ALLES UIT DE KAST

MACHIEL BOSMAN
ELISABETH DE FLINES: EEN ONMOGELIJKE LIEFDE IN DE ACHTTIENDE EEUW
Athenaeum-Polak & Van Gennep, 158 blz., € 17,50

In de nieuwjaarsnacht van 2007-2008 brandde in Amsterdam het monumentale pand Herengracht 132 grotendeels uit nadat er een vuurpijl naar binnen was gevlogen. Het is typisch zo’n grachtenpand waarbij je je soms dagdromend afvraagt wat je allemaal te horen zou krijgen wanneer die muren konden spreken. Het toeval wil echter dat we over dit pand, vooral over de periode rond 1700, heel goed zijn ingelicht.
Op basis van rechtbankverslagen, notariële akten en andere archivalia heeft historicus Machiel Bosman de buitengewoon tumultueuze en bijna onvoorstelbare vete kunnen reconstrueren tussen de hoofdbewoner van dit pand, Jacob de Flines, en de rechtmatige eigenaar, zijn dochter Elisabeth. De juridische strijd die zij achttien jaar voerden is niet alleen bizar, zij vertelt ons ook veel over het dagelijks leven in de Republiek.
Alle ellende begon toen de negentienjarige Elisabeth verliefd werd op een huisknecht van haar vader en met hem wilde trouwen. Op het moment dat de welgestelde en voorname zijdehandelaar Jacob de Flines dit hoorde was Herengracht 132 – waar de eetzaal was gedecoreerd door Gerard de Lairesse en in de andere vertrekken schilderijen van Rubens, Van Dijck en Titiaan hingen – uiteraard te klein. Daarop liep Elisabeth van huis weg, samen met haar geliefde Eduart. Het tegen de zin van de ouders doorzetten van een huwelijk was in die jaren een beproefde tactiek en stond bekend als ‘doorgaan’. Nadat de vrouw zwanger was geworden, legden de wederzijdse ouders zich meestal neer bij het fait accompli.
Dat Jacob niet van plan was overstag te gaan en alle juridische stappen nam die er maar te nemen waren, kwam doordat hij Elisabeth op grond van het testament van haar grootvader van moederszijde vijftigduizend gulden moest schenken zodra zij in het huwelijk trad. Wanneer hij in gebreke bleef zou het pand op de Herengracht haar eigendom worden. Omdat hij dit geld niet kon en wilde ophoesten, wilde hij zelf bepalen met wie zij zou trouwen, zodat hij dit huwelijk juridisch zo kon aftimmeren dat het hem weinig ging kosten.
De juridische verwikkelingen en onwaarschijnlijke intriges en complotten zijn niet in kort bestek na te vertellen, maar wat dit verhaal vooral boeiend maakt, is dat duidelijk wordt dat in de Republiek mensen van eenvoudige komaf in rechtszaken niet per definitie kansloos waren tegen rijke tegenstanders. Met al zijn geld en status moet Jacob af en toe het hoofd buigen voor de rechters en dient hij uiteindelijk alles uit de kast te halen om zijn dochter buiten spel te zetten.