Sally Rooney laat vrienden praten

Alles om niet te voelen

Conversations with Friends van Sally Rooney is een boek dat je steeds langzamer gaat lezen. Omdat je niet wil dat het stopt. En je ervaart: het is niet altijd mogelijk analytisch te zijn, soms moet je iets meemaken.

Medium rooney  sally  jonny l davies
Sally Rooney – Wát is een vriend? © Jonny L Davies

Gustave Flaubert schreef eens dat je kunt lezen om over de wereld te leren (de roman als reisvisum naar, pak ’m beet, Egypte, of het Ierse platteland), of juist om eraan te ontsnappen (de roman als strandvakantie – mijn vergelijking uiteraard), maar dat er ook nog een derde optie is – en de meest wenselijke: lezen om te leven. Het is zowel een inspirerende als vage uitspraak voor de verder vaak precieze auteur, want wat betekent dat: lezen om te leven? Af en toe komt er een boek voorbij dat antwoord geeft op die vraag, dat de ware clichés over het leven opnieuw munt en de onware wegwerpt – dat tot leven komt onder je ogen en dat je steeds langzamer gaat lezen naarmate je verder komt, omdat het boek niet mag stoppen, net zoals het leven niet mag stoppen. Dan blijkt Flaubert ook híer het juiste woord te hebben gekozen: lezen om te léven.

Het is de 26-jarige Ierse schrijfster Sally Rooney die haar verteller in haar opmerkelijke debuutroman Conversations with Friends over het leven laat denken (en dus tot de lezer laat zeggen): als je schrijft, selecteer en benadruk je. Maar Rooney is veel ambitieuzer met haar werk: ze selecteert, ja, en ze benadrukt, ja, maar ze geeft haar schrijven ook een bewustzijn van deze keuze mee, zoals je wachtend in het ziekenhuis ineens kunt denken: ík ben het die deze angst nu voelt, die denkt: wat gaan ze zo zeggen? – waarmee je dat ‘ik’ direct vergroot: jij bent het ik dat voelt, het ik dat dat denkt én het ik dat op dat denken kan beschouwen. Het is in deze ruimte, tussen bewustzijn en zelfbewustzijn, waarin de schrijfster – en de lezer – net iets méér kan denken dan in het boek staat, en dus steeds iets anders kan kijken naar alles wat er gebeurt, zodat Rooney’s werk van de grond komt, ja, zelfs gaat zweven. Soms zweeft het boek richting het analytische standpunt, soms – en steeds overtuigender – richting de ervaring.

Verteller in deze overspelroman is de 21-jarige Frances. Het decor is hedendaags Dublin tijdens de zomervakantie. Frances heeft overdag een stageplek bij een literair agentschap, ’s avonds treden zij en beste vriendin Bobbi op als performance poets. De twee zijn daarin complementair: Frances schrijft het werk, maar als ze voordragen is Bobbi de onbetwiste ster. De dynamiek geldt ook buiten het podium: Frances is de stille kracht, onzeker over haar uiterlijk, en het luisterend oor; Bobbi is een wervelwind, beeldschoon, bijdehand, eigenzinnig. Frances komt van het platteland, uit de onderkant van de Ierse middenklasse, en worstelt daarmee; Bobbi’s vader is een hoge ambtenaar en haar privileges zijn volstrekt vanzelfsprekend. Wat de twee verbindt, zijn de eindeloze, filosofische gesprekken die ze voeren (soms met de lachwekkende maar charmante onwetende ernst van de student): de gesprekken uit de titel. De twee zijn eveneens voormalige geliefden. Met een flashback vertelt Rooney dat de rebelse Bobbi op hun middelbare boarding school naar Frances toekwam en vroeg of ze op meisjes viel. Frances haalde haar schouders op – het was gemakkelijk cool en onverschillig te zijn in Bobbi’s bijzijn. Hier begint het bewustzijn van het boek: het besef dat Bobbi iets in Frances ziet wat zij zelf niet ziet.

En er zijn meer mensen die iets in Frances zien. De baas van het agentschap, Sunny, vraagt Frances aan het begin van het boek wat ze ‘later’ wil doen. Niks, zegt Frances. Die uitspraak is niet alleen praktisch – Frances ziet bij zichzelf geen bestendige talenten, en dus geen weg voor zichzelf weggelegd: alle gedichten zie ze voordraagt zijn vluchtig; ze publiceert ze nergens en vervangt ze na enkele maanden voordracht – maar ook moreel: op een avond heeft ze opgezocht wat het gemiddelde inkomen zou zijn als het bnp van alle landen evenredig over alle wereldburgers werd verdeeld: 16.100 dollar. Frances ziet geen reden, politiek, praktisch, financieel of moreel, waarom ze meer zou moeten verdienen dan dat.

De schrijfster – en de lezer – kan net iets méér denken dan in het boek staat

Toch besluipt het volwassen leven – met z’n dilemma’s en compromissen – ook in Ierland de student, want de talenten van Frances en Bobbi worden op een avond nog weer door iemand anders opgemerkt (zo slecht zijn die gedichten dus niet). Melissa, een bekende fotograaf van achter in de dertig, met eveneens een essaybundel op haar naam, is door de twee gefascineerd – vooral door Bobbi, denkt Frances – en nodigt hen uit voor een drankje bij haar thuis. Melissa’s man is daar ook: Nick, een 32-jarige B-acteur met een lijf als een Romeins standbeeld – en met een hoofd waar schijnbaar niks in zit. De kunstzinnige Melissa voelt zich aangetrokken tot Bobbi, en vice versa, en er hangt een broeierige sfeer tussen de twee. Zo sluiten de twee Frances en Nick buiten, die deze avond eerder tot elkaar zijn veroordeeld dan aangetrokken. Melissa en Nick komen duidelijk uit een andere klasse dan Frances: ze zijn slechts tien jaar ouder, maar hebben een groot huis en een mooie auto (dit is Ierland na de crash) en door Melissa’s uitsluiting en afkomst voelt Frances een zekere afgunst.

Maar Melissa mailt de volgende dag dat ze Frances en Bobbi wil portretteren voor een tijdschrift en betrekt zo de twee vriendinnen bij haar leven en dat van Nick. De dynamiek van de eerste avond zet zich hier voort: Bobbi en Melissa flirten veel met elkaar, en Frances en Nick staan daar buiten. Zo beginnen de gesprekken tussen de twee – gescherpt door hun onderlinge verschillen. Wat blijkt? Nick heeft vanbinnen niet zo’n marmeren hoofd als gedacht: hij is de eerste persoon sinds Bobbi, met wie Frances – offline en online – zulke conversaties heeft.

Op het verjaardagsfeestje van Melissa zoenen Nick en Frances voor het eerst. Zo ontstaat de liefdesaffaire die centraal staat in het boek: tussen een homoseksuele, radicale studente, en een heteroseksueel rijkeluiszoontje. Frances voelt zich hulpeloos in haar liefde, maar ziet niet dat Nick net zo hulpeloos is als zij: en wat voor macht zij dus over hem heeft. De banaliteit, de rauwheid, de overweldiging, de zelfhaat van een affaire: het komt allemaal voorbij, in (Facebook-)gesprekken, beschouwingen, en seksscènes. Frances’ knelpunt is telkens weer dat ze als studente redelijk ‘buiten’ de maatschappij kon staan, maar als stagiaire, dichteres en jonge vrouw niet: wie wil werken, dichten en liefhebben móet zich tot de wereld verhouden, al is het maar door vrienden te hebben of in een affaire te belanden. Maar Frances laat het allemaal niet binnenkomen, als haar gevoelens haar te veel worden verwijdert ze zichzelf mentaal uit situaties die juist emotionele aanwezigheid vereisen, of doet ze aan zelfverminking. Alles, om niet te voelen.

Bobbi en Melissa zijn inmiddels zo close geworden dat Melissa Frances en Bobbi via laatstgenoemde uitnodigt voor hun zomervakantie in Frankrijk. Iedereen die wel eens een verboden liefde heeft gehad, weet hoe ingrijpend dergelijke fysieke nabijheid – van de minnaar én zijn echtgenoot – is, zeker een week lang, maar Frances zegt nog steeds ‘Sure’ in Bobbi’s aanwezigheid.

De banaliteit, de rauwheid, de overweldiging, de zelfhaat van een affaire: het komt allemaal voorbij

Frances verdrukt haar emoties en krijgt lichamelijke klachten, die steeds erger worden. Het is gemakkelijk die klachten als het lichamelijk verzet tegen Frances’ emotionele repressie te lezen, maar de schijnbaar psychosomatische klachten blijken ook een fysieke oorsprong te hebben. Hiermee toont de roman een diep begrip voor de hoedanigheid van onze lichamelijkheid: ik ben het lichaam dat denkt, ja, ik ben het lichaam dat voelt, ja, maar ik ben ook het lichaam dat ís – en het lichaam dat zich aangetrokken voelt tot een ander lichaam. Frances leert haar macht kennen, over anderen en zichzelf – en over de grenzen van die macht. Geconfronteerd met haar onmacht wordt ze gedwongen verantwoordelijkheid te nemen voor haar gedrag, al is het maar door zich bewust te worden van wat ze doet.

De affaire tussen Frances en Nick is – uiteraard – gedoemd uit te komen, en als dat gebeurt (eerst komt Bobbi erachter, daarna Melissa), is het eindoordeel: Nick kan Frances niet meer zien (hij houdt ook van zijn vrouw, en met haar is hij getrouwd), en Bobbi raakt teleurgesteld in Melissa, die vanuit haar beschermde bourgeoisieleven met andere levens speelt alsof het niets is.

Het academisch jaar begint. Frances en Bobbi trekken weer naar elkaar toe en worden opnieuw elkaars geliefden: een relatie met de bekende, veilige, ironische distantie van de student, een verzet tegen labels. De twee praten weer veel met elkaar en delen een grapje: wát is een gesprek? Wát is een vriend?

Iedereen formuleert uiteraard zelf een antwoord op die vraag, en stelt zo zijn leven samen. Het is de verdienste van Rooney dat ze niet met een definitief antwoord komt op die vraag. Rooney beschrijft geen catharsis, geeft geen essayistische inzichten, haar boek brengt een ontwikkeling die wellicht als groei kan worden gekenmerkt: het is niet altijd goed onverschillig te zijn. De slotscène van het boek, waarin Nick Frances per ongeluk (is dat zo? Weer zo’n vraag die het boek stelt) belt, is zo krachtig en prachtig en hulpeloos en onbeholpen dat het een ongefilterde, éigen ervaring van het leven lijkt: het is niet altijd mogelijk analytisch te zijn, soms moet je iets meemaken.


Sally Rooney, Conversations with Friends. De Nederlandse vertaling, Gesprekken met vrienden, verschijnt op 30 oktober bij Ambo Anthos