De Griekse nep-privatisering

Alles moet weg!

Zondag stemmen de Grieken opnieuw over hun toekomst. Voor wat het waard is, want op last van de schuldeisers staat het land in de uitverkoop. Wie zwaait straks de scepter over drinkwater, elektriciteit en eilanden?

Medium gettyimages 479035022

Het is een ogenschijnlijk detail, verstopt op pagina 28 van het Memorandum of Understanding, het akkoord dat Griekenland en haar schuldeisers deze zomer na maandenlange strijd overeenkwamen. Daar staat het, onder punt iii: ‘De autoriteiten zullen onherroepelijke stappen nemen voor de verkoop van de regionale vliegvelden tegen de huidige voorwaarden waarvoor de winnende bieder al geselecteerd is.’

Saillant is allereerst de identiteit van die winnende bieder. Dat is een consortium onder leiding van Fraport AG. Die Duitse onderneming baat onder meer de luchthaven van Frankfurt uit. In Griekenland wil ze veertien regionale vliegvelden gaan exploiteren, gelegen op toeristische bestemmingen als Kreta. Het concern betaalt er 1,23 miljard euro voor, een bedrag dat al eerder overeengekomen was.

Erg vlotten wilde het proces niet. De interventie van bondskanselier Merkel en haar gevolg aan de onderhandelingstafel brengt daar verandering in. Het is een hoogst ongebruikelijke stap, maar met effect. Door de overname op te nemen in het akkoord giet Europa haar in beton. En kijk aan, uitgerekend één dag voordat de Duitse Bondsdag over het omstreden schuldakkoord met Griekenland stemt, geeft de Syriza-regering eindelijk haar definitieve goedkeuring aan de overname.

Maar er is nóg iets aan de hand met deze koop. Het zit ’m in de eigendomsstructuur van Fraport AG. Het bedrijf is voor 31,35 procent bezit van de Duitse deelstaat Hessen. De stad Frankfurt heeft nog eens ruim twintig procent in handen. Tot enkele jaren geleden behoorde ook de Bondsrepubliek zelf tot dat rijtje, maar die heeft zijn aandelen inmiddels verkocht. Desondanks hebben de verschillende Duitse overheden samen nog altijd de meerderheid van de aandelen in handen.

Het zet de plechtige voornemens over het naar de markt brengen van Griekse eigendommen in een ander licht. Hebben we het hier werkelijk over privatisering? Of is dit een overname van het ene staatsbedrijf door het andere?

Op het eerste gezicht zijn de Griekse verkiezingen zondag razend spannend. Alles wijst op een nek-aan-nekrace. Wordt het linkse Syriza, ondanks de knieval voor de eurolanden en hun bezuinigingsbeleid, herkozen? Of keert Nieuwe Democratie, de conservatieve partij van het establishment, terug op het pluche?

Je zou er bijna nieuwsgierig van worden. Helaas staat er in de praktijk heel wat minder op het spel. Welke van de twee partijen ook wint, beide zullen gehouden zijn aan de lange, uiterst gedetailleerde lijst politieke maatregelen uit het in juli gesloten schuldakkoord – het derde eisenpakket in vijf jaar alweer.

Misschien wel het meest omstreden plan is de grootschalige privatisering van staatsbedrijven en andere bezittingen. Investeerders van over de hele wereld zijn uitgenodigd om tijdens deze doldwaze dagen hun slag te slaan. Alles moet weg: van de posterijen tot 648 kilometer snelweg tussen Griekenland en Turkije. Rijkaards die altijd al een eiland wilden hebben, kunnen naar hartelust shoppen op de site privateislandsonline.com/areas/greece. Acteur Johnny Depp ging hen voor: in ruil voor een slordige vier miljoen euro mag hij zichzelf sinds kort heer en meester wanen van het negentig hectare grote, onbewoonde Strongyli. De Portugese stervoetballer Cristiano Ronaldo gaf een Grieks eiland aan een naaste medewerker. Cadeautje.

Voor buitenlandse partijen biedt dit proces nog meer kansen. Zo moet het marktaandeel van het Griekse energiebedrijf, in handen van de staat, van Europa worden teruggebracht tot onder de vijftig procent in 2020. Wie zal er in dat gat springen?

Alles bij elkaar moet de uitverkoop van Griekenland 85 miljard euro opleveren. Voor de komende drie jaar wordt alvast gerekend met 6,4 miljard euro. Het Internationaal Monetair Fonds is heel wat minder optimistisch. Het rekent met een opbrengst van een schamele half miljard per jaar. Die schatting lijkt gezien de voorgeschiedenis een stuk realistischer. Al sinds de eerste bailout in 2010 dringen de schuldeisers, verenigd in de zogenoemde ‘trojka’, aan op de snelle verkoop van Grieks staatsbezit.

Het resultaat valt keer op keer tegen. Met vrijwel elk project lijkt wel iets aan de hand: er zijn actievoerders die zich verzetten, boze vakbonden die dreigen met stakingen of bezwaren van juridische zijde. Dat laatste is bijvoorbeeld het geval bij de voorgenomen verkoop van de waterbedrijven van Thessaloniki en Athene. De Griekse Raad van State oordeelde dat dit de volksgezondheid in gevaar kon brengen. Griekenland wil nu alsnog delen hiervan verkopen, maar wel op zo’n manier dat de kleinst mogelijke meerderheid van de aandelen in publieke handen blijft.

Rijkaards die altijd al een eiland wilden hebben, kunnen naar hartelust shoppen op de site privateislandsonline.com

Tekenend voor het gesteggel is de goud- en kopermijn in Skouries, waar het televisieprogramma Tegenlicht afgelopen zondag over berichtte. De investeerder, het Canadese Eldorado Gold, wijst op de duizenden banen die de mijnbouw met zich meebrengt. Tegenstanders vrezen voor onomkeerbare schade aan de natuur, en daarmee ook aan het voor de streek zo belangrijke toerisme. Bovendien vindt de verwerking van de erts plaats buiten Griekenland, in China. De belasting wordt ontweken via Nederland. De sceptici kregen dit jaar steun van de nieuwe Syriza-regering, die de vergunning introk. Uit protest hiertegen hebben de Canadezen nu voorlopig alle activiteiten stilgelegd. De werknemers zitten thuis.

Soms zijn de bezwaren ook heel praktisch. Bij de verkoop van lappen grond wreekt zich dat in Griekenland de eigendomsrechten, bij gebrek aan een centraal kadaster, vaak onduidelijk zijn. Toen een groep ambtenaren als opmaat naar de verkoop een stuk land inspecteerde, stuitte ze op duizenden illegale bouwwerken.

Door al deze moeilijkheden was er eind vorig jaar in totaal pas voor 3,1 miljard euro aan Grieks eigendom verkocht. Het lijstje oogt schamel: vooral onroerend goed, en hier en daar een gokbedrijf of -licentie. Zelfs daarover ontstond achteraf ophef. De nationale loterij zou, ten opzichte van de laatst genoteerde beurswaarde, veel te goedkoop van de hand zijn gedaan. Bovendien hebben de nieuwe eigenaren geen brandschone reputatie. De groep bestaat uit rijke Russen, een Tsjechische biljonair en een Griekse olietycoon met een dubieus zakenverleden.

Deze keer moet en zal het anders gaan. Om te zorgen dat de privatiseringsoperatie nu wél echt van de grond komt, wil de trojka een nieuw ‘fonds’ oprichten. ‘Bestuurd door de Griekse autoriteiten en onder toezicht van de relevante Europese instituties’, zoals het in de tekst van het schuldakkoord heet, dient dat vaart te maken met de uitvoering van de plannen (zie kader). Op last van de eurolanden moeten eventuele geïnteresseerden eind volgende maand al hebben kunnen bieden op de havens van Piraeus en Thessaloniki, alsmede de Griekse spoorwegen.

Het doel? Geld, natuurlijk. Driekwart van de opbrengst zal gebruikt worden voor schuldbetalingen, slechts een kwart is bestemd voor investeringen in de zieltogende Griekse economie. Maar dat is niet de enige overweging van Duitsland, Nederland en de andere crediteuren. Zij zijn ervan overtuigd dat de Griekse economie veel te winnen heeft bij privatisering van staatsbedrijven. ‘Privatiseren om efficiëntie in de economie te vergroten’, zo heet het in de officiële documenten.

Des te interessanter is het om te kijken naar de tussenstand van deze enorme operatie. Draagt de verkoop bij aan de modernisering van de Griekse economie? Versterkt ze de private sector? En, iets cynischer: wie profiteert er vooralsnog het meest van de privatiseringen?

Wat direct in het oog springt, is de prominente aanwezigheid van buitenlandse staatsbedrijven bij de Griekse koopjesdagen. Het voorbeeld van het Duitse Fraport met zijn veertien regionale luchthavens staat niet op zichzelf. Het staatsoliebedrijf van Azerbeidzjan mag hoogstwaarschijnlijk voor vierhonderd miljoen euro het Griekse gasnetwerk desfa overnemen. Enige voorwaarde vanuit Europa is dat het een beperkt deel hiervan direct doorverkoopt. Ook China dingt mee. Griekenland wordt beschouwd als een strategisch belangrijke springplank richting Europa. Dus kocht Cosco, een scheepvaartmultinational in handen van de communistische Volksrepubliek China, eerder al de helft van de haven van Piraeus. Nu aast ze op de rest.

En dat is nog niet alles. Voor de Griekse spoorwegen zijn staatsbedrijven uit Rusland en Frankrijk geïnteresseerd. Ook de Oostenrijkse staatsspoorwegen willen de boedel overnemen, maar dan wel voor het symbolische bedrag van één euro.

Slechts in een enkel geval maken de Europese schuldeisers serieuze bezwaren. Toen het Russische Gazprom in 2013 op het punt stond het Griekse gasbedrijf depa in te lijven voor bijna één miljard euro ketste de deal op het laatste moment af. Griekse ambtenaren wisten het zeker: hier stak de Europese Unie achter. Die ziet nog meer strategische invloed van Poetin op de Europese energiemarkt niet zitten.

Het is alles bij elkaar een ontnuchterend gegeven. Grofweg de helft van de grotere happen Grieks staatsbezit wordt opgekocht door andere staatsbedrijven. ‘Privatisering’ lijkt in zo’n situatie een volstrekt misplaatste term.

Zelfs in die gevallen waarin de private sector wél aan het langste eind trekt, zijn er vaak gerede twijfels of dit de Griekse economie vooruit helpt. Zoals in het voorbeeld van de te goedkoop verkochte staatsloterij. Of de voormalige Atheense luchthaven Hellinikon. Het enorme terrein werd in 2004 deels gebruikt als sportaccomodatie voor de Olympische Spelen. Zoals het er nu naar uitziet, gaat het voor bijna een miljard euro over in handen van de LAMDA Group. Die Griekse investeerder in onroerend goed is onderdeel van het zakenimperium van de familie Latsis. Met een door Forbes geschat vermogen van 2,5 miljard dollar behoort die tot de op één na rijkste clan van Griekenland, hoewel ze officieel zetelt in Zwitserland. Het is precies de oligarchie wier macht Griekenland volgens de adviseurs van de trojka zou moeten breken.

Toen een groep ambtenaren een stuk land inspecteerde, stuitte ze op duizenden illegale bouwwerken

Wie koopt Griekenland? In elk geval niet het Amerikaanse en Britse bedrijfsleven. De Griekse uitverkoop is niet het feestje geworden voor Angelsaksische ‘aasgierkapitalisten’ dat sommige critici vreesden. Grote banken als Citibank en Morgan Stanley pikken weliswaar een graantje mee door de uitverkoop te begeleiden, maar daarmee houdt het wel zo’n beetje op. Van miljardair en belegger Warren Buffett werd deze zomer even gezegd dat hij een eiland had gekocht. Dat verhaal bleek later een pr-stunt, door een handige makelaar uit de duim gezogen.

Vanuit Nederland dingt, voorzover bekend, alleen APM Terminals mee. Het dochterbedrijf van de Deense multinational Maersk is met nog zeven concurrenten in de race voor de haven van Thessaloniki. En jawel: dat is dan eindelijk een private onderneming. Voor de rest lijken het vooral de regionale grootmachten te zijn die een begerig oog werpen op de Griekse havens, vliegvelden, spoorwegen en energiebedrijven. Rusland hoopt zijn invloedssfeer uit te breiden, net als een enkele andere voormalige sovjetstaat. Natuurlijk is China van de partij, en ook vanuit het Midden-Oosten melden zich investeerders.

En dan is er nog Europa zelf. Op grond van haar economische overtuigingen zou je verwachten dat de Unie paal en perk stelt aan de opmars van buitenlandse staatsbedrijven in Griekenland. Het botst met vrijwel alles wat er geschreven is over de noodzaak om de Griekse economie moderner, concurrerender en liberaler te maken. Het druist in tegen alles wat de Europese landen zeggen te willen – tenzij ze bovenal aan zichzelf denken.

Neem Duitsland. Als voornaamste schuldeiser kan het aan alle kanten profiteren van de Griekse uitverkoop. De opbrengst vloeit, via de schuldafbetalingen, voor een belangrijk deel weer terug in de Duitse staatskas. Als er onder de kopers dan ook nog eens Duitse bedrijven zijn die interessante overnames doen, is helemaal sprake van een win-winsituatie.

Maar dat zal niet de bedoeling zijn. Toch?


De roemruchte Treuhand

Het is een omstreden idee dat telkens weer terugkeert in de discussie over de Griekse privatiseringen: de Treuhand. Vernoemd naar de instelling die, kort na de val van de Muur, de failliete boedel van de Duitse Democratische Republiek afwikkelde. Binnen enkele jaren werden meer dan tienduizend staatsbedrijven gesaneerd. Het idee voor een Griekse variant op de Treuhand werd voor het eerst gelanceerd door Roland Berger. Zo’n beetje alle grote Duitse concerns behoren tot de klantenkring van deze grootste Duitse consultancy-firma. In september 2011 opperde ze het plan dat Griekenland voor 125 miljard euro aan bezittingen in een holding moest stoppen. De Europese Unie zou die dan voor datzelfde bedrag overnemen. Vervolgens kon ze, in alle rust en ver van de Griekse kiezers, de bezittingen verkopen.

Behalve geld opleveren zou zo’n radicale privatisering ook ‘corruptie uitroeien en zorgen voor langetermijngroei en investeringen’. Onder anderen de toenmalige minister van Financiën Jan Kees de Jager stond sympathiek tegenover dit idee. Hij opperde het enkele jaren geleden tijdens een bezoek aan Berlijn.

Deze zomer dook de Treuhand opnieuw op aan de onderhandelingstafel. Wolfgang Schäuble, de Duitse minister van Financiën, stelde het voor in een alternatief plan dat welgeteld één A4’tje besloeg. Zo’n Treuhand moest buiten de greep van Griekenland geplaatst worden, bijvoorbeeld in Luxemburg.

Inmiddels wordt er in Brusselse kringen slechts gesproken van een nieuw ‘fonds’. Het woord ‘Treuhand’ komt niet terug in de tekst. Dat lijkt verstandig, want de Treuhand is tot op de dag van vandaag omstreden. Oók in Duitsland zelf. De eerste voorzitter van de instelling werd begin jaren negentig vermoord door de Rote Armee Fraktion – of door voormalige Stasi-agenten, zoals een enkeling nog altijd beweert.

Vooral in de Oosterse deelstaten klinken nog altijd beschuldigingen van vriendjespolitiek, subsidiemisbruik en fraude. Het DDR-bezit zou veel te goedkoop zijn verkocht aan het West-Duitse bedrijfsleven. De Treuhand deed bovendien weinig om industrie en banen te behouden. Tot overmaat van ramp bleek na afloop dat de hele privatiseringsoperatie onder de streep niks had opgeleverd. Het enige wat restte was een fors verlies van geld, banen en vertrouwen in het kersverse economische systeem.


Beeld: Alles bij elkaar moet de uitverkoop van Griekenland 85 miljard euro opleveren. Foto Milos Bicanski/Getty Images