Brusseprijs

Alles voor een betere toekomst

Annelies in haar achtertuin met Hamza die ze in huis opving, 2019 © Ella Tilgenkamp

Op een zomeravond leest Annelies op de buurtapp dat er een vreemde jongen in de tuin van haar buren ligt. ‘Hij lijkt niets kwaads in de zin te hebben, maar ik heb niet een fijn gevoel’, meldt buurman Joop.

‘Wie belt de politie?’ appt een ander.

‘Hoezo gelijk de politie?’ appt Annelies daarop. Ze vraagt zich af of dat wel nodig is. Ze werkt in een geestelijke gezondheidszorginstelling met jongens die op straat zwerven en psychiatrische problemen hebben. Misschien is hij gewoon verward? Ze gaat poolshoogte nemen.

In de tuin staat, tussen haar buren Carla en Simon, die buurman Joop – gespierd met op beide armen tatoeages – er al bij hadden geroepen, een lichtgetinte jongen.

‘Ik ben Annelies’, zegt ze en ze steekt haar hand uit.

‘Hamza’, zegt hij. ‘Maroc, Maroc.’

De sterke openingsscène van De vreemdeling in de tuin van onderzoeksjournalist Ivo van Woerden heeft alles in zich; de buren reageren zoals de meeste mensen doen. Ze zijn argwanend, een beetje angstig en ze willen van hem af. Maar Annelies doet iets anders; zij besluit Hamza onderdak te bieden. ‘Hij heeft iets onbevangens, iets aandoenlijks. Stel dat hij een van mijn eigen kinderen was, denkt Annelies, dan zou ik willen dat iemand hem opvangt als hij zo verdwaald is.’

Ze leert hem schrijven, rekenen, Nederlands spreken, haalt hem overal op

Dit luidt het begin in van een intensieve relatie die langer zal duren dan gedacht. Eerst zou de vreemdeling voor een nacht blijven, dat worden er twee, en daarna kunnen Annelies en haar man Erik-Jan het niet meer over hun hart verkrijgen Hamza op straat te zetten.

Ivo van Woerden beschrijft de ontwikkeling van deze ‘onverwachte, grenzeloze vriendschap’, zoals de ondertitel van het boek luidt. Het leidt tot een ontroerend verhaal over commitment, het leven als illegaal in Nederland en het omgaan met een vreemdeling.

‘Je moet terug naar Marokko’, typt Annelies in het spraakprogramma van Google Translate. Die zin zal ze de komende anderhalf jaar nog regelmatig herhalen. Annelies ziet hier geen toekomst voor hem. Hij is illegaal, mag niet werken, mag niet huren, kan zich niet verzekeren, kan geen opleiding volgen. Maar al snel blijkt dat teruggaan ook niet zo eenvoudig is.

Ivo van Woerden, bekend van onder andere Het drama van Alphen, werd door Annelies benaderd. ‘We zijn drie maanden geleden onvrijwillig in een bijzonder verhaal terechtgekomen’, schreef ze in haar e-mail aan hem. Ze had een 21-jarige jongen in de tuin gevonden die analfabeet was, geen papieren en geld had, geen Nederlands, Engels of Frans sprak. Een week later zat Van Woerden bij haar aan tafel en besloot hen te volgen. Ze wilde over haar avontuur vertellen – ‘omdat ze wilde laten zien dat je niet bang hoefde te zijn voor een vreemde’.

Van Woerden volgt de ontwikkelingen tussen Annelies en Hamza op de voet, waardoor je als lezer direct wordt meegenomen in hun avontuur. Hij laat de ongelooflijke energie zien waarmee Annelies zich op haar ‘project Hamza’ stort. Ze leert hem schrijven, rekenen, Nederlands spreken, omgaan met een computer, haalt hem overal op, brengt hem overal naartoe, maakt hem om acht uur ’s ochtends wakker – dat is de regel – om huiswerk te maken en werk te zoeken, regelt klusjes om geld te verdienen en kan niet slapen totdat hij ’s avonds thuis is. Alles om hem in Marokko een betere toekomst te geven. Het gaat met vallen en opstaan.

Hamza leert via Annelies stap voor stap Nederland kennen, Annelies via Hamza de wereld van een illegale vreemdeling in haar eigen land. Het maakt haar bewust van haar privileges en de bijna onbegrensde mogelijkheden die haar drie volwassen kinderen hebben. ‘Er zijn heel veel Hamza’s in Marokko’, constateert Annelies als ze na een paar maanden op bezoek is bij zijn familie in de buurt van Marrakesh. Overal ontmoet ze daar jonge mannen die dromen van een beter bestaan in Europa. Ze ziet hoe moeilijk het daar is, hoe weinig werk er is, hoe zijn familie leeft. Ze twijfelt of in Marokko wel zijn toekomst ligt.

Knap beschrijft Van Woerden de taaiheid die langzaam in de situatie sluipt. Als we ver over de helft van het boek zijn, is Hamza niet meer de dankbare vreemdeling. Hij is moe en steeds vaker ongemotiveerd. In plaats van zijn huiswerk te doen, kijkt hij naar Marokkaanse video’s op YouTube. ‘Laat maar zitten, zoek het uit’, zegt Annelies als hij op een avond niet meewerkt. Het is een van de weinige keren dat haar geduld opraakt. Hamza onttrekt zich op zijn beurt vaker aan haar bedilzucht. Hij vindt uiteindelijk – ondanks zijn illegale status – een kamer in Amsterdam en werk bij een kapsalon.

De vreemdeling in de tuin is een prachtig verhaal over een ontmoeting tussen twee radicaal verschillende werelden die in Nederland doorgaans parallel naast elkaar bestaan. Als lezer vraag je je steeds meer af: hoe moet dit verder? Wat is eigenlijk die betere toekomst?

De kracht van Van Woerden is dat hij geen makkelijke antwoorden geeft. Het systeem is complex; je kunt hier als illegaal leven, wordt niet vervolgd, maar als je opgepakt wordt, heb je nauwelijks rechten. Aan een toekomst kun je niet bouwen. Het beschadigt Hamza, die steeds achterdochtiger wordt. En toch houdt hij hoop.