De Life Reports van David Brooks

Als een kurk in de zee

New York Times-columnist David Brooks biedt oudere mensen de gelegenheid om hun levensverhaal op te tekenen in zijn blog. Doel: jongeren inspireren bij hun zoektocht naar zichzelf.

‘Het kostte me bijna de helft van mijn vijftigjarig huwelijk om te ontdekken hoe onverstandig het is mijn vrouw te willen veranderen’, schrijft ene David Leshan in een verhandeling die vorig jaar werd geplaatst op de website van The New York Times. Leshan probeerde zijn vrouw, een psychotherapeute die gek is op romans en kruiswoordpuzzels, te veranderen in een fanatiek zeilende hardloopster en gezondheidsmaniak. Eigenlijk iemand die meer is zoals hij. Na twintig jaar ontdekte Leshan dat het wellicht verstandiger is zijn aandacht te richten op de interesses die hij en zijn vrouw toch al delen. ‘Het is deze ontdekking die me ertoe in staat stelde mijn huwelijk te behoeden voor mislukking. Bovendien leidde het ertoe dat ik ophield mijn kinderen tot klonen van mijzelf te maken.’

Leshan is een van de vele respondenten op een oproep van schrijver en New York Times-columnist David Brooks. Vorig jaar oktober schreef Brooks een column voor The New York Times waarin hij lezers van zeventig jaar en ouder probeerde te bewegen tot het schrijven van een Life Report: een korte beschouwing van de eigen levensloop. Aan zijn oproep werd massaal gehoor gegeven; duizenden mensen zonden een levensrapport in. Vanaf 11 november plaatste Brooks dagelijks één van deze beschouwingen op zijn veelgelezen blog bij de krant.

Brooks heeft met dit project twee doelen voor ogen. Ten eerste meent hij dat we in de westerse cultuur meer formele momenten van zelf­beoordeling zouden moeten kennen. Incidenteel (bijvoorbeeld als ze met pensioen gaan) nemen mensen wel eens de moeite op hun leven terug te kijken, maar volgens Brooks ontbreekt het aan een terugkerende rite die mensen tot zelfreflectie aanzet. Bovendien denkt hij dat de terugblikken van ouderen nuttig zijn voor jonge mensen. Want hoewel de jeugd voor van alles wordt opgeleid, krijgen jonge mensen volgens hem te weinig hulp bij het ontwikkelen van inzicht in hoe een leven zich ontvouwt, hoe carrières en familieverhoudingen zich ontwikkelen, welke valkuilen men tegenkomt en wat de genoegens zijn van iemand die zijn jeugd achter zich heeft. De essays van mensen die hun leven voor het grootste deel achter zich hebben, kunnen jongeren volgens hem daarbij van dienst zijn.

Heeft Brooks gelijk?

Op 29 maart werd het Life Reports-project voorpaginanieuws. Toen kwam namelijk het bericht naar buiten dat een van de respondenten – een 81-jarige man die enkele maanden eerder een stuk had ingezonden over de louterende zorg voor zijn demente vrouw – zichzelf en zijn vrouw met een pistool om het leven had gebracht. Brooks veroordeelde deze daad publiekelijk in een column getiteld Respect the Future. ‘Ik kan maar tot één conclusie komen: de man had een moment van verstandsverbijstering, of hij maakte een betreurenswaardige fout.’ Want van Brooks had de 81-jarige respondent niet zo veel waarde mogen hechten aan de gevoelens die hij blijkbaar had op het moment dat hij tot zijn ingrijpende daad besloot. ‘We zijn allemaal verschrikkelijk slecht in het voorspellen hoe we ons in de toekomst zullen voelen. Daarom lijkt het me verkeerd een beslissing te nemen die zulke definitieve gevolgen heeft. Het is beter om nederig te blijven tegenover je eigen lot.’

Afgezien van het feit dat je het wel of niet eens kunt zijn met dit standpunt doet de affaire nog een andere vraag rijzen. Mensen kunnen volgens Brooks slecht inschatten hoe ze zich in de toekomst zullen voelen. Maar is het niet logisch dat ook de kijk op het verleden wordt gekleurd door de gevoelens die iemand op dit moment ervaart? En als die gevoelens dan inderdaad zo grillig en beïnvloedbaar zijn dat iemand binnen korte tijd zo sterk van stemming kan veranderen als deze 81-jarige respondent, wat zegt zo’n levensrapport dan? Voor hetzelfde geld werpt David Leshan op dit moment een misprijzende blik op zijn puzzelende vrouw, om vol ergernis te concluderen dat ze wel dik wordt, van al dat gezit. Wat is zijn betoog over acceptatie in dat geval nog waard?

Die Life Reports zijn inderdaad een momentopname, zegt psycho-gerontoloog Gerben Westerhof. Toch hebben zulke autobiografische reflecties volgens hem wel degelijk nut. Samen met professor Ernst Bohlmeijer schreef hij het boek Psychologie van de levenskunst. Daarnaast doet hij onderzoek naar levensverhalen. ‘Ik heb misschien wel meer over het leven geleerd van de levensverhalen van andere mensen dan van wetenschappelijk onderzoek. Onderzoek is natuurlijk altijd erg algemeen. Bij zo’n verhaal denk je soms opeens: dát is goed gezien, daar heb ik wat aan.’ Of het vervolgens ook lukt die levenslessen toe te passen in het alledaagse leven is een ander verhaal, geeft Westerhof toe. Maar bij de belangrijke beslissingen in zijn leven zijn de voorbeelden van andere mensen voor hem wel degelijk een leidraad.

Ook Brooks’ keuze voor mensen die de zeventig zijn gepasseerd spreekt Westerhof aan. Uit onderzoek blijkt volgens hem dat we veel van ouderen kunnen leren. ‘De manier waarop ouderen in het leven staan is berustender dan de levenshouding van jongeren.’ Dat heeft volgens Westerhof ook te maken met de levensfase waarin jongeren verkeren. Voor hen is het nuttig om doelen te verwezenlijken. ‘Maar we hebben in onze maatschappij uit het oog verloren dat het ook een optie is om bepaalde omstandigheden of gebeurtenissen te accepteren’, zegt Westerhof. ‘Wijsheid is het vermogen om in te schatten wanneer je moet vechten en wanneer je moet aanvaarden.’

Hij signaleert in Nederland een groeiende belangstelling voor levensverhalen. ‘Je ziet het in de literatuur. Maar ook niet-schrijvers proberen steeds vaker op papier te zetten wat ze hebben meegemaakt. Door heel Nederland worden cursussen autobiografisch schrijven gegeven.’ Volgens hem is dit een positieve ontwikkeling. ‘Mensen beseffen vaker dat het goed is om even stil te staan bij het leven, in plaats van almaar door te gaan. Bovendien is het opschrijven van de eigen levensloop een manier om erachter te komen wat je belangrijk vindt.’

Filosoof Joep Dohmen, onder meer auteur van Pleidooi tegen de onverschilligheid en bekend van zijn publicaties over levenskunst, is minder te spreken over Brooks’ initiatief. ‘Brooks doet alsof hij het buskruit heeft uitgevonden, maar in 1963 vond Robert Butler al het idee van de life review uit. Het idee dat je met verhalen een soort samenhang en eenheid aan je leven kunt geven, is dus al vijftig jaar oud. Een vaak aangevoerd bezwaar is echter dat oude mensen er vaak niets meer mee opschieten. Bovendien kun je sommige dingen misschien maar beter niet oprakelen. Daarnaast zijn verhalen natuurlijk niet genoeg. Hoe je moet leven is nog wat anders. Je moet ook daadwerkelijk aan levenskunst gaan doen. Daarover gaat mijn hele werk, dat je actief voor jezelf moet zorgdragen.’

Een maand na zijn oproep schreef Brooks een column waarin hij uit de doeken doet welke levenslessen hij uit de ingezonden Life Reports heeft kunnen destilleren. Zo valt het hem op dat de meest ongelukkige respondenten het leven te veel over zich heen hebben laten komen. Tijd is voor hen als een zee waarin ze ronddobberen als een stuk kurk. Brooks geeft als voorbeeld respondent Neil Richard Parnes. Parnes wordt als jonge man architect en werkt voornamelijk in het buitenland. Op middelbare leeftijd ontmoet hij in Tokio een veel jongere Chinese arts. Ze trouwen en beginnen in China een wijnhandel. Maar Parnes kan niet opschieten met de lokale bevolking. Hij besluit terug te keren naar de Verenigde Staten, zijn vrouw en twee kinderen laat hij achter. Inmiddels heeft Parnes weer contact met zijn dochters, met zijn ex-vrouw heeft hij geen connectie meer. Hij woont alleen en beschouwt zijn leven als één grote mislukking. ‘Ik wilde als jonge man niets meer met mijn vader te maken hebben, omdat hij voorspelde dat ik nooit iets zou bereiken. Mijn leven bracht ik vluchtend door, zo de voorspelling van mijn vader bevestigend. (…) Als je alles opsomt, is de trieste staat van mijn leven het gevolg van een natuur die is bedorven door cultuur.’ Met andere woorden: hij is verpest. In essentie, zegt Parnes, is en was hij ‘een doelloze sprinkhaan, geen doelgerichte mier; een dromer, geen doener; een beschouwer, geen speler; een liefhebbende echtgenoot, geen geliefde echtgenoot; een mislukking, geen succes; een verdrietig mens in plaats van gelukkig.’

Brooks schrijft dat het verschil tussen mensen als Parnes en gelukkiger lieden is dat deze tweede groep de tijd opdeelt in fases. Door tijd te beschouwen als losse brokken kunnen zij makkelijker afstand nemen van zichzelf en het leven dat ze tot dan toe leidden. Ze zouden daardoor meer controle hebben over hun eigen lot. Brooks schrijft dat gelukkige mensen achteraf vaak dingen zeggen als: ‘Er waren zes cruciale keuzemomenten in mijn leven.’ De rest organiseerden deze mensen om die beslissingen heen, aldus Brooks.

Waarschijnlijk doelt hij op iemand als Judy Eddy. Ze begint haar terugblik met de mede­deling dat haar leven eenvoudig in fases van twintig jaar te verdelen is. Op haar twintigste trouwt ze en wordt ze huisvrouw. Moeder en echtgenote zijn maakt haar gelukkig. Toch scheidt ze na twintig jaar van haar man. Ze zijn uit elkaar gegroeid. Eddy begint vervolgens een nieuwe carrière, hertrouwt en reist samen met haar nieuwe echtgenoot de wereld over. Twintig jaar later scheidt ze opnieuw. ‘Hoewel ik gelukkig was’, schrijft ze nu, ‘ontwikkelde mijn geliefde de behoefte om te zoeken naar meer, iets waarin ik blijkbaar niet paste. Wat heb ik geleerd van deze periode in mijn leven? Dat liefde niet altijd genoeg is, in ieder geval niet als het van één kant komt.’

Toch kijkt ze met genoegen terug op deze periode en op wat ze tijdens haar reizen heeft geleerd over de levens van mensen in andere landen. Inmiddels is Eddy in de negentig. Hoewel haar symptomen van de ziekte van Parkinson een groot deel van haar leven bepalen, is haar leven ‘vol’, schrijft ze. ‘Ik krijg van iedereen de aanmoediging te doen wat ik kan. Ik heb een liefdevolle band met mijn familie, vrienden, een hond en verschillende projecten die me bezighouden.’ >

Wat is nu het verschil tussen Parnes en Eddy? In bepaalde opzichten lijken hun levens op elkaar. Ze hebben allebei in het buitenland verkeerd, hebben allebei verschillende carrières uitgeprobeerd en zijn allebei alleen geëindigd. Ze hebben beiden tegenslag gekend. Waarom is Eddy tevreden? En is Parnes alleen maar ongelukkig omdat hij z’n leven niet in hoofdstukken heeft verdeeld? Het lijkt me sterk.

Volgens Westerhof wordt het verschil tussen Parnes en Eddy mogelijk veroorzaakt door de mate waarin ze het gevoel hebben controle uit te oefenen op de eigen levensloop. Dat komt toch in de buurt bij Brooks’ constatering dat mensen de tijd niet als een golf over zich heen moeten laten slaan. ‘Sla acht op de momenten waarop je je realiseert dat iets je energie geeft’, voegt Westerhof daaraan toe. ‘Je kunt niet voorspellen hoe keuzes uitpakken. Maar zodra je merkt dat je iets tegenkomt waarvan je energie krijgt, is het verstandig te bedenken of je dat kunt integreren.’

Dat doen mensen volgens hem te weinig. Een belangrijk thema in Psychologie van de levenskunst is dan ook de zogenaamde authenticiteit. ‘Carl Jung schrijft daar ook mooi over. Die zegt dat veel mensen op middelbare leeftijd ontdekken dat ze toch, in de zoektocht naar zichzelf, een masker hebben opgezet.’ Vaak zijn ze immers te veel bezig geweest met presteren, met het voldoen aan maatschappelijke conventies. Als het gaat om authenticiteit, ook wel intrinsieke motivatie genoemd, is het volgens Westerhof belangrijk dat mensen plezier en energie uit hun activiteiten halen. ‘Zoals het voor mij, als onderzoeker, belangrijk is dat ik ervan houd in m’n eentje bezig te zijn, na te denken, dingen probeer te snappen. Een ander wil wellicht meer aan het leven deelnemen.’

Terug naar Brooks en zijn conclusies. Zijn tweede waarschuwing betreft het gevaar van herkauwen. Brooks schrijft: ‘Ik kreeg veel lange, gedetailleerde levensrapporten binnen van mensen die experts bleken in zelfonderzoek. Ze konden bij zichzelf iedere emotie waarnemen en vervolgens ook nog eens fijnzinnig omschrijven. Maar hun obsessieve introspectie versterkte ongewild de emoties, gedachten en gewoonten waaraan ze nu juist probeerden te ontsnappen.’ Volgens Brooks zijn indrukwekkende personen vaak ‘strategische zelfbedriegers’. ‘Als ze iets slechts overkomt vergeten of vergeven ze dat of zijn ze er dankbaar voor.’

Westerhof is wat voorzichtiger. Volgens hem komt Brooks’ aanbeveling voort uit het Amerikaanse maakbaarheidsideaal waarin van alles wat je overkomt iets moois of leerzaams te maken moet zijn. Toch herkent hij Brooks’ boodschap wel in grote lijnen: ‘Ik doe onderzoek met iemand die werkt bij een revalidatie­centrum rondom chronische pijn. Veel mensen die daar in behandeling komen, hebben in eerste ­instantie het idee dat ze slachtoffer zijn van die pijn; het beheerst hun hele leven.’ Deze patiënten hebben dan vaak het idee dat ze pas weer met hun leven kunnen beginnen als de klachten zijn opgelost. Maar veel problemen zijn niet op te lossen, zegt Westerhof. Hij ziet mensen opbloeien zodra ze accepteren dat de pijn een vast gegeven is, en hun blik gaan richten op de mogelijkheden hun leven desondanks richting te geven.

Volgens Brooks is het ook goed om risico’s te nemen. Hij schrijft: ‘Senioren betreuren veel vaker de risico’s die ze niet hebben genomen dan de risico’s die ze wel hebben genomen.’ Westerhof onderschrijft dat. ‘Uit onderzoek blijkt dat het voor het welbevinden van mensen veel belangrijker is dat ze een keuze maken dan welke keuze dat is.’

Ook doet Brooks de aanbeveling mensen te beoordelen op hun groei in plaats van op hun talent. De meest inspirerende essays waren volgens hem van mensen die in de loop van hun leven geleidelijke vooruitgang hadden geboekt. Zoals de beschermd opgegroeide Regina Titus. Als kind was ze bijzonder verlegen. Ze nam nederige baantjes aan en werkte voor mensen die haar slecht behandelden. Toen ze eindelijk getrouwd was, overleed haar echtgenoot zes maanden na de bruiloft. Haar tweede echtgenoot pleegde zelfmoord. Maar ze was niet kapot te krijgen. Op haar 56ste behaalde ze cum laude een universiteitsdiploma en verwezenlijkte daarmee een levenslange droom. Nu, op haar 85ste, is ze docent in het Delaware Museum, bestudeert ze opera en doet ze vrijwilligerswerk. Brooks noemt Titus’ levensverhaal een voorbeeld van ongeremde expansie.

Ten slotte blijkt ook het levensverhaal van David Leshan, de man die zijn vrouw het puzzelen vergaf, materiaal te bieden voor een aanbeveling van Brooks. Volgens de columnist deed Leshan met zijn pleidooi voor acceptatie een observatie die door bijzonder veel respondenten werd verwoord; mensen zijn niet te veranderen, dus je kunt maar beter oog hebben voor alles in hen waar je wél blij mee bent.

Wat is nu de waarde van deze adviezen voor iemand die jong is? Volgens Dohmen volgt Brooks’ verhaal het bekende platte Amerikaanse sjabloon. ‘Alsof je zomaar je eigen leven kunt maken. Je kunt niet zomaar het succes van je eigen leven bepalen; dat hangt ook heel sterk af van de omstandigheden waarin je opgroeit. Zijn aanbevelingen gaan over happiness, terwijl ons mensenleven ook altijd een behoorlijke dosis tragiek heeft die we niet kunnen overwinnen. Dat we ook leren lijden, dat zit er niet in bij Brooks.’

Daar komt nog iets anders bij. De levens­rapporten van ouderen roepen soms een gevoel van beklemming op. Verstandige mensen, die ook nog eens geluk hebben, en oud worden, en nog een paar factoren, kijken met een gevoel van tevredenheid op hun leven terug. Dat is natuurlijk beter dan onvrede of teleurstelling, maar het klinkt zo onbeduidend. Is dat het dan? Het leven krijgt onvermijdelijk iets absurds wanneer je zo wordt geconfronteerd met de eindigheid ervan. Zijn de terugblikken van ouderen, juist vanwege hun realisme, daarom niet funest voor de levenslust van iemand die het allemaal nog voor zich heeft?

Westerhof moet om die gedachte lachen. Zelf leest hij met betrekking tot dit thema graag De mythe van Sisyphus van Albert Camus, dat zijn titel ontleent aan de Griekse mythe over de sterveling die in opstand kwam tegen de goden en daarvoor de zwaarste straf denkbaar kreeg opgelegd: zinloosheid. Dag na dag probeert Sisyphus een rots de berg op te rollen, om aan het eind van de dag te moeten toezien hoe deze weer naar beneden dondert. ‘Uiteindelijk, als je het allemaal in een groot kader bekijkt’, zegt Westerhof, ‘zijn wij natuurlijk allemaal pogingen waarvan je niet weet of het er ook maar iets toe doet. Maar dan ben ik het toch met Camus eens dat je juist vanuit dat besef van zinloosheid met je eigen leven aan de slag moet. Het is het enige wat je hebt.’

David Brooks is politiek en cultureel commentator voor onder andere The New York Times. Daarnaast is hij auteur van boeken als Bobos in Paradise: The New Upper Class and How They Got There (over de nieuwe Amerikaanse elite) en Het sociale dier, dat de nieuwste modes in de sociale en biowetenschappen behandelt. Dit boek behaalde in 2011 de derde plek op de lijst non-fictieboeken van Publishers Weekly. Hij staat bekend om zijn verzet tegen wat hij ziet als zelfdestructief gedrag, zoals tienerseks en echtscheiding.