Ierland, Ulster en de Brexit

‘Als de grensposten terugkomen, komt de IRA terug’

Zowel Ieren als Noord-Ieren zijn bezorgd over wat er na 2019, als de Britten de EU verlaten, gaat gebeuren. De rust en voorspoed van na de vrede van 1998 staan sinds het Brexit-referendum en de Britse verkiezingen op het spel.

Medium gettyimages 660093364
Charles McQuillan / Getty Images © Voormalig grenshuisje bij het plaatsje Newry aan de Noord-Ierse grens, 2017

Terry Hearty wijst naar een statige kerk op een heuvel in de verte. Aan de andere kant van de grens plakken Ierse huizen als magneetjes op de helling. ‘Daar liggen mijn schoonouders op het kerkhof.’ Hij strijkt door zijn warrige haar. ‘Straks moeten we een paspoort laten zien om naar de mis te gaan.’

Twee van de drie kerken in het district rond Crossmaglen liggen in de Ierse Republiek; er is maar één, rondreizende, parochiepriester. Als de grensposten echt terugkeren, verwacht Hearty grote problemen. Na de Brexit zal hier de Europese grens komen, nog geen honderd kilometer van hoofdstad Dublin. Dwars door weilanden, dorpen en soms zelfs door een pub zal de grens over het Ierse eiland lopen. Ook het Gaelic-voetbalveld ligt straks aan de andere kant.

Aan de doorgaande weg naar de Ierse Republiek liggen showrooms en loodsen, bijna allemaal zoveelste generatie familiebedrijven. Van landbouwapparatuur tot witgoed, van graanloodsen tot kleine kwekerijen. Ze nemen van over het hele eiland opdrachten aan. Mensen uit de republiek – ‘van de overkant’ – werken hier. Al rijdend verzucht Hearty dat sommige bedrijven al bouwgrond aan de andere kant op het oog hebben. Met de te verwachten invoerrechten en de wachttijden aan de grens vallen er straks geen zaken meer te doen. Maar liefst 84 procent van de mensen stemde hier in het zuiden van graafschap Armagh tegen de Brexit. ‘Mijn district gaat dood’, zegt hij dramatisch.

Tijdens het Noord-Ierse conflict, de troubles, stond de grens tussen de Ierse Republiek en Noord-Ierland decennialang onder controle van het Britse leger. Totdat republikeinse katholieken en unionistische protestanten in 1998 het Goede Vrijdag Akkoord ondertekenden dat tot een fragiele vrede leidde. De strijd, die dertig jaar duurde en aan meer dan 3500 mensen, waarvan de helft burgers, het leven kostte, leek eindelijk voorbij. Tastbaar gevolg was vrij verkeer over het in tweeën gesplitste eiland met vijf miljoen Ieren in het zuiden en bijna twee miljoen Noord-Ieren in Ulster, zoals Noord-Ierland ook wel wordt genoemd. Met de Brexit en de onzekerheid over de grens staat het Goede Vrijdag Akkoord, waarover jaren is onderhandeld, zwaar onder druk.

Het grensstadje Crossmaglen was ten tijde van de troubles een heartland van het Ierse Republikeinse Leger, de ira. Terry Hearty is er geboren en getogen. In zijn gezicht staan felblauwe ogen. Hij houdt koeien en schapen, op zijn broek zit stront. Hearty is gemeenteraadslid voor de republikeinse partij Sinn Fein en verantwoordelijk voor een uitgestrekt gebied met zo’n tienduizend inwoners bestaand uit het stadje zelf en de dorpjes en gehuchten eromheen.

Sinds het Europese geld naar Noord-Ierland kwam, zijn uitgebluste gemeenschappen opgebloeid, zegt hij. In het dorpje Culloville, op een steenworp afstand van Crossmaglen, staat een hagelnieuw gebouw. De EU betaalde negenhonderdduizend euro mee aan de witte dorpshal die helemaal op vrijwilligers draait. Elke ochtend om zes uur gaan de deuren open. Na de fitness zijn er cursussen en activiteiten, er is toneel en muziek, en op zondag staan de mensen in de rij voor de bingo. Iedereen kan er ruimte huren. Zoals vandaag. Peuters met gekleurde mutsen rennen rond in de gymzaal, hun ouders proberen over het helse kabaal heen te schreeuwen. Sherry viert de tweede verjaardag van haar zoontje dat met rode koontjes aan een flesje frisdrank lurkt. Naast het dorpshuis liggen nog vijf loodsen, ook met EU-geld gebouwd, die door lokale ondernemers worden gehuurd.

Noord-Ierland is de armste Britse regio en het heuvelachtige grensgebied is er in verhouding het slechtst aan toe. Hier zijn de republikeinse katholieken in de meerderheid. De historie is daar debet aan. In de zeventiende eeuw bedacht koning James I de zogenaamde plantages. Hij stuurde Engelssprekende protestantse Schotten naar het noorden van Ierland om er ‘beschaving’ te brengen. Veel protestanten voelen zich nog steeds superieur. De grootste Noord-Ierse boerderijen zijn in handen van nazaten van die eerste kolonisten.

Terry Hearty kan niet van zijn boerderij leven en heeft er een parttime baan naast. Driekwart van de Noord-Ierse boeren doet er wat bij. Hij maakt zich ernstig zorgen over hoe het na 2019 – als de Brexit een feit is en de Europese steun wegvalt – verder moet. Nu komt er per jaar zo’n 330 miljoen euro aan landbouwsubsidies uit Brussel. Dat Westminster dat gat zal opvullen, daar heeft hij een hard hoofd in: ‘We vormen minder dan drie procent van de Britse bevolking en ze zien ons liever gaan dan komen, en de Britten hebben hier niks te zoeken.’

Na de verrassende uitkomst van de Britse verkiezingen van 8 juni werden de Conservatieven van Theresa May in de armen gedreven van de Noord-Ierse Democratic Unionist Party (dup), de partij die ooit werd opgericht door ‘papenvreter’ dominee Ian Paisley. May’s minderheidsregering gaat nu met gedoogsteun van de dup de Brexit-onderhandelingen in. Ondertussen bemoeit Brussel zich ook rechtstreeks met de Ierse Republiek. Michel Barnier, hoofd-Brexit-onderhandelaar namens de EU, bezocht in mei het Ierse parlement. Hij werd als eregast onthaald. Normaliter mogen alleen buitenlandse staatshoofden een speech in het parlement houden, maar ook Barnier kreeg deze gunst toebedeeld. Veel Ieren vrezen dat Europa in de Brexit-onderhandelingen Groot-Brittannië zal willen straffen en dat de Ierse Republiek daar het slachtoffer van zal zijn.

In zijn speech probeerde Barnier deze vrees weg te nemen door te benadrukken dat de EU rekening zal houden met de Ierse handelsbelangen. En dat de grens ‘zacht’ zal worden, met elektronische controles. Het concept soft border wordt door de meeste Ieren en Noord-Ieren echter sceptisch ontvangen. Hoe kan de EU met een zachte grens voorkomen dat via Noord-Ierland kwalitatief ondermaats voedsel, hormoonvlees en genetisch gemodificeerde gewassen vanuit Groot-Brittannië de EU binnenkomen? Er gaan voorzichtige stemmen op om Noord-Ierland een speciale status te geven. De Europese grens zou dan in de Ierse Zee komen te liggen met ‘harde’ grensposten op het Britse eiland. Maar de kersverse Noord-Ierse partner van Theresa May, dup-leider Arlene Foster, heeft al nadrukkelijk verklaard dat dit voorstel in de Brexit-onderhandelingen voor de dup een ‘red line’ is: no way!

Controle van de vijfhonderd kilometer lange grens tussen Noord-Ierland en de Ierse Republiek, die als een rivier over de heuvels meandert, is bijna onmogelijk. Er zijn zo’n tweehonderd verharde wegen en daarnaast nog talloze paadjes die de twee delen van het eiland met elkaar verbinden. De meer dan twee miljoen volle vrachtwagens die per jaar de grens over gaan, nemen de routes die met Europees geld verbreed zijn. De helft van wat ze vervoeren bestaat uit landbouwproducten, zowel van zuid naar noord als van noord naar zuid.

Op een bijeenkomst van verontruste transporteurs hoorde Terry Hearty onlangs dat de export van een ton kaas – en er gaan meerdere tonnen in een vrachtauto – 1680 euro zal gaan kosten. De douane-autoriteiten in Dublin hebben aangekondigd dat ze tussen de zes en acht procent van het binnenkomende vrachtverkeer grondig zullen controleren. De Brexit leidt nu al tot enorme verwarring. Dan heb je nog niet eens gesproken over de status van de ‘nieuwe’ Ieren. In de Ierse grondwet staat dat iedereen die op het eiland wordt geboren recht heeft op de Ierse nationaliteit, dit omdat het eiland in de jaren twintig na een burgeroorlog in tweeën werd gesplitst. Na de Brexit was er een run op Ierse paspoorten. Wat zijn je rechten als je met een Europees paspoort in een land woont dat uit de EU is gestapt? Kun je dan nog wel een beroep doen op Europese verdragen en regelgeving?

‘We vormen minder dan drie procent van de Britse bevolking en ze zien ons liever gaan dan komen’

Midden in Crossmaglen wapperen de Europese en de Ierse vlag opgewekt in de wind. Ook het enorme plein heeft met Europees geld een opknapbeurt ondergaan. In het Cross Square Hotel, dat twee jaar geleden is gerenoveerd, staat zelden een kamer leeg. Vooral Amerikaanse groepen komen er, voor de natuur – Crossmaglen ligt aan de voet van de Sliabh Gullion-bergen – maar ook omdat je makkelijk naar Dublin in het zuiden en Belfast in het noorden kunt reizen. Toerisme is economische factor nummer één geworden. Een kwart van het personeel komt elke dag uit het schaars bewoonde gebied aan de andere kant van de grens. Net als naar schatting dertigduizend anderen die over de grens werken. Langs de hoofdwegen zijn er speciale parkeerplaatsen voor forenzen die doorreizen met het openbaar vervoer of die met elkaar meerijden. De trein van Newry in Noord-Ierland naar Dundalk en Dublin in het zuiden zit ’s ochtends tjokvol.

Op hetzelfde plein dat nu zo fraai is opgeknapt stond tijdens de Ierse troubles een nepverkeersbord met de tekst: ‘Pas op, scherpschutters actief’. De troubles begonnen eind jaren zestig toen katholieke burgers, geïnspireerd door de Amerikaanse burgerrechtenbeweging, in het gesegregeerde protestantse staatje de straat op gingen voor gelijke rechten. Katholieken werden in werk, onderwijs en huisvesting systematisch achtergesteld; alle macht was in protestantse handen. De spanning liep hoog op, tot en met het in brand steken van huizen van katholieke gezinnen in Belfast, en in 1969 stuurde Westminster het Britse leger naar de lastige provincie. Officieel was de opdracht om de twee groepen uit elkaar te houden, maar het leger keerde zich al snel tegen de katholieke bevolking. In 1972 schoten Britse militairen op Bloody Sunday in Derry tijdens een vreedzaam protest veertien mensen dood. Zes slachtoffers waren zeventien jaar oud. Geen soldaat is ooit vervolgd.

Het afgelegen Crossmaglen, dat aan drie kanten door de Ierse Republiek wordt omsloten, hield zich in eerste instantie niet zo bezig met de stedelijke onrust. Ze besteedden hun tijd liever aan de smokkelhandel. Tot een zaterdagochtend in augustus 1971. Een bestelbusje met twee inwoners van Crossmaglen reed in Belfast langs een Britse kazerne. De uitlaat knalde. Een jonge soldaat begon te schieten en de bestuurder overleed terstond, de tweede inzittende werd gewond de barakken in gesleept, waar hij nog een pak slaag kreeg.

Crossmaglen reageerde furieus. Vanaf toen werd het stadje een no-go area voor de Britten. De enorme kazerne naast het plein kon alleen nog per helikopter worden bevoorraad, net als de wachttorens op de heuvels. De weggetjes met de hoge hagen die als een spinnenweb rondom het stadje liggen, waren te gevaarlijk. Het zuiden van Armagh met Crossmaglen als centrum verwerd in Brits jargon tot bandit country. In de dertig jaar van de troubles werden 123 soldaten en commando’s gedood. Acht op het plein in Crossmaglen en de rest door landmijnen, beschietingen, bomaanslagen en hinderlagen. De daders werden ‘terroristen’ of ‘verzetsstrijders’ genoemd, afhankelijk van aan welke kant je stond. In Crossmaglen en omgeving heeft iedereen wel familie of kennissen die ermee te maken hebben gehad.

‘Die jongens, en ook vrouwen, van toen? Ze zijn er nog steeds, én hun familie’, zegt Tim Pat Coogan. ‘Ik zou ze niet tegen de haren in strijken. Als het hun te bar wordt, weet je niet wat er gebeurt.’ Met de boeken van de nu 82-jarige chroniqueur van de Ierse recente geschiedenis kun je een plank vullen. The IRA, over de gewapende tak van de republikeinse beweging, wordt alom beschouwd als standaardwerk.

Coogan maakt zich ernstig zorgen over de Brexit. ‘Als de grensposten terugkomen, komt de ira terug.’ Hij ziet een regelrechte bedreiging voor het Goede Vrijdag Akkoord. Het vredesverdrag bracht hoop. De unionistische dup en de republikeinse Sinn Fein zaten tot voor kort zelfs samen in de Noord-Ierse regering. Personen konden vrij reizen. Er werden all island-verdragen getekend op het gebied van handel, toerisme en andere regionale zaken. Tim Pat Coogan vertelt: ‘De republikeinen legden de wapens neer omdat ze geloofden dat het Goede Vrijdag Akkoord een weg opende naar een Verenigd Ierland.’ Om cynisch te vervolgen: ‘Niemand die op een Brexit rekende.’ De vredesovereenkomst bracht ook gelijke rechten, volgens de Europese mensenrechtenregels. Voordat Groot-Brittannië de EU definitief verlaat, moeten tachtigduizend verdragen worden aangepast. Iedere referentie aan de EU zal worden geschrapt. Ook het Goede Vrijdag Akkoord moet onder het mes. En dat zorgt voor onrust.

Medium hh 63125048
Brexit-protest bij de grenspost tussen Newry en Dundalk, Ierland, 2017 © Rex / Shutterstock / HH

Als de Britse symbolen terugkomen, gaat men zeker in de grensgebieden terug naar een favoriet vrijdagavondvertier, denkt Tim Pat Coogan: grensje opblazen. In het verleden, zo zegt hij, is er ‘benzine gespild’, benzine die met het verstrijken van de tijd opdroogde. ‘De Brexit kan de lucifer zijn die alles weer doet ontbranden’, zegt hij, ‘misschien kan het vuur worden uitgestampt, maar er zal zeker vuur zijn. Niemand weet wat er gebeuren gaat. Hoe meer het wordt gebagatelliseerd, hoe nerveuzer ik word.’ En dan lachend: ‘Mijn politieke voorspellingen kwamen in het verleden, ook als niemand het met me eens was, meestal uit. Laten we hopen dat ik nu een keer goed fout zit.’

Tijdens de troubles blies het Britse leger bruggen op zodat mensen uit hetzelfde dorp soms wel veertig kilometer moesten omrijden om elkaar te bezoeken. Op de grenswegen die wel open waren, moest je zigzaggend tussen barricades door. Je auto werd gecheckt, inzittenden konden onder de speciale noodwetgeving, de gevreesde internment, bij de minste of geringste verdenking worden opgepakt en zaten dan vaak maandenlang vast zonder verder onderzoek of proces. Niet zelden staken er uit de greppels gecamoufleerde gezichten met takken uit hun helmen, geweren op de voorbijgangers gericht. Dit soort beelden zijn in het collectieve geheugen van de grensbewoners gegrift.

Terry Hearty maakte het allemaal mee. Net buiten Culloville rijdt het gemeenteraadslid over een smalle brug in het bos, weer de Ierse Republiek in. Aan het riviertje staat een eenzaam huis te koop. ‘Ze zijn al een paar keer uit Dublin wezen kijken om hier een grenspost van te maken’, zegt hij grimmig. Hearty voorziet bitterness en haat. ‘Zeker als jongeren, die de troubles niet meemaakten, op hun eigen weg in hun eigen dorp hun paspoort moeten laten zien. Wie heeft het recht mij te stoppen, het is een vrij land, dat zal hun reactie zijn. Ze zullen de douanebeambte zeggen dat hij moet oprotten. Of erger.’

Hij schudt zijn hoofd en zijn toch al gepassioneerde ogen lichten nog meer op. ‘Wie heeft het recht ons te stoppen op weg naar de kerk of naar voetbal? Wij stemden hier in Noord-Ierland om bij de EU te blijven. De Brexit gebeurt tegen onze wil, Engeland dwingt ons. We zijn een ander land, een oceaan scheidt ons. Waarom moeten jonge mensen dit ook weer meemaken? De haat zal terugkeren als je mensen hun bewegingsvrijheid ontneemt.’ En opeens rijden we weer in Noord-Ierland, je hebt niet eens door waar de grens ligt.

In de graafschappen langs de grens wil twee derde van de bewoners bij Europa blijven. Op de vruchtbaardere gronden in het noorden, waar vooral protestantse boeren hun bedrijven hebben, was het net andersom. Over heel Noord-Ierland stemde uiteindelijk 56 procent tegen de Brexit. Met name de grootste partij dup zette haar aanhangers onder druk om voor de Brexit te stemmen. De vraag is waarom je als boer die zijn inkomen, mits hij zich op het gebied van voedselkwaliteit en milieu aan de Europese richtlijnen houdt, voor bijna negentig procent uit Brussel kan krijgen, uit de Europese Unie zou willen stappen.

‘Wij stemden hier in Noord-Ierland om bij de EU te blijven. De Brexit gebeurt tegen onze wil, Engeland dwingt ons’

De 149ste Balmoral Landbouwshow, net onder Belfast, is een overwegend protestants evenement. Er zijn honderden stands en tenten van supermarktketens, kledingwinkels, vleesverwerkingsfabrieken, diervoeders, agrarische kranten, koffiemerken, politieke partijen en restaurants. Er is zelfs een kermis. Stokoude boeren lopen er tussen kinderwagens en koeien te flaneren in hun zondagse goed. Dit jaar trok de show meer dan honderdduizend bezoekers.

De tent van de dup zit goed vol. De agrarische woordvoerder stelt dat zeventig procent van de Ulster-boeren vóór de Brexit stemde en dat er ook katholieken bij zaten. Een grote veeboer benadrukt dat het Verenigd Koninkrijk, een van de sterkste economieën ter wereld, voor driekwart zelfvoorzienend is. ‘We kunnen makkelijk op eigen benen staan.’ Als de lammeren niet meer uit Nieuw-Zeeland worden geïmporteerd, maar gewoon uit Noord-Ierland, komt straks alles in orde. Supermarktketen Coop begon vorige maand met een boycot van ‘buitenlands’ vlees. Voor Ierland, dat voor meer dan een miljard euro per jaar naar Engeland exporteert, betekent dat nu al een ferme klap.

De dup-boeren maken zich niet ongerust. De Brexit zal een paar jaar onzekerheid met zich meebrengen, maar daarna wacht het Britse rijk een gouden toekomst. Genoeg niet-Europese handelspartners, zoals China en Argentinië, staan te popelen. En als Engeland goedkoop voedsel wil houden, zullen ze de boeren moeten steunen. Theresa May heeft verklaard dat ze landbouw belangrijk vindt, maar er zijn geen concrete toezeggingen gedaan, en al helemaal niet over het financiële gat dat er na 2019 gaapt. Compensatie voor de wegvallende Europese landbouwsubsidies zal waarschijnlijk een van de belangrijkste dup-eisen zijn in ruil voor deelname aan de Britse minderheidsregering. De vraag is hoe boeren in de rest van Groot-Brittannië daarop zullen reageren.

Aan de ronde tafel in de dup-tent heerste in mei al een overwinningsroes. Dat Noord-Ierland met 56 procent tegen de Brexit stemde is jammer, klonk het eensluidend, maar Noord-Ierland, of liever: Ulster, hoort bij het Verenigd Koninkrijk en daarom is de Europese Unie verleden tijd. Het kost te veel, er komt te weinig terug en de bureaucratie moet weg. Het gaat nu allemaal anders worden. Denken ze.

Noord-Ierland heeft op dit moment geen eigen bestuur, waarin alle partijen zijn vertegenwoordigd, dat met Londen over de Brexit kan onderhandelen. Afgelopen januari viel de Noord-Ierse regering. De dup-partijtop gaf de republikeinen van Sinn Fein de schuld, maar minister-president en dup-leider Arlene Foster was zelf vanwege een energieschandaal in diskrediet geraakt. In een eerdere functie als minister van Ondernemingen, Handel en Investeringen lette ze niet goed op de uitvoering van een milieuplan, waardoor de kosten de pan uit waren gerezen. Toen Foster weigerde haar functie als minister-president neer te leggen, stapten de republikeinen op en viel de regering.

Begin maart zouden er verkiezingen zijn voor een nieuwe regering. Sinn Fein pleitte voor een Irish Language Act om zo de Ierse taal een officiële plek in de Noord-Ierse samenleving te geven. Arlene Foster beet terug dat meer mensen in Noord-Ierland Pools spreken dan Iers en over Sinn Fein zei ze: ‘Als je krokodillen voert, komen ze telkens terug, dus nee!’ In maart bleef de dup nog net de grootste partij, het scheelde maar twaalfhonderd stemmen oftewel één zetel. De deadline om een nieuwe regering te vormen werd niet gehaald, de bal ligt nu bij Westminster. De keuze is nieuwe verkiezingen of, zoals eerder, de lastige provincie direct vanuit Londen gaan besturen.

Inmiddels was het volgende dup-schandaal al weer in volle gang. De dup had tijdens de Brexit-campagne 530.000 euro aangenomen van de mysterieuze Constitutional Research Council (crc), met aan het hoofd de Schotse conservatief Richard Cook met connecties met het Saoedische koningshuis. In Groot-Brittannië moeten giften aan politieke partijen gepubliceerd worden, in Noord-Ierland niet. Twee dagen voor het referendum werd de gratis krant Metro in Londen gesierd met een omslag dat bestond uit een vier pagina’s lange pro-Brexit-advertentie. Met de tekst ‘Take back control. Vote to leave’ en een afzender: de dup. Hij bleek betaald met geld dat via de dup de Brexit-campagne binnen was gesluisd. De advertentie kostte meer dan de helft van de donatie van de crc, en drie keer zo veel als wat de dup bij de verkiezingen in maart aan haar eigen campagne besteedde.

Ondertussen duurt de impasse in de lokale Noord-Ierse politiek voort. Reden voor Theresa May, beweren sommigen, om de Balmoral Landbouwshow met een bliksembezoek te vereren. Na selfies met kinderen en fans kwam ze ‘toevallig’ dup-leider Arlene Foster tegen. Nog een fan met wie May lachend op de foto ging.

Een speling van het lot zorgde ervoor dat de dup – die de evolutieleer en klimaatverandering afdoet als onzin, tegen het homohuwelijk is en amnestie wil voor leden van de toenmalige protestantse politie en Britse militairen die tijdens de troubles misdaden pleegden – inmiddels de politieke partner is geworden van May. De boeren in de dup-tent op de Balmoral Landbouwshow prijzen om het hardst May’s democratische vermogen – ze veranderde pijlsnel van remainer in brexiteer – om de uitkomst van het referendum te volgen: weg uit de EU, liefst zo snel mogelijk. ‘We zijn het Verenigd Koninkrijk én Noord-Ierland – samen zijn we het Verénigd Koninkrijk – en de meerderheid wil uit de EU. Dat is democratie.’

Achter op het enorme terrein, net voor de kermis, liggen vijf wedstrijdringen naast elkaar. Een fotograaf kronkelt over het gras terwijl hij probeert een nukkige stier met gekleurde strik perfect op de foto te zetten. Vier blondines in witte pakken trekken koeien voort met zulke volle uiers dat hun achterpoten krom staan. Kalveren worden in billen en poten geknepen. Binnen in de enorme tent vol kampioenen spuit een vrouw haarlak op een koeienstaart, vachten worden fanatiek gestofzuigd. John Sheridan, in pak en met flamboyante hoed, staat bij een zwart stiertje waarvan de moeder net een prijs heeft binnengesleept. ‘Die wil ik kopen’, zegt hij, ‘wat een mooie lange rug!’

Volgens Sheridan, een protestantse boer met honderden vleeskoeien in het lege grenslandschap van graafschap Fermanagh, heeft de dup haar aanhangers misleid met valse informatie. Ook de belofte dat het straks gedaan is met de bureaucratie is vals, zegt hij. Waarschijnlijk komen er meer regels en procedures dan nu. Als het kon zou hij morgen naar een ander land verhuizen, maar zijn bedrijf is door de Brexit ‘geruïneerd’, de waarde ervan is gekelderd. ‘Wie wil mijn boerderij ooit nog kopen?’ verzucht hij.

Sheridan herinnert zich de tijd dat hij met zijn vader de grens overstak om lammeren te verkopen. Als ze niet alle lammeren kwijtraakten, moesten die later als veel goedkoper schapenvlees worden verkocht. De EU zorgde voor vaste prijzen voor vlees, zuivel en gewassen. De boomlange boer ontsteekt in een lofzang op de EU: ‘Elk stukje infrastructuur bij onze boerderijen is met EU-geld aangelegd, élk stukje!’ Voor May heeft hij geen goed woord over. ‘Ik snap niet hoe ze ’s avonds in de spiegel kan kijken. “Stabiel” en “standvastig” zijn haar campagnewoorden. Maar ik heb geen idee waarheen ze ons leidt.’

De hardnekkige sektarische Noord-Ierse politiek is volgens John Sheridan de reden dat mensen tegen hun eigen belangen in stemden. Dat maakt hem triest en boos tegelijk. Daarom richtte hij met andere boeren, zakenmensen en een priester de Border Communities against Brexit op: een niet-partijgebonden actiegroep. Ze houden regelmatig kleine protesten bij de grens of in Dublin en Belfast. Ze zijn zelfs in Brussel geweest. De grootste actie was begin oktober toen ze op een van de belangrijkste routes een echte grenspost neerzetten met ambtenaren in uniform.

Sheridan ziet zichzelf als Europese boer, hij heeft een Brits en een Iers paspoort en hij ‘eist’ dat het eiland als geheel over zijn toekomst kan beslissen. ‘Tweehonderdduizend dup-stemmers houden zeven miljoen inwoners van dit eiland in gijzeling. Om dan ook nog een referendum te volgen dat is gestoeld op leugens.’ Hij zucht diep.