Hoofdcommentaar: Afgrond Nederland

Alles draait door

Nederland balanceert al sinds begin 2002 op de rand van de afgrond. Het is twee voor twaalf, al anderhalf jaar lang. Dat is althans het beeld uit de laatste twee verkiezingscampagnes. Als er niet snel oplossingen zouden komen voor problemen in zorg, onderwijs, veiligheid en integratie van allochtonen en als niet snel een manier gevonden werd om de economie vlot te trekken, dan zou er van het Hollandse paradijs niet veel meer over zijn. Sommige partijen schuwden groteske en beschamende vergelijkingen geenszins: zonder draconische maatregelen zou «ons land» afglijden naar een niveau waarvoor een derdewereldland zich moest schamen. Het is april 2003 en Nederland bestaat nog altijd. Op scholen wordt les gegeven, in ziekenhuizen geopereerd en het Openbaar Ministerie brengt de ene na de andere geruchtmakende zaak voor de rechtbank.

Maar een volwaardig kabinet is er niet. Ondanks de kennelijke noodzaak tot duidelijke en daadkrachtige maatregelen, tot een beleid dat anders en beter moest, is Nederland politiek gezien al ruim een jaar stuurloos.

Haagse topambtenaren klagen steen en been dat ze niets te doen hebben. Tegen hun gewoonte kunnen secretarissen-generaal soms om vijf uur naar huis. Op vrijdag, de dag waarop de ministerraad vergadert en ter ondersteuning van de bewinds lieden op departementen vaak veel werk verzet moet worden, nemen de hoogste bazen de laatste tijd soms een dagje vrij. Onbestaanbaar in normale tijden. Maar omdat een demissionair kabinet geacht wordt slechts «op de winkel te passen» en dus maar weinig gevoelige of ingewikkelde dossiers in de ministerraad over tafel gaan, heeft de ambtelijke top wat extra tijd om van het mooie weer te genieten.

In de iets lagere echelons op departementen wordt een stuk minder geklaagd. Daar wordt het veelal als een verademing gezien dat de BV Nederland even zonder politieke bemoeienis draaiend kan worden gehouden. Alle begrotingen voor 2003 zijn tenslotte eind vorig jaar door het demissionaire kabinet door de Kamer geloodst. Om die reden maakt bijvoorbeeld het Centraal Planbureau zich vooralsnog geen zorgen over de demissionaire status van het kabinet. Voor de (economische) toekomstverwachtingen is het belangrijker te weten hoe lang de oorlog in Irak duurt dan hoe lang een nieuw Nederlands kabinet op zich laat wachten. Voor 2004 wordt inmiddels op de meeste departementen alweer hard gewerkt aan nieuwe begrotingen en zelfs aan nota’s waarin toekomstige bewindslieden — naam of politieke kleur onbekend — «hun» visie op het beleid uit de doeken doen. Slechts op details kan de aanstaande minister of staatssecretaris straks nog een eigen stempel op het beleid drukken. Het ambtelijk apparaat blijft draaien, ook zonder kabinet. Niettemin spreken werkgevers- en werknemersverenigingen over een «stuurloze» situatie die niet langer mag voortduren. Er zijn nú ingrijpende maatregelen nodig om vooral de steeds verder in het moeras zakkende Nederlandse economie te stimuleren. De werkloosheid rijst de pan uit en de economische groei blijft achter bij die van andere EU-landen. De Raad voor Werk en Inkomen (RWI) lanceerde een heus «vacatureoffensief», maar kreeg uit Den Haag slechts te horen dat het CDA het overleg orgaan voor de arbeidsmarkt wilde opheffen. Veel te laat kwam het demissionaire kabinet volgens de RWI met de benodigde vijf miljoen euro over de brug. Voorzitter Jan van Zijl suggereerde in de NRC dat deze vertraging van weken straks is terug te zien in de groeicijfers van de economie. De economie wordt nodeloos geschaad door het Haagse bestuurlijk vacuüm.

Er moet geïnvesteerd worden in de «kenniseconomie», roepen werkgevers- en werknemersverenigingen, het zorgstelsel en het pensioenstelsel moeten op de schop en er moet eindelijk eens iets gebeuren met het WAO-akkoord van de Sociaal-Economische Raad. Maar welke maatregelen nu genomen zouden moeten worden om de economie weer aan te zwengelen, daarover blijven ze vaag. Ze weten het zelf waarschijnlijk ook niet. Bovendien blijken sommige Haagse dossiers best gebaat bij een onbedoeld beleidsmoratorium. Ondanks de beroerde arbeidsmarkt is de instroom in de WAO de laatste tijd niet dramatisch toegenomen maar zelfs verkleind. Voor een deel profiteert het demissionaire kabinet-Balkenende hierbij, net als in het asielbeleid, van aanscherpingen die onder het tweede paarse kabinet tot stand zijn gekomen en nu de eerste vruchten beginnen af te werpen. Voor een deel ook wordt winst geboekt door meer aandacht bij ambtenaren voor een effectieve uitvoering van het beleid. Regelmatig waarschuwt de Algemene Rekenkamer dat politici ten onrechte meer belangstelling hebben voor blauwdrukken en toekomstvisies dan voor de uitvoering.

Mede hierom zijn het de finest hours van de postmoderne bestuurskundige Paul Frissen. Met boeken als De virtuele staat probeert hij al jaren aan te tonen dat de politiek de facto overbodig is omdat macht en invloed zijn verplaatst naar andere gremia en het buitenland. De radicale en ietwat cynische opvattingen van Frissen werden enkele jaren geleden door veel politici geridiculiseerd of verketterd. Nu Nederland ruim een jaar zonder kabinet verkeert en voor het oog probleemloos doordraait, lijkt zijn stelling zo gek nog niet.

Maar leuk is het niet. Want macht die niet democratisch is gelegitimeerd, is niet iets om na te streven. Alleen al daarom is er haast met de formatie van een nieuw kabinet.