Kunst: Tell Me Your Story

Alles is strijd

Romare Bearden, Maquette for Quilting Time, 1985

De schilder Kehinde Wiley (Los Angeles, 1977) neemt graag een geestig loopje met de kunstgeschiedenis. Hij portretteert zwarte Amerikanen in bonte kledij, tegen de nog bontere achtergrond van een barok borduurpatroon. In de tentoonstelling Tell Me Your Story in Amersfoort hangt een dubbelportret uit 2012, uiterst precies geschilderd, van zeer eigentijdse heren, maar de titel is juist niet van nu: ‘Prince Charles Louis, Elector Palatine, and his brother Prince Rupert of the Palatine’. Dat is grappig, want er bestaat nog een dubbelportret dat zo heet, maar dat is van Anthony van Dyck en hangt in het Louvre. Zo hergebruikt Wiley graag het werk van grote schilders voor eigentijdse portretten, en het is duidelijk waarom. Toen hij jong was en het museum in Los Angeles bezocht, merkte hij dat – op het werk van Kerry James Marshall na – het zwarte gezicht daar ontbrak. De portretten zijn dus, op het eerste gezicht, een strategie om door te dringen in de instituten van de oude ‘witte’ ‘Europese’ kunstgeschiedenis. Wiley eigent zich de culturele traditie toe, voor zijn eigen zin, zijn eigen plezier, zijn eigen agenda.

Maar dan ben je er nog niet. De tentoonstelling poneert, nogal streng, dat het idee dat een kunstenaar als Wiley zich met zo’n strategie toegang wil verschaffen tot het bastion van de witte kunstgeschiedenis nou precies het soort misvatting is waar die hele blm-campagne op wijst. In een videootje zegt Kerry James Marshall dat niet de gebrekkige positie van zwarte kunstenaars binnen de witte kunstgeschiedenis het probleem is, maar juist de vanzelfsprekende machtspositie van die witte kunstgeschiedenis; de hele institutionele, visuele, commerciële en inhoudelijke structuur waaraan een zwarte kunstenaar moet voldoen.

De vraag die daaruit voortvloeit is of kunst van zwarte kunstenaars moet worden gezien in de context van de kunstgeschiedenis zoals die al eeuwen bestaat, of dat er sprake is van een geheel eigen, onafhankelijke manier van kunst maken, een eigen parcours, een eigen bolwerk, zogezegd. Dat levert hier dus onmiddellijk een paradox op: een ‘wit’ museum in Amersfoort, of all places, toont het werk van zulke zwarte Amerikaanse kunstenaars op hun eigen voorwaarden. De politiek is meteen helder: al het werk wordt gepresenteerd als het product van activisme; voor zwarte kunstenaars die zich richten op een persoonlijke esthetiek, of zoiets, is hier geen plek. Geen landschappen, geen stillevens. Alles is strijd.

Als overzicht van kunstenaars onder dat activistische banier is de tentoonstelling sterk, en overtuigend, en veel van het werk – zelden in Nederland getoond – is de reis waard. Faith Ringgolds woordschilderijen zijn imposant, Gordon Parks’ foto’s schrijnend, Romare Beardens collages volstrekt origineel. Veel werk is ideologisch beladen; er zijn ambitieuze ontwerpen voor muurschilderingen met Grote Geschiedenissen, zoals Diego Rivera of de oude communisten in de Sovjet-Unie ze maakten over de arbeidersstrijd, er zijn fanatieke protestposters, er rammelen veel ketenen, er vloeit veel bloed, er is veel heldenverering. Je voelt aan het eind van de route opluchting bij die humoristische portretten van Wiley, maar je vraagt je af of je daar eigenlijk nog wel om mag lachen.


Tell Me Your Story, Kunsthal KADE, Amersfoort, t/m 30 augustus, kunsthalkade.nl