Superheldenverhalen: Bovenmenselijke krachten

Alles komt goed

Recente superheldenverhalen, waaronder enkele films, een toneelmusical en een boek, laten zien dat hun belangrijkste cliché het geloof in een goede afloop is.

Samuel L. Jackson, James McAvoy en Bruce Willis in Glass © The Walt Disney Company

Vier potige kroegbezoekers omsingelen Aquaman als hij een biertje drinkt na een geklaarde onderwaterklus. ‘Jij bent die vissenjongen’, wordt er gegromd. Het is duidelijk waar dit over gaat: een blanke knokploeg belaagt een exotisch ogende jongeman met zwarte krullen. Maar dan halen de mannen een smartphone te voorschijn in een zoetroze hoesje. Kinderlijk blij maken ze selfies met de man die onder water kan ademen en die een scène eerder een onderzeeboot in nood in z’n eentje boven het water uit tilde.

Het mooie van superheldenverhalen is dat ze, net als sprookjes en klassieke toneelstukken, steeds opnieuw worden geïnterpreteerd. Figuren uit de strips van Marvel en DC Comics, die al vanaf de jaren veertig bestaan, krijgen een opgepimpt kostuum, een uitdagende tegenstander en een avontuur dat hun karakter en voorgeschiedenis in een ander licht zet. Dat in de eerste Aquaman-film de titelheld gespeeld wordt door Jason Mamoa, bekend als Khal Drogo uit Game of Thrones en van ‘native’ Hawaiiaanse afkomst, geeft kleur aan deze zoon van een menselijke vuurtorenwachter en een zeegodin. Hij en zijn filmvader zijn vanwege hun afkomst de buitenstaanders in een Amerikaans vissersdorp. De onderzeevolkeren waar zijn moeder toe behoort, bereiden in de film van regisseur James Wan een apocalyptische aanval voor op de aardse stervelingen, uit wraak voor het leegvissen en vervuilen van ‘hun’ oceanen. Als kind van twee werelden is het aan Aquaman om in deze oorlog te interveniëren.

Voor Black Panther, kanshebber bij de aankomende Oscar-uitreiking, werd een vergeten zwarte superheld uit de Marvel-strips geactualiseerd. De fictieve Afrikaanse natie van stamopperhoofd T’Challa is technologisch hoogontwikkeld en beschikt over superkrachten, maar in de film wordt dit geheim gehouden en doet het Black Panther-imperium zich voor als een onooglijk derdewereldland. Het morele vraagstuk is of de rijkdom niet gedeeld moet worden met de mensen die écht in armoede leven.

Maar het staat iedereen vrij om zelf een superheld met bijbehorende superschurken te verzinnen. Het recent uitgebrachte Glass is de derde in een reeks films waarmee regisseur en scriptschrijver M. Night Shyamalan zijn eigen superheldenuniversum opbouwt. Met drie hoofdfiguren: de satanische meestermanipulator Mister Glass met zijn superbrein en breekbare lichaam, griezelschurk The Horde die uit 24 persoonlijkheden bestaat, en kwaadbestrijder The Overseer die geweldsvisioenen ziet als hij de plegers ervan aanraakt. Glass begint met een misstand die ook in Nederland heel actueel is: een stel opgeschoten stadsjongens kegelt nietsvermoedende passanten omver onder de juichkreet ‘Supermanpunch!’ en zet het filmpje van hun actie online. Gerechtigheid komt van Bruce Willis, die de jongens ’s avonds een onaangenaam huisbezoekje brengt. In het dagelijks leven een onopvallende man die met zijn zoon een winkel runt in veiligheidsartikelen. Alleen het filmpubliek en zijn zoon weten van zijn alter ego The Overseer, dat zijn gezicht verbergt onder de capuchon van een groene regencape, een geestige basale variant op de superheldencape.

Als Kiki haar baas toeschreeuwt dat zij Justitia is, antwoordt deze: ‘Ik ben Banksy’

Een van de leukste elementen in de musical Marvellous die momenteel langs de grote zalen toert, is het duizelingwekkende aantal verzonnen superschurken die in de tekst van Daan Windhorst en Lucas de Waard worden opgenoemd. Bloedige Beatrix, De Rabobonk, Kapitein Hitler, De Slechtheiligman, Vochtvrouw, Zwartere Piet – je hoort alleen de namen van deze illustere slechteriken als opgesomd wordt wie de superhelden die in de musical aantreden allemaal in het verleden hebben verslagen. Hoofdpersoon is de klassieke superheldenbewonderaar: nerdy stripfanaat Giel Flinterman, die in de eerste scène op school een spreekbeurt houdt over superhelden, en een tijdsprong later een stripwinkel is begonnen in zijn kelderappartement. Ook als twintiger is hij, heerlijk gespeeld door Daniel Cornelissen, een onhandige stuntel die altijd de verkeerde dingen zegt als hij arrogant buurmeisje Kiki tegenkomt. Maar als zij hem toevertrouwt dat ze eigenlijk de teruggetreden superheld Justitia is, weet Giel dit al lang. Hij was vroeger namelijk ‘megafan’ van de heldenliga met wie Justitia ooit de stad zuiverde van slechteriken.

Verborgen alter ego’s, illustere namen met bijbehorende kostuums, bovenmenselijke krachten en het Kwaad in vele gedaanten: elk superheldenverhaal is een spel met vertrouwde elementen. Het bevestigen van clichés is even belangrijk als het ondergraven ervan, en of een nieuw verhaal interessant is hangt af van de balans hiertussen. Aquaman is ondanks het actuele sausje en de lichtvoetige grappen een voorspelbare exercitie die uitmondt in een vermoeiend onderzee-Armageddon. Glass is een veel originelere beschouwing op het verschijnsel superheld. Mister Glass, The Horde en The Overseer (die abusievelijk voor een slechterik is aangezien) zijn opgesloten in een psychiatrische inrichting waar een vrouwelijke psychiater probeert aan te tonen dat hun superkrachten een kwestie zijn van overlevingsfantasieën na een jeugdtrauma. Het is aangrijpend als Joseph, de zoon van The Overseer, te horen krijgt dat de superheldenstatus van zijn vader een kinderlijk hersenspinsel is. We zien hoe Joseph als klein jongetje zijn moeder verloor, en hoe bewonderend hij opkeek naar de sterke vader die hem voorhield dat alles goed zou komen. En hoe verloren de jongeman is die zijn gevangen genomen vaderheld letterlijk én figuurlijk dreigt kwijt te raken.

Keja Klaasje Kwestro als Justitia en Denzel Goudmijn als de Kosmonaut in Marvellous van Bos Theater­producties © Raymond van Olphen

Geloof in bovenmenselijke, wereldreddende krachten is een belangrijk thema in actuele superheldenverhalen. Het sluit aan bij de toenemende dreiging van rampen door milieuvervuiling en de onomkeerbare klimaatverandering waar een individu machteloos tegenover staat. Over deze machteloosheid gaat de indrukwekkende roman van Anne Eekhout. De hoofdpersoon van Nicolas en de verdwijning van de wereld is een achtjarig jongetje met een depressieve moeder en een vader die er vaak niet is. Houvast vindt hij bij superheld De Adelaar, van wie hij alle stripboeken heeft. Eekhout vergroot de wereldbedreigingen uit tot een zwart gat dat ons zonnestelsel binnendringt en op zijn voorspelde baan de complete aardbol op zal slokken. Nicolas denkt dat hij net als De Adelaar, die na een val door een glazen ruit superkracht heeft gekregen, moet kunnen vliegen als hij zichzelf maar voldoende pijnigt. Het is heel ontroerend als Nicolas, tot het besef gekomen dat hij niet als een superheld de wereld gaat redden, ondervindt dat hij met zijn mensenkracht een ander gerust kan stellen. ‘Alles komt goed’, zegt hij tegen zijn in paniek geraakte jongvolwassen buurmeisje. ‘Hoe weet je dat?’ vraagt ze. ‘Dat geloof ik’, antwoordt Nicolas.

Niet toevallig is de kernzin van het themalied waarmee Marvellous begint: ‘Het komt altijd goed.’ Giel Flinterman zingt dit bij zijn spreekbeurt over superhelden, waarmee hij stelt dat de aantrekkingskracht van zijn helden niet zozeer schuilt in hun bovenmenselijke vermogens, als wel in de goede afloop van hun avonturen. Eigenlijk is de musical één grote kinderfantasie, die bij het volwassenenpubliek hun jeugdige verbeeldingskracht wakker roept. De Liga van ‘gepensioneerde’ superhelden die vanwege de intrede van een onverslaanbare superschurk toch maar weer in actie komen, is onder regie van Peter van de Witte (die ook de liedjes componeerde) met een aandoenlijke eenvoud verbeeld. Geen door de lucht zwevende acteurs, geen verbijsterende decortrucs. Als de Liga-leden transformeren in Justitia, De Tijdsgeest, De Denker, Testostero en Ilana De Dochter van God, voegen ze wat verkleeddetails toe aan hun burgermansoutfit. Hun superkrachten worden opgeroepen met bezwerende handgebaren en geluidseffecten.

De reusachtige superschurk waar zij het tegen opnemen is een acteur op stelten in een robotpak met oplichtende lampjes. De Russische toendra waar de Liga een vijfde lid gaat opzoeken omdat er behoefte is aan zijn specifieke hackerskunsten is niet meer dan het skylinedecor van huizenblokken waar wittig plastic overheen is gehangen. En het toendra-hol van het vijfde Liga-lid bestaat uit met grove steken aan elkaar genaaide doeken. De magie van theater is teruggebracht naar hoe een kind superheldje speelt. Het plezier dat hiervan uitgaat is zo aanstekelijk dat voor wie erin meegaat het valse zingen van sommige acteurs vrolijk bijdraagt aan de algehele krakkemikkigheid.

De musical bevat een ruime hoeveelheid goeie grappen. Als Kiki ontslagen wordt bij haar gewonemensenbaan, en ze haar baas uit pure wanhoop toeschreeuwt dat zij superheld Justitia is, antwoordt deze droogjes: ‘Dan zal ik ook iets onthullen. Ik ben Banksy.’ Geestig is ook de variatie op de superheld die als kind aan zijn krachten is gekomen door een of ander bizar ongeluk. Testostero werd als meisje van elf getroffen door de bliksem en veranderde in de sterkste man ter wereld. Acteur Tarikh Janssen loopt rond met een gespierde torso uit de feestwinkel en met een meisjesachtig paardenstaartje. Van binnen is hij nog steeds een elfjarig meisje dat op haar iPhone naar Kinderen voor Kinderen luistert en er in een lied over droomt om gewoon eens op de fiets met vriendinnen naar de manege te gaan.

Serieuzer is de vraag die Marvellous opwerpt over wat superhelden eigenlijk vermogen. De Liga is met pensioen gegaan toen alle superschurken waren verslagen, om vervolgens als verantwoordelijke burgers hun steentje bij te dragen aan het oplossen van gewonemensenproblemen. ‘Wat kan een superheld doen tegen inkomensongelijkheid? Global Warming?’ verzucht Rogier in ’t Hout als De Ziener, die na zijn terugtreden burgemeester van Boxtel is geworden. ‘Red de wereld op een andere manier. Solliciteer bij Amnesty. Red zeehondjes.’ Hij zegt dit tegen Kiki, een lekker explosieve Keja Kwestro, die genoeg heeft van haar kantoorwerk bij Pink Ribbon, waar een collegaatje tevreden stelt dat zij kanker oplossen ‘met gala’s, prijspakken en Awareness’.

Ook De Ziener heeft zijn twijfels over de zin van zijn burgemeestersbaan. Hij gaat al een paar eeuwen mee en omdat hij ook in de toekomst kan kijken, weet en snapt hij zo veel ‘dat er alleen nog een allesverzengende nuance overblijft’. Om weer in actie te kunnen komen fabriceert Kiki eigenhandig een superschurk, daar kan een superheld tenminste iets mee. Dat zij voor deze daad in de gevangenis belandt, doet niks af aan de opgewektheid van megafan Giel. Kiki is nu namelijk zijn vriendinnetje, en hij zal op haar wachten. Dus alles komt inderdaad goed.


Marvellous is tot begin mei op tournee; bostheaterproducties.nl. Nicolas en de verdwijning van de wereld van Anne Eekhout is verschenen bij De Arbeiderspers