Hoofdcommentaar

Alles ligt op zijn gat: dat noemen we crisis

Europa ligt op zijn gat. Nederland ligt op zijn gat. Volgens premier Balken ende is er weinig aan de hand. Gewoon goed kauwen – zodat «je eten gelijkmatig in je bloed komt», aldus Van Kooten en De Bie bijna dertig jaar geleden – en dan het betonrot maar weer te lijf.

Het optimisme van Balkenende is hartverscheurend. Zelfs zijn eigen ministers zijn verdwaald. Zoals Verdonk, die in Marokko alleen datgene hoort wat ze wil horen en tegen beter weten in een spraakcomputer in het Rifgebergte gaat neerzetten. En Hoogervorst, die een eventueel fiasco van het nieuwe zorgstelsel analyseert als een nationaal én persoonlijk probleem. Of Donner, die manmoedig probeert de laatste der staatsrechtelijke Mohikanen te blijven maar na een ontsnapte tbs’er, verdacht van moord, de bijbel citerend door de knieën gaat. Dan wel Bot, die Europa uit zijn handen heeft laten vallen omdat de onwetende kiezer wél is gaan stemmen en die zich na het fiasco van de top in Luxemburg alleen over Chirac beklaagt.

Na de EU-top heeft NRC Handelsblad zijn vertrouwen in dit dolende groepje opgezegd. Weliswaar doet deze mening er minder toe dan vroeger – sinds de krant geen «meneer» meer is, hebben standpunten geen eenduidig effect – maar ze is wel een indicatie voor het vacuüm waarin Nederland is weggezogen. Er is namelijk meer aan de hand dan een «gedemoraliseerd» kabinet in «ontbinding», zoals NRC Handelsblad denkt. De staat zelf ligt op zijn gat.

Dat heeft veel te maken met de zogeheten «risicosamenleving» die materieel al langer bestaat maar sinds Balkenende II is opgetuigd met een ideëel concept om een perspectief voor te spiegelen en de traditionele politiek te redden. Het basisidee? De mens is een scheppend wezen die, ongeacht afkomst, zijn plan trekt voor zichzelf en dus per saldo ter wille van het grote geheel, kortom, beseft dat hij zich moet aanpassen aan de concurrentie die anderen hem opdringen zonder zijn buren uit het oog te verliezen omdat hij die ook nodig kan hebben.

Deze notie over de onweerstaanbare risicosamenleving is de radicale component van het revolutionaire kosmopolitisme dat na 1989 aan zijn opmars is begonnen. In Nederland begon die met Paars, in de persoon van D66-minister Wijers van Economische Zaken (thans Akzo Nobel) die de belichaming was van het «outsourcen» van richtlijnen en staatstaken. In Brinkhorst, Hoogervorst en De Geus heeft hij intussen waardige opvolgers gevonden voor de realisering van dit open mensbeeld. De burger is vrij en moet zichzelf op de vrije markt redden. De staat verschaft hem echter wel een instructieboekje waarin de algemene regels worden uitgelegd, al dan niet met pictogrammen. Want de burger mag zich geen klant wanen. Hij moet zich wel weer gedragen volgens normen en waarden die niet marktconform maar gereguleerd zijn. Zo niet, dan volgt straf, uitgedeeld door Verdonk, Hoogervorst of De Geus. We moeten alles zelf beslissen, behalve met wie we trouwen en wat we zuipen.

De algebra die het kabinet-Balkenende tot de zijne heeft gemaakt, is eenvoudig. Adam Smith x Karl Marx = George Bush : Tony Blair.

Helaas. De burger wil alleen concurreren als hij die competitie van de vreemdeling wint. Hij wil ontplooiing én bescherming, vrijheid én zekerheid, bij voorkeur op dezelfde dag. De uitkomst van de som heeft de burger dus via het Europese referendum afgewezen. Dat noemen we een «crisis», ondanks Balkenende.

Sindsdien staat alles stil. Tegenover het genormeerde kosmopolitisme staat namelijk de radicale component van een nationale revolutionaire beweging, die de wereld juist beoordeelt langs een gesloten meetlat van vaderland en eigenbelang. Haar programma is diffuus. Voor de een zijn de moslims schuldig aan alle hondenpoep, voor de ander ligt het aan de duivel of wordt alle stront veroorzaakt door de sport utility vehicles. De stroming smaakt als eclectische soep – wie denkt dat Wilders, Eerdmans, Rouvoet en Marijnissen in één kabinet kunnen zitten, is een romanticus – maar de nationaal-liberalen en volksdemocraten, die samen met de confessionelen gezamenlijk optrokken, hebben de agenda in handen zonder dat de kosmopolieten er de hunne tegenover zetten.

Hoe lang gaat dit nog duren? Lang. Het midden is machteloos. Niemand bekommert zich in het centrum om de dekking. Het debacle van de Europese top in Luxemburg illustreerde meer dan louter angst onder gemankeerde regeringsleiders. Het ging niet alleen om een claim van anderhalf miljard, landbouwsubsidies of begrotingsmethodiek. Het was het zoveelste bewijs dat de beproefde politieke stromingen zich hebben laten opsluiten.

Maar er bestaat toch nog zoiets als de Socialistische Internationale? Nee, die functioneert niet meer. Schröder, Blair, Zapatero, Jospin of Bos: ze zwijgen kameraadschappelijk, ze durven geen initiatieven te nemen, sterker, ze zitten vooral elkaar in de weg en verslonzen hun aloude grensoverschrijdende kanalen. De christen-democratische Europese Volkspartij dan? Nee, die wacht op het kanselierschap van Merkel in Duitsland. En de Liberale Internationale? Welke Internationale? Sinds Bolkestein het in 1993 voor elkaar kreeg de Oostenrijkse FPö van Haider eruit te werken, is het er stil. Alle klassieke Internationales hebben zich tot zwijgen laten brengen door de nationalistische Internationale.

Ook in Nederland. Hun representanten monkelen wat (Balkenende), laten het syndroom van Gilles de la Tourette op zijn beloop (Brinkhorst) of zetten het op een luisteren (Bos).

Het wachten is nu op twee reacties.

Eerst op de implosie. Het kabinet-Balkenende is er hard mee bezig. Een aantal ministers (De Geus en Remkes met name) is op weg naar de uitgang. Het houdt het alleen nog anderhalf jaar vol als de onderlinge sfeer verbetert.

En vervolgens op de explosie: nog een politieke moord of terreurdaad. Die explosie kan twee kanten op knallen. Óf richting noodtoestand en noodkabinet omdat niemand het meer weet en niemand de handdoek in de ring durft te gooien. Óf richting wederopstanding van een nieuwe frisse eclecticus die wel de gave van het woord heeft, links en rechts electoraal weet in te breken en erin slaagt VVD, CDA of PvdA te chanteren.

De verrassingen zitten allang niet meer in een klein hoekje.