De stem van Nederland op tv

«Alles draait om kijkcijfers»

Onlangs zond SBS6 voor het eerst ‹De stem van Nederland› uit. Dit actualiteitenprogramma zou door «het volk» zijn gemaakt, niet door journalisten. Mediahistoricus Huub Wijfjes en politicoloog Philip van Praag keken er kritisch naar.

Onder de veelzeggende naam De stem van Nederland lanceerde Fons van Westerloo vorige week een programma dat volgens het persbericht «op zoek gaat naar zaken die Nederland werkelijk bezighouden. (…) Geen door journalisten bedachte onderwerpen, maar aandacht voor de items die onder de bevolking leven.»

Huub Wijfjes, mediahistoricus aan de Rijksuniversiteit Groningen, en Philip van Praag, politicoloog aan de Universiteit van Amsterdam, keken naar de eerste uitzendingen. De eerste indruk?

Wijfjes: «Voor intellectuelen is dit programma heel banaal. Volstrekte onzin, eigenlijk.»

Wijfjes stoorde zich aan de vele verwijzingen naar «het volk». «Wie is dat, het volk? De LPF spreekt ook graag in dergelijke termen, hoewel die partij tijdens de verkiezingen slechts een vijfde van de stemmen heeft behaald. Vier vijfde van de bevolking is het dus niet met ze eens. Dat deze mensen zeggen de mening van het volk te verkondigen, is pure volksverlakkerij.»

Wie is dan «het volk»? Volgens Van Praag is dat de doelgroep waar het SBS Actienieuws zich op richtte: een 28-jarige bouwvakker en zijn 26-jarige vriendin die kapster is. Ze zijn geïnteresseerd in criminaliteit, seks, auto’s, fraude en rampen.

De stem van Nederland bevat korte reportages gelardeerd met spannende muziekjes en dramatische, filmische zwart-witbeelden van dreigende gebeurtenissen. Ze worden gevolgd door meningen van een opinion leader en opiniepeilingen van Maurice de Hond.

In deze peilingen meet De Hond — zo meldt het persbericht — «of de meningen van de autoriteiten ook overeenkomen met die van de kijker thuis». Wijfjes heeft zo zijn twijfels over de kwaliteit van de peilingen.

Wijfjes: «Ik weet niet waarop die peilingen zijn gebaseerd. Een representatieve steekproef? Daarvoor heb je een speciaal apparaat nodig. Dat kan hij volgens mij niet zomaar even voor de uitzending doen.»

Maar Van Praag acht het goed mogelijk dat de peilingen een redelijk beeld geven van de opvattingen van de Nederlanders.

Van Praag: «De Hond heeft een groot bestand met e-mailadressen waaruit hij dagelijks een steekproef trekt. Bekende onderzoeksbureaus werken ook vaak zo. Maar De Hond meet impulsieve en ondoordachte reacties. Het zou beter zijn om de stemmers de argumenten pro en contra te tonen voordat ze hun mening geven.»

In de eerste week passeerden kogelbrieven, seks op de filmset, dwangvoeding voor Volkert van der G. en overlast van junks in Delfshaven de revue. In de tweede uitzending behandelt het programma een item over het verplicht stellen van dodehoekspiegels bij vrachtwagens. «De komende maanden zullen er waarschijnlijk nog tien doden vallen vanwege het ontbreken van dodehoekspiegels op vrachtwagens», begint presentator Ton van Royen dit item. Hij kruipt in de huid van «het volk», het drammerige, volhardende volk. Hij bedient zich van klare taal, spreekt over «de laksheid van de vrachtwagenchauffeurs» en zegt: «Hoepel op, Brussel».

Dan volgt een rondje van een verslaggeefster langs een aantal chauffeurs («Waarom heeft u niet zo’n spiegel, dat ding kost maar twintig euro?») en een verontwaardigde mening van opinion leader Kay van de Linde, vooral bekend als oud-campagneleider van Leefbaar Nederland. Hij meent dat Nederland de Europese regelgeving links moet laten liggen en direct moet overgaan tot invoeren van de spiegels. «Laat Europa maar eens uitleggen aan de families van die slachtoffers dat handel belangrijker is dan dertig doden per jaar.»

Na een peiling («Driekwart van het volk vindt dat de spiegel per direct verplicht moet worden gesteld») rondt Van Royen het item af met een interview met minister Roelf de Boer van Verkeer en Waterstaat.

Van Royen: «Bent u bereid om het tegen Brussel op te nemen en de spiegel per direct in Nederland in te voeren?»

Minister De Boer: «Nou, laten we wel zijn: Nederland heeft een voortrekkersrol gespeeld. (…) Er komt nu een Europese richtlijn met een invoeringstraject van 36 maanden. Wij gaan dat sneller doen: per 1 januari 2003 is de dodehoekspiegel verplicht in Nederland.»

Van Royen: «Maar minister De Boer, dat duurt nog een paar maanden. Er kunnen nog een paar doden gaan vallen. Riskeert u dat dan? De vraag luidt: waarom niet volgende week?»

Minister De Boer: «Ik ben met u eens dat iedere dode er een te veel is. En als ik de verhalen hoor, krijg ik er zelf ook kippenvel van.»

Van Royen: «Waarom dan nog vier maanden wachten?»

Minister De Boer: «We wachten niet vier maanden. Op dit moment heeft 75 procent van de Nederlandse vrachtwagens een dodehoekspiegel dan wel een camera gemonteerd. (…) Ik zou het uit de positiviteit willen benaderen. (…) Driekwart heeft inmiddels een dodehoek spiegel.»

Van Royen: «Maar een kwart nog niet. U bent van de LPF, u staat dicht bij het volk, nieuwe politiek, u komt voor het volk op, waarom niet — nogmaals — volgende week een dodehoekspiegel? U kunt dat doen, u bent minister. Van de LPF. Nieuwe politiek. Niet wachten op Brussel.»

Minister De Boer: «Ja…»

Van Royen: «Ja!»

Minister De Boer: «Ik zou dat heel graag doen…»

Van Royen: «Maar waarom doet u dat niet?»

En terwijl de minister praat over technische uitvoerbaarheid ratelt Van Royen dat de spiegels maar twintig euro kosten, dat de chauffeurs ze er alleen maar op hoeven te schroeven en dat het volk ook wil dat de spiegels per direct verplicht worden. Dat blijkt namelijk uit de enquête. De Boer stamelt verbouwereerd: «Ja, als u mij nu ook wat laat zeggen», waarop Van Royen zijn laatste vraag stelt.

Van Royen: «U ga-ran-deert dat per 1 januari de dodehoekspiegel verplicht is in Nederland?»

Minister De Boer: «Dat krijgt u nu van mij te horen.»

Wijfjes heeft vol verbazing naar het item gekeken. «Van Royen neemt geen interview af, hij stelt eisen. De Boer krimpt bijna in elkaar. Van Royen gaat met zijn verongelijkte toon volstrekt voorbij aan de praktische drempels. Het lijkt wel een toneelstukje.»

Van Praag ziet positieve kanten. «Het programma laat zien dat roepen en uitvoeren twee verschillende zaken zijn. De presentator doet een voorstel, waarop de minister uitlegt dat dit onuitvoerbaar is. Dit is een — bijna didactische — manier om de achterban te laten zien dat politiek niet eenvoudig is. De principes van een rechtsstaat kunnen niet stante pede worden aangepast.»

Wijfjes vreest dat de journalistiek van De stem van Nederland voortkomt uit winstbejag. «Dit programma is een marketingconcept. Alles draait om kijkcijfers. SBS ziet een gat in de markt. De zender heeft zich voorgenomen de toon van de LPF aan te slaan. Ruim een miljoen mensen hebben op die partij gestemd — als dit tv-programma een groot deel van hen elke dag kan bereiken, levert dat een goed marktaandeel en veel inkomsten op. Dat is de enige doelstelling van de commerciële zenders. Kijk naar de mensen die aan het programma meewerken: ze geloven zelf niet wat ze verkondigen.»

Het gevolg is volgens Wijfjes dat nieuws geen zaak meer is van principes maar een product waarmee een groot publiek tevreden moet zijn. «Kwalijk, want een nieuwsmaker moet niet de grootste gemene deler willen aanspreken.» Dat Fons van Westerloo achter het programma zit, maakt het extra pikant. «Bij de Avro was hij een behoudende en traditionele journalist, die geloofwaardigheid en betrouwbaarheid erg belangrijk vond. Dat heeft hij nu blijkbaar opgegeven.»

Wijfjes heeft kritiek op de eenzijdige berichtgeving. «Het lijken wel de stoottroepen van de LPF op televisie. Het is bijna propaganda. De programmamakers proberen een set denkbeelden te promoten in de setting van een nieuwsrubriek. Neem de eerste uitzending, waarin de populariteit van LPF-ministers werd gemeten. Dan gaat een SBS-mevrouw naar een buitenwijk van Spijkenisse, waar zorgvuldig geselecteerde mensen zeggen dat ze de LPF-ministers geweldig vinden.»

Maar deze beschuldiging gaat Van Praag te ver. «Zo werken alle programma’s met straat interviews, ook bijvoorbeeld het NOS Journaal.»

Wijfjes verwijt inderdaad óók de kwaliteitspers van eenzijdige berichtgeving. «De Volkskrant heeft tijdens de verkiezingscampagne weinig nagelaten om Fortuyn de grond in te schrijven. Dat leek op campagnejournalistiek. Veel kranten doen alsof ze objectief nieuws presenteren, maar intussen kiezen ze toch partij. Wat dat betreft heb ik meer waardering voor de programmamakers van SBS: die komen er openlijk voor uit dat ze partij kiezen.»

Toch blijft hij principieel: «Een journalist moet niet kiezen maar weergeven. Ook zaken die hem niet bevallen.»

Met de partijdigheid en eenzijdige berichtgeving valt het volgens Van Praag wel mee. «Dit is zeker geen LPF-tv. SBS heeft altijd veel aandacht besteed aan Fortuyn. De zender denkt dat zijn achterban zich met de man identificeert. En dat er zoveel LPF-ministers in de eerste uitzendingen voorkwamen, is ook niet opzienbarend: dat zijn toch de ministers die het meest in de publiciteit zijn? Bovendien: minister De Boer kwam niet erg gunstig naar voren tijdens dat interview.»

Verder wijst Van Praag op de uitzending waarin het gedwongen voeden van Volkert van der G. onderwerp van gesprek was. «Uit de peiling van De Hond is gebleken dat 69 procent van het volk voorstander was van gedwongen voeden. Maar commentator Ton Elias was tegen. En daar had hij goede argumenten voor. Toen Ton van Royen achter het volk ging staan ontstond een aardige confrontatie van meningen — maar je kunt je natuurlijk afvragen of de SBS-kijker daarop zit te wachten.»