Alles onecht

Alexandr Poesjkin, Jevgeni Onegin. Vertaald door Hans Boland, € 35,00

Bij Poesjkin blijft niets van de schoonheid en lelijkheid van het leven onopgemerkt. Hans Boland laat zien dat zijn belangrijkste werk, Jevgeni Onegin, niet onvertaalbaar is, zoals wordt beweerd.

Alexandr Poesjkin. Geen schrijver ter wereld is in zijn geboorteland ooit meer vereerd dan hij. Zelfs de Engelse Shakespeare-cultus of de Duitse Goethe-verering is geen vergelijk voor de ademloze aanbidding die Poesjkin in Rusland geniet. Pleinen, straten, dorpen, instituten, universiteiten, bibliotheken, musea, alles is naar de dichter vernoemd, en als er niets meer te vernoemen viel was er altijd nog wel een plek voor een stand- of borstbeeld, plaquette, muurschildering of reliëf nederig gewijd aan de dichtende grootheid. En dat is nog maar de hardware van de verering. Daarnaast staan de leveranciers van het geestelijk voedsel der aanbidding: duizenden kenners, wetenschappers - poesjkinisten - die uitpluizen, doorspitten en verhelderen, een wilde vloed aan bedrukt papier en trossen conferenties afscheidend.
En daar staat hij dan, glimmend op het plein met zijn bronzen bakkebaarden. Aan zijn voeten wat verse bloemen, daar zojuist door een voorbij waggelend omaatje neergelegd. Onze held. Grootste dichter van Ruslands sappige steppen en onbegrepen in het barbaarse buitenland. Uitvinder van de Russische literatuur, van de Russische taal; de gigant die de hele Russische ziel wist te proppen in de meest briljante jambische viervoeten ooit geschreven. Voorvechter van de vrijheid. Geknecht door de tsaar, vernederd door het establishment. Gestorven, nee vermoord, in een duel door een kogel van een Fransman, die het opnam voor een Nederlander. Zie je wel! Een martelaar ook nog!
Over die religieuze receptie van Poesjkin kun je, als je dat leuk vindt, ook weer boeken volschrijven. Ik verheug me erover te zwijgen, maar een paar opmerkingen moeten toch gemaakt. Hoe koddig de Poesjkin-cultus ook is, het resultaat is lang niet altijd triviaal. Het eerbetoon aan Poesjkin bijvoorbeeld van Vladimir Nabokov - zelf toch ook een schrijver die over bewondering niet mag klagen -, een 1380 pagina’s dikke vertaling en commentaar op Jevgeni Onegin, lijkt uniek. Dat ding is een pedant en intimiderend machtsvertoon van kennis, maar uiteindelijk toch ook bescheiden omdat het niet meer pretendeert te zijn dan een annotatie bij het werk van een vereerde collega. Iets dergelijks zie je Thomas Mann of zo toch niet doen voor zijn grootste held?
Ook de mate waarin Poesjkin is gerecycled in muziek, opera vooral, en de kwaliteit van die werken, lijkt nooit herhaald. Moessorgski’s Boris Godoenov en Tsjaikovski’s Jevgeni Onegin en Schoppenvrouw, zijn drie héél erg goede opera’s; Glinka’s Roeslan en Ljoedmila en Strawinsky’s Mavra zijn ook behoorlijk goed, maar worden zelden gespeeld en dan zijn er nog zeker tien opera’s op werk van Poesjkin gebaseerd die je eigenlijk nooit hoort. Daarvan zijn er drie van Rimski-Korsakov, twee van Rachmaninov, nog een van Tsjaikovski en nog een van Strawinsky. Welke andere schrijver in de geschiedenis kan er aanspraak op maken dat musici van zulk niveau zoveel van hun werk onder handen namen?
Voor een normaal mens vormt die verering van Poesjkin vooral een probleem. Is het nog wel mogelijk om een onafhankelijk oordeel te vormen over zijn werk? Word je meegesleept door de verering, of word je juist overdreven kritisch uit irritatie voor het banale ervan?
Daarbij, Poesjkins oeuvre is beperkt. Het bevat één korte prozaroman, één roman in verzen, wat korte verhalen en non-fictie, een avondvullend drama, wat korte dramatische stukken, twee handen vol langere epische gedichten en een paar honderd korte gedichten. Best wat, maar voor de literaire God op aarde die hij in Rusland is, toch krapjes. Moet dat kleine oeuvre al die in brons gegoten superlatieven dragen?
En dan het grootste raadsel: Poesjkin zelf. Van Shakespeare weten we niets, dat scheelt, maar van Poesjkin bijna alles. En heel weinig daarvan leent zich voor geniale mythevorming. Hij was geen broedende solipsist, zoals het hoort, maar een aanhankelijk gezelligheidsdier. Lekker plezier maken met zijn vrienden en dan achter de wijven aan. Ter ontspanning pistoolschieten of biljarten. Manisch gedreven à la Van Gogh of Dostojevski was hij al helemaal niet: als hij niet zo vaak wegens ziekte thuis had moeten blijven, had hij nóg minder geschreven. Hij was een losbol uit overtuiging en een liefhebber van studentikoze practical jokes. Toen een paar schoolgaande meisjes en hun moeder eens langskwamen om eer te bewijzen aan zijn literaire genie ontving hij hen in een doorzichtige zijden broek, zonder onderbroek zodat ze zijn piemel goed konden zien. Ooit kreeg hij tyfus omdat hij te lang had staan blauwbekken voor de gesloten deur van een prostituee die hem niet meer wilde ontvangen. Zijn politieke vooruitstrevendheid lijkt overdreven. Een grondwet leek hem wel een lollig idee, maar uiteindelijk was de aristocratische erecode het enige wat voor hem telde. Inderdaad, hij stierf ervoor.
Gebrek aan erkenning had hij ook al niet. Zijn verbijsterende natuurlijke gave werd opgemerkt toen hij nog scholier was, en hij is altijd omringd gebleven door bewonderaars. Zelfs zijn vijanden erkenden volmondig zijn talent. Het succes van zijn prachtige, inspirerende, uitbundige vriendschappen lijkt hem soms belangrijker te zijn dan literaire roem. Dat maakt hem een aantrekkelijk mens, maar het onderscheidt zijn biografie sterk van iedere andere echt grote kunstenaar die ik ken.
Het contrast tussen zijn lichtzinnigheid en zijn magische talent was niet alleen in zijn eigen tijd een onderwerp van verwarring of een reden om hem af te wijzen. Een deel van zijn oeuvre is en blijft oppervlakkig of zelfs triviaal. Hij wordt vaak vergeleken met Mozart, en dat begrijp je wel, maar Mozart is in alle opzichten serieuzer, arbeidzamer en verantwoordelijker dan Poesjkin. Zijn brieven: wonderen van ernst en precisie vergeleken bij de briljante jolijt van Poesjkins correspondentie. Maar dan, zo vindingrijk, zo lief, geil, warm, grappig, levenslustig en genereus als Poesjkins brieven zijn, is er niets.
Wat moet je? Er is eigenlijk geen verweer tegen de claim dat hij een volkomen unieke schrijverspersoonlijkheid is. Zijn virtuositeit is zo groot, met wie kun je hem vergelijken? Zijn woorden voegen zich volkomen natuurlijk naar de tergend lastige maat- en rijmschema’s die hij zichzelf oplegt. Er zijn überhaupt maar enkele dichters die ooit met gemak zulke schema’s hanteerden, en die zijn veel minder geestig dan Poesjkin. Er zit iets eindeloos overmoedigs en brutaals in Poesjkins dichtregels, iets geils en stouts. Dat zit hem niet in de woordkeus, maar in de muzikaliteit en het arrogante gemak waarmee hij iedere keer weer het gedicht weet te eindigen zonder een geforceerde draai te maken, zonder afbreuk te doen aan de natuurlijke adem van de taal. Hij loopt, nee danst, op het dunne koord met een afgrond onder hem, en ondertussen vertelt hij met zijn handen in zijn zakken een mop.
Daarbij komt een heel scherpe en analytische blik op de uiterlijkheid van het leven. De mens en menselijke verhoudingen staan bij Poesjkin altijd in het helderste licht, en niets van de schoonheid en lelijkheid van het leven blijft onopgemerkt. Echte diepte weet hij trouwens niet aan te brengen, filosofische diepgang is Poesjkin nu eenmaal vreemd.
Maar er gebeurt iets anders. Het lijkt wel of Poesjkin de shock die zijn eigen talent bij hem teweegbrengt probeert te verwerken door voortdurend het effect van schrijven en lezen, van scheppen en het beleven van menselijke schepping ter discussie te stellen. Poesjkin beschrijft een wereld waarin het leven steeds weer de kunst imiteert, waarin de spiegeling echter is dan het bespiegelde. In Jevgeni Onegin worden de meisjes verliefd omdat ze romans lezen, en blijkt de ten dode opgeschreven Vladimir Lenski een romantische ziel omdat hij in Duitsland heeft gestudeerd. Zelfs de hevigste emoties zijn bij Poesjkin nooit volledig authentiek. Alles onecht. Daar komt een andere gedachte bij: degenen die hun emotionele leven vormen met behulp van romans en poëzie zijn verre te verkiezen boven de meerderheid van de mensheid die zich slechts laat leiden door een volkomen onverschillige macht: de conventie. Het is deze conventie, de benauwende, hypocriete moraal van de Russische upper-class die het ware kwaad vertegenwoordigt in zijn roman.
Jevgeni Onegin is niet alleen Poesjkins belangrijkste werk, maar ook het werk waar zijn reputatie in hoge mate van afhangt. Langere versvertellingen met een contemporain thema waren natuurlijk wel eerder geschreven, Byrons Beppo is deels een voorbeeld geweest, maar eigenlijk is de Onegin een eersteling in de wereldliteratuur. Poesjkins heel directe en schijnbaar ongefilterde beschrijving van het dagelijks leven wordt veel geroemd, en was inderdaad uniek voor een dichtwerk, maar nog belangrijker was de ongelooflijke bondigheid en concentratie waarmee de plot- en de karakterontwikkeling zich ontplooit. De roman krijgt er een ongehoorde dynamiek en snelheid door. Die kwaliteiten - beschrijving van de alledaagse werkelijkheid, rijke plot en karakters et cetera - zijn typisch voor de nieuwe romans die in Europa aan het eind van de achttiende en begin negentiende eeuw ontstonden. Maar vergeleken met de Onegin is het lezen van Fieldings Tom Jones of de romans van Walter Scott alsof je door een tank langzaam verstijvende modder loopt. Het is alsof Poesjkin die romans als voorbeeld nam, maar dan op een zeer gesofisticeerde manier samengevat en vederlicht en vol dubbelzinnige verwijzingen herverteld.
Hij werkte er acht jaar aan. Niet ononderbroken, maar het werk is het verbindende element in die jaren. De eerste gedachten voor de roman vormden zich toen hij voor het eerst werd verbannen door de tsaar, een gebeurtenis die hem in hoge mate vormde en van hem een volwassen schrijver maakte. De eerste strofen van Jevgeni Onegin zijn geschreven in Chisinau, Moldavië. Alsof Shakespeare Hamlet schreef in Venlo.
Hoe vertaal je zoiets? Altijd weer wordt gezegd dat Jevgeni Onegin onvertaalbaar is, maar de minstens 25 vertalingen in het Engels en de zeker elf vertalingen in het Duits bewijzen dat het vaak genoeg werd geprobeerd. De vertaling van Hans Boland die nu verschijnt is inmiddels de vijfde Nederlandse vertaling. Je kunt dus eigenlijk makkelijk beweren dat de Onegin een van de vaakst vertaalde Russische romans is. Dat komt ongetwijfeld juist doordat het zo moeilijk is, voor vertalers is het de ultieme test. Het lukt ook niet altijd. Als een beetje serieus opgeleide vertaler echt zijn best doet op Oorlog en vrede of Don Quichot, komt er altijd wel iets goeds uit, maar dat geldt niet voor de Onegin. Je moet over uitzonderlijke kwaliteiten beschikken, en dan nog moet je ermee kunnen leven dat een deel van de coupletten zal mislukken. Ik ken geen vertaling waarin niet af en toe coupletten voorkomen waar de vertaler zich gewoon geen raad mee weet. De beste vertaling is ongetwijfeld degene die is samengesteld uit verschillende vertalingen, zodat je per couplet de beste vertaaloplossing krijgt. Want als de ene vertaler door het ijs zakt, dan heeft de andere vertaler juist een briljante ingeving. Maar vertalers voelen zich begrijpelijkerwijs te goed om te lenen bij collega’s als ze er niet uitkomen, dus die beste vertaling moeten we zelf maken.
Hans Boland is de belangrijkste Poesjkin-vertaler die Nederland ooit heeft gehad. Zijn vertaling van het complete werk van Poesjkin is een prestatie zonder weerga, zelfs als je niet erg van zijn typische manieren houdt. Boland geeft een erg persoonlijke draai aan zijn vertalingen en neemt meer vrijheden dan anderen, maar dat is onvermijdelijk. Zou hij dichter op de tekst blijven zitten, dan zou het simpelweg niet lukken om zich dat hele oeuvre eigen te maken. De vertaler is volgens mij altijd beter geweest in de satirische, scherpe en zwartgallige kant van Poesjkin. Het lyrische, naïeve en zachtmoedige wat Poesjkin soms ook heeft, ligt hem misschien iets minder. Wie Boland ooit Poesjkins grollengedicht Graaf Nullin heeft horen voorlezen - onvergetelijk - begrijpt hoe verwant hij zich moet voelen met die stoute, zwartkomische Poesjkin. Dat lijkt ook in deze Onegin het geval te zijn. De satirische beschrijvingen van de Petersburgse beau monde en van de provinciale landadel zijn meesterlijk; de lyrische brief van Tatjana aan Onegin, het hoogtepunt van het tweede hoofdstuk, is misschien het minst geslaagd. Maar tegen het eind van de roman lijkt Boland steeds beter te worden. Het zevende hoofdstuk is prachtig, onheilspellend en donker, het achtste hoofdstuk met de lang uitgestelde confrontatie tussen Tatjana en Onegin, is ongehoord door het vanzelfsprekende, directe en soms spreektaalachtige Nederlands. Daar bereikt Boland een nooit vertoond niveau. Er zullen misschien mensen zijn die de briljante oude vertaling van Jonker uit Van Oorschots Russische Bibliotheek verkiezen, maar Bolands versie heeft zoveel unieke kwaliteiten dat ze nu al onmisbaar is. Een les in nederigheid, deze vertaling.

Alexandr Poesjkin
Jevgeni Onegin
Vertaald door Hans Boland
Papieren Tijger, 244 blz., € 35,-