Alles komt als een verrassing

Margaret Laurence
De stenen engel
Vertaald en van een nawoord voorzien door Edith van Dijk. De Geus, 84 blz., € 17,90

Het is een kleine moeite meer dan een paar schrijfsters op te noemen die de Engelstalige Canadese literatuur een herkenbaar gezicht hebben gegeven: Alice Munro, Margaret Atwood, Mavis Galant, Margaret Laurence (1926-1987). De eerste twee zijn bekender dan de laatst genoemden. Terwijl bijvoorbeeld Alice Munro zich vanaf haar debuut Dance of the Happy Shades (1968) heeft laten inspireren door de regionale concreetheid van Laurence. Deze publiceerde in 1964 het eerste deel van haar vijfdelige Manakawa-reeks: De stenen engel (afgelopen najaar ging de filmversie in Toronto in première).

Wat Yoknapatawpha County in Mississippi is voor William Faulkner, betekent Manawaka voor Margaret Laurence. Manawaka is een denkbeeldige plaats ergens in Manitoba, ‘de prairies’. In De stenen engel is het een fictionele geboortestreek met autobiografische knipoog. Het landschap tekent en vertekent de personages en maakt hen, alleen al door de uitgestrektheid, nietig.

Hagar Shipley is een negentigjarige, sigaretten rokende vrouw die nog immer opstandig en eigenwijs is. In haar lange bestaan vol verlies is ze keer op keer opgestaan tegen de benepen moraal van haar voorouders, maar ze heeft er ook een tik van meegekregen. Nu wil haar overgebleven zoon Marvin haar in bejaardencentrum Avondrood plaatsen om zo haar huis, dat al op zijn naam staat, te kunnen verkopen. Ze weigert, ondanks de druk van de dominee en een verleidelijk bedoeld tochtje naar Avondrood. Ze besluit te ontsnappen en trekt net als de Egyptische Hagar zonder water de ‘woestijn’ in. Dat wil zeggen: ze stapt op een bus en lift door het Canadese landschap, totdat ze een verlaten huis en fabriekscomplex bij zee bereikt en daar probeert te overleven. Maar ze is onvoorzichtig en impulsief en verraadt haar aanwezigheid aan twee kinderen, met alle gevolgen van dien.

De opbouw van De stenen engel is even eenvoudig als effectief: het vertelheden waarin Hagar zich teweerstelt tegen haar zoon en schoondochter wordt afgewisseld met herinneringen over opgroeien, opvoeden en traditie, studeren, trouwen en verlies lijden. Uit die herinneringsflarden komt een Hagar te voorschijn die eigengereid én bang was. ‘Trots was mijn wildernis en de duivel die mij erheen voerde was angst. Ik was alleen, ben altijd alleen geweest, maar nooit vrij, want ik voerde mijn eigen ketenen mee, ketenen die mij en eenieder die mij nastond kluisterden.’

Wie Hagar als naam kiest, verwijst naar de Bijbel. In Genesis is Hagar een Egyptische slavin die met Abraham slaapt en zwanger wordt omdat Sara geen kinderen kan krijgen. De zwangere Hagar verliest alle respect voor haar meesteres. Sara maakt het leven voor Hagar zo zwaar dat ze vlucht naar de woestijn. Bij een waterbron zegt een engel: ga terug en wees weer gehoorzaam. De engel voorspelt haar een zoon, Ismaël, en nog veel meer nakomelingen. De Hagar van Margaret Laurence is de oermoeder van het literaire landschap Manawaka. Haar poging het lot in eigen handen te nemen mislukt ook. De tijd is ‘ineengeklapt als een papieren waaier’. De man die haar terugroept uit de wildernis en de wanhoop is iemand die ook een zoon verloren heeft. Bij haar terugkeer, in het ziekenhuis, merkt Hagar dat ze een zoon heeft gekregen, dat wil zeggen dat Marvin iemand anders is dan zij had gehad, veel minder hardvochtig en berekenend. Noem die opmerkelijke gedaanteverandering maar ‘de vooruitgang van de liefde’ (naar Alice Munro’s verhalenbundel The Progress of Love uit 1986). Kun je ooit aan het leven wennen? Dat vraagt iemand zich af in De stenen engel. Alles komt als een verrassing: de eerste ongesteldheid, zwangerschap, kinderen (‘is dat van mij, heb ik dat voortgebracht?’), onvruchtbaarheid. En dan is het leven al afgelopen.

Al dromend, sluimerend en slaapwandelend slijt de negentigjarige Hagar haar aardse dagen. Haar kwieke ouderdom en tegenwerkende lichaam brengt Laurence subtiel en overtuigend onder woorden. Hagars haperende gedachtestroom en haar opgaan in het ziekenhuisheden beschrijft ze met empathie, een invoelingsvermogen dat doet denken aan Bernlefs Hersenschimmen en talloze andere Bernlef-creaties van oude mensen die weten dat de dingen onherroepelijk voorbijgaan.