Laat Bush de Koerden opnieuw in de steek?

Als de Amerikanen vertrekken

Hoewel de Koerden de Amerikaans-Britse invasie van Irak verwelkomen, hebben zij reserves. Zal Amerika ze na de oorlog opnieuw in de steek laten, net als in 1991?

Het was niet zonder gevoel voor symboliek dat George W. Bush 21 maart uitverkoos tot startpunt van de operatie Iraqi Freedom. Op 21 maart vieren de naar schatting 35 miljoen Koerden op de wereld hun zogeheten Newroz-feest. Zij herdenken dan een heuglijke gebeurtenis uit hun antieke geschiedenis, daterend van 21 maart 612 voor Christus, toen een Koerdische smid genaamd Kawa tijdens het lentefeest korte metten maakte met de gevreesde Assyrische tiran Dehak. Dehak, alias de Slangenkoning — dit vanwege het feit dat hij babyhersens placht te voeren aan zijn slangen — was naar de overlevering vertelt een verschrikkelijk wrede vorst. Zijn dood was niet alleen voor de Koerden maar voor alle volkeren in de regio — de Perzen niet in de laatste plaats — een grote opluchting.

Het was de Koerdische rebellenleider Kawa die indertijd in een onbewaakt moment van de paleiswacht tot de verblijven van de despoot doordrong om zijn hamer in diens hoofd te planten en hem van zijn troon naar buiten te slepen. Na de aanslag gebood Kawa grote vuren op de bergen te ontsteken, ten teken dat de tiran was gevallen en een nieuwe tijd was aangebroken. Vandaar dat de Koerden Newroz nog altijd vieren met grote vuurfeesten in de nacht, als symbool voor de verzenging van het kwade en de komst van een nieuwe dag, wat newroz letterlijk betekent.

Door op Newroz zijn geheel eigen vuurwerk te ontsteken boven Bagdad maakte Bush dan ook een groot gebaar richting het Koerdische volk. Volgens Kani Xulam van het American Kurdish Information Network in Washington is de Koerdische gemeenschap de symboliek zeker niet ontgaan. In de Canadese krant The Ottawa Citizen van vrijdag 21 maart herinnerde Xulam aan de woorden die hij vijf jaar geleden zelf tijdens Newroz uitsprak: «Het wordt tijd voor een nieuwe Newroz en een nieuwe Kawa.»

Over wie de reïncarnatie van tiran Dehak is, bestaat bij de Koerden geen enkele twijfel. Maar hoewel zij de Amerikaans-Britse invasie van Irak verwelkomen, bewaren de Koerden wel degelijk second thoughts over de operatie. Zij zijn niet vergeten hoe de Amerikanen in 1991 aan het eind van Desert Storm de Koerdische opstandelingen in het noorden van Irak aan hun lot overlieten. Om aan de wrekende hand van Saddam te ontkomen, sloegen toen 2,5 miljoen Iraakse Koerden op de vlucht naar Turkije en Iran, om vaak zonder enige noemenswaardige interventie van hulpverleners te creperen in de bergen. Veel Koerden hebben het president George Bush senior nooit vergeven dat hij aanvankelijk gebruikmaakte van de Koerdische separatiedrift, maar uiteindelijk toch koos voor het aanblijven van Saddam, uit vrees voor het uiteenvallen van de Iraakse staat en wegens het feit dat de Turkse bondgenoten niet verrukt waren over het idee van een Koerdische onafhankelijke staat aan de oostgrenzen van het land.

Maar nu, ruim tien jaren later, zijn de kaarten anders geschud. De Koerden van Noord-Irak hebben met het instellen van de no fly-zone voor Iraakse vliegtuigen in Noord-Irak sinds twaalf jaar de facto al een autonome zone, waar ze al sinds jaar en dag gevrijwaard zijn van aanvallen vanuit Bagdad. Het laatste jaar is er in Washington hard gewerkt aan de Koerdisch-Amerikaanse betrekkingen. Tijdens een recente radiospeech stond president Bush lang stil bij de gifgasaanval op de Koerdische bevolking van het Iraakse Halabja in 1988, waar vijfduizend doden vielen. De Koerden — in Europa nog altijd de risee van de landloze volkeren — werden op 9 december 2002 zelfs officieel erkend als «democratische bondgenoten» van de VS in de War on Terrorism. Bush gelastte het Pentagon 92 miljoen dollar te investeren in wapens en training van zes tegen Saddam gerichte Iraakse verzetsorganisaties, waaronder naast de Iraakse Beweging voor de Constitutionele Monarchie, het Iraakse Turkmeense Front en de Hoge Raad van de Islamistische Revolutie ook twee Koerdische organisaties, te weten de Patriottische Unie van Koerdistan (PUK) en de Koerdische Democratische Partij (KDP). Het memorandum van de president, gericht aan Donald Rumsfeld en Colin Powell, verscheen op het moment dat het wanhopig verdeelde Iraakse verzet in Iran een conferentie hield over een mogelijke gezamenlijke koers.

The Washington Post meldde in de editie van 16 maart waar deze broederlijke samenwerking inmiddels toe heeft geleid. De krant berichtte gedetailleerd over een gezamenlijk Amerikaans-Koerdisch project in Noord-Irak, waar de Special Forces van de VS met de hulp van Koerdische guerrillastrijders van de KDP en de PUK voorbereidselen zouden treffen om de strategische stad Kirkoek in Noord-Irak in te nemen. Kirkoek, dat een miljoen inwoners telt — van wie ongeveer de helft van Koerdische komaf — is vooral van belang vanwege de gigantische olievoorraden. Al in 1991 leverden de Koerden er verwoed slag met de legers van Saddam. Voor de Amerikanen is het van het opperste belang de stad in te nemen voordat Saddam er zijn verschroeide-aarde-tactiek kan toepassen. De Koerden moesten hun nieuwe Amerikaanse broeders wel plechtig beloven dat zij Kirkoek niet op eigen houtje zouden gaan bevrijden. Ze zouden slechts voorbereidend werk moeten doen ten bate van latere Amerikaanse acties.

In werkelijkheid bleek dat de Koerden — wier verzetsorganisaties vaak hopeloos met elkaar in de clinch liggen — daar lang niet allemaal oren naar hadden. Op 21 maart werd bekend dat de peshmerga’s Kirkoek al massaal hadden omsingeld en klaarstonden voor een inname. Dit terwijl er van de Amerikanen nog geen spoor te bekennen was.

Dit gegeven deed in Ankara alle alarm bellen afgaan. De Turken menen eigenlijk dat ze zelf historische rechten bezitten over Kirkoek. Ze zijn zeker niet bereid werkeloos toe te zien hoe de in Turkije zelf met man en macht bestreden Koerdische nationalisten er vandoor gaan met de hoofdprijs van de tweede Golfoorlog, te weten een eigen staat met genoeg olie in de grond om verdere territo riumdrang, bijvoorbeeld richting Oost-Turkije, te financieren. Onmiddellijk maakte de Turkse premier Erdogan bekend dat hij het Turkse leger naar Noord-Irak zou sturen teneinde de dreigende Koerdische Apocalyps eigenhandig af te weren. De dagen daarna stonden bol van de geruchten. Er zou al een omvangrijk Turks leger over de grens met Irak zijn getrokken, hetgeen later weer werd ontkend. Vast staat dat de Turken niet lang meer zullen wachten eer ze een actieve rol gaan spelen in het conflict. In het hypothetische geval van een Iraakse capitulatie zou in Noord-Irak zomaar een nieuwe oorlog kunnen beginnen.

Als het Turkse leger daadwerkelijk Irak binnenvalt, zo verklaarde Charles Heyman van het militaire inlichtingenblad Jane’s World Armies, zouden «de Koerden zich omdraaien en achter hen aangaan». Een bijkomend probleem vormen de ettelijke duizenden leden van de Iraanse Badr-brigade, die zich inmid dels ook in de omstreden zone hebben begeven. Zij staan zowel vijandig tegenover de VS als Turkije en Irak. Deze troepen zouden zich zonder enige twijfel aan de zijde van de Koerden voegen. Volgens de Britse Irak-specialist Toby Dodge levert deze situatie het gevaar op van een geweldsspiraal waar de Amerikanen nauwelijks rekening mee hebben gehouden.

Voor George W. Bush zal dit de komende weken het grote dilemma zijn: kiest hij voor de Koerden of uiteindelijk toch maar weer voor de oude Turkse vrienden, van wie in Navo-verband toch nog zo veel wordt verwacht? Voor lang niet alle Amerikanen ligt het antwoord op die vraag voor de hand. Zo voert het Democratische Congreslid Bob Filner uit Californië al sinds jaar en dag campagne in Washington tegen de «culturele genocide» op de Koerden door de Turken. Filner was enkele jaren geleden ook verantwoordelijk voor de motie in het Congres die stelde dat Turkije verantwoordelijk was voor genocide tegen de Armeniërs. Om de goede relatie met Ankara niet onder druk te zetten, greep president Bill Clinton toen persoonlijk in om te voorkomen dat de motie daadwerkelijk zou worden ingebracht. Filner bleef echter doorgaan met zijn campagne ten bate van de Koerden. Het lijkt dat zijn arbeid nu door George W. Bush is geadopteerd, zij het ongetwijfeld om redenen van meer pragmatische aard, te weten het destabiliseren van het Irak van Saddams Baath-partij.

Of Bush bereid is om de Koerden nu op het eind van de rit niet te laten vallen, staat nog te bezien. Voor de hand ligt dat hij de gehele regio van het gedroomde Koerdistan — een staat die eigenlijk maar een jaar offi cieel heeft bestaan, in 1946 — opzadelt met nieuwe conflictstof die zal volstaan voor weer een nieuwe eeuw van broedermoord.