Moet het koningshuis worden afgeschaft?

Allochtoon en troon

Vorige week pleitte GroenLinks-Kamerlid Femke Halsema voor afschaffing van de monarchie. Daarbij vergat ze rekening te houden met de gevoelens van de anderhalf miljoen allochtonen in ons land. ‘Het koningshuis kun je heel goed gebruiken om de integratie te bevorderen.’

WIE AFGELOPEN WEEKEINDE getuige was van de zorgvuldig geregisseerde perspresentatie van prins Bernhard jr. en zijn aanstaande echtgenote Annette Sekrève in de tuin van Paleis Het Loo, zal nog eens teruggedacht hebben aan de uitval van GroenLinks-Kamerlid Femke Halsema, daags ervoor. Strijdlustig riep zij op de monarchie af te schaffen. ‘De tijd is rijp voor discussie’, zo verklaarde Halsema haar opmerkelijke offensief. ‘Een overerfelijk koningshuis past naar mijn idee niet in een democratie.’ Behalve de pikante tegenwerpingen vanuit haar eigen fractie — vanuit Zuid-Afrika distantieerde Paul Rosenmöller zich van de naar zijn mening ietwat onbesuisde uitroep — en de vertrouwde reprimandes van koningsgezinde collega-parlementariërs, kreeg Halsema kritiek uit onverwachte hoek te incasseren.


Een luisteraar met uitheemse tongval gaf in de woensdagavonduitzending van het Vara-radioprogramma Roodgloeiend het Kamerlid er stevig van langs. Wist Halsema eigenlijk wel hoe belangrijk de rol is die de koningin speelt in onze pluriforme samenleving? Wist zij niet hoe hoog allochtone medelanders de koningin hebben? Snapte zij dan niet dat iedereen die de republiek nastreeft in wezen medeverantwoordelijk is voor het multiculturele drama dat zich momenteel te lande voltrekt?


Die luisteraar was de Amsterdamse huisarts Mohamed Makdoembaks, tevens deelraadslid van de splinterpartij Solidariteit Zuidoost. Over de uitspraak, ‘nota bene van een linkse partij’, is Makdoembaks nog altijd ontstemd. ‘Halsema springt onbehoedzaam om met de gevoelens van de anderhalf miljoen allochtonen die onze samenleving inmiddels telt.’ De clashes die zich op de lange weg naar een gelijkwaardiger maatschappij tussen autochtoon en allochtoon voordoen, zijn van een ietwat dwingender orde dan dat onbenullige beetje oncontroleerbare macht dat de koningin op het staatsapparaat uitoefent. Wil Makdoembaks maar zeggen. ‘Links heeft decennialang zijn verantwoordelijkheid verzaakt op dit terrein. Indien dit proces, het ad-hocbeleid waar Paul Scheffer al fijntjes op wees, niet goed aangepakt wordt is het gevaar van etnische incidenten niet ondenkbaar. Wat in Urk is gebeurd… Je kunt wel zeggen dat het om een shoarmatent gaat, maar er zit veel meer achter.’


Volgens Makdoembaks is het koningshuis een van de weinige instituten dat door ‘de zwarte Nederlander’ voor vol wordt aangezien. ‘Surinamers, onder wie hindoestanen en creolen, Antillianen, maar ook Marokkanen, Arubanen, Ghanezen en andere Afrikanen — allen zien het koningshuis als een protectiewand waar ze tegenaan kunnen leunen. Het is het enige en laatste instituut waarmee ze sympathiseren.’ Om die reden ook, aldus Makdoembaks, wordt Koninginnedag uitbundig gevierd. ‘Omdat het een feest van de koningin is. In Suriname had je ook een vrije dag, conferiari. De hele week is het kermis, zoals op de Dam.’


Makdoembaks roept de successen van de Zuid-Molukse militairen uit het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (Knil) in herinnering. ‘Zij gaven zich helemaal in naam van de koningin. Ze moesten van de Japanners de portretten van de koningin van de muur halen anders zouden kinderen doodgeschoten worden. De portretten bleven hangen, kinderen en vrouwen werden doodgeschoten. Daardoor hebben de Molukkers bij de Japanners respect afgedwongen. Bij hindoestanen en creolen is het net zo. Je kon het ook zien toen soldaten naar Indonesië werden gestuurd. Onder hen waren ook Surinamers. Het leger was van het koningshuis, zo zag men dat in Suriname, waar tegenwoordig nog talloze Oranjeverenigingen actief zijn.’


Afschaffing van het koningshuis zal het integratieproces van bepaalde groepen frustreren, voorspelt Makdoembaks. ‘Het zal hard aankomen. Ze zijn dan een symbool kwijt. Je moet het niet puur politiek bekijken. De ceremoniële rol is belangrijk. De koningin doet niemand kwaad. Lockheed, dat was maar een klein minpuntje.’ Ronduit onsterfelijk zou de koningin zich volgens Makdoembaks maken als ze bij de eerstvolgende troonrede excuses zou maken voor de slavernij. ‘Dan zou ze helemaal op handen worden gedragen.’



HET KONINGSHUIS ALS smeerolie voor het integratieproces. Ook André Haakmat, advocaat en voormalig vice-premier en minister van Buitenlandse Zaken van Suriname, kan zich er iets bij voorstellen. ‘Natuurlijk, als Beatrix op Koninginnedag te midden van groepen minderheden zou neerstrijken, zouden die het gevoel krijgen dat ze er helemaal bij horen. Die koningin zit toch maar de hele dag bij ons, zullen ze denken. Toen ze langskwam na de Bijlmerramp is dat ook ontzettend gewaardeerd. Geef mensen het gevoel dat het hoogste symbool ze waardig keurt, dan voelen ze zich een beetje meer thuis.’


De liefde voor de vorstin zit heel diep, weet Haakmat. ‘In Suriname hebben de hindoestanen zich lang tegen de onafhankelijkheid verzet. Juist omdat ze het koningshuis zagen als een garantie dat de creolen en hindoestanen elkaar niet in de haren vlogen. De bosnegers die in hutten in het binnenland wonen denken tot op de dag van vandaag dat Beatrix veel te vertellen heeft. Ze hebben haar portret aan de muur hangen. De opperhoofden schrijven haar nog altijd brieven: we hebben hier geen elektriciteit, kunt u daarvoor zorgen?’


Dat het gewone volk de vorstin veel macht toedicht heeft volgens Haakmat te maken met het koloniale systeem van weleer. ‘Surinamers is ingepompt dat de koningin alles is. Een traditie was om op verjaardagen geldinzamelingen te houden, om iets ten behoeve van algemeen nut aan te schaffen. Dan werd gezegd: dit is een geschenk van de koningin. Terwijl dat geld gewoon ingezameld werd door de arme Surinamers zelf! Alles werd toegeschreven aan de koningin. Toen in 1980 de staatsgreep plaatsvond, zei men: als we nog onder Juliaantje vielen was dat niet gebeurd.’


In ‘niet-ontwikkelde Surinaamse kringen’ bestaan volgens Haakmat zelfs allerlei mythische opvattingen over het koningshuis. ‘Sommigen denken dat een koning bestaat bij de gratie Gods, en alles kan. De afschaffing van slavernij is volgens hen aan koning Willem III te danken. Al dat moois wordt nog altijd op Beatrix geprojecteerd.’


Haakmat is lid van het Republikeins Genootschap, dat ervan uitgaat dat het koningshuis na verloop van tijd door eigen stommiteiten vanzelf wel zal verdwijnen. Als republikein is hij het principieel eens met Halsema. ‘Het koningshuis is ook een reactionair instituut, maar om dat in te zien moet de geest rijp gemaakt zijn. Die mensen moet geleerd worden in te zien dat het koningshuis geen enkele macht meer heeft en dat dat beetje macht niet democratisch gelegitimeerd is. Tot die tijd zou je het koningshuis heel goed kunnen gebruiken om de integratie te bevorderen.’


Niet dat Haakmat wil dat elke allochtoon in een Oranjepak gaat rondlopen, Beatrix is tóch symbool van de natie. ‘Als zij iets roept motiveert het die mensen om uit hun isolement te komen. En pas dan kun je ze vertellen dat in een consequent doorgedachte samenleving geen plaats is voor een koning. Tot die tijd moet je niet over afschaffing beginnen.’ Als je dat à la Halsema wél doet, levert dat volgens Haakmat alleen maar verontwaardiging op. ‘Misschien gaan ze nog de straat op ook. Als de monarchie ineens afgeschaft zou worden, zou een behoorlijk deel van de Surinaamse bevolking verbijsterd zijn. De rechtse beweging zou direct in actie komen.’



OOK MAROKKANEN dragen de Oranjes een warm hart toe, weet het Amsterdamse PvdA-raadslid Fatima Elatik. ‘Beatrix wordt binnen de Marokkaanse gemeenschap erg gewaardeerd. Mensen vinden haar sympathiek. Marokkanen zijn een koningshuis gewend. Er moet wel bij aangetekend worden dat ze niet dezelfde macht heeft als een Marokkaanse monarch. Beatrix speelt natuurlijk louter een representatieve rol.’ De vraag is of de meeste Marokkanen dat voldoende inzien. Gewend aan de feodale regeringsvorm als ze zijn, beschouwen zij de monarch niet zelden als een halve heilige.


Rechtstreeks verband leggen tussen een koning en de godheid komt bij meer volkeren voor. Zo geloofden Japanners tot de Tweede Wereldoorlog aan toe dat hun keizer goddelijke eigenschappen bezat. Ethiopiërs menen te weten dat wijlen Haile Selassie familie was van een bijbelprofeet. De Jordanezen geloofden dat de vorig jaar overleden hashimietische koning Hussein rechtstreeks afstamde van de profeet Mohammed. Waar de ook vorig jaar heengegane alawietische Marokkaanse koning Hassan II ook van claimde af te stammen.


Elatik denkt dat de meeste Marokkanen in Nederland wel begrijpen dat Beatrix niet de plaatsvervangster van God op aarde is. ‘Volgens mij kan het merendeel van hen dat onderscheid wel maken.’ Desondanks blijft de koningin sterk tot de verbeelding van veel Marokkanen spreken. Elatik: ‘Zij is een gezichtspunt, niemand heeft aversie tegen haar. Vooral onder oudere Marokkanen leeft het besef dat ze in geval van problemen haar een brief kunnen schrijven.’


Elatik denkt dat afschaffing van het koningshuis voor veel Marokkanen een domper zal zijn. ‘Ze zullen het niet snappen. Ze is toch de koningin, dat ben je voor het leven.’ Elatik is ervan overtuigd dat van de koningin een integrerende werking uit zou kunnen gaan. ‘Zeker als zij uitspraken zou doen over hoe zij de multiculturele samenleving ziet. Dat zou wellicht helpen.’


In tegenstelling tot de meeste andere etnische groepen zijn Turken veeleer republikeins gezind. In hun eigen land is immers de republiek vijfenzeventig jaar geleden door Kemal Atatürk zelf uitgeroepen. Een monarchie beschouwen de Turken dan ook als een enigszins absurde relikwie. Het verhaal doet de ronde dat binnen de Turkse gemeenschap er slechts één vrouw is die er een Oranjefascinatie op nahoudt. Koninklijk bezoek woont ze zoveel mogelijk bij, publicaties knipt ze uit. Door haar landgenoten wordt ze voor gek versleten. Er is geen Turk die je hoeft uit te leggen dat Beatrix nauwelijks macht heeft. ‘Als Turken weer eens te horen krijgen dat hun land democratisch niet op peil is, brengen ze vaak de oncontroleerbare koningin ter sprake,’ zegt de Turkse Sevtap Baycili, die vorig jaar De nachtmerrie van de allochtoon publiceerde. In dat boek laat ze zich denigrerend uit over de koningin en over prinsjesdag.



HET WAS KONINGIN Beatrix zelf die al in 1996 instrueerde dat meer allochtonen nauwer bij de Oranjefeesten betrokken moesten worden. Een jaar later riep de toenmalige VVD-leider Frits Bolkestein moslims op niet langer te bidden voor het welzijn van koning Hassan van Marokko maar voor dat van Beatrix. Oud-premier Lubbers had begin jaren negentig al een duit in het zakje gedaan, door minderheden op te roepen zich na vijf jaar toch vooral te laten naturaliseren. ‘Nederland is dan uw land geworden en koningin Beatrix is dan uw koningin’, aldus Lubbers.


Op het Oranjecongres te Leusden riep de Bond voor Oranjeverenigingen in 1996 de 325 nationale Oranjeverenigingen dan ook op ijlings de daad bij het woord te voegen. Inmiddels, zo meldt bondsvoorzitter J. Pommer, is in het bestuur van een Nijkerkse vereniging een tweetal allochtonen actief. ‘Ze komen uit het oude Perzië, als strijders tegen de totalitaire ayatollahs blijken ze maar al te graag voor onze monarchie te kiezen.’ Maar ook in de bollenstreek zitten allochtonen reeds in besturen van Oranjeverenigingen. ‘Daar zijn veel Marokkanen werkzaam.’ En op dit moment, wil Pommer wel verklappen, staat de bond zelfs op het punt een allochtoon in het hoofdbestuur te benoemen. Juist in allochtone groepen, is Pommers ervaring, is het majesteitelijke enthousiasme groot. ‘Van onze mede-koninkrijksgenoten spreekt het natuurlijk voor zich. Maar dat vooral ook Marokkanen er warm voor lopen, dat is toch prachtig.’


Om misverstanden te voorkomen maakt de bond deze nieuwelingen ‘middels voorlichting en lesbrieven’ wel duidelijk dat we in Nederland in een parlementaire democratie leven. ‘Want’, zegt Pommer, ‘veel allochtonen kennen de monarch vooral als een despoot.’ En hoe anders ze vaak ook denken over de rol van de vrouw, de wijze waarop Beatrix zich van haar taak kwijt, dwingt alom respect af, heeft Pommer ondervonden.


Het werk van de bond werpt zichtbaar vruchten af. ‘Als je kijkt naar bezoeken die de koningin brengt aan de provincie, zie je dat de laatste jaren er in de programmering ruimte is voor allochtone dans of kunst.’ Oud-Hollandse spelen worden gekruid met een vleugje exotisme. ‘Dat is er in de afgelopen vijf jaar ingebracht. Zelf attendeer ik gemeenten er altijd op dat ze geen van de ingezetenen vergeten. Soms hoor je dan: o ja, we hebben nog een hele groep Marokkanen of Equadorianen of Sri Lankezen.’ Pommer is ervan overtuigd dat de impact van koninklijke mededelingen in allochtone groepen groot is. ‘Het kan de integratie zeker ten goede komen. Een president is toch slechts het resultaat van de verkiezingsstrijd. Een monarch is een blijvend symbool van eenheid van de natie. Dat gegeven valt zeker te benutten.’


De koningin is er volgens Pommer ook voor in. ‘Zij heeft ons al diverse malen gezegd een vorstin te willen zijn voor alle ingezetenen, ongeacht ras, religie of afkomst. En op een afgewogen manier doet ze dat nu al.’ Een bezoek aan Amsterdam-Zuidoost, zit dat er in? ‘Ik denk dat ze vanuit haar eigen overtuiging zoiets zeker niet zou uitsluiten. Als ze in Drenthe is schroomt ze ook niet Molukkers te bezoeken.’


Pommers bond onderhoudt contacten met Forum, het instituut voor multiculturele ontwikkeling. Dit jaar hoopt Pommer te kunnen meedelen dat iemand van Marokkaanse afkomst in het bondsbestuur terecht is gekomen. Komende zaterdag zal er door de ledenvergadering over besloten worden. Femke Halsema, denkt Pommer, zal nog raar opkijken.