Amerika’s militaire tribunalen

Alles voor de veiligheid

De oorlog tegen het terrorisme krijgt in Amerika alle prioriteit. Alles lijkt geoorloofd. De lijst van maatregelen die de burgerrechten opschorten, wordt steeds angstaanjagender. Er zijn nu ook geheime militaire tribunalen.

Honderden mensen die worden opgepakt en voor onbepaalde tijd opgesloten, en die zonder contact blijven met advocaten of familie. Inlichtingendiensten die internet aftappen en het recht krijgen om in huizen in te breken en om gesprekken tussen verdachten en hun advocaten af te luisteren. Duizenden vreemdelingen die onderworpen worden aan intimiderende FBI-verhoren. Berichten dat de FBI folteringen gebruikt om verdachten aan de praat te krijgen. De lijst van Amerikaanse maatregelen die de burgerrechten opschorten in naam van de oorlog tegen het terrorisme, wordt steeds langer en angstaanjagender.

De druppel die voor velen de emmer deed overlopen, was het decreet dat op 13 november door president Bush werd uitgevaardigd: niet-Amerikanen die worden verdacht van terroris me of van het helpen van terroristen, kunnen worden berecht door geheime militaire tribunalen. Die processen zullen gesloten zijn voor pers en publiek. Verdachten mogen niet zelf hun advocaat kiezen en krijgen geen inzage in hun dossiers. De drempel om schuld te bewijzen wordt drastisch verlaagd. Geruchten tellen als bewijzen. Het vonnis wordt geveld door een panel van Amerikaanse officieren. Een tweederde meerderheid volstaat om de doodstraf op te leggen. Daartegen is geen beroep mogelijk.

De New York Times meldde zondag dat het Pentagon is begonnen met de vorming van geheime tribunalen. De processen zouden plaatsvinden op bases van het Amerikaanse leger in het buitenland, zoals Guantánamo Bay op Cuba. In Afghanistan zijn mariniers ingezet om al-Qaeda-soldaten te vangen of te doden. De geheime tribunalen zouden dus spoedig hun eerste klanten kunnen krijgen. Maar ze zijn er niet alleen voor al-Qaeda-leden. Alsof hij de keizer van de wereld is, behoudt Bush zich het recht voor om elke niet-Amerikaan die hij ervan verdenkt terroristen te steunen, voor zijn schijnrechtbanken te slepen. De New York Times brandmerkte de tribunalen als een «travesty of Justice» die «elke dictator zou bewonderen». De krant stond niet alleen in de kritiek. De linkse Democrate Maxine Waters en de rechtse Republikein Bob Barr stonden bij hoge uitzondering zij aan zij. «Ik vraag me af of we de onverzadigbare honger van de regering naar meer macht ooit kunnen bevredigen», zei Barr. De doorgaans pro-Republikeinse columnist William Safire beschuldigde Bush ervan «dictatoriale macht te grijpen om buitenlanders te arresteren en te executeren».

De Amerikaanse regering zegt dat de tribunalen nodig zijn omdat een normaal proces de levens van getuigen ten laste in gevaar zou brengen en bewijsmateriaal publiek zou maken waardoor de bronnen van inlichtingendiensten onthuld zouden worden. Maar dat zijn drogredenen. In de processen van de daders van de aanslag op het World Trade Center in 1993 en van de aanslagen op Amerikaanse ambassades in Oost-Afrika, werden de bronnen van sommige bewijzen ook geheim gehouden. En in processen tegen maffiafiguren werd de identiteit van getuigen en juryleden geheim gehouden om represailles te voorkomen. Ook internationale tribunalen, zoals die voor oorlogsmisdaden in ex-Joegoslavië, hebben procedures om de identiteit van getuigen en de bronnen van «gevoelig» bewijsmateriaal te verbergen.

De ware reden is wellicht dat Washington vreest dat terroristen een openbaar proces zouden gebruiken als propagandaforum. Als dat het probleem is, zegt Safire, zorg er dan voor dat ze dood zijn, dan hoeft er geen proces meer te worden gehouden. Het is een oplossing die bezwaarlijk minder repressief kan worden genoemd dan schijnprocessen, maar misschien wel een die de mariniers in Afghanistan in praktijk proberen te brengen. Anderen waarschuwen dat geheime tribunalen waarin aanklager, rechter en strafuitvoerder in feite een en dezelfde zijn zodat het vonnis op voorhand vaststaat, meer anti-Amerikaanse propaganda zullen opleveren dan normale processen. «Stel je voor hoe dit in het buitenland overkomt», zegt Anne-Marie Slaughter, een Harvard-professor in internationaal recht. «Timothy McVeigh vermoordde 168 medeburgers. Maar hij kon wel rekenen op alle grondwettelijk beschermde rechten in een openbaar proces in de VS. Maar als de beklaagden buitenlanders zijn, wellicht moslims, dan wordt de rechtspraak overgelaten aan een militaire ad-hoc-commissie die in het geheim handelt.» Geen wonder dat Spanje weigert acht verdachten van medeplichtigheid aan de aanslagen van 11 september aan de VS uit te leveren. Tenzij wordt gegarandeerd dat ze een normaal proces krijgen. Andere landen zullen wellicht hetzelfde standpunt innemen zodat de uitzonderingsrechtbanken eerder een hinderpaal dan een hulp in de strijd tegen terrorisme zouden worden.

Congresleiders zeggen dat de regering hen niet heeft geconsulteerd over de tribunalen en evenmin over andere stappen die ze eenzijdig heeft genomen. «Er is veel ongerustheid, zowel onder Democratische als Republikeinse senatoren die vinden dat het recht op zijn kop wordt gezet en zich afvragen wat we erdoor winnen», zei Patrick Leahy, voorzitter van de Senaatscommissie voor Justitie. Leahy wil hoorzittingen houden over de tribunalen, maar het lijkt er niet op dat hij de komst ervan kan verhinderen.

De Bush-regering wist wat ze wilde toen ze aan de macht kwam. Haar doeleinden veranderden niet, haar argumenten wel. Zo verdedigde Bush zijn plan om massale belastingvermindering te geven aan de rijken tijdens de verkiezingscampagne met het argument dat de bloeiende economie dit mogelijk maakte. Toen het economische tij keerde, werd datzelfde plan gepromoot met het argument dat de economische neergang het nodig maakte. Nadat het werd goedgekeurd, gebruikte de regering de schok na de terroristische aanslagen om nog meer fiscale cadeaus te geven aan bedrijven en miljonairs. Op dezelfde manier gebruikt de Amerikaanse regering het terroristische gevaar om de uitvoerende macht zoveel mogelijk te versterken. Het doel is niet nieuw. De aartsconservatieve minister van Justitie John Ashcroft maakte eerder geen geheim van zijn verlangen om de bevoegdheden van politiediensten fors uit te breiden. Maar dankzij de «oorlog tegen het terrorisme» kan hij daar nu verder in gaan dan hij ooit droomde. Eerder drukten verenigingen voor de bescherming van burgerlijke vrijheden hun ongerustheid uit over aspecten van de nieuwe antiterrorismewet. Die geeft de politie- en inlichtingendiensten een vrijere hand om heimelijke huiszoekingen te verrichten, verdachten zonder aanklacht of proces vast te houden of te deporteren, en internet af te tappen. Sommige bepalingen uit die nieuwe wet bevatten een «sunset»-clausule, waardoor ze na vier jaar vervallen als ze niet door het Congres worden vernieuwd, maar andere zijn definitief.

Veelbetekenend is ook het feit dat de nieuwe bevoegdheden mogen worden gebruikt in onderzoeken die niets met terrorisme hebben te maken. In het kader van de klopjacht op medeplichtigen van terroristen werden al meer dan elfhonderd verdachten opgepakt. De regering weigert te zeggen hoeveel van hen zullen blijven vastzitten en weigert zelfs de namen van de arrestanten te onthullen. Velen mogen geen contact hebben met hun advocaten of familieleden. Sommigen werden naar verluidt mishandeld. Eén overleed in gevangenschap. Geen enkele werd tot nu toe beschuldigd van medeplichtigheid aan terrorisme.

Ashcroft heeft de politie opgedragen om nog vijfduizend anderen, overwegend studenten uit moslimlanden, te verhoren. Sommige politiechefs weigeren, op grond van lokale antiracismewetten. Volgens Jim Zogby, de president van het Arab-American Institute, voelen veel Arabische studenten zich als opgejaagd wild en keren ze massaal terug naar huis.

De regering heeft ook een uitzonderingsmaatregel afgekondigd waardoor vertrouwelijke gesprekken tussen advocaten en hun cliënten mogen worden afgeluisterd zonder dat een rechtbank daartoe machtiging verleent. «Dat is ongrondwettelijk», zegt Ralph Neas, voorzitter van People for the American Way, die Ashcroft ervan beschuldigt «een meedogenloos offensief tegen de burgerlijke vrijheden» te voeren.

«Buitenlandse terroristen verdienen het niet om door de Amerikaanse grondwet te worden beschermd », zo verdedigde Ashcroft het plan. «Het is belangrijk om onszelf eraan te herinneren dat we in oorlog zijn.» Dit argument voert de regering aan bij elke nieuwe stap naar een politiestaat: er is een oorlog aan de gang. Tegelijk stelt ze dat het einde van die oorlog niet in zicht is. Volgens vice-president Cheney zal hij «misschien niet tijdens ons leven» eindigen. De uitzonderingsmaatregelen dus ook niet.

Elisa Massimino van het Lawyers Committee for Human Rights waarschuwt voor nog een gevaar: «Als een regering eenmaal dergelijke ruime machten heeft, geeft ze die niet gemakkelijk weer op.»