‘Alles gaat voorbij behalve het verleden’

Walter van der Kooi ziet meer dan hij in zijn papieren kroniek kan of wil bespreken. Deze week: Roofkunst. In deze serie bezoekt Erik Dijkstra Europese musea. Wat moeten we met koloniale diefstal/oorlogsbuit?

‘Roofkunst’ © Hazazah Pictures/BNNVARA

Erik Dijkstra is duizendpoot. Man van het volk in taal, smaak en stijl en tegelijk gestudeerd persoon. Van Jakhals met brutale reportages in DWDD tot spelleider bij Per seconde wijzer; van tonnen sportamusement, samen met Frank Evenblij, tot kandidaat bij De slimste mens en serieus duo-presentator bij Op 1; van documentairemaker over Che Guevarra en Latijns-Amerikaanse dictatoren tot presentator, met Gerdi Verbeet, van een geschiedenisserie over de Nederlandse arbeidersbeweging (hij op de brommer langs ‘rode’ plekken en personen). Ik zag hem laatst bij De vooravond. Letterlijk de vooravond van de bekerfinale tussen Vitesse en Ajax. Aan tafel Marcel van Roosmalen, met recht en reden aanwezig, want als iemand Vitesse mint en daarover uitstekend schreef, dan hij. Dat Peter de Vries er voor Ajax zat hoefde niemand te verbazen die bedenkt dat hij overal, altijd, over alles zijn licht laat schijnen, wat redacties meer dan de man zelf is te verwijten. Bovendien bleek hij perfect gecast: het dedain waarmee hij over beker en al wat niet-Ajax was sprak verleidde een andere tafelgast tot de interventie: ‘Nu begrijp ik weer waarom heel Nederland een bloedhekel aan Ajax heeft.’ U raadt het: Erik Dijkstra uit Glanerbrug met het FC Twente-hart. Brutaal en in de roos (al is zijn brutaal soms bot en schiet hij soms mis). Hij zat er zelf om te praten over zijn nieuwste project over Roofkunst, vier delen. De regisseur is Hans Pool, dan zit je als presentator meteen heel stevig in het zadel.

Achtereenvolgens krijgen ons Rijksmuseum, het AfricaMuseum (voorheen Congo-museum) in Belgisch Tervuren, het British Museum en het Neues Museum Berlijn deze horzels over de vloer. Steeds naar aanleiding van één object, waaraan de principiële vraag hangt: ‘Wat doen we met koloniale diefstal/oorlogsbuit?’ Want alle vier (en talloze collega-musea) hebben nog eindeloos veel meer in huis dat omstreden is. De casus-Rijks betreft het rijk versierde en gekleurde Kanon van Kandy uit Sri Lanka (voorheen Ceylon en Nederlandse kolonie), en het museum bezit, uit hetzelfde koninklijk paleis waaruit het meegenomen is, nog meer objecten. Als Dijkstra op bezoek is bij gepensioneerd admiraal Lakshman Illangakoon die op internet naar erfgoed speurt en het siergeschut voor zijn land terugeist, ziet hij daar ook het rijk bewerkte zwaard dat de man als admiraal droeg en zegt: ‘Okay, very cool, wij hebben ook zulke zwaarden uit Sri Lanka.’ Hij zag ze immers, met ons, in het Rijks. Hij trekt er een gekke bek bij, zo van: oei, ik geef de man meteen een tip voor nog meer. Illangakoon reageert niet op de voorzet. Het lijkt me een echt Dijkstra’tje: impulsief ophef en vertier zoekend. Datzelfde bezoek levert nog een Erikje op: Illangakoon laat trots zijn twaalf onderscheidingen zien, waarvan de belangrijkste voor moed. Onze reporter nodigt hem uit die op te spelden want dit is ‘een officieel interview voor Royal Dutch Television’. Nou, graag dan. Maar hier zijn we toch, excuseer, een beetje in de verneuksfeer beland. En dat bij iemand die een medestander is in deze materie. Of heeft hij het niet zo op militairen?

De scène is trouwens niet representatief voor de twee afleveringen die ik zag. Over het algemeen neemt hij voor- en tegenstanders van teruggave serieus, hoe overduidelijk zijn standpunt voor de kijker ook van meet af aan is, vooral in zijn nadrukkelijke off-screen commentaren. Het goede daarvan is dat de tegenstanders unverfroren hun argumenten noemen. Laat ik voor mezelf spreken: roofkunst moet terug. Dat is een even open deur als dat het vroeger door ieder ‘gerechtvaardigde oorlogsbuit’ werd genoemd. We zijn producten van de tijd en elke tijd produceert blinde vlekken en nieuwe inzichten. In de kwestie-Kandy vertegenwoordigt Rijksmuseums hoofd geschiedenis Martine Gosselink (inmiddels directeur Mauritshuis) de klassieke opvatting: ‘Het is eigendom van de Staat der Nederlanden; juridisch heeft geen enkel land het recht iets terug te vragen als het is verjaard (in 1765 naar Nederland gekomen); wordt het überhaupt gemist?; ik ken de Srilankaanse bronnen niet.’ En vlak voor het eind van de documentaire zegt ze nog, waarschijnlijk al na het uitgebreide onderzoek dat ze in Sri Lanka deed: ‘Roofkunst, ja; maar als je het teruggeeft en over vijf jaar blijkt: foutje, het is toch door de koning van Kandy geschonken – oooh.’ En: ‘Ik wil het gewoon netjes doen.’ Dijkstra: ‘Het lijkt of dit onderzoek dient om je te verstoppen.’ ‘Dat moet dan maar.’ Gosselink vertegenwoordigt toch allereerst de huidige eigenaar en ik neem aan dat nog hoger geplaatsten daar ook op toezien.

Gaan we naar Tervuren, waar het voormalig Congo-museum 100.000 objecten beheert waarvan het merendeel nooit wordt tentoongesteld. Dat is wel erg veel, vindt Dijkstra. Valt mee, vindt betrekkelijk jonge conservator Julien Volper. Want we zijn een museum. Bovendien: in honderd jaar verzameld. En Congo is immens groot en telt honderden culturen. Zoveel is het dus niet. In deze aflevering is het centrale voorwerp het ebbenhouten Luba-masker, uit een dorp verdwenen na een Belgische militaire overval eind negentiende eeuw, en nu door Congolezen teruggevraagd. Een prachtstuk, dat ziet zelfs deze leek, en het is dan ook lang het letterlijk en figuurlijk uithangbord van het museum geweest, op affiches, postzegels, munten. Dat het ooit een religieuze betekenis had (de huidige dorpelingen noemen het ook geen masker maar De Geest, een god die alles gaf wat je vroeg; en het moet terug want sinds het verdween staat de rivier droog) mag geen rol spelen volgens Volper: zodra het in een museum komt verliest het zijn rituele functie en wordt het museumstuk. Dat geldt toch ook voor een Vlaams altaarstuk? En: gestolen? Meegenomen, ja. We moeten oppassen met anachronismen. Het gebeurde bij een verovering. Maar hoe ver wil je teruggaan bij dat soort dingen: Napoleon? Trouwens: we gaan kennelijk uit van een moreel standpunt, ‘maar moraal maakt geen wet.’ Het is een echo van Gosselinks ‘verjaard’.

In deze rijke aflevering zit onder meer een veiling voor Africana, waar een op een vlooienmarkt gevonden dagboek met foto’s van een Belgische militair aangeboden wordt. Deze Lapière was betrokken bij de overval op en bezetting van het dorp door een eenheid van 4000 man. Het object wordt op het laatste moment door de verkoper teruggetrokken vanwege de gevoelige discussies over de materie. Tot teleurstelling van Sindika Dokolo, een rijke Congolees die ernaar streeft zoveel mogelijk roofkunst uit Afrika terug te laten keren. Kennelijk door aankoop voor zijn eigen stichting, maar ook door druk op staten en hun musea. Erik en hij zijn dus bondgenoten. De man zegt ware woorden. En blijkt kort daarop het dagboek buiten de veiling om, via zijn kunstagent toch aangeschaft te hebben. Achter het net viste dus Vlaams antropoloog en kunsthistoricus Rik Ceyssens. Die was met 1000 Euro op zak naar Brussel gereisd en beklaagt zich erover dat tegenwoordig rijke Congolezen de boel wegkopen. Tja. Dan krijgen we een passage te zien waarin de dagboektekst over de overval in animatie verbeeld wordt. Gruwelijke tekst, gruwelijk beeld. ‘Les naturels’ (vertaald als ‘de inboorlingen’) schrokken geweldig van de eerste bommen die ze ooit zagen en hoorden. Ze vluchtten maar schoten eerst nog met pijlen op de scherven, denkend dat er een vijand in de grond zat. De militairen lachten zich rot. (En namen dus onder veel meer het masker mee.) ‘Ach’, zegt Ceyssens, ‘dat was tamelijk gangbaar in die tijd. In die context heb ik Lapière altijd een normaal, zeer humaan figuur gevonden. Wat verwacht je van een militair in de negentiende eeuw?’ ‘Dat is wel waar, ja’, zegt Erik. Doelend op die militaire context, neem ik aan. Het is inzoomen op een aspect van het grote debat over ‘niet onhistorisch zijn’ versus ‘onrecht ongedaan maken’. En hier verslikt hij zich even. Om zich te herstellen; ‘Ze hebben het masker toch gestolen?’ ‘Ze hebben het zeker niet betaald, haha. Brutaal was het wel maar ze hebben het niet afgenomen van de mensen want die waren er niet. (Want verdreven – WvdK.) Ja, zo ging dat.’ En dan de kroon op deze antropologenvisie: ‘Zo een mode van restitutie, daar wil ik niks mee te maken hebben.’

Iets terug in de documentaire: het is december 2018 en het Afrika-museum wordt na zeventien jaar renovatie heropend met een gloednieuwe vleugel. Binnen receptie, buiten actievoerders van wie velen met Afrikaanse roots. Die weten al te goed dat bij de opening van het museum in 1879 niet alleen hutten maar ook Congolese bewoners werden tentoongesteld. Zoals er ook in de dierentuin Afrikanen werden ‘gehouden’. Er wordt een muurtekst onthuld: ‘Alles gaat voorbij behalve het verleden.’ Erik spreekt directeur Guido Gryseels. Mooie tekst, vindt Erik, en zelfs in vier talen – ‘maar van de overheersers.’ ‘Ja’, zegt Gryseels, er moet een Afrikaanse taal bij. ‘Ik zat vanmorgen nog te bedenken: Lingala.’ Maar de reden dat die niet al vandaag wordt onthuld? ‘Die herinner ik me niet meer. Af en toe maak je een fout in de planning.’ Tot twintig jaar geleden was er in België geen enkele kritiek, zegt hij: de Congolezen hadden immers wegen, medische zorg en onderwijs gekregen. Beschaving. Maar inderdaad: de schellen vallen ons van de ogen. Waarop Erik: moet dit alles niet terug? ‘Het is een complexe discussie.’ En uiteraard wijst hij op de erbarmelijke omstandigheden waaronder het museum in Kinshasa objecten bewaart. Wat anders wordt, nu president Tshisekedi Tshilombo een hypermoderne instelling heeft geopend. Erik is ook daar zelfs bij en krijgt Excellentie zelfs te spreken. Die veel glimlacht. Misschien ook om het moeizame polder-Frans van die rare informele Hollander?

Denk niet dat ik het kijken voor uw ogen heb weggemaaid. Er blijft volop te beleven, verbazen en bedenken. En voor de eerlijkheid dient gezegd dat een commissie waarin Martine Gosselink zat, mede op basis van haar onderzoek ter plekke, een advies tot teruggave aan de minister heeft uitgebracht. En dat Gryseels, die veel meer is dan de ‘foutje’-karikatuur die hij nu lijkt, de Lingala-tekst heeft laten aanbrengen. En desgevraagd zegt dat het masker, icoon van zijn museum, na officieel Congolees verzoek terug moet. ‘Dat verbaast u waarschijnlijk’. En, aandoenlijk: ‘Misschien mogen we het lenen’.

PS Ter afsluiting horen we dat Sindika Dokolo inmiddels is overleden bij een duikongeluk. Ik google en zie dat hij tot de puissant rijke jetset van Afrika behoorde. ‘Selfmade zakenman’, hoewel zoon van een Congolese bankier en miljonair, rijk geworden onder Mobutu. Maar ook getrouwd met Isabel Dos Santos, rijkste Afrikaanse zakenvrouw en dochter van de voormalig president van Angola. Die kalme, beschaafde gesprekspartner van Dijkstra met zijn heldere standpunten over Afrika’s recht op teruggave, verse eigenaar van het dagboek van Lapière, blijkt, samen met zijn vrouw, spin in een duister web van kleptocratie ten koste van de Angolese bevolking. Maar wel een prachtige collectie Afrikaanse kunst van meer dan 3000 stukken. Ook boeven eisen gerechtigheid die we onderschrijven.


Hans Pool (regie), Erik Dijkstra (presentatie), Roofkunst, *BNNVARA, vier delen, vrijdags sinds 16 april, NPO 2, 22.20 uur. *