Alles stroomt

Er is een avondklok. De overheid adviseert om seks op afstand te bedrijven. We gaan knikkeren. Why not?

Alles stroomt, stelde Heraclitus. Het kabinet was dan wel gevallen, de avondklok hing in de lucht, maar op andere plekken rolt de wereld rustig verder. Rolt, ja, als een knikker.

Bij Jinek waren Winston Gerschtanowitz en Jack van Gelder te gast om het over Marble Mania te hebben, een nieuw programma op de donderdagavond met, letterlijk, knikkers. BN’ers die knikkers langs enorme knikkerhindernisbanen laten vallen en dan wint de knikker die het eerst de finish haalt. Eva Jinek leek er ook van onder de indruk. Niet van het programma, maar gewoon van het feit dat zij, een zeer intelligente vrouw, op een punt in haar leven was beland waarop ze een gesprek moest voeren over knikkers.

‘Jack, jij bent nu dus knikkercommentator’, zei ze. ‘Ik ga dat woord nu zo vaak mogelijk gebruiken. “Knikkercommentator”.’

Jack van Gelder, die WK-finales van commentaar had voorzien, zei: ‘Ja, het is geweldig.’

Tijdens de eerste lockdown was het YouTube-kanaal Jelle’s Marble Runs viraal gegaan: een hobbyproject van broers Jelle en Dion Bakker die op duinpaden knikkerbanen uitgroeven, filmden hoe de knikkers naar beneden raasden en dat van Amerikaans sportcommentaar voorzagen. Nergens ter wereld werd op dat moment gesport, dit kwam in al zijn overweldigende ironie nog het best in de buurt van de zo gemiste sportkijkervaring. Heraclitus zei dat je niet twee keer in dezelfde rivier kunt stappen, maar John de Mol kan wel een goed idee een tweede keer munten, en dus was hij naar Jelle en Dion gestapt met een zak geld.

‘En John is dus echt heel betrokken’, zei Gerschtanowitz, die op geen enkele manier verbaasd leek dat zijn carrière zo was verlopen dat hij – 44, miljonair – nu een knikkerprogramma presenteerde. Hij vertelde dat John – 65, miljardair – hoogstpersoonlijk de kleuren van de knikkers uitkoos.

‘Jack van Gelder, jij bent nu dus knikkercommentator’, zei Eva Jinek

Volgens allerhande hoe-een-scenario-te-schrijven-boeken hoort in elke film een moment te zitten waarop de personages er niet langer omheen draaien en ze elkaar, en dus de kijker, de waarheid zeggen. Dat moment in Notting Hill, waarop Julia Roberts voor Hugh Grant staat en zegt: weet je, ik ben misschien een beroemde actrice, maar ik ben ook gewoon een meisje, dat voor een jongen staat, en hem vraagt van haar te houden.

Uiteindelijk pakte Gerschtanowitz zijn Julia Roberts-moment en draaide er niet langer omheen. ‘De hele week gaat het over corona, over wie het eerst het vaccin krijgt’, zei hij. ‘En dan op donderdagavond gaat het gewoon even over why not?’

Daar kun je niet tegenop. Schaakmat. ‘Waarom niet?’ is nooit een vraag, het is een antwoord dat elke mogelijke vraag overbodig maakt. Het is een zwart gat dat elk denken opzuigt. Het is ook een term die de mediacultuur van het laatste jaar zo goed samenvat. Je kijkt naar een politieke persconferentie die zich afspeelt op het parkeerterrein van een sekswinkel en dierenbegraafplaats. Why not? Je ziet hoe de haarverf van de advocaat van de president uitloopt over zijn gezicht. Why not? De overheid geeft je officieel het advies dat je vooral seks op afstand moet bedrijven, ‘denk aan samen erotische verhalen vertellen, en samen masturberen’. Why not? Je hoort over een kinderbloed drinkende elite van duivelaanbidders. Why not? Je kijkt net als iedereen een real life-serie over een geblondeerde, country zingende, met pistolen behangen gek die met tijgers woont. Why not? BN’ers die met een maskers op zingen. Nog een keer Big Brother. Schapen hoeden met BN’ers. Why not? Een programma over knikkers. Een talkshow-item over een programma met knikkers. 1,4 miljoen mensen die het knikkerprogramma kijken. Why not?

Dit najaar debuteerde Emily in Paris op Netflix, een serie over een telefoonverslaafd Amerikaans meisje dat naar Frankrijk trekt, een baret op zet, een baguette onder haar arm steekt en amper een vakkundig geëpileerde wenkbrauw optrekt terwijl de halve Rive Gauche verliefd op haar wordt. In The New Yorker maakte tv-criticus Kyle Chayka de vergelijking met ambient muziek: iets waar je geen aandacht aan hoeft te besteden om er plezier aan te beleven, maar dat alsnog aantrekkelijk genoeg is om er af en toe naar op te kijken. Emily in Paris was ambient tv: bedoeld als welwillende achtergrondruis terwijl je op je mobieltje zit te scrollen. ‘Het is oké om alleen maar op je telefoon te kijken, lijkt de serie te zeggen, omdat Emily dat ook doet.’

Voor de mensen die niet direct door covid worden getroffen – in hun werk of in hun gezondheid of die van hun geliefden – leven we nu in een ambient crisis, zou je kunnen zeggen. De avondklok speelt op de achtergrond, soms steek je je hoofd uit het raam en denk je: my lord, wat is de stad stil. Maar vaker denk je er niet aan, zit je thuis voor de buis en kijk je naar Marble Mania.

In de eerste aflevering namen oud-internationals Giovanni van Bronckhorst, Ronald de Boer en Wesley Sneijder het tegen elkaar op. Sneijder stond erbij alsof hij liever op zijn telefoon had zitten scrollen. Al zijn knikkers werden laatste. Hij kreeg van Gerschtanowitz alsnog een cheque van vijfduizend euro voor een goed doel. Hij keek verbaasd toen hij de cheque in ontvangst nam, maar je zag hem ook denken: why not?