Naomi Klein

Als Cola-politiek en Maya-folklore elkaar raken

Bij een ontspanningscentrum aan de rand van Mexico Stad is de menigte rusteloos aan het worden. De Zapatistas werden geacht om negen uur «on the road» te zijn en het is al bijna elf uur. Een truck met open laad bak, volgeladen met balen hooi en opgesierd met vlaggen, draait achteruit naar de ingang van het centrum. Er stapt niemand uit.

Waarom duurt het zo lang? Is het mogelijk dat Subcomandante Marcos, de niet tot zwijgen te brengen stem van het Nationale Bevrijdingsleger van de Zapatis tas (EZLN), podiumangst heeft?

Het zou begrijpelijk zijn. Het is zondag, en vandaag, voor het eerst sinds zeven jaar geleden hun opstand begon in de bergen van Chiapas, zal het 24-koppige Zapatista-commando een bij eenkomst houden in Mexico Stad, met hun rebellenmaskers op maar zonder hun wapens.

De bijeenkomst markeert het einde van de «Zapatour», een karavaan die zich gedurende de laatste twee weken door het Mexicaanse land heeft geslingerd, steun verwervend voor een wetsvoorstel dat meer politieke macht en betere toegang tot basisvoorzieningen als gezondheidszorg zou bieden aan de tien miljoen inheemse bewoners van Mexico. Daarbij markeert hij het begin van de lange en veel minder tot de verbeelding sprekende politieke strijd om het wetsvoorstel door het Congres te loodsen, en het nog langere gezwoeg van het hervatten van de vredesonderhandelingen met de nieuwe president van Mexico, Vicente Fox.

Maar de bijeenkomst is meer dan symbolisch. Als het voorstel wet wordt, moet Subcomandante Marcos aantonen dat hij de steun heeft van de gemiddelde, stedelijke Mexicaanse kiezer. En wanneer de leiders eindelijk hun gemaskerde gezichten laten zien, wordt direct duidelijk dat het «Zapatismo» net zo sterk is in de stad als in de bergen. De meest enthousiaste aanhangers van de Zapatistas zijn vrouwen van middelbare leeftijd — de demografische groep die Amerikanen graag «soccer moms» noemen — die de revolutionairen begroeten door te scanderen: «Jullie staan niet alleen!» Alleen de paus leidt dit soort mensenmassa’s.

Tegen twee uur in de ochtend zijn meer dan 150.000 mensen naar het Zócaloplein gestroomd. De volgende dag schreeuwen de kranten «Marcomania». Marcos is erin geslaagd zoveel steun van de bevolking te genereren voor een kwestie die gewoonlijk wordt gemarginaliseerd als «etnisch» dat sommigen achterdochtig zijn geworden. Hij is een zelf-promotor, zeggen ze; zijn onderonsje met Vicente Fox is een oorlog van opgeblazen ego’s.

Het klopt dat er op zijn minst veertig variëteiten Marcos- en EZLN-T-shirts bestaan, en ook posters, vlaggen en poppen. Van veraf ziet het eruit als massamarketing — de radical chic «branding» van een oude cultuur. Van dichtbij echter voelt het als iets anders: authentieke, extreem anachronistische folklore. De Zapatistas verspreiden hun boodschap niet met advertenties of soundbytes maar via verhalen en symbolen, met de hand geschilderd op muren, van mond op mond doorverteld. Het internet, dat deze organische netwerken imiteert, nam deze folklore simpelweg op en verspreidde haar over de wereld.

Maar wanneer de Zapatistas Mexico Stad binnenkomen, belanden ze in een uitgesproken moderne merkenoorlog. Vicente Fox probeert elke slimme marketingtruc uit die hij kent. (En als voormalig Coca-Cola-manager kent hij ze allemaal.) Zijn favoriete tactiek is altijd geweest om te claimen dat een vredesakkoord een uitgemaakte zaak is — er hoeven alleen nog maar een paar kleine plooien gladgestreken te worden. Fox organiseerde, samen met de twee grootste televisiezenders van Mexico, zelfs een massaal concert om het nieuwe tijdperk van vrede tussen de staat en de Zapatistas te vieren.

Het werd aan de Zapatistas overgelaten om erop te wijzen dat meneer Fox nog moet ingaan op hun verzoeken om vervolggesprekken: het terugtrekken van meer troepen uit Chiapas en het vrijlaten van de politieke gevangen die nog vastzitten. Als Marcos zegt dat vredesonderhandelingen nog niet zijn begonnen, laat staan afgerond, schildert Fox de woord voerder van de Zapatistas af als een onverzoenlijke oorlogsstoker, terwijl hijzelf de tegengewerkte pacifist kan spelen.

Volgens bijna alles wat we weten over de werking van globalisering zou Vicente Fox deze imago-oorlog moeten winnen. De gladde esthetiek en lichtverteerbare boodschappen van de moderne marketing worden geacht traditionele communicatiemethoden genadeloos af te troeven. Daarbij wordt in het Mexico van vandaag de Maya-cultuur niet geacht een politieke macht van betekenis te zijn. Haar economische rol is zich te gedragen als afzetter van toeristen, door antieke ruïnes en kleurrijke prullaria te verkopen.

De reis van de Zapatistas is vervuld van de cultuur-clashes. De route die zij kozen om de hoofdstad binnen te gaan, is dezelfde als de weg die bijna een eeuw geleden de agrarische revolutionair Emiliano Zapata aflegde. Maar zou het werkelijk mogelijk zijn om «land en vrijheid» te eisen, zoals Zapata deed, op wat tegenwoordig een strook asfalt is, met rijen KFC-tenten en L’Oreal-billboards erlangs?

Het lijkt erop. Sommige juichende Zapatista-aanhangers op straat hebben pauze van hun werk in een fastfood-tent. Gekleed in bijpassend gestreept uniform houden ze borden omhoog met de woorden: «Zeg Nee tegen de TV-Vrede».

In deze oorlog tussen Coca-Cola-politiek en Maya-folklore is iets onverwachts gebeurd: de folklore lijkt aan de winnende hand te zijn.