Bezuinigingen De wetenschap

Almaar matiger

Volgens het kabinet-Rutte moet wetenschappelijk onderzoek vooral geld opleveren. Wetenschappers zien Nederland ineenzakken tot een tweederangs onderzoeksland.

Medium 021 dga275

‘KENNIS, KUNDE, KASSA.’ Op het ritme van die slagzin vertimmert het kabinet-Rutte het onderzoeksklimaat in Nederland. ‘Een goede samenwerking tussen bedrijfsleven, kennisinstellingen en overheid is hierbij van groot belang. De samenhang tussen kennis, wetenschap, toegepast onderzoek en innovatiebeleid wordt versterkt’, zo valt in het regeerakkoord te lezen. Wat dat voornemen betekent, was afgelopen vrijdag te zien op het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie. Tegen een decor van designmeubilair, begeleid door discolampen en elektronische muziek, ontvouwde minister Verhagen daar zijn plannen om het onderzoek in tien economische ‘topsectoren’ een extra impuls te geven.

De middag werd een ondernemersfeestje. Aanwezig: de brancheorganisatie voor het Midden- en Kleinbedrijf (MKB), werkgeversbonden en topbestuurders. Nagenoeg afwezig: de wetenschap zelf. Onderzoekers werden veelvuldig genoemd als onderdeel van ‘de gouden driehoek’ die, samen met ambtenaren en ondernemers, de Nederlandse kenniseconomie vlot moet trekken, toch zat er slechts een enkeling met een doctorstitel op de witte kuipstoeltjes in de hal van het ministerie. En terwijl in Den Haag ondernemend Nederland het glas hief op de toekomst van Nederland als onderzoeksland, ging elders de vlag halfstok. Diezelfde dag maakte de Universiteit Utrecht bekend dat ze haar bijna vier eeuwen oude Sterrenkundig Instituut zal sluiten. Ook de paleo-ecologie en de biomariene wetenschappen moesten eraan geloven. De universiteit is genoodzaakt flink te bezuinigen en ziet geen andere keuze dan die onderzoeksgroepen in hun geheel op te heffen.

Het contrast tussen de jubelstemming op het ministerie van Economische Zaken en de misère aan de Utrechtse universiteit tekent de ontwikkeling van de wetenschap in Nederland, meent Peter-Paul Verbeek, hoogleraar filosofie van mens en techniek aan de Universiteit Twente: ‘Dit kabinet kijkt door een economische bril naar de wetenschap. Alleen onderzoek dat aanwijsbaar geld oplevert is echt interessant voor ze. Halbe Zijlstra, staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, spreekt graag over de wetenschappelijke pijplijn. Het toont aan hoe beperkt de visie van het kabinet-Rutte is. Alsof wetenschap een machine is waar aan de voorkant onderzoek ingaat en aan de achterkant geld uitrolt.’

Verbeek is niet de eerste die het kabinet een nauwe visie op de wetenschap verwijt. Eerder dit jaar trok een cortège van professoren naar het Malieveld in Den Haag als protest tegen de bezuinigingen op onderzoek en onderwijs. Op diverse universiteiten hielden studenten een collegemarathon om te protesteren tegen de bezuinigingsplannen. Vorige week roerde de universitaire wereld zich opnieuw. Enkele onderzoekers van De Jonge Akademie, het keurkorps van de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen, stuurde een brandbrief naar het kabinet. Akademie-voorzitter Peter-Paul Verbeek was een van de opstellers. De boodschap: het kabinet-Rutte brengt fundamenteel wetenschappelijk onderzoek in gevaar. Door de wetenschap vooral te toetsen op commerciële toepassing, komt het vrije onderzoek in het gedrang, aldus de onderzoekers. Onzin, vond minister Verhagen, die in NRC Handelsblad de handschoen opnam. Er blijft genoeg geld over voor fundamenteel onderzoek, zolang dat onderzoek maar aansluit bij ‘de sterkste onderdelen van onze economie’, aldus de minister.

Die ‘sterkste onderdelen van onze economie’ vormden het middelpunt van de presentatie bij Economische Zaken vrijdag. Elk van de tien ‘topsectoren’ werd vertegenwoordigd door een bestuurlijk zwaargewicht dat als ‘boegbeeld’ fungeerde. Onder hen mannen als Jeroen van de Veer (oud-bestuursvoorzitter van Shell), Leo van Wijk (raad van commissarissen Air France-KLM) en Rein Willems (voormalig CDA-senator en bestuurslid van VNO-NCW). Ieder ‘boegbeeld’ kreeg enkele minuten de tijd om aan de minister uit te leggen waarom uitgerekend zíjn sector extra ondersteuning verdiende. Het juryoordeel komt vóór Prinsjesdag, beloofde de minister. Maar om de aanwezigen ‘niet met lege handen naar huis te sturen’ toonde hij zich alvast genereus. Verhagen beloofde vijfhonderd miljoen extra voor onderzoek in de topsectoren, gunstige leenvoorwaarden voor durfkapitaal en fiscale maatregelen om investering in onderzoek aantrekkelijker te maken.

Daarmee presenteert de minister zich als kampioen van een smaldeel van het wetenschappelijk onderzoek, maar het valt te bezien of de plannen voldoende zijn om de Nederlandse kenniseconomie er bovenop te helpen. ‘Kennis, kunde, kassa’ mag aardig klinken, maar de mantra kan niet verhullen dat het wetenschapsbeleid van Mark Rutte en de zijnen volop onder vuur ligt. Volgens Sijbolt Noorda, voorzitter van de Vereniging van Nederlandse Universiteiten, dreigt Nederland een ‘tweederangs onderzoeksland’ te worden. Cijfers laten zien wat hij bedoelt. Momenteel besteden Nederlandse bedrijven en overheid samen 1,84 procent van het bruto nationaal product aan onderzoek, waarmee Nederland achterblijft bij andere Europese landen (zie kader). Bovendien zijn we daarmee nog ver verwijderd van de kabinetsdoelstelling om de 2,5 procent te halen en Nederland weer in de top-vijf van kenniseconomieën te brengen.

Ook Verbeek plaatst kanttekeningen: ‘Ik steun van harte het plan om bepaalde topsectoren te steunen met fiscale maatregelen, maar wat dreigt is een versmalling van de wetenschap. Alle aandacht voor de topsectoren, die voornamelijk om bèta-wetenschappelijk onderzoek draaien, doet vergeten dat “wetenschappelijk rendement” veel breder is dan enkel innovatie binnen een paar economische sectoren.’ Als voorbeeld noemt hij het onderzoek van zijn Jonge Akademie-collega Appy Sluijs naar het geologische verleden van de aarde. Het leverde publicaties op in Nature en Science. Volgens Verbeek is het onderzoek ‘enorm belangrijk voor het begrijpen van klimaatverandering’. En Sluijs, zo merkt Verbeek op, doet zijn onderzoek bij een van de Utrechtse onderzoeksgroepen die gaat verdwijnen.

Verbeek ziet het lot van zijn collega als een veeg teken: ‘Als gevolg van de kabinetsplannen zal er de komende jaren nog veel meer onderzoek volledig verdwijnen.’ De hoogleraar krijgt bijval van Sijbolt Noorda. ‘De Nederlandse universiteiten hebben nauwelijks meer vet op de botten. De tijd dat bezuinigingen konden worden opgevangen door slecht presterende onderdelen op te heffen is echt voorbij. Iedere verdere beperking van middelen betekent snijden in toponderzoek’, aldus de VSNU-voorzitter.

Want terwijl Maxime Verhagen sier maakt met het onderzoek binnen tien topsectoren, slaat zijn collega Halbe Zijlstra, verantwoordelijk voor het onderzoek dat niet tot de topsectoren behoort, een dreigender toon aan. Toen de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) en de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) eerder dit jaar hun plannen voor de komende jaren bekendmaakten, toonde Zijlstra zich weinig toeschietelijk. Beide instituten vragen om meer investering in onderzoek, maar daarvoor is volgens de staatssecretaris geen ruimte. Sterker nog, het totaalbedrag dat het kabinet bereid is te investeren neemt de komende jaren met een half miljard af, zo becijferde het Rathenau Instituut. De toezeggingen van Verhagen compenseren dat maar gedeeltelijk.

De VSNU berekende de gevolgen van deze kabinetsplannen. Er zullen vijfduizend arbeidsplaatsen verdwijnen bij de Nederlandse universiteiten. Die inkrimping betreft vooral de aanwas van jonge onderzoekers. In totaal dreigen drieduizend promotieplaatsen verloren te gaan. Fiscale stimulering van topsectoren kan die klap maar zeer ten dele opvangen. Ook de internationaliseringsbudgetten, onder meer bedoeld om jonge buitenlandse onderzoekers naar Nederland te halen, worden geschrapt. Volgens Sijbolt Noorda worden Nederlandse universiteiten daardoor minder aantrekkelijk. ‘Ik zie het nu al gebeuren dat wetenschappelijk talent wegtrekt uit Nederland. Ondertussen gaan buitenlandse onderzoekers liever naar landen als het Verenigd Koninkrijk of Zweden. Bijzonder onverstandig voor een land waar de economie het vooral van kennis moet hebben. Dit kabinet speelt echt met vuur.’

HET LIJKT, kortom, een klassiek geval van veel woorden, weinig daden. Hoewel het regeerakkoord hoog opgeeft over de noodzaak om het Nederlandse wetenschappelijk onderzoek te verstevigen, hoopt het kabinet-Rutte voor een dubbeltje op de eerste rang te belanden. Veelzeggend noemt Zijlstra de wens om een top-vijf kenniseconomie te worden ‘vooral een richtinggevende ambitie’. Zelfs de door Verhagen geprezen boegbeelden lijken hun twijfels te hebben. Toen de minister zijn presentatie afsloot met de strijdkreet ‘op naar de top’ en het gezelschap zich richting borrelhoek begaf, bleek het enthousiasme voor de plannen betrekkelijk. Natuurlijk, de plannen waren een opsteker voor zijn sector, meende boegbeeld van de hightech-sector Amandus Lundqvist (oud-bestuursvoorzitter Technische Universiteit Eindhoven). Maar de Nederlandse kenniseconomie is er niet mee gered, zo gaf hij toe. ‘Daarvoor moet er minstens twee miljard bij.’


De Nederlandse kenniseconomie

Nederland loopt achter met het investeren in onderzoek. Dat is een van de conclusies van het rapport Innovation Union Competitiveness 2011 dat de Europese Commissie onlangs uitbracht. Zweden, Denemarken, Duitsland, Oostenrijk, Frankrijk en België: allemaal voorbeelden van landen die in 2009 meer geld uittrokken voor de kenniseconomie. Als het gaat om het opvoeren van investeringen gedurende de afgelopen tien jaar, bungelt Nederland onderaan. Er is ook goed nieuws: de Nederlandse onderzoekers behoren tot de productiefste ter wereld. Ook de wetenschappelijke kwaliteit is hoog: zeventien procent van de publicaties behoort tot de tien procent wereldwijd meest geciteerde onderzoeken. Het aantal patentaanvragen in Nederland behoort procentueel gezien tot het hoogste ter wereld. Echter, zo waarschuwt het rapport, die sterke positie is vooral het resultaat van investeringen in het verleden. Tenzij de huidige trend keert ‘loopt de wetenschappelijke en technologische capaciteit van Nederland gevaar’.