Alles draait om de nanny

Bij Slimani is er een ‘ongetemde vertelling’ met een nanny als soldaat. Een sterk personage, helaas gevangen in het keurslijf van de thriller.

Medium s slimani  lei%cc%88la cr catherine he%cc%81lie editions gallimard
Leïla Slimani heeft een fijn ontwikkelde sensitiviteit voor de fricties in het moderne bestaan © Catherine Hélie / Editions Gallimard

Een roman kan je doen ervaren hoe dubbelzinnig de ons omringende realiteit is, hoe ambivalent, verrot en mooi tegelijk, schimmig en scherp. Hoe onduidelijk vooral. Tegelijkertijd worden romans vaak geschreven vanuit de behoefte aan een verhaal, een duidelijk verhaal. En gelezen ook. Al is de een zijn bestseller de ander zijn nachtmerrie, de communis opinio over wat een ‘echt goed boek’ is, is best helder. Zo’n echt goed boek is een beetje moeilijk – die moeilijkheid zit dan soms in de stijl, of het register van het vertellende hoofdpersonage, maar meestal in de compositie of chronologie van de vertelling – en heeft tegen het eind een openbaring in petto die de lezer achterlaat met een bevredigd gevoel. Hij heeft het ondanks de moeilijkheid gesnapt. Er is iets opgelost, sterker nog: het lezen van het boek heeft hem de sensatie opgeleverd dat voor even de dingen op hun plaats vielen.

Die goeie boeken zijn mij vaak te rond, te bedacht en te moralistisch. Liever word ik de wildernis in gestuurd door een schrijver die formuleert als geen ander, en die observeert met sardonische humor en intens medelijden. In de roman Een zachte hand van Leïla Slimani, winnaar van de belangrijkste literaire prijs van Frankrijk vorig jaar, zit zo’n ongetemde vertelling verborgen. Slimani, geboren in Rabat en sinds haar zeventiende Parijzenaar, geeft er in haar roman blijk van goed om zich heen te kijken, en een fijn ontwikkelde sensitiviteit te hebben voor de fricties in het moderne bestaan, de hang naar perfectie, de onderdompeling in narcisme, het vluchten in ambitie. Daarnaast heeft ze oog voor de toenemende kloof tussen sociale klassen in bijvoorbeeld een wereldstad als Parijs, waar de ene klasse zijn luxueuze bestaan bouwt op de malaise, en horigheid, van de andere. Maar vooral in dat laatste zit ook iets geforceerds, alsof ze te zeer die ‘goeie’, geëngageerde roman wilde schrijven. De moralistische strekking ervan maakt haar in ieder geval een dankbaar object om te interviewen, niet als schrijver, maar als expert op het gebied van maatschappelijke verhoudingen. Maar misschien zit ik spijkers op laag water te zoeken, ik weet het niet. Dat ‘ik weet het niet’ antwoordt zij zelf immers ook als een interviewer haar vraagt wat haar hoofdpersonages beter hadden kunnen doen.

Een zachte hand gaat over een jong, hard werkend stel met twee kleine kinderen, Paul en Myriam. Opdat Paul zijn veeleisende werk kan blijven doen, en Myriam haar gestrande carrière in de advocatuur weer kan oppakken, huren ze oppas Louise in, een blonde magere vrouw van onbestemde leeftijd met uitstekende referenties. Louise duikt vol in het gezinsleven, blijkt idealer dan ooit gedroomd, kookt en bakt, organiseert partijtjes, de kinderen kunnen al gauw niet meer zonder haar. Als het vertelperspectief bij Louise komt te liggen, drijft een heel ander verhaal naar boven. Het verhaal van haar eigen leven, getekend door armoede, uitbuiting, en een ongelukkig gezinsleven. Hoe meer ze schittert in het leven van anderen, hoe groter de puinhoop in het eigen leven wordt, totdat de knoppen langzaam maar zeker bij haar doorslaan, zeker als Paul en Myriam terugtrekkende bewegingen jegens haar proberen te maken.

In de onschuldige gebaren van de dochter ziet Louise ‘de kiem van een nervositeit die vrouwen eigen is, en de hardheid van een bazin’

De gruwelijke gevolgen daarvan heeft Slimani al in de eerste regel van haar roman gevat. Ik vind dat jammer, zowel het feit dat de rest van de roman zich laat lezen als een opmaat tot die verschrikkelijke clou, als het feit dat ze dacht dat ze dit sensationele gegeven nodig had. In een interview zegt ze dat ze een eerdere versie saai vond, en dat ze op zoek naar meer drama blij was toen ze een nieuwsbericht las over een oppas in New York die twee kinderen had vermoord.

Het ‘echte’ drama doet ze daarmee te kort, het drama van het ouderschap. Hoe te schipperen tussen zelfontplooiing en altruïsme, dat is de opdracht waarvoor ouders zichzelf geplaatst zien. In hoeverre ben je bereid je oude, kinderloze bestaan op te geven? Hoe katapulteer je een nieuw mens de ruimte in? Niet alleen vanuit je eigen behoeftes gezien, maar ook vanuit een maatschappelijke plicht. Juist deze kwesties zijn vaak te pijnlijk, en te diffuus ook, om aan het oppervlak te komen, en kunnen in een roman hun vage veelkantigheid behouden. Slimani schrijft een prachtige scène waarin Myriam op de school van haar dochter op het matje wordt geroepen door de onderwijzeres die haar verwijt dat kinderen thuis alleen maar ‘schiet op!’ te horen krijgen, en dat ze op school hun angsten en verlatenheid afreageren. Door de ogen van Louise worden de moeders beschreven die ’s ochtends vroeg hun baby’s afleveren op de crèche, als een leger van ‘jachtige, trieste vrouwen’ die achter de deur blijven staan luisteren hoe hun kinderen weer de wereld in moeten. In de onschuldige gebaren van de dochter van Paul en Myriam ziet Louise nu al ‘de kiem van een nervositeit die vrouwen eigen is, en de hardheid van een bazin’.

Louise wordt beschreven als een ‘soldaat’, die hoe dan ook doorgaat, ‘als een dier, als een hond waarvan gemene kinderen de poten hebben gebroken’. Een sterk, raadselachtig personage met een tamelijk nietsontziende blik, door haar geestelijke moeder jammer genoeg uitgeleverd aan een thrillerachtig gegeven.

Vertaald uit het Frans door Gertrud Maes. Nieuw Amsterdam, 191 blz., € 19,99