Alles is licht

Werken van Simone Häfele, Serge Poliakoff en Georges Braque laten maar weer eens zien dat het - wisselende - licht een grote, dramatische regisseur van de natuur is.

In het schilderij Katzenbaum van Simone Häfele keken we, vorige week, vanuit het schemerige licht in een bos naar een scheller licht verderop. Wie weet was dat verschil tussen die twee soorten licht, dat Häfele zeker ooit zelf gezien heeft, een reden om met dit schilderij te beginnen. In ieder geval waren het de slepende kleuren van dat licht die mij in het schilderij opvielen. Onder de bomen was het eerst donkergroen dat hier en daar lichter werd gemaakt met luchtige toetsen blauw en roze en zelfs oranje. Het licht verder weg was geel en groen en wat giftig zwavelachtig. Er ontstaan allerlei onvoorspelbare effecten als kleuren bij elkaar komen. Hun werking in het licht is wel zichtbaar maar niet goed te beschrijven. Bijvoorbeeld, wat iedereen moet kennen: je staat aan het strand, in de lucht drijven witte en grijze wolken, het licht is helder. Dan schuift er een wolk voor de zon en de fris groengrijze zee wordt ineens donker en grauw. Omdat de loodgrijze zee dof is, worden de andere kleuren dat ook: het zand wordt kleurloos grijs, het gras op de duinen wordt vaalgroen, de mensen zien er bleker uit. Zo is het wisselende licht een grote, dramatische regisseur van de natuur. De ervaring van licht is ook wat schilders beweegt. Een serieus museum zou de landschappen, in plaats van naar auteur of motief, eens moeten rangschikken naar soort licht. Zo'n overzicht van de seizoenen en tijden van de dag en wisselende weersomstandigheden zou onvergetelijk zijn.
De Composition van Poliakoff zou daar ook een plaats in kunnen krijgen. Ik kom op dat donkere schilderij nog eens terug omdat ik ben gaan twijfelen of het nu een landschap is of een stilleven. Natuurlijk is het geen van beide - het is een abstracte compositie. Eerst is het vlak met broze, bevende lijnen in vrije, hoekige segmenten verdeeld (als bij een legpuzzel) die daarna kleur gekregen hebben. Dat wil zeggen: waarschijnlijker is dat de kunstenaar het patroon van de segmenten eerst licht geschetst heeft om ze dan, bij het kleur geven, pas hun vaste vorm te geven. Zo is het schilderij dus, over het schetsmatige patroon heen, vorm voor vorm in elkaar gezet - mat en droog van kleur en met voorzichtige penseelstreken. Telkens wanneer een nieuwe vorm tegen een andere geschoven werd, en ingepast, zie je de schilder nauwkeurig naar de kleur kijken, naar hoe het gewicht is van bijvoorbeeld een fluwelig licht grijsbeige tegen kleinere segmenten donkerbruin met daartussen accenten van met bruin gematigd wit. De atmosferisch gekleurde vormen zijn zo voorzichtig in elkaar geschoven dat ze elkaar niet vastzetten. Er is daarom een mooie, deinende ruimtelijkheid in de compositie. Omdat de sterkste licht-kleur-verbinding, die van rood en geel, rechts in het vlak oplicht, krijg je de indruk van een zoekende beweging van links naar rechts. Die doet denken aan de beweging van de blik langs de horizon. Daarom is Composition een landschappelijke verbeelding - met het donkere licht van een zwoele zomeravond.
Het abstracte werk van Poliakoff is als landschap gedacht. Door hun zwevende vormen hebben de kleuren veel ruimte, heel anders, bijvoorbeeld, dan de kleuren in Nature morte au gueridon van Georges Braque, een schilderij dat vrijwel even groot is als de compositie van Poliakoff, alleen verticaal. Daarin zijn de donkere kleuren (tussen grijsbruin, olijfgroen en bruine oker) veel compacter en samengevat door de donkere contouren van de individuele vormen. Een gueridon is een pronktafeltje en Braque voert rond dat ding een ware demonstratie op van vrije modulatie van sierlijke vormen: een stilleven de luxe. In de vroege jaren van het kubisme, waarvan Braque een grondlegger was, werden veel stillevens geschilderd omdat een gedrongen ensemble van karakteristieke dingen (zoals pijp, karaf, wijnglas, viool) goed geschikt was voor de nieuwe experimenten. Je kon ze vergaand kubistisch vervormen terwijl ze, anders dan bloemen, toch herkenbaar bleven. Eigenlijk is Braque zijn hele leven een schilder van interieurs en stillevens gebleven - meestal architecturaal in statigheid. In deze Gueridon levert het tafeltje het stramien waarop de schilder, letterlijk, zijn fantasievolle vormen in overvloed heeft opgetast.
In kleur echter is het schilderij stemmig. Het lijkt als een ingenieus verstild ornament dat tegen een zwartbruine achtergrond is aangezet en dat van voren gedempt grijs wordt belicht. Hoewel, het tafeltje staat nog op een tegelvloer, op een fraaie poot, alles daarboven is naar voren geklapt. Je kunt ook zien dat Braque, wat hij soms deed, dit stilleven, met passen en meten, van achteren naar voren heeft opgebouwd, zoals bij een collage (de grote kubistische uitvinding) waar geknipte of gescheurde vormen van papier over elkaar geplakt werden. In dit stilleven zie je onder in de opeentasting eerst de grotere, cirkelvormige en rechthoekige vormen. Daarop is het kleinere stilleven met pijp, viool en fruitschaal neergelegd. De volle tafel heeft, als vorm, de stevige dichtheid van een reliëf gekregen. De zwaar aangezette contouren en hier en daar de donkere schaduwen binden de compacte vormen als een rijk boeket bijeen. Het was intussen wel de autonome vormgeving, al tegen de abstractie aan, waaruit later vrij zwevende composities als die van Poliakoff zijn gegroeid.