De casus Volkert van der Graaf

Als de straf voorbij is

De moordenaar van Pim Fortuyn, Volkert van der Graaf, komt in aanmerking voor een vervroegde vrijlating. Met een petitie wordt geprobeerd dit tegen te houden. Is dat juridisch mogelijk?

Medium fortuyn

Jarenlang was het stil rond Volkert van der Graaf. Mondjesmaat sijpelden er wat feiten door over zijn detentie in de Beveiligde Individuele Begeleidingsafdeling (biba) van de strafgevangenis in Scheveningen. Op deze afdeling met een speciaal regime voor zeer zware gevallen heeft Van der Graaf zich ontpopt tot ‘huisjurist’ voor zijn medegevangenen. Hij zou veel optrekken met Mike J., alias de moordenaar van ‘het meisje van Nulde’, neemt deel aan de groeps­activiteiten en gedraagt zich beleefd en timide. Tussen seriemoordenaars, kinderverkrachters en topcriminelen is hij als pleger van een politieke moord zonder twijfel een apart geval.

In tegenstelling tot alle anderen kreeg hij geen levenslang of een lange straf met tbs, maar kon hij vanaf de eerste dag in zijn cel uitkijken naar een vervroegde vrijlating. Wegens goed gedrag komt hij daar nu voor in aanmerking, te beginnen met een eerste proefverlof op 6 mei volgend jaar. Op 6 mei 2014 heeft hij tweederde van zijn straftijd van achttien jaar achter de rug en keert hij, weliswaar volgens het penitentiair programma beperkt in zijn vrijheid, als burger terug in de samenleving.

Voor aanhangers van Pim Fortuyn is dit onverdraaglijk. Hans Smolders, voormalig chauffeur van Fortuyn en ooggetuige van de moord in het Mediapark, startte een petitie om dit tegen te houden. Met veertigduizend handtekeningen wordt de petitie deze week aan­geboden aan demissionair minister Opstelten van Justitie en Veiligheid. Is het juridisch mogelijk om een gedetineerde zijn recht te ontnemen. En op welke grond?

Voordat dit verzoek überhaupt beoordeeld wordt, is er al opschudding ontstaan. Dries van Agt zei vorige week dat de moordenaar van Pim Fortuyn vervroegd vrijgelaten moet worden. ‘Als een veroordeelde zich in de gevangenis netjes aan de regels houdt, wordt hij na het uitzitten van tweederde van zijn straf in deze rechtsstaat altijd vrijgelaten’, aldus de oud-premier en oud-minister van Justitie. En dus ‘moet een dader als Volkert niet gediscrimineerd worden omdat het slachtoffer een bekend persoon is’. Van Agt kan zich de commotie wel goed voorstellen: ‘Het zijn de naschokken van de aardbeving van tien jaar geleden. Dat dit nog steeds leeft, is begrijpelijk.’

Hoe dit leeft wordt onversneden geuit op de site FREE VOLKERT VAN DER GRAAF! Steen des aanstoots blijft het vonnis dat de rechters op 15 april 2003 velden over Van der Graaf. De rechtbank volgde immers de eis van de officier van justitie niet op en veroordeelde hem niet tot levenslang, omdat ‘de inbreuk op het democratische proces niet ernstig genoeg was en de kans op herhaling te klein om een levenslange gevangenisstraf te rechtvaardigen’. Hij kreeg ook geen tbs, omdat hij volgens het Pieter Baan Centrum volledig toerekeningsvatbaar was, hoewel er bij deze ‘intellectueel hoogbegaafde, lichamelijk gezonde man’ wel sprake was van ‘een obsessief-compulsieve persoonlijkheidsstoornis’, die zich uitte in perfectionisme en ‘scrupuleus en star gedrag betreffende zaken van moraliteit, ethiek en normen’ – door psychologen beschreven als ‘het syndroom van Asperger’. De rechtsorde was weliswaar door de ‘brute moord ernstig geschokt’ maar niet genoeg om Van der Graaf te veroordelen als meer dan een pleger van een enkelvoudige moord.

Het omstreden vonnis wordt nu weer opgerakeld vanwege de daaruit voortvloeiende rechten van een gedetineerde. Uit de oproep op FREE VOLKERT VAN DER GRAAF! spreekt een en al wantrouwen tegen de staat en haar rechters en een niet-aflatende haat tegen ‘de elite’: ‘Die Nederlandse rechtsstaat werkt best goed, vinden degenen die op de winkel passen. Prima dus, dat Volkertje binnenkort met z’n proef­verloven mag beginnen. Maar wat als Nederland nou eens denkt: GODVERDOMME, NEE! Volkert heeft de democratie geschokt en beschadigd, een emotioneel litteken geslagen en iedere kans op de politieke verandering waar we zo naar smachten voor de komende eeuw kapotgesloopt. Tien jaar later zitten we nog steeds met hetzelfde clubje in zichzelf gekeerde, arrogante, plucheplakkende, probleemontkennende, voor Brusselse dictaten bukkende eigengeilers en het dichtst wat we bij een antwoord daarop zijn is die schreeuwerige surrogaat-Fortuyn van een Geert Wilders. GEEN VERVROEGDE VRIJLATING VOOR VOLKERT. Gewoon. Omdat wij ook een beetje op de winkel willen passen.’

Met dit geluid ging Hans Smolders aan de slag. In een brief aan de demissionair minister wordt het verzoek onderbouwd met een strak juridisch betoog. Daarbij is Smolders geholpen door een oud-rechter en een hoogleraar, wier namen niet bekend zijn. Smolders zegt des­gevraagd: ‘Het wordt je vaak maatschappelijk zeer kwalijk genomen als je bij een overheidsinstitutie werkt en je een zogenaamde populist helpt. Vandaar dat ik de namen van de oud-rechter en hoogleraar strafrecht niet vermeld. Zij krijgen dan last in hun eetclubjes. Maar ze hebben me verzekerd dat het verzoek een kans van slagen heeft.’

De petitiebrief vraagt om ‘in het belang van het vertrouwen in de rechtsstaat en ook in het belang van een goede en rechtvaardige rechtspleging’ tot het uiterste te gaan van wat binnen de wet mogelijk is om recht te doen aan ‘het grote onbehagen en onbegrip dat leeft onder een aanzienlijk deel van de bevolking van Nederland’ over het proefverlof en de voorwaardelijke invrijheidstelling (VI) van Volkert van der Graaf. Hij pleegde ‘in onze geschiedenis een uitzonderlijk bizarre politieke moord op een prominent politicus en potentiële minister-president’. Daarbij wordt gerefereerd aan het feit dat de familie en intimi van Fortuyn er na de moord ‘alles aan hebben gedaan om de volkswoede te temperen. Ook nu, tien jaar later, zullen wij er weer alles aan doen om de volkswoede serieus te nemen, maar zeker ook te temperen.’

Juridisch beroept het verzoek zich op een nieuwe regeling (Artikel 15d Wetboek van Strafrecht) die vanaf 1 juli 2008 is ingegaan. ‘Eerder was de “vervroegde invrijheidstelling” een soort recht, waaraan zelfs niet getornd kon worden. Maar het heeft meer het karakter gekregen van een gunst en de maatschappelijke veiligheid is centraal komen te staan.’ De voorziening heet nu voorwaardelijke invrijheidstelling. Er kunnen voorwaarden worden gesteld en de rechter kan de voorwaardelijke invrijheidstelling zelfs achterwege laten of beëindigen.

Die ‘gunst’ zou niet gelden wanneer de gedetineerde zich na de tenuitvoerlegging van de straf ‘ernstig heeft misdragen’ of als er sprake is van een ‘recidiverisico’. Beide zouden, aldus de brief, vooral blijken uit een telefoongesprek tussen Van der Graaf en Pim Fortuyns neef Edwin, op 15 maart 2012 uitgezonden in het tv-programma Edwin zoekt Fortuyn. ‘Volkert belde zelf op en toevallig waren we net met de opname voor het programma bezig’, vertelt Smolders. ‘Op de vraag of hij spijt had zei hij geen nee, en evenmin op de vraag of hij het weer zou doen. Hij liet zich wederom kennen als iemand die kil en berekenend calculeert en is kennelijk niet bereid om iets van medeleven of spijt te tonen of herhaling uit te sluiten.’

Voor Smolders valt dit onder het begrip ‘ernstige misdragingen’. Daarnaast worden andere argumenten aangevoerd: zijn vrijlating zou een verkeerd signaal afgeven aan de samen­leving. ‘Het wakkert maatschappelijke onrust en onvrede aan en zal de maatschappelijke veiligheid niet vergroten. Op de laatste plaats zal zowel het proefverlof als de voorwaardelijke invrijheidstelling een groot gevaar met zich meebrengen voor de moordenaar zelf.’

Smolders zegt door de telefoon in onversneden Brabants: ‘Maar van zíjn veiligheid lig ik niet wakker.’

De petitie vraagt nu aan de minister om ‘in deze uitzonderlijke casus’ het Openbaar Ministerie te verzoeken om bij de rechter een vordering tot het tegengaan van de vervroegde vrij­lating in te dienen. Hoe groot is de kans dat dit lukt?

‘Nihil’, zegt Theo de Roos, hoogleraar strafrecht aan de Universiteit van Tilburg, stellig. De Roos zat in de commissie om de nieuwe regel voor te bereiden, vanuit de gedachte dat de vervroegde vrijlating bijna altijd automatisch geldt, maar ook onbevredigend was. ‘Maar’, zegt De Roos, ‘het is nog steeds een recht en geen gunst. Het principiële ervan is dat iemand die niet ontoerekeningsvatbaar is het recht heeft op een voorwaardelijke vrijlating, maar dat je toch bijzondere voorwaarden kunt stellen. Algemene voorwaarden zijn: geen vergrijpen plegen binnen de detentie. Daar bovenop komen dan bijzondere voorwaarden: is resocialisatie mogelijk? Is er sprake van een stoornis die behandeld moet worden? Is hij gevaarlijk, onevenwichtig? Moet je een eventueel contactverbod met nabestaanden opleggen? In dat kader dien je ernaar te kijken, en dat is het verschil met daarvoor. Een vervroegde vrijlating kan in principe geweigerd worden, of worden uitgesteld. Maar het betreft vooral gedrag, en de vraag is hoe je dat vertaalt naar bijzondere voorwaarden. Ik zie geen aanknopingspunt voor weigering.’

De Roos zegt de opschudding goed te begrijpen, maar is nog altijd blij ‘dat we in een land leven waar je de moeilijkheden voor lief neemt en die niet tracht te ontlopen via het aanpassen van de rechtsstaat’.

Een puur politieke uitspraak, noemt Smolders de juridische afweging van De Roos, waarop hij begint te fulmineren tegen de rechters die in een ivoren toren zitten en van de werkelijkheid zijn losgeweekt: ‘Ze houden elkaar, inclusief de media als lakeien van de macht, de hand boven het hoofd. Ik respecteer de rechtsstaat best wel. Maar de rechterlijke macht blijkt niet zo schoon te zijn als ik vroeger, heel naïef, dacht.’

En hij gaat nog even door: ‘Ik probeer het netjes te doen, ik ben een optimist, maar de democratie is een zinkend schip, een schijn­democratie waarin de elite het goed heeft geregeld voor zichzelf. Ik zou willen dat ik ongelijk had en iemand kon zeggen: die Smolders is gek, hij heeft helemaal geen gelijk.’

Als hij géén gelijk krijgt – en die kans is zo goed als honderd procent – moet het volk massaal gaan demonstreren, stelt Smolders: ‘Vreedzaam, maar we moeten laten zien dat we het niet pikken. Laat de rechterlijke macht maar een piketpaaltje slaan, het mag geen automatisme zijn.’

In hun benaderingswijze staan Smolders en De Roos diametraal tegenover elkaar. Ze staan voor een onoverbrugbare afstand tussen ‘de elite’ en een deel van het volk dat zich niet gehoord voelt. De oproep tot de vervroegde vrijlating gaat dan ook om iets anders dan een puur juridische kwestie: een dieper ongenoegen dat een uitweg probeert te vinden via deze casus. Als Van der Graafs proefverlof doorgaat, zal dat opnieuw voeding geven aan een ‘zie-je-wel-gevoel’ onder mensen die zich eigenlijk nooit hebben neergelegd bij het vonnis.

Over wat de effecten van strafrecht zijn op veroordeelden en op de samenleving is eigenlijk weinig bekend. Maar strafrecht is ondanks de ratio en de regels ook conventie en emotie. Van der Graaf zou overigens werken aan zijn autobiografie. Wat de publicatie teweeg zal brengen laat zich raden. Nederland is zeker niet, zoals rechters hopen, verzoend met de moordenaar van Fortuyn.