Plus: «Als het dijkje bij Wilnis»

«Als dat dijkje bij Wilnis»

Zeven jaar geleden is Han K. Vrijling, hoogleraar waterbouwkunde aan de Technische Universiteit in Delft, gaan kijken bij de dijkjes van Lake Pontchartrain. «Die dijkjes zijn naar Nederlandse maatstaven gemeten ondeugdelijk», concludeerde hij. De Amerikanen hebben ze gebouwd volgens de maatstaf dat een ramp à la Katrina eens in de 250 jaar voorkomt. De Delftse ingenieurs bouwen dijken op basis van het criterium dat zo’n ramp eens in de 1250 jaar plaatsvindt. Daarom zijn de dijken in Zeeland opgetrokken tot een hoogte van veertig meter. Maar Zeeland is ook daarmee niet tevreden. Op Walcheren of Schouwen-Duiveland is men doende de waterkeringen van asfalt te versterken met keien en de dijken verder op te hogen. Het is niet zo «veilig» als wij wel denken. Volgens Vrijlink zijn de Delta-maatstaven afgelopen vijftig jaar nog nooit geheel gerealiseerd.

Nog dit voorjaar heeft Camiel van Drimmelen, adviseur van Rijkswaterstaat in Lelystad, een werkbezoek gebracht aan de Mississippi Delta om te bekijken welke lessen Nederland zou kunnen trekken. Van Drimmelen zei 1 september in NRC Handelsblad: «De dijken brengen het door het water meegevoerde sediment tot ver buiten de kust en lozen het op zee. Vóór die dijken er waren, werd dat sediment afgezet in het kustgebied. Nu is een groot deel daarvan veranderd in zee en dat maakt dat het water dichterbij New Orleans komt.»

Watermanager Piet Dircke van ingenieursbureau Arcadis verwoordt het minder voorzichtig: «Die dijkjes kunnen vergeleken worden met het binnendijkje bij Wilnis dat vorig jaar na ongewoon grote regenval bezweek.» Afgelopen jaren is een aantal initiatieven opgestart om de natuurlijke zeewering te herstellen. Maar het Army Corps of Engineers (vergelijkbaar met Rijkswaterstaat) heeft niet altijd de financiële middelen gekregen die het zou willen hebben om de bescherming te verbeteren. Om de gehele kust van circa achthonderd kilometer te versterken is een begroting van circa 2,5 miljard dollar naar Washington gestuurd. Het Army Corps kreeg veertig miljoen. Bovendien, weet Dircke, moet er ook nog eens worden onderhandeld met Halliburton, waar vice-president Dick Cheney directeur was voor hij in de regering stapte.

Gemalenfabrikant Bosman weet daar alles van. Bij Bosman staan tien mobiele gemalen gereed om naar New Orleans te vertrekken. Probleem is dat de gemalen daar, anders dan in Nederland, onder de hoogte van de waterspiegel staan en nu dus ondergelopen en grotendeels onbruikbaar zijn. Nu moet er met man en macht gemalen worden omdat de gaten in de dijkjes niet met zandzakken en puin gedicht kunnen worden. Voor zover bekend is het telefoontje om de gemalen over te vliegen nog niet gekomen. Ook niet van Halliburton.

Ondanks deze voor Nederland ongewone gang van zaken vindt Vrijling dat wij kunnen leren van de gebeurtenissen in de Golf van Mexico: «We hebben kunnen zien wat er ge beurt als de badkuip in een klap volloopt. Ze dachten dat ze het gehad hadden toen Katrina voorbij trok. Aan een dijkdoorbraak is niet gedacht. In Nederland zijn de waterkeringen nog nooit zo sterk geweest.»

Toch spreekt het rapport In bedijkte termen van het Milieu en Natuurplanbureau over een veel grotere schade dan vroeger als het land overstroomt. Ronald Waterman, verbonden aan het Waterloopkundig Laboratorium in Delft, het Havenbedrijf Rotterdam en het ministerie van Verkeer en Waterstaat: «We stellen vast dat de zeespiegel stijgt. Dat doet hij al eeuwen, alleen gaat het nu wat sneller dan normaal. Tegelijkertijd vindt bodemdaling plaats. Daar komt bij dat we te maken hebben met een hogere frequentie van zowel stormvloeden als regenval waardoor bijvoorbeeld de toevloed van water uit de rivieren toeneemt. Ten slotte de economische factor. De economie is verder ontwikkeld en de kans op grote schade dus ook.» Vrijling: «Om al die redenen zijn de normen voor bescherming in Zuid-Holland al hoger dan die voor het rivierengebied, maar de eisen zijn nog immer gebaseerd op de inzichten van na de watersnood van 1953. Wij zijn al een tijd bezig te vertellen dat hier nogal laconiek wordt omgesprongen met het risico van overstromingen. Het is het idee dat als de evacuatie maar goed geregeld is, het wel goed komt, de les uit 1953 dus.»

Van de kustgebieden is in detail bekend waar de zwakke plekken zijn. Voor de polders wordt dat nu in kaart gebracht door Rijks waterstaat dat dit najaar rapport uitbrengt. «Nu zijn de dijken alleen berekend op hoog water. In het nieuwe rapport gaat het om risi co’s als het ondergraven van dijken door ongedierte of geulen onder aan de dijken die de waterkering ernstig doen verzakken», aldus Vrijlink. Dat gaat «miljarden» kosten. «Politici hebben moeite met dat geld. Weet men wat er gebeurt als een chemiefabriek onderloopt, wat er gebeurt met die gigantische infrastructuur aan kabels onder de grond? De Nederlander denkt dat zijn kelder onderloopt en dat is het dan. Hij vergeet dat het midden februari streng kan vriezen en zijn verwarming dan uitvalt. En dat is nog maar een kleinigheidje.»

In de jaren zeventig, toen in Nederland het debat over de afsluiting van de Oosterschelde hoog opliep, zei Jan Tinbergen, Nederlands beroemdste econoom, over de Deltawerken: «Als we die miljarden die we aan de dijken al ge spendeerd hebben, nu eens voor andere doeleinden zouden gebruiken en Zeeland aan de natuur geven? Zou dat niet een betere oplossing voor alles zijn?»

Vrijling daarover in 2005: «Als je kijkt naar de wereld van de deltaregionen op pagina zes van de Times Atlas, zijn daar de steden met de grootste welvaart en het grootste aantal mensen te vinden. Delta is welvaart. Zeeland is de laat ste decennia economisch geweldig ge groeid, om niet te spreken van het gigantische toerisme. Dat is het antwoord.»