Hassan blogt over diversiteit

‘Allochtonendingen’ en gaten slaan in de blanke-mannencultuur

In de papieren Groene van volgende week ga ik in op het spraakmakende essay dat Volkskrant-journaliste Nadia Ezzeroili* afgelopen weekend schreef in Vonk. Ik wil voor dit blog wel alvast een aspect uit het essay uitlichten omdat het zo lekker voortborduurt op mijn blog van vorige week.

Daarin had ik het over de cultuur in de journalistiek, grotendeels bepaald door autochtone mannen.** Ik vroeg mij af of er wel echt genoeg ruimte is voor ‘diversiteit’ in de journalistiek, of zijn de normstellende autochtone mannen zo overheersend in die cultuur dat iedereen zich eraan moet conformeren?

In haar essay illustreert Ezzeroili dit punt over beperkte ruimte voor diversiteit in de journalistiek door te vertellen hoe ze zich in haar schrijven geremd weet. Dit schrijft ze in een passage waarin ze vertelt dat ze van mensen om haar heen het advies meekrijgt niet te veel over ‘allochtonendingen’ te schrijven:

‘Kijk uit, zeiden ze. Niet te veel over allochtonendingen schrijven, anders beperk je jezelf. De waarschuwingen, hoe goed bedoeld ook, verraden vooral de geïnternaliseerde minderwaardigheid: wie over allochtone onderwerpen schrijft, schrijft over een tweederangscategorie. Maar ze hadden ergens wel gelijk. Niet omdat het een inferieur thema is, maar omdat je er niet over kunt schrijven zonder je loyaliteit verbeten te willen bewijzen. Zonder steeds alert te zijn dat je collega’s je niet verdenken van te veel emotionele betrokkenheid.’

Vooral die laatste zin. ‘Zonder steeds alert te zijn dat je collega’s je niet verdenken van te veel emotionele betrokkenheid.’ In mijn vorige blog haalde ik een onderzoek uit 2004 aan van Marieke Dielissen die studie deed naar diversiteit bij de NOS. Een van de redenen waarom NOS er moeizaam in slaagde om niet-westerse journalisten binnen te halen was omdat men vreesde dat ze te ‘subjectief’ zouden zijn. Ik weet niet wat de cultuur is binnen de Volkskrant, maar wat Ezzeroili beschrijft suggereert in ieder geval dat die vrees voor niet-objectieve allochtone journalisten nog steeds niet helemaal verdwenen is. Het suggereert ook dat men binnen de journalistiek heus wel aan de diversiteit wil, maar dan wel een diversiteit die niet te veel afwijkt van het bestaande dat het kwaliteitsstempel van ‘objectiviteit’ heeft.

Ikzelf vind Ezzeroili’s werk eigenzinnig en autonoom en zeker geen reproductie van wat we al kennen. Haar essay is a case in point. Maar geldt dat ook voor andere niet-westerse journalisten? Of werkt de angst om verdacht te worden van te veel emotionele betrokkenheid bij ‘allochtonendingen’ ook door in hun werk? We kunnen Ezzeroili’s ervaringen als een geïsoleerd geval beschouwen, maar is het dat ook echt? Zo niet, wat zegt dat over de verhouding tussen de journalistiek en deze thematiek, de ‘allochtonendingen’.
NRC-Ombudsman Sjoerd de Jong plaatste mijn blog vorige week op zijn Facebook-pagina en vroeg voor wat voor journalistiek ik pleit nu ik diversiteit ‘aanklaag’ die alles bij het oude laat. Terechte vraag. Waar ik geen kant en klaar antwoord op heb… Maar moet ik toch kiezen, dan zou het journalistiek zijn die in de lijn ligt van Ezzeroili’s essay. Het doet wat ik vorige week beschreef: ‘gaten slaan in de blanke-mannencultuur die mensen met een andere achtergrond pas lijkt op te nemen en tot hun recht laat komen als ze gaan lijken op wat er al is’.

Als dat vaker gebeurt, en als de gaten daardoor groter worden, dan ligt de weg naar ware diversiteit wagenwijd open.

Amen


*Nadia Ezzeroili is een dierbare vriendin van mij, maar ik zweer met de hand op mijn hart dat hier geen sprake is van afgesproken werk. Ik schreef mijn blog van vorige week helemaal onafhankelijk van haar essay.

**Over die ‘blanke-mannencultuur’ – ik kan mij voorstellen dat toffe blanke en ruimdenkende mannen in de journalistiek aan deze omschrijving aanstoot nemen. Het suggereert een expliciete wisselwerking tussen mannelijke autochtone journalisten die iedereen die niet hun ideeën en opvattingen deelt de redactiekamer uit trappen. Dat is natuurlijk niet het geval. Hoop ik. Ik denk dat ik de situatie wellicht beter recht doe door te spreken over een algemene cultuur die niet expliciet maar impliciet slechts een bepaalde mate van diversiteit tolereert. Anyway. Ik zal mijzelf op rantsoen zetten; ik mag voor de rest van 2016 nog maar vier keer de machtige blanke man aanklagen.

bahara@groene.nl
twitter @hassanbahara