Als de dichter naar de vlinder

Steven Aalders’ vlakken ritselen niet zoals die van de kubisten. Zijn kleuren beroeren elkaar.

Large kijken05
Steven Aalders: Phi Painting (RYB), 2016. Olieverf op linnen, 162x100 cm en Phi Painting (Violet, Yellow), 2016. Olieverf op linnen, 162x100 cm © Peter Cox / Stedelijk Museum Amsterdam / Slewe Gallery

Twee weken geleden had ik het over Phi Painting van Steven Aalders. Het is een combinatie van drie rechthoeken van kleur. De maatverhouding van die verbinding is die van de gulden snede die in de meetkunde als phi wordt aangeduid. De kleuren zijn eenvoudige rode en gele en blauwe vlakken waarvan de maten perfect naast en boven elkaar passen. We zien dus een uitgewogen visueel evenwicht dat geheel en al tot stilstand gekomen lijkt te zijn. Het is alsof we de stilte zelf te zien krijgen die wonderbaarlijk is – en geheimzinnig als wanneer als de avond valt en de wind gaat liggen en op het water tussen de bomen de rimpelingen ophouden. In het bijna donker wordt het roerloze oppervlak een stille zwarte spiegel. Maar in de schilderkunst leken ze, zeker sinds het impressionisme, meer te houden van het onophoudelijk geritsel van velerlei kleuren. De kubisten maakten figuren met vlakjes en hoekige contouren die met hun optische gedrag het oppervlak in ogenschijnlijke beweging hielden. Maar in Aalders’ Phi Painting zag ik dat de vlakken van kleur elkaar juist heel behoedzaam raken. Natuurlijk zijn ze begrensd. Ergens houdt het rood op maar niet vanwege een omlijning. Het rood houdt op waar de andere kleuren (geel en blauw) beginnen. Het overgaan van de ene kleur in de andere wordt niet door een lijn onderbroken. Zelfs geen dunne naad zien we.

Uiteindelijk wil Steven Aalders melodische en luisterrijke kleurklanken vinden

Toen ik zelfs die niet zag moest ik denken aan een klein gedicht van William Wordsworth. Het zijn ook de dichters die dingen zien gebeuren en voor altijd in woorden neerleggen. Hij kijkt naar een vlinder: ‘I’ve watched you now a full half hour/ Self-poised upon that yellow flower.’ Al een half uur dus houdt die vlinder zichzelf op die bloem roerloos in evenwicht. ‘And little butterfly, indeed/ I know not if you sleep, or feed.’ Wat hij zag is de vlinder daar met de frêle vleugels toegevouwen, een gewoon koolwitje misschien waarvan je, als die stil zit, het bijna onmerkbare beven nog net kunt zien. Als vlinders bont getekend zijn, zou dat een heldere waarneming kunnen storen.

Intussen zie ik in Aalders’ schilderij waar kleuren elkaar beroeren ook geen bevende lijn. De begrenzing is geen lijn. De werking ervan is wel recht als een lijn omdat het rechthoeken zijn die begrensd worden. De vlakken moeten ook rechthoeken zijn omdat het schilderij naar die helderheid tast. Langs de randen van de rechthoeken mogen geen storingen optreden zodat, tussen de rechthoeken, de overgangen van kleur naar kleur zo soepel verlopen als bewegingen van water in elkaar glijden. Uiteindelijk immers is Steven Aalders met die meetkundige helderheid begonnen vanwege melodische en luisterrijke kleurklanken die hij wil vinden. In principe begon het ene Phi Painting op z’n mondriaans gewoon met rood, geel en blauw. Voor het stille evenwicht in het schilderij was toen een zachtaardiger harmonie nodig. Het klare, hoekige rood van Mondriaan werd een rood-oranje met een licht daarin dat wat gedempt lijkt. Het blauw werd het zomerse blauw van korenbloemen. Het geel, om in die sfeer te blijven, is dat van boterbloemen. Dat is een iets vetter glanzend geel. De gele rechthoek is smaller maar er is evenwicht met het blauw omdat de kleur dikker is.

Het andere Phi Painting dat ik onder ogen kreeg is een verbinding van (ongeveer) citroengeel, violet en wit die in rechthoeken op een gelijksoortige manier zijn gerangschikt. Een van de grotere rechthoeken is sneeuwwit. De straling daarvan is helder en sterk als winterlicht. Daarnaast is de smallere rechthoek violet van kleur en mat als fluweel zodat die kleur de straling van het wit wat absorbeert. Het geel daarboven noemde ik citroengeel maar vanwege de groene toon erin lijkt het ook op koolzaadgeel. Het is wat zachtgrijs van licht maar niet vaal, eerder zilverachtig. Zo probeer ik geduldig, als de dichter naar de vlinder, naar het geheim van dit schilderij te kijken. Er zijn vier van die Phi Paintings. Ze verschillen in kleur en licht. Wat gebeurt er als je ze, heel klassiek, gewoon als de vier jaargetijden zou beschouwen?