Scenario’s voor Syrië

‘Alles suggereert een lange burgeroorlog’

Het regime van Assad, dat even met de rug tegen de muur stond, lijkt in Syrië weer aan de winnende hand. Maar het einde van de oorlog is niet in zicht. ‘Het is de engste gebeurtenis in het Midden-Oosten sinds decennia.’

Wie het nieuws over de oorlog in Syrië volgt, leeft steeds in de verwachting dat er binnenkort iets dramatisch staat te gebeuren. Begin dit jaar haalde Rusland zijn burgers weg en speculeerden de media op een spoedige overwinning van de Syrische oppositiegroepen. Een paar maanden later won het Syrische leger, met hulp van de Libanese strijdgroep Hezbollah, verschillende slagen. Was het einde van de Syrische opstand nakend? De afgelopen maanden besloten westerse landen om het wapenembargo voor Syrische afnemers op te heffen en beschuldigden de VS en Frankrijk Syrië van het gebruik van chemische wapens. Was dit de opmaat naar een westerse interventie?

Het speculeren op deze dramatische plotwendingen past weliswaar bij de aard van ons nieuws, en het past bij het heersende beeld van de Arabische lente die als een golf over de regio raast. Maar het past niet bij de werkelijkheid van de Syrische burgeroorlog, of bij de wijze waarop buitenlandse partijen zich met de oorlog bemoeien.

Yezid Sayigh was hoogleraar aan King’s College, onderhandelaar namens de plo en is nu Midden-Oosten-analist bij de Carnegie Stichting in Beiroet. Als hij de mogelijke scenario’s voor de oorlog bespreekt, noemt hij niet eens de mogelijkheid dat het regime van Assad of de oppositie de oorlog snel wint. ‘Er kan een vredesovereenkomst of in ieder geval een bestand komen, gesloten door de Syriërs met hun buitenlandse vrienden erbij. Er kan een buitenlandse interventie komen, getrokken door de VS. Maar beide scenario’s zijn niet waarschijnlijk. Alles suggereert dat we een lange burgeroorlog krijgen die door geen van de partijen kan worden beslist’, zegt Sayigh vanuit Beiroet: ‘Het Syrische regime is nu in een dominante positie, maar ik denk niet dat Assad beslissend kan winnen. Daarvoor is de opstand in vele delen van het land te diep geworteld. De oppositiegroepen zijn weliswaar verdeeld en moeten nu in het defensief, maar het regime heeft zijn eigen interne problemen en de oppositiegroepen hebben zich tot nu toe steeds opnieuw kunnen versterken. Als de oppositie tegen Assad niet te veel uiteenvalt en zich kan organiseren, zullen ze waarschijnlijk een derde van het land in handen kunnen houden.’ Een coherente staat zal dat niet zijn, denkt Sayigh, net zo min als het deel dat onder controle staat van Assad, trouwens: ‘Als de burgeroorlog aanhoudt, vrees ik een toename van het aantal strijdende groepen in Syrië, sommige religieus, andere etnisch en weer andere puur crimineel gemotiveerd. Elk zullen ze een deel van Syrië controleren.’

Een lange, onbesliste burgeroorlog – dat klinkt niet alleen als een treurig scenario, zo’n onbesliste strijd vergroot ook nog eens het risico dat de oorlog zich uitbreidt buiten Syrië. Nu is de oorlog nog vooral een binnenlandse aangelegenheid, waarbij het Syrische regime leunt op bepaalde bevolkingsgroepen en de oppositiegroepen op andere. Maar de buitenlandse bemoeienis neemt toe. Naast de toestroom van buitenlandse vrijwilligers en de interventie van de Libanese strijdgroep Hezbollah zijn er hardnekkige vermoedens dat Iraanse eenheden in Syrië aanwezig zijn. En eerder dit jaar lekte uit dat Britse en Amerikaanse instructeurs in Jordanië rebellengroepen trainen.

‘De Syrische revolutie is nog steeds voornamelijk een lokaal conflict, maar het sektarisme en de buitenlandse inmenging zullen erger worden’, denkt Sayigh. ‘Nu vallen vooral de interventie van Hezbollah op en de wapenleveranties van Iran aan het regime van Assad. Maar juist de Arabische tegenstanders van Assad zijn ervoor verantwoordelijk dat het Syrische conflict de regio meetrekt. Om hun invloed te vergroten en om zichzelf te legitimeren bij hun bevolking, hameren de regimes in Saoedi-Arabië, Jordanië en Qatar al tien jaar op het gevaar van een ‘sjiitische halvemaan’ die zich van Iran via Syrië zou uitstrekken tot Libanon. Ze wakkerden bewust de kloof tussen sjiieten en soennieten aan. Spanningen tussen soennieten en sjiieten in de hele regio verbinden zich nu met de oorlog in Syrië.’

Tot nu toe hebben die Arabische, overwegend soennitische staten het nakijken. Het sjiitische Hezbollah stuurde duizenden soldaten Syrië in zonder dat ze er iets tegenover konden zetten. Het sjiitische Iran stuurt wapens door het luchtruim van het – sinds de Amerikaanse inval in 2003 – door sjiieten gedomineerde Irak. ‘Qatar, Saoedi-Arabië en Bahrein leverden wel wapens aan de Syrische oppositie, maar ze hebben niet werkelijk de militaire middelen om een verschil te maken. Het Westen, dat zich ook achter de oppositie heeft geschaard, heeft die middelen wel maar niet de wil. De vrienden van Assad – Rusland, Iran en Hezbollah – hebben het gevoel dat ze de vrije hand hebben om Assad te steunen hoe ze maar willen. En met recht.’

De burgeroorlog in Syrië is zeker niet de eerste oorlog in het Midden-Oosten waarin allerlei landen en groepen zich met de strijd bemoeien, elk om hun eigen redenen. Bij eerdere conflicten waarbij uiteenlopende belangen als een kluwen door elkaar liepen, was het resultaat vaak in de eerste plaats dat de oorlog langer duurde.

De oorlog tussen Iran en Irak in de jaren tachtig was zo’n geval. Irak werd gesteund door een hele trits landen van binnen en buiten de regio, die vaak een grote weerzin hadden tegen het regime van Saddam Hoessein, maar die hem in ieder geval genoeg hulp wilden geven zodat hij niet verloor van het revolutionaire Iran. Andere landen, zoals Syrië, Libië en zelfs Israël, steunden daarop Iran, enkel om Irak en zijn bondgenoten ‘te laten bloeden’. Het resultaat was een gruwelijke oorlog die zich acht jaar voortsleepte.

‘Buitenlandse machten, het Westen voorop, presideerden acht jaar lang over de oorlog tussen Iran en Irak’, zegt Rosemary Hollis, hoogleraar Midden-Oosten-studies en voormalig onderzoeksdirecteur van het Britse Royal Institute of International Affairs. ‘Hetzelfde zien we nu bij Syrië. Het Westen heeft zich achter de Syrische opstand geschaard, maar heeft in Syrië geen machtspositie op de grond en is ook niet bereid om daar risico’s voor te nemen. Dus steunen de Verenigde Staten en andere westerse landen de rebellen genoeg om Assad te laten bloeden. En Rusland natuurlijk, dat achter Assad staat.’

De westerse steun behelst nu – voor zover uit openbare bronnen valt op te maken – vooral pogingen om de rebellengroepen meer te laten samenwerken en Amerikaanse druk op de Arabische Golfstaten om meer steun te bieden. Het trainen van rebellengroepen – en het laten uitlekken daarvan – en de waarschuwingen dat het Westen het gebruik van chemische wapens niet zal tolereren, zijn volgens Hollis meer bedoeld voor de bühne. De VS en de Europese machten willen druk op Assad houden en hun bevolking suggereren dat ze wat doen, maar in werkelijkheid hun handen nog vrijhouden.

Andere landen steunen verschillende anti-Assad-strijdgroepen al even halfhartig. Turkije bijvoorbeeld liet bevoorrading van ­rebellengroepen toe via zijn grens met Syrië, maar liet ook toe dat jihadisten de controle namen over de grensstreek. Want voor Turkije is eigenlijk maar één ding belangrijk: dat Koerdische groepen de Syrische oorlog niet kunnen gebruiken om hun macht in Turkije uit te breiden. Qatar steunde groepen die aan de Moslimbroederschap verbonden waren, maar andere groepen niet. Saoedi-Arabië nam daarop gematigde groepen voor zijn rekening om de invloed van Qatar niet te groot te laten worden.

Al deze landen hebben niet zozeer belang bij een einde aan de oorlog, maar bij het ­overeind houden van de factie die zij steunen. ‘De ­oorlog speelt op drie niveau’s: lokaal, regionaal en internationaal’, zegt Hollis telefonisch vanuit ­Londen. ‘Regionaal en internationaal zie je dat de landen die zich met de oorlog in Syrië bemoeien nog niet genoeg belang zien in vrede. Ze schuiven de hete aardappel door, omdat het forceren van een einde aan de oorlog een grote politieke en militaire betrokkenheid vergt. Natuurlijk kunnen alle betrokken landen in een grote tent bijeenkomen voor een oplossing. Maar dat heeft alleen zin als alle partijen vrede op zich belangrijk vinden. Dat is nu niet zo.’

Doordat de oorlog zich dan maar uitbreidt, zullen de risico’s toenemen, denkt Hollis. ‘Nu al ondermijnt de situatie in Syrië de veiligheid in een reeks landen: Turkije, Libanon, Israël, Jordanië, Irak. Maar ook Saoedi-Arabië, Iran en andere landen zijn erbij betrokken. Dit gaat allang niet meer over de toekomst van Syrië. Hoe meer andere landen betrokken raken, hoe ­groter de kans dat de oorlog uit de hand loopt. Het slechtst denkbare scenario is een ­intensivering van de gevechten, waarbij deze landen via de factie die ze steunen meer en meer bij het ­conflict betrokken worden. Dat zou dan ook de VS en Europa de oorlog in kunnen trekken.’

De analogie van Syrië met Libanon is al vaak genoemd, en ook Hollis trekt de parallel. ‘De oorlog in Libanon had ook kleine oorzaken en heel lokale vertakkingen. Maar die duurde ­uiteindelijk vijftien jaar en lokte vier ­buitenlandse interventies uit. In het slechtste geval heeft de Syrische oorlog de potentie om net zo’n bepalende ­oorlog te worden voor het Midden-Oosten als de Tweede Wereldoorlog voor Europa was. Het is de engste gebeurtenis in het Midden-Oosten sinds decennia.’


zie groene.nl voor Dossier Arabische Revolutie