Delft, 14 oktober. Bezoekers tonen een QR-code voorafgaand aan een bezoek aan een theater ©  Robin Utrecht/ ANP

Uit reconstructies van de pandemie doemt een beeld op van een overmoedig, overrompeld en onsolidair Europa — ongeveer volgens dat patroon.

Aanvankelijk waande Europa zich onkwetsbaar. Nadat het coronavirus het leven in grote delen van Azië al had platgelegd, klonken de berichten uit Brussel nog geruststellend: de kans op verspreiding in Europa was klein, een eventuele uitbraak kon snel worden ingedamd, we waren goed voorbereid.

Alles onder controle.

Toen kwam de schok: Covid-19 was geen catastrofe waar welvarende landen met goede zorgsystemen van gespaard zouden blijven. Grenzen werden met een ruk opgetrokken en overheden sloegen aan het hamsteren om hun eigen voorraadkasten te vullen met mondkapjes, tests en medische apparatuur. Vaccins werden niet op basis van noodzaak en behoefte over de wereld verdeeld, maar opgekocht door regeringen die als eerste de portemonnee trokken.

Diezelfde regeringen hebben inmiddels de aandacht verlegd van nationale crisisbeheersing naar nationaal herstel. Het devies is onveranderd gebleven: eigen land eerst. Terwijl het prikken in het mondiale zuiden nog op gang moet komen, heeft het vaccinrijke noorden de pandemie alvast zo goed als voorbij verklaard. Economieën zijn van het slot gehaald en landen zijn als vlinders uit hun cocon gebroken.

Het Europese zelfvertrouwen is terug. We hebben ons gewapend tegen het virus dat ons anderhalf jaar geleden overviel. We zijn overeind gekrabbeld en vastberaden begonnen aan de langverwachte terugkeer naar normaal, gesterkt door een torenhoge vaccinatiegraad en een indrukwekkend staaltje QR-technologie.

Alles onder controle.

Linnet Taylor, hoogleraar international data governance aan de rechtenfaculteit van Tilburg University, ziet het misgaan. Het kritische artikel over coronapaspoorten dat ze schreef met een groepje internationale collega’s is net gepubliceerd door Cambridge University Press als half september de televisies in Nederlandse woonkamers op de persconferentie zijn afgestemd. Mark Rutte en Hugo de Jonge vertellen dat afstand houden niet meer hoeft (‘een grote stap vooruit’), dat de coronapas er komt (‘in veel landen om ons heen al gebruikelijk’) en waarom dat noodzakelijk is (‘omdat je daarmee de anderhalve meter kunt loslaten’).

Rutte en De Jonge maken niet expliciet duidelijk waarom het eigenlijk zo belangrijk is om de anderhalve meter in te ruilen voor een paar centimeter aan kartelige zwarte blokjes in een wit vierkant. Ze beperken zich tot enkele opmerkingen over een lastige en emotioneel zware afstandsmaatregel die ons al anderhalf jaar in de greep houdt en waar iedereen klaar mee is. De CoronaCheck-app moet ons bevrijden uit de verlammende greep van de anderhalvemetersamenleving en eraan bijdragen ‘dat zoveel mogelijk mensen zich veilig genoeg voelen de deur uit te gaan en mee te doen aan het sociale leven.’

Taylor vindt dat een zorgwekkende boodschap. ‘We zitten nog altijd midden in een pandemie. Dat is de realiteit. Het idee dat we ons in rijke delen van de wereld met een QR-code aan die realiteit kunnen onttrekken is een illusie.’

Over de economie wordt tijdens de coronapersconferentie met geen woord gerept. Dat is opvallend, want volgens Taylor vormen economische belangen het leidende motief voor de invoering van vaccinatiepaspoorten en immuniteitsbewijzen. ‘Alle nadruk ligt op het heropenen van de economie. Terug naar normaal. Dat zien we niet alleen in Nederland, maar in veel rijke landen waar de vaccinatieprogramma’s effectief zijn.’

In die landen blijven er dankzij de vaccins steeds minder kwetsbaren over, waardoor het aantal ziekenhuisopnamen en overlijdensgevallen drastisch is afgenomen. De autoriteiten achten het daarom verantwoord om een einde te maken aan coronamaatregelen die de economie afknellen. Althans, voor de groep die met een coronapaspoort bescherming tegen het virus kan aantonen. Wereldwijd hebben overheden met een duizelingwekkende snelheid verificatiesystemen uitgerold om de beschermden van de onbeschermden te scheiden. Van China tot Italië, overal bepalen rood- en groengekleurde QR-codes wie mag deelnemen aan onderdelen van het openbare leven.

Waterdicht zijn de QR-codesystemen niet. Sjoemelen is makkelijk, handhaven is moeilijk en ook de veiligverklaarden kunnen het virus oplopen en doorgeven. Vooral de deltavariant blijkt aardig in staat om door de bescherming van vaccins heen te breken.

Het idee dat de CoronaCheck-app ervoor zorgt dat het virus geen kant meer op kan, is volgens Taylor te simplistisch. De coronapas is geen technologische noodrem die het virus bliepend en piepend tot stilstand kan dwingen, zegt ze. Zo’n technologische noodrem bestaat niet. ‘Apps kunnen hooguit een aanvulling zijn op het gezondheidsbeleid. Wat we nu zien is dat het gezondheidsbeleid draait om apps. Ik denk dat we dat niet moeten willen.’

Wetenschappelijk bewijs voor de effectiviteit van coronapaspoorten ontbreekt, zegt Taylor. In plaats van gedegen onderzoeksprogramma’s is de coronapas gebaseerd op redeneringen en economische aanbevelingen, aan elkaar geknipt en geplakt op de beleidstafel. ‘Toch horen we overheden zeggen dat deze apps de beste en enige manier zijn om uit de pandemie te komen. Sorry, maar dat is krankzinnig. Coronapassen beschermen ons niet tegen het virus. Vaccins doen dat.’ Niet verificatie maar vaccinatie zou de politieke agenda’s moeten beheersen, aldus Taylor. ‘Zolang wereldwijd een groot deel van de bevolking geen toegang heeft tot bescherming, is het zinloos om lokaal te checken wie “veilig” of “immuun” is. Helaas leven we op dit moment in een werkelijkheid waar geen veiligheid of immuniteit is.’

Die afwezigheid van veiligheid is het gevolg van het uitbreken van het nieuwe coronavirus, zegt Taylor, wat niemands schuld is. Maar de grote vaccinatieongelijkheid draagt er ook aan bij. ‘We kunnen in vaccinrijke landen niet spreken van een veilige uitweg uit de pandemie terwijl we toekijken hoe het mondiale zuiden wegzakt in een poel van ellende en vaccintekorten.’ Die poel is namelijk een broeihaard voor nieuwe coronavarianten, die potentieel desastreus zijn voor ons allemaal. ‘Het virus muteert. Het echte nachtmerriescenario is dat er een variant opduikt waartegen de vaccins onvoldoende bescherming bieden. Dat is een reëel risico.’

Terwijl rijke landen miljoenen extra doses op de plank hebben liggen, laten ze in armere landen een situatie bestaan waarin het virus zich ongehinderd kan blijven vermenigvuldigen. Dat is behalve onethisch ook extreem onverstandig, zegt Taylor. ‘De kans op mutaties neemt zo toe. Bovendien zijn mensen in arme landen met slechte gezondheidsomstandigheden vaak langer ziek van een coronabesmetting, wat ook het risico op mutaties verhoogt. Vaccins zijn daar ontzettend hard nodig. In de eerste plaats om mensen in die landen te beschermen tegen ziekte en overlijden, maar ook om mensen over de hele wereld te beschermen tegen het ontstaan van nieuwe coronavarianten.’

Taylor noemt het verbijsterend dat slechts een fractie van de beschikbare prikken in lage- en middeninkomenslanden is gezet. ‘Het helpt ook niet dat er patenten rusten op coronavaccins, waardoor lageinkomenslanden geen eigen vaccins kunnen produceren. Er wordt al maanden gepraat over een eerlijkere verdeling van vaccins en het vrijgeven van patenten, maar we zien weinig gebeuren.’

Ondanks noodkreten van de WHO en toezeggingen van rijke landen is de vaccinatiekloof niet snel aan het krimpen. Zo is er nog nauwelijks werk gemaakt van Europa’s belofte om miljoenen te veel ingekochte vaccins naar armere landen te sturen via het internationale vaccinatieverbond Covax. Waar wél werk van is gemaakt: het EU Digitaal Corona Certificaat, de Alipay-gezondheidscode, de Green Pass, de pass sanitaire, de certificazione verde, de Excelsior Pass en nog een heleboel andere coronapasvarianten.

‘De technologische slagkracht is groter dan de politieke’, constateert Taylor. ‘Tech-rijke landen storten zich op de coronapas omdat het makkelijk is. Veel makkelijker dan zorgen voor een gelijke vaccinverdeling en zoeken naar mondiale oplossingen voor deze crisis.’

Dat is het bedrieglijke van de coronapas: met één simpele scan lijken alle risico’s verdwenen. Maar groene vinkjes zijn geen veiligverklaring, zegt Taylor, en checken of mensen beschermd zijn is niet hetzelfde als zórgen dat mensen beschermd zijn. Volgens Taylor leggen coronapaspoorten een sterk gebrek aan mondiaal besef bloot. ‘Rijke landen gedragen zich alsof het mogelijk is om voor zichzelf veiligheid te creëren en de risico’s te minimaliseren, maar zo werkt het niet.’ Want de vaccinatiekloof die tussen de grote mogendheden in het mondiale noorden en ontwikkelingslanden in het mondiale zuiden gaapt, maakt iederéén kwetsbaar. Ook mensen met twee prikken in hun arm en groene vinkjes op hun telefoon.

‘Coronapaspoorten kunnen de wereld niet veiliger maken,’ zegt Taylor. ‘Ongelijker, dat wel. Ze weerspiegelen bestaande ongelijkheden en zullen die waarschijnlijk verergeren.’

Een voorbeeld is de ongelijkheid in visumplicht en mobiliteit. Terwijl het coronapaspoort vrij reizen in het mondiale noorden vergemakkelijkt, zien mensen in het mondiale zuiden hun toegang tot grote delen van de wereld alleen maar verder versperd worden door QR-scanners. ‘Als je in een arm land woont en wil reizen – bijvoorbeeld om te studeren of familie te bezoeken, wat ieders recht zou moeten zijn – dan is het vaak al ontzettend moeilijk om aan een visum te komen. De invoering van coronapaspoorten maakt dat nog veel moeilijker. Nu moet je namelijk niet alleen aantonen dat je financieel zelfredzaam bent en een reden hebt om het land in te reizen, je moet ook bewijzen dat je gevaccineerd bent met een vaccin dat is goedgekeurd door dat land.’ Dat rijke landen vaccins uit lageinkomenslanden niet erkennen, heeft volgens Taylor niets te maken met de kwaliteit van de vaccins. ‘Zelfs vaccins die chemisch identiek zijn aan de vaccins van westerse farmaceuten worden niet goedgekeurd. Het probleem draait om politieke erkenning.’

Taylor ziet de coronapas als een vorm van theater. ‘Je kunt het vergelijken met het veiligheidstheater dat we kennen van securitychecks op luchthavens. We trekken onze schoenen uit, presenteren onze vloeistoffen, plaatsen onze spullen op de band, lopen door het poortje.’ Wie het script volgt, krijgt aan de andere kant van de detectiepoort een knikje van de douanier: u bent oké, u mag doorlopen.

Veiligheidscontroles op vliegvelden zijn ook niet waterdicht, maar ze hebben wel een belangrijke functie. ‘Absolute veiligheid geven ze niet, maar ze verkleinen bepaalde risico’s. En ze hebben nog een ander volkomen legitiem doel: ze geven ons het gevoel dat onze veiligheid gewaarborgd is, en dat we ons als zodanig kunnen gedragen. Dat is nodig, want anders zouden mensen niet op reis durven of breekt er chaos uit.’

In situaties die mensen als risicovol of beangstigend ervaren, kunnen theatrale vertoningen van veiligheid ‘normaal’ gedrag stimuleren. De coronapas werkt ook zo, zegt Taylor. De groene vinkjes in de app hebben eenzelfde betekenis als het knikje van de douanier: u bent oké, u kunt doorlopen.

Het grote verschil: niets-aan-de-hand-gedrag is in de pandemie onwenselijk. ‘Wat we nodig hebben is solidair gedrag’, aldus Taylor. ‘Dat betekent niet dat we in vaccinrijke landen allemaal een app downloaden en doen alsof de risico’s niet meer op ons van toepassing zijn terwijl we het hele mondiale zuiden bestempelen als risicovol. Solidariteit betekent dat we vaccinatie wereldwijd toegankelijk maken. En dat we in de tussentijd de verspreiding van het virus tegengaan door ons te gedragen alsof we zelf besmettelijk kunnen zijn en alsof de persoon naast ons mogelijk kwetsbaar is.’

Nu de besmettingen weer oplopen, roept ook het kabinet op tot solidariteit en behoedzaamheid. Maar in de retoriek van het kabinet worden die begrippen uitsluitend langs nationale lijnen begrepen – het zijn onze ziekenhuizen, onze kwetsbaren, onze ondernemers en onze economie die beschermd moeten worden tegen de gevolgen van het coronavirus. Het coronapaspoort sluit daar feilloos bij aan. Coronapassen moeten onze technologische buitengrenzen versterken ter bescherming tegen potentiële virusdragers uit verre streken. Tegelijkertijd fungeren ze ook binnen de maatschappij als een soort digitale uitsmijters die risicogroepen van eigen bodem buiten de deur houden op plekken waar veel mensen samenkomen. De coronapas scheidt de veiligen van de onveiligen en de solidairen van de onsolidairen, met de heropening van de samenleving na anderhalf jaar corona als het ultieme doel. Maar volgens Taylor komt dat doel niet dichterbij als we de huidige koers blijven volgen en Europa in dezelfde patronen blijft vervallen. De coronapas is geen bewijs van veiligheid of solidariteit, maar van een hardnekkig onvermogen om de pandemie te zien voor wat het is: een mondiale catastrofe die vraagt om een mondiaal antwoord.