Het blijft een magisch gegeven. Zittend achter mijn bureau, met slechts een kleine beweging van mijn wijsvinger, haal ik de hele wereld binnen. Daarbuiten gebeurt het. Bosbranden in Griekenland, illegale wapensmokkel in Amerika, demonstraties bij een prikbus. Grenzen verdwijnen, ik ben overal bij zonder dat ik me hoef te verplaatsen. Ik zie vluchtelingen uit zee lopen, lees iets over de gemankeerde democratie, over krijgsheren van de Taliban, zie op Facebook de vakantiefoto’s van iemand die ik niet ken, en hier drinken we een cocktail op het strand! Het zijn parallelle werelden die hier, bij mij, samenkomen, het gebeurt allemaal nu, terwijl ik verstild en versteend in het blauwe licht van mijn tablet, telefoon of laptop naar een scherm staar.

‘You no longer have to be anywhere in order to do everything’, zei Marshall McLuhan in de jaren zestig. Hij had het over de effecten van elektronische media, van radio en tv, maar wordt op basis daarvan ook beschouwd als degene die de komst van het wereldwijde web voorspelde.

En nu wil Mark Zuckerberg een zogenoemd metaverse bouwen. Een ‘belichaamd internet’ noemt hij het zelf: je kijkt er niet naar, maar wordt erdoor omringd. De informatie komt los van het scherm, met behulp van virtual reality en hologrammen wordt over de fysische werkelijkheid een virtuele laag gelegd. Wie wel eens Star Trek heeft gekeken, en dat hoop ik van harte, kent zo’n metaverse als het Holodeck: met één druk op de knop veranderen grijze loodsen hier in paleizen, tropische stranden of verre planeten.

Het is een logisch vervolg van wat er al is, maakte een rapport van het Pew Research Center en Elon University in 2013 al duidelijk. Voor dat rapport, Killer Apps in the Gigabit Age, werden 1464 wetenschappers en experts gevraagd wat ze verwachtten van de toekomst van internet, als de verbindingen eenmaal zo snel zijn geworden dat ze nooit meer haperen. Iedereen was het erover eens dat de aanwezigheid van virtuele omgevingen explosief zal toenemen.

2025 was destijds het ijkjaar. Tegen die tijd, stelde het rapport, zullen gamen, winkelen en porno kijken een 3D-ervaring zijn geworden. Net als werken, leren en fitnessen. We hoeven niet meer naar kantoor, kinderen niet meer naar een leslokaal, gezondheidsadepten niet meer naar een zweterige sportschool; nog even en we halen elke omgeving onze huiskamer binnen.

Het huis lijkt overvol, al zijn we alleen. We zijn een projectie in elkaars leven

Inclusief elkaar, vulde de BBC-wetenschapspresentator James Burke aan in datzelfde jaar. In de toekomst, voorspelde hij, zul je nauwelijks nog de deur uit gaan. Je woning zal de wereld worden. Je zal er naar het museum gaan, naar het theater: niet van echt te onderscheiden 3D-hologrammen van de beste acteurs en actrices uit de geschiedenis zullen er Hamlet spelen terwijl jijzelf onderuitgezakt op de bank hangt. Je bekijkt het nieuws niet meer van afstand, maar staat er middenin. Op de Gazastrook, in het publiek tijdens een speech van de grote Chinese leider, je ziet het live en direct. Je skypet niet meer met je vrienden, ze verschijnen als hologrammen naast je. En jij bij hen. Hetzelfde geldt voor feestjes en diners: de gasten zitten virtueel bij elkaar aan tafel. Als in een conference call, maar dan met een levensecht beeld erbij. Het huis lijkt overvol, ook al is iedereen in werkelijkheid alleen. We zullen een projectie in elkaars leven zijn geworden.

McLuhan beschouwde alles wat de mensheid ooit gemaakt en ontwikkeld heeft als een technologisch hulpmiddel. En die hulpmiddelen, stelde hij, zijn altijd een verlengstuk van het menselijk lichaam. Technologie verbetert en versterkt wat we zelf al bezitten. Het maakt ons sterker, sneller en slimmer. Een mes, bijvoorbeeld, is een verbetering van onze nagels. Een mand van onze handen. De stoommachine van onze spierkracht. En elektronische media, was McLuhans belangrijkste punt, zijn een verbetering van ons brein. Dat is hoe hij in feite internet al voorspelde, omdat dit een medium is dat net als televisie de reikwijdte van onze ogen en oren versterkt. Het enige wat ontbreekt is tast.

Dit is hoe het tegenwoordig is: de online tweets, artikelen, petities, grappen, foto’s en filmpjes vormen een maalstroom waar we (bijna) allemaal op aangesloten zijn. Miljoenen breinen vormen samen een superbrein. Een superbrein waarin wij de neuronen zijn die voortdurend informatie op elkaar afvuren, aan elkaar doorgeven, die alle impulsen verwerken. Onze zintuigen zijn buiten onszelf komen te liggen, we worden geraakt en bewogen door gebeurtenissen die zich op duizenden kilometers afstand afspelen. Door een foto van een verdronken vluchteling of een filmpje van een geit die speelt met een kip.

‘You no longer have to be anywhere in order to feel everything’, zou je McLuhan kunnen parafraseren.

Maar als technologie inderdaad een verlengstuk van ons lichaam is, dan is met een toekomstig metaverse de cirkel rond. Wat begon met een uitbreiding van het lichaam eindigt bij de opsluiting erin. Als de grens tussen echt en onecht vervaagt, tussen droom en realiteit, als we ons overal en nergens kunnen bevinden zolang er maar een goede internetverbinding is, zal het enige dat nog werkelijk tastbaar is, en misschien ook het enige dat daarom nog te vertrouwen is, ons eigen lichaam zijn. Mijn huid, mijn handen, mijn hartslag.