Kurt Vonnegut (1922-2007)

Als een alligator

Hij stierf in New York als gevolg van hersenletsel door een val, maar al veel eerder was Kort Vonnegut als schrijver in een vrije val terechtgekomen. Zijn slapstick, sf-neigingen, vrolijk-scherpe maatschappelijke satire en existentiële ernst verdrongen elkaar zo vaak in zijn verhalen dat het evenwicht zoek raakte. Is het tragisch dat een schrijver die tientallen boeken op zijn naam heeft staan toch de literatuurgeschiedenis in zal gaan als de man van één belangwekkende roman: Slaughterhouse-Five or The Children’s Crusade (1969)? Mij lijkt het een eer.

Misschien is Mother Night (1962) wel Vonneguts meest typische, snelle jaren-zestigroman en wegbereider van zijn beroemde boek rond het geallieerde bombardement op Dresden in februari 1945. De titel – Vonneguts ernstige kant – komt uit Goethes Faust. Daarin is het Mefistofeles die beweert dat hij uit de duisternis van het universum stamt waar alles Moeder Nacht was voordat God het licht verordonneerde. De nacht in Mother Night is Hitler en de holocaust. Campbell lijkt Vonneguts Ezra Pound, die onder propagandaminister Joseph Goebbels antisemitische radiopraatjes verkoopt. Toch blijkt hij ook een Amerikaanse contraspion die dankzij kuchjes, pauzes en korte stiltes zijn boodschappen naar Roosevelt stuurt. Maar Mother Night is ondanks de zwaarte van het thema te luchtig en te licht door de pseudo-komische oppervlakkigheid (Hitler-lolbroekerij). Campbell is uiteindelijk een slachtoffer van de Koude Oorlog, maar echt tragisch wordt zijn lot niet.

Slaughterhouse-Five is de roman waarin Vonnegut alles in evenwicht heeft: zijn sf-voorliefde (om afstand te nemen), zijn autobiografie, zijn maatschappelijke satire. Wie dit boek leest ná Harry Mulisch’ Het stenen bruidsbed beseft dat ook de geallieerden oorlogsmisdaden pleegden. Vonnegut was erbij toen de vliegtuigen Dresden platgooiden en de vuurzee-overlevenden in de Elbe de dood in mitrailleerden. Billy Pilgrim is zijn alter ego in slachthuis Dresden. Slaughterhouse-Five is de tegenhanger van de John Wayne-oorlogsroman, vandaar de ondertitel or The Children’s Crusade, die altijd vergeten wordt. Billy Pilgrim wordt na de oorlog, in 1967, gekidnapt door een vliegende schotel en komt in de dierentuin ergens op de planeet Tralfamodore terecht. Hij is het beest voor de Tralfamodorianen. Maar dat sf-element was voor Vonnegut een noodzakelijke ingreep om afstand te scheppen. Interessanter in zijn sixties novel is de provocatieve vergelijking en vermenging van het Dresden-bombardement met de atoombomvaavallen op Hiroshima en Nagasaki in hetzelfde jaar en met de napalmacties boven Noord-Vietnam ruim twintig jaar later. De verteller vergelijkt de Vietnam-piloten met robotten zonder geweten, niet in staat te verbeelden wat er op de grond gaande is. In een interview heeft Kurt Vonnegut eens gezegd dat de westerse samenleving eenzaam is en versplinterd ‘door het fabriekensysteem’. Waarna hij zijn verlangen uitsprak tot die mensen te willen behoren die niet nadachten omdat denken zo vermoeiend was. Het menselijk brein was te krachtig om in dit universum nog praktisch nut te hebben. ‘Ik wil bij de alligators leven, denken als een alligator.’

Misschien heeft Dresden hem wel meer gedaan en aangedaan dan Kurt Vonnegut ooit heeft willen toegeven. Zijn slapstickstijl was een fantastische maskerade.