Als een dief in de nacht

‘Hiphop is dead’, stelde Nas, een van de beste rappers aller tijden, een paar jaar geleden. Het tegendeel is waar, al jaren. Rock daarentegen: niet dood, maar springlevend is iets anders.

Medium muziek

De affiches van de zomerfestivals, in Europa en de Verenigde Staten, maken duidelijk dat de grootste rockbands van dit moment dat jaren geleden ook al waren. En in het harde segment geldt hetzelfde. Slechts een enkele keer lukt het een relatief nieuwe band door te stomen naar de grootste zalen. De Elvis-gespeeld-door-Metallica-rock van Volbeat, de Guns N’ Roses-anno-2015-aanpak van Avenged Sevenfold en allesvernietigende metal van Slipknot zijn de uitzonderingen. In Nederland is het relatief jonge Kensington een enorm succesvolle band: de band durfde het aan om dit najaar een show in de enorme Ziggo Dome aan te kondigen. Binnen een dag uitverkocht. Birth of Joy maakte vorig jaar een heerlijk ronkende rockplaat en het Haagse Di-Rect maakte misschien wel de beste plaat uit zijn loopbaan.

Maar links daarvan, in het moeras waar rock werkelijk vies wordt, en gruizig, en waar het raakt aan subgenres als punk en hardcore, daar was het de afgelopen jaren in Nederland opvallend rustig. Peter Pan Speedrock speelt nog steeds elk weekend ergens in Nederland de glazen van de bar, maar ook die band bestaat al weer bijna twintig jaar. Een band die de laatste jaren opviel door zijn liveshows is John Coffey. Goede bandnaam, om te beginnen: vernoemd naar het personage uit The Green Mile. Goede koppen ook: met woeste snorren. Hun optredens zijn overdonderend, of ze nu in een club staan, op een festival als Noorderslag of een lokaal familiefestival: de band stinkt naar zweet.

Hun nieuwe album is het op afstand beste. Omdat het is gelukt een groot deel van die live-energie vast te leggen. Geen vanzelfsprekendheid: zelfs de grootste rocksterren slagen daar nauwelijks in. Omdat de band soepel laveert tussen toegankelijke rock in het straatje van de Foo Fighters (die veel albums hebben gemaakt waarop minder sterke nummers staan dan op de nieuwe John Coffey) en snoeiharde, overstuurde varianten daarop, waarbij de zang verandert in gekrijs en de melodieuze kracht in overtuigende agressie. Dan klinken oude liefdes voor hardcorebands als Refused, BoySetsFire en Fugazi door.

Maar vooral knap zijn de momenten waarop John Coffey muzikaal opeens een volstrekt andere richting in slaat, en het gemak waarmee dat dan klopt. Dat a capella-koor waarmee het overrompelde Broke Neck eindigt: het komt werkelijk als een dief in de nacht. Even doen ze hier denken aan die andere geweldige Nederlandse rockband: De Staat. Of neem de interlude Jean Trompet. Een trompetsolo van anderhalve minuut. Prachtig, al even onverwacht, en een fraaie brug tussen het midtempo van het nummer ervoor en het uptempo dat erop volgt. Zo gaat het vaker bij John Coffey: ogenschijnlijk primitief, en dan opeens heel doordacht – zonder aan rauwheid in te boeten.


John Coffey, The Great News (V2). John Coffey speelt op 20 februari in de Melkweg


Beeld: John Coffey (John Coffey)