OPERA Twijfels bij Doctor Atomic

Alles bruist en trilt

In Doctor Atomic van John Adams en Peter Sellars staat Robert Oppenheimer centraal. Komt deze voorstander van de vooruitgang maar uitvinder van de vernietiging in het overmoedige project tot zijn recht?

IN DE KOUDE WOESTIJN vlak voor zonsopgang werd de grijze ochtend van 16 juli 1945 opgelicht door een gigantische vuurbal. Een explosie met een kracht gelijk aan ruim 6500 kilo TNT vulde de horizon en produceerde een grote hoeveelheid licht, gas en rook in de vorm van een enorme paddenstoel. De allereerste atoombomexplosie was een feit. ‘Een smerig en ontzagwekkend schouwspel’, noemde de testleider de kernproef in de Amerikaanse staat New Mexico. Fysicus J. Robert Oppenheimer, leider van het geheime laboratorium in Los Alamos, herinnerde het zich vele jaren later nog goed: 'We wachtten tot de klap voorbij was, kwamen uit de schuilkelder en toen werd het heel plechtig. We wisten dat de wereld was veranderd. Sommigen lachten, anderen huilden. De meesten waren stil. Mij schoot een zin uit de Bhagavad Gita, een hindoegeschrift, te binnen: “Nu ben ik de Dood geworden, vernietiger van werelden.” Volgens mij dachten we er allemaal ongeveer zo over.’
De explosie noch die beroemde uitspraak van Oppenheimer is terug te vinden in Doctor Atomic. Toch staat in die opera van componist John Adams en regisseur Peter Sellars de wetenschapper Oppenheimer centraal, in de benauwde uren voorafgaand aan de atoomtest. De opdracht tot het schrijven van deze opera kwam van de San Francisco Opera. 'Een Amerikaanse Faust’ was het ambitieuze idee van general director Pamela Rosenberg, die zo hoopte de populaire John Adams binnen te halen. Aanvankelijk had Adams naar eigen zeggen geen opera meer in zich, na Nixon in China (1988) en de omstreden The Death of Klinghoffer (1991) - in de Verenigde Staten alleen al controversieel omdat Adams zich hier durft te verplaatsen in de Palestijnen die een cruiseschip kapen.
Maar het idee van Rosenberg bleek te aantrekkelijk voor Adams. Doctor Atomic ging in 2005 in San Francisco in wereldpremière (de Europese première vond plaats bij De Nederlandse Opera in 2007; die productie is op dvd verkrijgbaar). De term 'Faust’ viel in de recensies voortdurend, als verwijzing naar de briljante wetenschapper die zijn ziel verkoopt aan de duivel in ruil voor kennis en macht. Gezien de oorspronkelijke opera-opdracht en receptie daarvan is het des te opmerkelijker dat Adams zélf achteraf ontkende van Oppenheimer een faustiaans figuur te hebben gemaakt. 'Ik wilde niet dat deze opera met een dergelijke grote bagage de wereld in werd geholpen’, eraan toevoegend dat een dergelijke simplificatie ook geen recht zou doen aan het complexe karakter van Robert Oppenheimer.
Heeft Adams die keuze goed ingeschat? Het uiteindelijke resultaat, waarbij de makers kozen voor een verweving van mythe en realiteit, laat toch te wensen over, en werd door sommige critici zelfs keihard de grond in geboord.

OPPENHEIMER was een kleurrijk figuur. Hij werd in 1904 geboren uit joodse ouders die eind negentiende eeuw naar de Verenigde Staten waren verhuisd. Hij studeerde scheikunde in Harvard, blonk vooral uit in theoretische natuurkunde maar toonde ook een grote liefde voor Engelse en Franse literatuur, voor zijn ranch in New Mexico en voor kettingroken. Voor het communisme koesterde hij sympathieën, al werd hij nooit lid van de communistische partij. Hij beheerste zes talen waaronder Sanskriet en Nederlands. De mogelijkheid om op gepaste en minder gepaste momenten de grote dichters te citeren bleef nooit onbenut. Hij zou de boeken in zijn gegaan als een briljant, charismatisch en tikje excentriek wetenschapper zoals er wel meer zijn, als hij niet ook nog in 1942 een levensbepalende stap had gezet: hij accepteerde een zeer hoge wetenschappelijke post binnen het Manhattan Project, een door president Roosevelt geïnitieerde, miljarden dollars kostende operatie waarbij op grote schaal en in het diepste geheim werd gezocht naar de mogelijkheden tot het bouwen van een atoombom. Jeremy Bernstein schrijft in zijn biografie over Oppenheimer dat zonder de koelbloedige en adequate leiding van Oppenheimer de Tweede Wereldoorlog 'for better or worse’ zonder atoomwapens zou zijn beëindigd: 'They would not have been ready.’ Een prikkelende gedachte (waar wel wat op valt af te dingen).
Na de oorlog werd het leven van Oppenheimer beheerst door het onwrikbare feit dat de atoombom wel degelijk was ingezet tegen Japan. Oppenheimer werd een groot voorstander van een overkoepelend orgaan als de Verenigde Naties ter beheersing van het nieuwe wapen. Toen het Manhattan Project publiekelijk bekend werd, overkwam de wetenschapper hetzelfde en verscheen zijn knappe kop op de covers van Time en Life. De FBI had Oppenheimer reeds veel langer in het vizier wegens zijn vermeende 'linkse sympathieën’, en schaduwde hem al sinds vóór de oorlog. Het is bijna niet voorstelbaar dat een door de veiligheidsdienst verdachte man aan de leiding stond van het meest geheime wetenschappelijke project van de VS. Maar de anticommunistische stemming bereikte ook pas in de vroege jaren vijftig onder senator Joseph McCarthy een hoogtepunt. Tijdens een vernederend verhoor van de House Un-American Activities Committee moest Oppenheimer toegeven contacten met communisten te hebben onderhouden in de jaren dertig. Het hielp ook niet dat hij enkele vijanden had gemaakt; de fysicus Edward Teller, die eerder geen steun van hem had gekregen bij zijn onderzoek naar de waterstofbom, getuigde maar al te graag tégen Oppenheimer. De tamelijk ridicule aantijging vanuit een andere hoek dat Oppenheimer een sovjetspion was, kon niet worden hardgemaakt - al bleek jaren later dat de KGB hem wel degelijk had willen rekruteren. Oppenheimer was niettemin publiekelijk te schande gemaakt en pas vlak voor zijn dood gerehabiliteerd. In 1967 overleed de kettingroker aan keelkanker; bij zijn begrafenis klonk Strawinsky’s atonale Requiem Canticles, een van Oppenheimers favoriete composities.

STOF GENOEG VOOR EEN TONEELSTUK (van Heinar Kipphardt), een miniserie (van de BBC) of een spannende film (nog niet gemaakt; wellicht ooit met David Strathairn in de hoofdrol?). En sinds 2005 is er dus een opera. Historische onderwerpen liggen wel vaker ten grondslag aan opera, al dan niet als achtergrond waartegen verboden liefdes kunnen opbloeien en afsterven. Een meer gedetailleerde, realistische, op feiten gebaseerde benadering van een 'waar gebeurd verhaal’ loopt binnen het genre al snel het gevaar aan geloofwaardigheid in te boeten. Zingende wetenschappers, een wagneriaanse orkestpartij? Dat vraagt al snel om mythologisering van het onderwerp. De makers van Doctor Atomic hebben de mythe echter halfhartig omarmd. Het eindresultaat hinkt op twee gedachten, waardoor de opera ondanks publieke successen ook een gevoel van mislukking meedraagt.
'Kunst heeft, net als wetenschap, beperkingen’, zegt regisseur Peter Sellars naar aanleiding van de vraag waarom de testexplosie en de oorlogsverschrikkingen in de opera niet worden getoond. 'De horror van oorlog kun je niet zomaar overbrengen, Samuel Beckett sprak niet voor niets over “The Unspeakable”. Wij kozen voor een klein raam, de 24 uur voorafgaand aan de eerste test. Het publiek weet ondertussen al wat er daarna gebeuren zal. Vergelijk het met Grieks drama, waarbij de toeschouwers al kennis hadden van de uitkomst van die mythologische verhalen. Met die kennis in het achterhoofd is het interessant om stap voor stap terug te blikken. Het publiek heeft genoeg explosies gezien. De vraag is eerder “waarom”: waarom waren deze intelligente mensen toch gedreven om het meest krachtige wapen in de geschiedenis te maken?’
Sellars motiveert zo op overtuigende wijze de keuze om de invalshoek sterk te beperken en daarbij de hamvraag te stellen over de verantwoordelijkheid van wetenschappers tegenover de mensheid. Mag alles maar worden uitgevonden, simpelweg omdat het uitgevonden kán worden? Oppenheimer hield in november 1945 in Los Alamos een afscheidsrede waarin hij het dilemma van zijn eigen wetenschappelijke team verwoordde: 'Er was in de eerste plaats de grote zorg dat onze vijand deze wapens eerder zou voltooien - en dat zonder die wapens de oorlog misschien niet gewonnen zou worden. Die noodzaak werd minder groot toen duidelijk werd (na de overgave van Duitsland - fd) dat we de oorlog toch wel zouden winnen. Sommigen van ons waren gemotiveerd door nieuwsgierigheid en door een gevoel van avontuur, en terecht. Weer anderen vonden dat de feitelijke mogelijkheid van een atoomwapen niet ongerealiseerd in de lucht mocht blijven hangen en dat de VS de beste plek was om met zo'n atoomwapen tot een redelijke oplossing te komen, zonder al te grote rampen.’ Toen voegde hij toe: 'Maar de eigenlijke reden om tot een atoomwapen te komen, was een organische noodzaak. Als wetenschapper kun je zoiets niet tegengaan, dan geloof je dat het goed is om uit te vinden hoe de wereld werkt; dat het goed is om aan de mensheid de mogelijkheid te laten om de wereld te beheersen, and to deal with it according to its lights and its values.’
Is dit de Oppenheimer die we ook in Doctor Atomic terugzien? Een intelligente wetenschapper met een ietwat paradoxale naïeve kijk op de wereld, iemand die gelooft in vooruitgang en wetenschap maar ook koste wat het kost resultaten wil boeken en uiteindelijk wordt geconfronteerd met de grootst mogelijke destructie? Ja en nee. Slecht teken: controverse ontstond na de première niet rond een hernieuwde discussie of de atoombom had moeten worden uitgevonden, maar werd eerder ingegeven door de vraag welk aspect in Doctor Atomic overheerste: de mooie muziek of het lelijke libretto.
Bijna unaniem is de partituur geprezen. Energie is het sleutelwoord, alles bruist, trilt en schiet weg onder hoge druk. Momenten van verstilde schoonheid hebben een sublieme kwaliteit, in die zin dat de huivering altijd voelbaar blijft. Het dissonante ijzeren gehamer van de opening doet sterk denken aan Die Soldaten van Zimmermann, nog een opera over oorlog waarin die oorlog niet letterlijk wordt getoond. Wat je ook zelden hoort in modern muziektheater: een aria die uitgroeit tot een echte hit, in dit geval Batter My Heart, Three Person’d God, door Oppenheimer gezongen aan het eind van de eerste akte. Een zinderend moment: Oppenheimer wordt vlak voor de test geconfronteerd met de fysieke aanwezigheid van de atoombom, en in een moment van vertwijfeling schiet hem een sonnet van John Donne te binnen waarin de onzekere ik-persoon God oproept zich te duidelijk manifesteren. 'Kastijd mijn hart, drievoudig God (…) gooi me omver zodat ik op kan staan, gebruik uw kracht om te breken, branden en mij nieuw te maken.’
Het is een zeldzaam moment van dramatische grandeur, waarin de twijfel doorklinkt in de faustiaanse wetenschapper, met bovendien een historische relevantie: Oppenheimer noemde de plek van de test 'Trinity’, als verwijzing naar ditzelfde sonnet.
Maar wat te denken van zangteksten als 'I’m leaving for my station at North-10,000’, of 'we surround the plutonium core from thirty two points spaced equally around its surface’ of zelfs 'his calculations showed that even the extreme pressures and temperatures reached in the interior of our explosion will not be high enough to fuse the hydrogen with either nitrogen or helium’? Dergelijke zinnen zijn het resultaat van de keuze om het libretto zoveel mogelijk samen te stellen uit rapporten, getuigenissen en transcripties, gecombineerd met de poëzie die Oppenheimer aan het hart lag. 'Radicaal maar verrassend werkbaar’, noemde Adams die keuze, die werd gemaakt nadat de oorspronkelijke librettiste Alice Goodman (mede verantwoordelijk voor Adams’ eerdere opera’s) om schimmige redenen voortijdig was opgestapt. De overmoed van regisseur Sellars om het libretto dan maar zelf samen te stellen, werd door de Amerikaanse pers gretig gekraakt. Geen karakterontwikkeling, een gebrek aan structuur en een overdaad aan pretentie, zo klonk het luid. Oppenheimer blijft nu een raadselachtig figuur, die in een zwak moment twijfels toont maar nauwelijks ontwikkeling doormaakt. En wie zet er nu een eindeloze reeks feitjes en citaten op muziek?
'Een libretto is geen programmaboek!’ aldus het teleurgestelde commentaar. Sellars had een soort metaforische 'memory space’ willen creëren, maar kwam met een documentaire vol voetnoten. Zijn mild pathetische regie hielp daarbij ook niet. 'Motherhood = good; nuclear weapons = bad. Hey, thanks man!’ Aldus de samenvatting van een recensent, naar aanleiding van een scène waarin de bom omineus achter een wieg bungelt.

WAAR DE EERSTE AKTE een bij vlagen opwindend relaas is van de aanloop naar de test, met een beschouwelijke scène op tekst van Baudelaire als rustpunt, verzandt de tweede akte in stuurloos antitheater, waarbij de mythische tegenstelling tussen vrouwelijk (zacht, lyrisch, moreel bewust) en mannelijk (zakelijk, gedreven, materialistisch) ondertussen wel heel kunstmatig wordt opgevoerd, om nog te zwijgen van de quasi-diepzinnige aanwezigheid van een indiaanse vrouw die als een soort alwetende wagneriaanse Erda boven de handeling lijkt te staan.
De makers hadden wellicht een scherpe keuze moeten maken tussen het preciezer navertellen van de geschiedenis, of het scheppen van een krachtige nieuwe mythologie. Maar dat is natuurlijk makkelijk gezegd. Wie voor een historische benadering kiest, moet de rol van Oppenheimer relativeren, en kan eigenlijk niet om het feit heen dat 'Trinity’ slechts één onderdeel van het Manhattan Project was, dat het hier bovendien ging om een plutoniumtest, terwijl de bom die allereerst boven Hiroshima werd gedropt een elders ontwikkelde uraniumbom was met een net zo grote destructieve kracht als de daaropvolgende plutoniumbom boven Nagasaki; dat atoomsplitsing bovendien al in het Duitsland van de jaren dertig was uitgevonden en onder natuurkundigen dankzij honderden publicaties inmiddels een algemeen bekend gegeven was (niets geen faustiaans pact); en dat ook zónder kernwapens er al een vergelijkbare massale verwoesting van Tokio en andere steden had plaatsgevonden middels brandbommen. Die historische gegevens zijn voor een effectief libretto wel erg gruwelijk en tegelijkertijd veel te genuanceerd.
Hadden de makers dan toch onverschrokken voor de 'Amerikaanse Faust’ moeten gaan? Een gedramatiseerd portret van de geniale wetenschapper die zijn geweten verkoopt, dankzij een pact met de Amerikaanse overheid de hoogste vorm van wereldkennis vergaart en vervolgens genadeloos ten val wordt gebracht, wellicht nog met kans op redding door een vergevingsgezinde Gretchen? Of is het vanuit het thema out of control nog interessanter om hem als een moderne doctor Frankenstein te zien, nog zo'n geniale wetenschapper wiens creatie niet te controleren blijkt, wiens monster wraak neemt op zijn maker? De ondertitel van Mary Shelley’s Frankenstein luidt veelzeggend The Modern Prometheus, een verwijzing naar de Titaan die het vuur uit de hemel stal en aan de mensen gaf, en hiervoor eeuwig werd gestraft.
Of onversneden mythevorming tot een betere opera had geleid blijft een open vraag; het creatieve team begon - inclusief Goodman - met een dergelijke brede opzet, die door henzelf als 'te groot’ weer werd afgewezen. De controle behouden op zoiets complex als een operaproject blijft eeuwig moeilijk. Wie het Koninklijk Concertgebouworkest in maart de Doctor Atomic Symphony hoort spelen, hoeft in elk geval niet rauwig te zijn dat tekst en regie achterwege blijven. Adams condenseerde zijn operapartituur in deze symfonie tot een wilde rit van twintig minuten, in de woorden van musicoloog Robert Fink 'one of the best rollercoasters in sound classical music has to offer’. Meeslepende muziek, zonder pretenties, maar mét behoud van die lyrische aria Batter My Heart, omgeschreven voor trompetsolo. John Adams is nog altijd een van de meest opwindende componisten van dit moment - wat vooral opvalt zonder afleiding van bungelende bommen.