Alles ondergeschikt aan steun voor de inval

NEE, Nederland heeft geen F16’s of onderzeeboten ingezet om de Amerikanen en Britten te helpen bij de inval in Irak in maart 2003. Ook had de politieke steunverlening aan de inval door het toenmalige kabinet niet als doel toenmalig CDA-minister Jaap de Hoop Scheffer de post van secretaris-generaal van de Navo te doen bemachtigen. Daarmee zijn die steeds terugkerende geruchten ontkracht.

Maar daarmee houden de positieve conclusies van het dinsdag gepresenteerde rapport van de commissie-Davids die onderzoek heeft gedaan naar de politieke steunverlening aan de inval in Irak ook wel op. Uit de in totaal 49 conclusies in het rapport doemt een onthutsend beeld op, waarop de uitdrukking dat het geheel meer is dan de som der delen met recht van toepassing is.
In het oog springt uiteraard de opmerking van de commissie dat de inval in Irak niet kan worden verdedigd met een verwijzing naar de Veiligheidsresoluties van de Verenigde Naties, zoals minister-president Jan Peter Balkenende keer op keer heeft gedaan. Letterlijk schrijft de commissie dat ‘men die resoluties redelijkerwijs niet kan uitleggen als een vrijbrief voor nationale lidstaten om zonder nadere besluitvorming door de Veiligheidsraad met militair geweld de naleving van die resoluties af te dwingen’.
Ook politiek gevoelig is de conclusie dat het toenmalige kabinet van CDA, VVD en LPF de Staten-Generaal niet volledig heeft ingelicht over het verzoek van de Verenigde Staten om mee te werken aan de planning van de opbouw. Zoals commissievoorzitter Willibrord Davids dinsdag zei: het is een vuistregel in een democratisch bestel dat een kabinet een Tweede Kamer zo volledig mogelijk van informatie voorziet. Die Nederlandse medewerking aan de opbouw van de invasie, zo blijkt uit het rapport, is er geweest, in de vorm van een fregat dat escortediensten verleende aan vaartuigen van de Amerikaans-Britse troepenmacht.
Maar wat het beeld des te onthutsender maakt, is dit: op een zomerse dag wordt op het ministerie van Buitenlandse Zaken in een overleg van ongeveer drie kwartier de beleidslijn inzake Irak opgesteld; als namens het kabinet minister De Hoop Scheffer de eerste brief daarover naar de Kamer stuurt, is dat zonder overleg met de andere ministers; analyses van Nederlandse veiligheidsdiensten die niet passen in het eenmaal ingezette beleid worden geweerd; de conclusie van het kabinet dat er een volkenrechtelijk mandaat was voor de inval was niet gebaseerd op een degelijke en actuele juridische voorbereiding; Balkenende gaf aanvankelijk weinig of geen leiding op dit dossier en het kabinet verschanste zich vervolgens achter het ingezette beleid waardoor een inhoudelijke gedachtewisseling met de Kamer niet van de grond kwam.
Kortom: alles werd ondergeschikt gemaakt aan de steunverlening aan de inval in Irak. En dat op een dossier waarin het gaat om een oorlog.
Zelf wilde Davids geen politieke conclusies trekken. Dat is aan het parlement. Dat zal zichzelf moeten afvragen hoe het in de toekomst tegenwicht kan bieden aan een kabinet dat op verkeerde gronden en met het wegpoetsen van onwelgevallige informatie een oorlog steunt.
Daarnaast kan de Kamer niet anders dan Balkenende zwaar onder vuur nemen, juist omdat dit overzicht van de gang van zaken zoveel meer laat zien dan de afzonderlijke, reeds beschikbare informatie en de minister-president lange tijd onderzoek naar dit overzicht heeft tegengehouden. Dat wordt een hard debat, want uit Balkenende’s eerste reactie blijkt dat hij ook nu zijn eigen standpunt over de politieke steunverlening handhaaft. Dat is op z'n zachtst gezegd opmerkelijk.