Indonesische dienstmeisjes in het buitenland

Als de bazin je slaat, wees stil en doe beter je best

In landen als Maleisië en het Midden-Oosten hebben buitenlandse dienstmeisjes geen formele rechten. Er wordt gruwelijk misbruik van ze gemaakt. ‘Er zijn er heel veel die uit het raam springen.

MARDIYAH is sinds een maand terug uit de hel. Vier jaar lang werkte ze als dienstmeisje voor een gezin in Maleisië, net zoals miljoenen andere Indonesische vrouwen. Haar man had haar verlaten voor een ander, en hoe moest ze anders haar vier kinderen onderhouden? Maar Mardiyah had geen geluk.
De eerste twee jaar bij het Chinees-Maleisische gezin waren nog draaglijk, vertelt Mardiyah. ‘Ik werd wel uitgescholden, maar dat is normaal.’ Ook moest ze harder werken dan afgesproken. Twee huizen schoonhouden, maar ook zand sjouwen in de houtwinkel van haar baas. Haar salaris van omgerekend 95 euro per maand kreeg ze niet; pas aan het einde van haar tweejarig contract zou ze worden betaald. Maar na twee jaar zei haar bazin dat al haar verdiende geld was besteed aan reisdocumenten, kost en inwoning. Mardiyah wilde niet met lege handen thuiskomen en tekende bij.
De horror begon daarna. Mardiyah heeft over haar hele lichaam striemen van het slaan. Op haar rug zit een grote, rode brandwond, van toen haar bazin kokend water over haar heen gooide. Ze kan de vingers van haar linkerhand niet strekken, want die zijn gebroken toen haar hand tussen de deur werd geklemd. Op haar voeten zitten littekens, want als ze iets verkeerd deed, stampte de bazin met stilettohakken op haar voet. Doordat ze zeven maanden op de natte grond van de badkamer moest slapen en niets droogs kreeg om aan te trekken, is haar buik beschadigd. Toen haar bazin ontdekte dat ze stiekem een droge doek had gepakt, sloeg ze Mardiyah veertig keer met een ijzeren staaf.
En dat zijn alleen de zichtbare wonden, de angsten en vernederingen zijn nog moeilijker te vergeten. Zoals toen haar bazin urine rook in de keuken en dacht dat Mardiyah het had gedaan. Voor haar neus plaste ze in een kom en liet Mardiyah het opdrinken. Toen ze een keer te slaperig was om plakband voor hem te pakken, joeg de zoon van de baas haar doodsangsten aan door een touw om haar nek te binden en haar eventjes op te hangen. Vervolgens hield hij haar hoofd onder water, zodat ze dacht dat ze zou verdrinken. Een andere keer bond hij haar handen vast en stopte een sok in haar mond. Haar bazin bevrijdde haar, want Mardiyah moest weer aan het werk.
'Toen ik haar voor het eerst zag, was ze net een klein aapje’, zegt Normawati, die zich met haar stichting LPPTKI ontfermt over arbeidsmigranten die terugkomen met problemen. Mardiyah logeert sinds ze terug is in haar eenvoudige huis in Jakarta. 'Je zag alleen bot, geen vlees, want ze kreeg nauwelijks te eten. Ze was zoveel geslagen dat ze helemaal zwart was.’ Nu, een maand later, hoort ze Mardiyah in haar slaap schreeuwen. Genade, heer, genade!
Mardiyah is helaas geen uitzondering. Zo'n 6,5 miljoen Indonesiërs werken in het buitenland, ongeveer tachtig procent als dienstmeisje. Duizenden keren terug met problemen. Volgens het Indonesische Migrant Care waren het er afgelopen jaar bijna vijfduizend. Dat zijn er zeker meer, want talloze vrouwen melden hun moeilijkheden niet.
Het lot van vrouwen als zij staat in Indonesië weer vol in de belangstelling. Eerst kwam het jonge dienstmeisje Sumiati in het nieuws, dat in november zwaargewond werd opgenomen in een ziekenhuis in Saoedi-Arabië. Haar lippen waren bijna weg: haar bazin had ze bewerkt met een schaar; ze had brandwonden op haar rug: ze was aangevallen met een strijkijzer; ze kon nauwelijks lopen door het vele slaan. In dezelfde week werd in een Saoedi-Arabische afvalbak het lichaam gevonden van de 36-jarige Indonesische Kikim Komalasari, die de martelingen door haar werkgever niet had overleefd.
De verontwaardiging was groot. Honderden Indonesiërs protesteerden bij de Saoedi-Arabische ambassade. President Susilo Bambang Yudhoyono riep de Saoedische ambassadeur op het matje en liet een onderzoek instellen. De bescherming van dienstmeisjes stond opeens weer boven aan de agenda. Regeringsmedewerkers opperden om alle vertrekkende vrouwen een mobiele telefoon mee te geven, om betere afspraken te maken met Saoedi-Arabië of om het uitzenden van vrouwen naar het probleemland maar helemaal te stoppen.
Voor Normawati waren de gebeurtenissen geen verrassing, zij ziet zo vaak migranten terugkeren met problemen. Het vaakst worden ze gewoon niet uitbetaald, vertelt ze. De meeste vrouwen gaan via een uitzendbureau een contract aan voor twee jaar en keren daarna terug naar Indonesië. Maar talloze vrouwen komen vroegtijdig terug omdat ze nooit een cent betaald hebben gekregen, soms na jaren gewerkt te hebben. De baas belooft het geld naar ze over te maken als ze weer in Indonesië zijn; dat is toch veel veiliger dan het hele bedrag in contanten bij je dragen? Vervolgens horen ze nooit meer iets. Veel vrouwen hebben geen idee hoe ze hun recht moeten halen en gaan met lege handen terug naar hun kampong. Pech gehad.
Dan zijn er de vrouwen die terugkeren met zwangere buik of een half-Arabische baby. Normawati schat hun aantal op tien tot vijftien per maand. Een deel daarvan is verkracht door de baas of zijn familie, en op het vliegtuig gezet toen ze in verwachting bleken. Eenmaal thuis wacht een echtgenoot die lang niet altijd begrip toont. Niet voor niets is er een weeshuis waar overzeese dienstmeisjes hun buitenechtelijke kind kunnen achterlaten.
Veel vrouwen worden wel eens door hun baas geslagen als ze iets verkeerd doen. Niet goed schoongemaakt? De kleren verkeerd gestreken? Pats. Maar soms zijn er gevallen waarin het geweld uit de hand loopt. Zoals bij Mardiyah en Sumiati. Elke maand komen er wel gevallen zoals zij aan op het vliegveld, zegt Normawati. Zij halen lang niet allemaal het nieuws; zo is het geval van Mardiyah in de Indonesische media niet bekend.
Dienstmeisjes zijn kwetsbaarder dan andere arbeidsmigranten. Niemand ziet wat zich achter de voordeur van hun bazen afspeelt. Hun normale leven is daardoor al zwaar genoeg. Vanaf het moment dat de baas opstaat totdat hij gaat slapen, zijn ze aan het werk. Soms krijgen ze niet genoeg te eten. Vaak hebben ze geen dag per week vrij en mogen ze nauwelijks de deur uit. Want als ze zwanger raken of een ongeluk krijgen, kost dat de baas alleen maar geld.
Ondertussen moeten ze vaak de kinderen missen die ze thuis hebben achtergelaten. De enige keer dat Mardiyah tijdens haar relaas huilt, is wanneer ze denkt aan haar vier kinderen, die ze al die jaren niet heeft kunnen bellen. Haar bazin zei dat ze dood zouden gaan als ze anderen zou vertellen over haar slechte behandeling. Mardiyah geloofde dat. Het waren andere dienstmeisjes in hetzelfde vliegtuig die aan de bel gtrokken, toen ze haar verwondingen zagen.
Wat hen ook kwetsbaar maakt, is dat de vrouwen die als dienstmeisje vertrekken nauwelijks zijn opgeleid en geen idee hebben van hun rechten. Zoals Mardiyah, die niet precies weet hoe oud ze is en alleen lagere school heeft gedaan. 'Als ik hogerop wil, moet ik in de kokosnootboom klimmen’, zegt ze lachend.
Uitzendbureaus moeten erop toezien dat alleen gekwalificeerde vrouwen worden uitgezonden. Ze moeten de derde klas van de middelbare school hebben afgerond en minstens achttien jaar zijn. Maar een identiteitsbewijs met valse leeftijd is bij deze vrouwen eerder regel dan uitzondering. Zo bleek Sumiati, in haar paspoort 23, in werkelijkheid minderjarig. Uitzendbureaus die de regels overtreden en worden gesloten, beginnen doodgewoon opnieuw onder een andere naam. >
De uitzendbureaus moeten er ook voor zorgen dat de vrouwen een verplichte cursus van drie weken doorlopen. Normawati: 'Maar vaak doen ze het niet. Ze laten hen gewoon thuis wachten tot hun visum klaar is.’ Vrouwen die wél een cursus volgen, leren huishoudelijke apparaten te gebruiken die ze thuis niet hebben, zoals een stofzuiger of een wasmachine. Hoe ze een bed moeten opmaken met echt beddengoed. Of hoe ze moeten koken op een gasstel, want thuis koken ze op hout. Ook krijgen ze enige taalles.
En vooral leren ze hoe ze nederig moeten zijn. Als de bazin boos is, spreek haar dan niet tegen. Als ze je slaat, wees stil en doe beter je best. Vrouwen worden meestal geslagen omdat ze hun werk niet goed doen of oneerlijk zijn, dus leert ze hen om goed te werken, vertelde directrice Emmy Rahmawati van trainingscentrum Kallian Jaya in Jakarta enige tijd geleden. Ze laat de cursisten alvast wennen aan weinig slaap en weinig eten, want dat krijgen ze straks ook. Over hun rechten, of over hoe ze zichzelf in veiligheid moeten brengen als het misgaat, leren ze niets.
Want vrouwen die mishandeld of uitgebuit worden, komen niet gemakkelijk weg. Hun baas sluit ze op, en waar moeten ze naartoe? Ze hebben geen geld, geen mobiele telefoon, de baas heeft alle telefoonnummers van hun naasten afgepakt en houdt hun paspoort vast. Of de baas dreigt ze aan te geven voor diefstal, als ze weglopen.
De Indonesische ambassades in het buitenland hebben geen idee welke vrouwen waar werken. Uitzendbureaus verliezen hun interesse zodra hun bemiddelingsbonus binnen is. Zo kan het dat vrouwen jarenlang worden mishandeld of als slaaf worden gebruikt, zonder dat iemand het weet. Pas als de vrouwen kunnen vluchten, komen ze terecht bij de ambassade. Indonesische ambassades in probleemlanden zoals Maleisië en Saoedi-Arabië hebben een opvanghuis voor migrantes in nood, waar vaak meer dan honderd vrouwen logeren. Maar er is te weinig staf om hen te helpen hun recht te halen; meer dan een gratis vliegticket naar huis zit er niet in.
'Volgens de wet zouden de ambassades onze arbeidsmigranten moeten beschermen, maar hun werk is nog verre van ideaal’, zegt Normawati, die net zoals veel Indonesiërs maar één naam heeft. 'De arbeidsmigranten leveren 62 biljoen roepia (5,1 miljard euro) per jaar op, het is de tweede bron van buitenlandse valuta na olie en gas. Maar de regering doet niets terug.’
Hoeveel problemen er voorkomen, hangt sterk af van de wetten in het gastland. In Hongkong en Taiwan worden dienstmeisjes zo goed beschermd dat het vrijwel nooit misgaat. In Hongkong hebben ze verplicht een dag per week vrij. Maar Maleisië en het Midden-Oosten zijn berucht.
Buitenlandse dienstmeisjes vallen daar niet onder de arbeidswet. Ze hebben geen formele rechten op een minimale dagelijkse rusttijd, op een vrije dag per week, op de vrijheid om het huis te verlaten, op een minimumloon of op andere zaken die voor andere werknemers wel gelden. Werkgevers die zich misdragen, krijgen lichte straffen. Zoals de bazin van Sumiati, die tot woede van Indonesiërs in januari werd veroordeeld tot drie jaar cel.
Vaak krijgen de vrouwen zelf de schuld als er iets misgaat. Ontslagen vrouwen belanden in de gevangenis wegens schending van de visumregels, vrouwen die zwanger zijn door verkrachting worden in Saoedi-Arabië veroordeeld voor 'ontucht’.
Enkele landen hebben de laatste jaren wel wetten gemaakt, speciaal voor huispersoneel, schrijft mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch in een rapport. Maar vaak gaan die niet ver genoeg. In Saoedi-Arabië sneuvelde een regulering dat dienstmeisjes tussen tien uur ’s avonds en vijf uur ’s ochtends rust moeten hebben, omdat dat 'in tegenspraak was met de behoeften en tradities van Saoedische families’.
De Indonesische regering probeert met een aantal landen afspraken te maken over de behandeling van haar dienstmeisjes, maar dat komt nog nauwelijks van de grond. Sinds 2009 heeft Indonesië het uitzenden van vrouwen naar Maleisië opgeschort, totdat er gunstiger afspraken zijn gemaakt. Zo eist de Indonesische regering dat haar dienstmeisjes een vrije dag per week krijgen. Maar Maleisische gezinnen zijn zo afhankelijk van de dienstmeid die altijd klaarstaat, dat de regering weigert toe te geven. Nieuwe afspraken zijn er nog steeds niet. Intussen blijven Indonesische vrouwen naar het buurland afreizen via illegale bureaus.

INDONESIË ZOU een voorbeeld kunnen nemen aan de Filippijnen. Het uitzenden van huishoudelijk personeel is daar een professionele export. Elk jaar vertrekken weer meer Filippino’s naar het buitenland, in 2009 waren het er 1,4 miljoen. Een groot deel van hen is dienstmeisje. Door hun goede Engels zijn ze gewild; in bijna elk land werken wel Filippina’s.
De sector is in de Filippijnen veel strenger gereguleerd dan in Indonesië. 'Zij zenden alleen goede mensen uit, dat zouden wij ook moeten doen’, zegt Normawati. Alle vertrekkers moeten zich melden bij de Filippijnse Administratie voor Overzeese Arbeid, een druk bureau in Manila, waar constant aspirant-migranten met mapjes en pasfoto’s in en uit lopen. Er wordt streng op gelet dat ze oud genoeg zijn en genoeg scholing hebben, ze doorlopen een verplichte cursus en uitzendbureaus worden streng gereguleerd. Daarbij hebben de Filippijnen afspraken met bijna alle landen waar vrouwen komen te werken. Zij moeten een vrije dag per week krijgen en minstens vierhonderd dollar per maand verdienen. In Maleisië en Saoedi-Arabië verdienen ze daarmee vaak twee keer zo veel als Indonesische vrouwen. Niet voor niets is een Filippijnse dienstmeid daar een statussymbool.
Als er toch problemen zijn, treden de Filippijnen sneller op. De belangrijkste taak van Filippijnse ambassades is de zorg voor arbeidsmiganten. Op elk moment weet de regering precies hoeveel Filippino’s waar zitten. En hoeveel er in de gevangenis zitten, hoeveel er ter dood veroordeeld zijn, en waar Filippino’s moeten worden geëvacueerd als ergens oorlog uitbreekt.
In Indonesië is wel wat verbeterd, volgens Normawati, die al meer dan tien jaar arbeidsmigranten bijstaat. Zo gebeurt het volgens haar nog nauwelijks dat dienstmeisjes met een compleet valse identiteit worden uitgestuurd, wat vroeger normaal was. Ze heeft meegemaakt dat het van vrouwen die tijdens hun werk waren overleden onmogelijk was te achterhalen waar het lichaam naartoe gestuurd moest worden.
Ook is er nu een speciale vliegterminal voor terugkerende arbeidsmigranten. Elke dag keren daar honderden vrouwen uit het buitenland terug. Door ze met speciale busjes naar huis te brengen, wil de regering hen beschermen tegen malafide chauffeurs, die hen de omgerekend duizenden euro’s die ze op zak hebben afhandig proberen te maken, zoals vroeger gebeurde.
Maar op een willekeurige dag op die terminal voor 'helden van het buitenlandse geld’, zoals ze worden genoemd, blijkt dat het probleem nog steeds groot is. Bij de balie voor probleemgevallen zitten steeds vrouwen te wachten. De een is na drie weken naar huis gestuurd vanuit Taiwan, omdat ze de taal niet voldoende kende. Een ander nam na drie maanden de benen omdat de vrouw des huizes haar sloeg en aan haar haren trok. Elke dag moest ze naakt voor de bazin staan, zodat die kon controleren of ze iets had gestolen. Op matrixprinters worden alle dossiers uitgedraaid. Wie nooit betaald is, krijgt een gratis buskaartje naar huis.
Er is ook een polikliniek om zieke en gewonde vrouwen op te vangen. Nu zit daar Julie Hatin uit Centraal-Java, met haar arm in een mitella en een tuigje om haar borst dat haar botten vastzet. Zij werd zo veel door haar Saoedi-Arabische baas geslagen dat ze uit het raam op de tweede verdieping sprong om te vluchten. Haar baas bracht haar niet naar het ziekenhuis, maar zette haar op het vliegtuig. Pas toen bij haar overstap bleek dat ze niet kon lopen, bracht iemand haar naar het ziekenhuis, waar ze anderhalve week lag. 'Er zijn er heel veel die uit het raam springen’, zegt de dienstdoende dokter. 'Van de eerste verdieping, maar ook van de tweede of de derde.’ Hij kijkt nergens meer van op.