkabi als Jaouad ‘De Paus’ en Robert de Hoog als Tatta in de serie Mocro maffia, 2018 © Mocro maffia,

Twee huurmoordenaars staan in de bosjes in het Zaanse dorp Krommenie te wachten tot hun doelwit komt langslopen. Ze krijgen nog snel de laatste instructies van hun opdrachtgever via een speciale telefoon met pgp-technologie (Pretty Good Privacy) waarvan de onderwereld dan nog denkt dat die nooit te kraken is. ‘Hij is alleen bro. Zeg aub dat ze de magazijnen helemaal leeg schieten. Door zijn hoofd, ballen, nek, armen, benen, tenen, nagels zelfs als het kan. Alles bloed.’

Wraak, van misdaadjournalisten Wouter Laumans en Marijn Schrijver, gaat verder waar hun voorganger Mocro maffia eindigt: de onderwereldoorlog die in en rond Amsterdam woedt na een dubbele liquidatie in de Staatsliedenbuurt in 2012, waarbij Youssef L. een van de slachtoffers is. In Wraak is over de strafexpeditie te lezen die zijn broer daarna opzet om de betrokkenen om te laten brengen door een piepjonge vriendengroep uit Amsterdam. En die broer is Omar, ook de opdrachtgever van de liquidatie in Krommenie.

Dat er een tweede deel van Mocro maffia zou komen, lag voor de hand. Niet alleen door het enorme succes – er zijn meer dan honderdduizend exemplaren verkocht en er werd een veelgeprezen serie gemaakt die losjes is gebaseerd op het boek – maar meer nog omdat het beschreven conflict compleet uit de hand liep nadat werd geconcludeerd dat het met de moord op kopstuk Gwenette Martha wel voorbij zou zijn.

Dat Schrijver en Laumans de verleiding van snel succes hebben weerstaan heeft Wraak goed gedaan, want het is een nog beklemmender boek dan zijn voorganger. Ze hebben veel mensen rond de hoofdrolspelers gesproken, waren bij rechtszaken en konden uit een onverwachte goudmijn putten: het Nederlands Forensisch Instituut (nfi) slaagt erin om de server van Ennetcom te kraken, een belangrijke aanbieder van pgp-telefoons. Daardoor hebben de autoriteiten, en Schrijver en Laumans daarmee ook deels, ineens toegang tot miljoenen berichten, ook die waarin onverhuld en zeer gedetailleerd wordt gesproken door schutters en opdrachtgevers net vóór en net na liquidaties. Zo wordt er na een liquidatie door (hoogstwaarschijnlijk) Omar en een schutter wiens bijnaam ‘Furby’ is onderhandeld over de prijs. Hoewel ‘hitters’ normaal gesproken ‘veertig à vijftig max’ krijgen, wordt Furby beloond met 75.000 euro. Of hij dan tegen de andere schutter wil zeggen dat hij ook maar 50.000 euro krijgt? ‘Top, bro. Love you, bro.’

Wraak is een nog beklemmender boek dan zijn voorganger Mocro maffia

De zeer jonge vriendengroep van de Oostelijke Eilanden begint met misdaden die je met wat goede wil kunt omschrijven als kattenkwaad, maar laat zich al snel inhuren om te moorden. Een van hen is Nabil Amzieb, een van de uitvoerders van de liquidatie in Krommenie. Niet veel later wordt zijn afgehakte hoofd voor een shishalounge gelegd. Ook met de andere hoofdrolspelers loopt het slecht af: ze gaan dood of ze gaan (levens)lang de gevangenis is. Van het verheerlijken van die wereld is in Wraak dan ook geen sprake.

Schrijver en Laumans hebben min of meer een lijn in het conflict gekozen om zo een ‘ronder’ verhaal te vertellen. Er is geregeld kritiek op deze vorm van journalistiek: je mist een hoop als je voor een narratief, voor één verhaallijn, gaat. Iemand als Ridouan Taghi, een kopstuk uit deze onderwereld en de meest gezochte man van Nederland vanwege zijn vermeende rol bij talloze liquidaties, komt in het boek niet voor. Is dat erg?

‘De verslaggever is de dramaturg geworden van een voorstelling die, in tegenstelling tot de werkelijkheid, perfect overzichtelijk is’, schreef Frits van Exter, voorzitter van de Raad voor de Journalistiek, een half jaar geleden in het journalistenvakblad Villamedia over verhalende journalistiek. En dat is nu precies wat Laumans en Schrijver juist goed hebben gedaan: orde scheppen in een onoverzichtelijke brei. Nu duizelt het soms al door alle namen en aliassen, zelfs als je redelijk thuis bent in de materie. De wie-is-wie voor in het boek is dan ook een welkome service voor de lezer.

Wat soms stoort is dat deze vorm leidt tot beschrijvingen waarvan de schrijvers niet zeker zijn. Bijvoorbeeld wanneer Mitchell Jansen (dan 23 jaar oud en een van de vriendengroep) naar Colombia vliegt om een partij cocaïne te controleren, iets wat ongetwijfeld een lucratieve bezigheid is. ‘Met het geld kan hij zijn ouders misschien terugbetalen.’ Bij een inval door Jansens toedoen is het spaargeld van het gezin in beslag genomen, zo hebben we eerder gelezen. Maar: naar Jansens motieven om naar Colombia af te reizen kan alleen maar worden gegist, want hij wordt daar omgebracht.

Maar: Schrijver en Laumans weten perfect hoe ze een verhaal moeten vertellen. Dat hebben ze eerder bewezen met Mocro maffia en hun journalistieke stukken voor weekbladen, en Wraak is wat dat betreft misschien wel hun beste werk: de ingehouden stijl en vele cliffhangers zorgen er juist voor dat alle gruwelijke gebeurtenissen hard binnenkomen en dat het moeilijk is om het boek weg te leggen. Het gevaar om het te sensationeel te maken ligt daarbij op de loer, maar in die val trappen de schrijvers niet. Het ingehouden proza zorgt er ondanks de gruwelijkheden juist voor dat je doorleest en doorleest en doorleest.