INTERVIEW MET LUUK WILMERING

‘Alles vederlicht nemen’

Luuk Wilmering knipt woorden en beelden uit tijdschriften en maakt daar zijn persoonlijke bladen van. In de wereld waarover zijn kranten berichten, is men het spoor bijster.

LUUK WILMERING (1957) werkt in een atelier dat grenst aan een stadstuin in de binnenstad van Haarlem. Op een blinde muur tegenover zijn atelier heeft Wilmering een tekst gekalkt: ‘Voortaan neem ik alles alleen nog vederlicht’. Die spreuk zet de toon. Je ziet in gedachten voor je hoe Wilmering dagelijks, bij het betreden en verlaten van het pand, zijn gemoed op de juiste golflengte afstemt. Dat hij de wereld buiten die muren met een korreltje zout probeert te nemen, maar ook de kunst die binnen tot stand komt niet gewichtiger wil maken dan dat wat het is. Door Wilmerings keuze voor een vet, zwaar lettertype blijft het lichtvoetige voornemen zwaar boven de grond hangen. Een reminder tegen beter weten in. Dat soort discrepantie tussen taal en beeld speelt in het oeuvre van Wilmering een belangrijke rol. Het meest actuele voorbeeld hiervan is de krant waaraan hij sinds 2006 gestaag werkt. Overduidelijk gezet in NRC Handelsblad-opmaak heeft Wilmering er Heel Ander Blad van gemaakt, met katernen als ‘Binnenland/Vaderland’, ‘Buitenland/Moederland’, ‘Niemandsland’, ‘Kunst en Produkt’ en mijn favoriete katern ‘Pech’.
Komen de meeste krantenberichten in essentie niet neer op pech? Oorlogen, de kredietcrisis, auto-ongelukken, dooi na een zeldzaam mooi schaatsweekend: pech. Wilmering: ‘Ik geloof niet in de maakbaarheid van persoonlijk succes. Ik geloof wel in “geluk hebben” en “pech hebben”, en in “sluwheid” en “domheid”. Daarnaast heb ik een ongelooflijke hekel aan dikdoenerij. In een samenleving die alleen maar lijkt te draaien om succesnummers, en waarin “dat wat iemand kan” ondergeschikt is geworden aan “hoe vaak ben je met je kop op tv” wordt mijn aandacht vooral getrokken naar diegenen die het niet redden. En wat me daarin keer op keer treft is de flinterdunne scheidslijn tussen succes en pech.’
Uit oude NRC’s heeft Wilmering woorden en fragmenten van zinnen geknipt. Met die verzameling van letters en woorden werkte hij ruim twee jaar aan het samenstellen van nieuwe krantenkoppen en artikelen. In deze tijd, waarin je met behulp van digitale technieken in een handomdraai tekst en beeld kunt transformeren, verkiest Wilmering tijdrovende handenarbeid. Die methode leidt tot subtiele kleurnuances, zichtbaar in de afzonderlijke deeltjes waaruit zo’n nieuw samengesteld artikel is opgebouwd. Die stukjes krantenpapier hebben net even een andere grijstoon.
Wilmerings krant is een persoonlijke krant geworden. Zo figureert hij zelf in sommige van de fotocollages waarmee zijn krant is geïllustreerd. De columnist Bas Heijne heet ineens Bas Wilmering. De berichtgeving op het voorblad is geschreven door onze correspondent ‘Guido Wilmering’ en de rouwadvertenties in Heel Ander Blad betreffen de dood van een dierbare vriend. Hij heeft zijn krant zeer zorgvuldig gezet en laat letterhoogte, letterafstand en lettertypes precies met elkaar overeenkomen. Dat geeft zijn krant een professionele uitstraling, alsof je zo’n exemplaar bij de kiosk kunt kopen. ‘Nog even wachten op alledaagse uitzichtloosheid.’ ‘Gift aan rechter in fraude-affaire volgens tarief.’ Bij nadere beschouwing blijkt de optelsom van woorden in die krantenkoppen en artikelen politiek incorrect of op z’n minst bevreemdend. Heel Ander Blad confronteert de lezer met persoonlijke issues: ‘Tranen om je oude moeder’, ‘Mensen weten niet wat vertwijfeling met je doet’. In Heel Ander Blad wemelt het van dergelijke, terloopse opmerkingen met een existentiële ondertoon, meer dan dat er antwoorden worden gegeven of feiten worden opgesomd. In de wereld waarover Wilmerings krant bericht, is men het spoor bijster.

Luuk Wilmerings atelier ziet eruit als een goed geordende werkplaats en ondanks het knippen en plakken aan zijn krant ligt er geen propje papier op de grond. De uitgeknipte letters en woorden die hij niet voor zijn krant kon gebruiken, bracht hij onder in een index van Aa tot Zz. In deze index bestaat geen hiërarchie waar het inhoudelijke berichtgeving betreft. Een op alfabet geordende opsomming van koppen als ‘Aanspraak pensioenregeling vervalt’ of ‘Aanslag Libanon 57 doden’ verwordt op die manier tot een bombardement van nietszeggende informatie. Aan de muur hangt een foto waarop een peuter haar handjes tot een kom vouwt en deze onder een druppende regenpijp houdt. Het meisje is een van Wilmerings twee dochters. Ze zijn ondertussen tieners en in hun grenzeloze nieuwsgierigheid vragen zij hun vader de oren van het hoofd, over kleine en grote gebeurtenissen. Ze willen weten hoe het eraan toegaat in de wereld en wat ze ervan kunnen verwachten.
‘Wat moet ik ze vertellen?’ schrijft Wilmering in het voorwoord van zijn boek A Personal Geographic – De Werken van Barmhartigheid (2000-2005). Wilmering greep terug op zijn vaders collectie oude Engelstalige National Geographics die hem als zevenjarige jongen een eerste blik op de wereld boden. ‘Een blik’, want als zevenjarige kon Wilmering de Engelse tekst natuurlijk nog niet lezen; hij nam de wereld tot zich middels de fotografie. Foto’s die naar zijn zeggen ‘met functionele schoonheid’ de werkelijkheid ‘verkochten’. Uit die foto’s sneed hij details en met deze losse onderdelen stelde hij nieuwe foto’s voor A Personal Geographic samen. Daarbij gebruikte hij dezelfde tijdrovende werkmethoden als voor zijn krant, met handmatig knip- en plakwerk, en stemde met grote nauwkeurigheid de maatvoering en het perspectief van de afzonderlijke onderdelen op elkaar af.
Wilmerings samengestelde foto’s tonen de wereld in al zijn complexiteit. Neem bijvoorbeeld de collage met het keurige gezelschap dat rond een lage tafel staat. Het jaren-zestigtafereel doet denken aan een demonstratie van een nieuw ontwerp broodrooster of stofzuiger, inclusief een man met een houten aanwijsstokje. In Wilmerings nieuwe realiteit staan op de tafel taarten uitgestald. Alle onderdelen in de collage staan in de juiste verhouding tot elkaar, zoals de uitgestoken hand die naar een chocoladetaart reikt. Er is echter nog die andere opengesperde hand waarin een glibberige olifantenfoetus wordt aangeboden.
Een andere collage toont een bewolkte strandscène met robben en zeehonden. Tussen casual geklede strandgangers staan jongens en mannen die met knuppels op de dieren inslaan. Vanaf de waterlijn komt een wanhopig kijkende man aangelopen, hij draagt in zijn armen een dood kind. Net als in Heel Ander Blad zijn ook de personages in Wilmerings collages in A Personal Geographic het spoor bijster. Nogal logisch, want Wilmering heeft ze van hun oorspronkelijke context ontdaan en ze in een nieuwe geplaatst. De door hem gehusselde versies van realiteiten doen meer recht aan de chaos in de wereld dan de gemiddelde persfoto, net zoals zijn samengestelde koppen en krantenberichten in Heel Ander Blad dicht onder de huid kruipen.

Luuk Wilmering, Heel Ander Blad en Index, Museum De Pont, Tilburg, t/m 15 maart. Fotowerken van Wilmering zijn te zien bij Ellen de Bruijne Projects, Amsterdam, t/m 21 februari