Alles kwam goed

Ik krijg een hekel aan mensen. Nooit gedacht dat dit het resultaat van deze periode zou zijn, maar het is wel zo. Al hun meninkjes, adviezen en ideeën, al die goede bedoelingen. Het is geen hekel, het is herkenning, gesublimeerde zelfhaat, dat weet ik ook wel, dat hoeft u me niet te vertellen; ik haat u nu juist omdat u het me toch wilde vertellen, zeg maar eerlijk. Nou goed, jij dan niet. (Alsof ik dat geloof.)

Ik heb een hekel aan de nerveuze hamsters die we zijn geworden. We hamsteren informatie, schrokken het naar binnen en slaan het op, maar voor we er eens goed op kunnen gaan kauwen, slikken we het door omdat er nieuwe informatie naar binnen moet, nieuwe cijfers, over elkaar heen tuimelende beschouwingen, onrijpe duiding. Het is geen prettig gezicht. Wij zijn geen prettig gezicht.

Maar wat hebben we in korte tijd veel geleerd. Nee, niets hebben we geleerd. Zo zal binnenkort een filosoof of een psychiater gewoon weer een alinea kunnen beginnen met ‘We zijn niet meer bereid te accepteren dat…’ of ‘We hebben verleerd hoe we…’ zonder dat iemand ook maar een spier vertrekt, alsof deze mensen zijn gezegend met de blik van god en in ieders hart kunnen kijken, terwijl hun venster op de wereld in werkelijkheid bestaat uit een beslagen spiegel – beslagen door hun eigen adem, omdat ze zichzelf van zo dichtbij het mooist vinden.

En toch – ik hou oprecht van de buren die we elke avond zien wanneer we klappen, naast ons, onder ons, boven ons, tegenover ons. Tegelijkertijd weet ik dat ik ze niet meer zal herkennen als ik ze op straat tegenkom wanneer dit allemaal voorbij is. Ik zal een raam mee moeten nemen en ze daardoorheen aankijken. O ja, u woont op nummer zeventien toch, met die kinderen en dat hondje?

Alsof dit ooit voorbijgaat voordat die kinderen volwassen zijn, en dat hondje dood. Hoelang is het nu al bezig, het lijkt al jaren aan de gang te zijn. Het is ook al jaren aan de gang, dat weet u toch hè? Of bent u een van de mensen die na de eerste maanden alle besef van voortgang kwijtraakte en eeuwig in het voorjaar van 2020 bleef hangen?

Hoe heeft u die jaren doorstaan, bevalt het basisloon? Geen vetpot, nee. En al die drukte van de eerste quarantainemaanden, al die initiatieven – we weten nu wel wat dat was hè? Als die collectieve doodsangst af te tappen was geweest hadden we de economie erop kunnen laten draaien.

Er zijn inderdaad experimenten geweest, halverwege 2021, weet u nog? In het begin zag het er nog veelbelovend uit. U herinnert zich vast nog wel de beelden van de auto die op afgetapte doodsangst door een idyllisch landschap reed. En al na driehonderd meter tot stilstand kwam.

De vreemde hype van die clownsschoenen met neuzen van anderhalve meter. Je zal die latere historicus maar zijn

Als ze een jaar eerder waren begonnen, was onze doodsangst misschien nog sterk genoeg geweest. We waren moe geworden met z’n allen, het klappen om acht uur mocht toen alleen nog maar met dichte ramen omdat er steeds meer mensen onder het applaus duizelig naar buiten vielen.

De mondkapjescouture. De Jehova’s getuigen met megafoons. De vreemde hype van die clownsschoenen met neuzen van anderhalve meter. Je zal die latere historicus maar zijn.

Hoe elke tijdelijke versoepeling van de regels voelde alsof het deksel van een pan kokend water werd gehaald. De stoom ontsnapte, daarna ging het deksel er weer op.

Hoe we tot het einde toe goede boeken bleven lezen. Nou, als dát geen hoop geeft weet ik het ook niet meer, hoor.

Hoe dol we waren op de pittoreske lege straten waarover later onze kisten naar de koelhuizen werden gereden.

Maar alles kwam goed hè? De tijd was zo lang stil blijven staan dat we ons eigen hiernamaals tot stand hadden gebracht. Alleen de doden zelf waren nog niet gearriveerd, maar dat kon elk moment gebeuren.

We bleven hopen.