Als een narcis

De kracht van de poëzie van Wordsworth ligt in de eenvoud van woorden die door helderheid zijn schoongemaakt. In de beeldende kunst kan zoiets ook plaatsvinden. Het kan vaak scherper en simpeler.

Medium 0005 2017 04 21 fw saskia noor van imhoff photo ernst van deursen large
Saskia Noor van Imhoff, #+28.00, Galerie Fons Welters 2017 © Ernst van Deursen / Courtesy Galerie Fons Welters

Het is zondagmorgen. De lucht is dun grijs van kleur. Maar eigenlijk is dat geen kleur maar een wat bedekter licht. Niets heeft contour. Waar de wolken dunner worden blinkt het licht heel scherp tot het geschommel van zilvergrijs langzaam vager wordt. Dan gaan de luchtbewegingen weer anders verder. Twee dagen geleden, wilde ik zeggen, had ik een tentoonstelling gezien die klaterde met een buitengewone helderheid. Zo klinkt kristal. Het waren kunstwerken van Saskia Noor van Imhoff. In de nuchtere ruimte van de galerie viel mij om te beginnen de geruisloze mise-en-scène op waarin de enkele werken elkaar treffen en vergezellen. De werkstukken zijn naadscherp van formulering. Dat met #+28.05.01 als naam (of titel) is eerst een ragfijne verzameling van dunne metalen strips die deels rechthoekig zijn geknakt. Ze hangen langs de wand of steken er wat uit. Onduidelijk is of die tegen of vlak voor de wand daar neerwaarts gaan of opwaarts. Het gaat om hoe zulke dingen lijken. Er zijn helder gele strips, andere zijn mat in donkergrijs geel, nog andere hebben de kleur van ijzer. In elke van die kleuren is de scherpte weer anders. Geel is lichter dan ijzergrijs. Sowieso hangt het hele samenstel vooral verticaal naar beneden maar sowieso ietwat scheef hier en daar. Er liggen er ook nog op de grond en tegen de wand.

Het geheel lijkt op een collage waarvan de vlakken doorzichtig zijn of gewoon onzichtbaar. Een collage dus van alleen maar contouren – van precieze segmenten die met elkaar een grotere vorm omvatten. Die complexe vorm is zonder volume, maar in die transparantie is veel te zien. Alle lijnen zijn druk in de weer maar raken nergens artistiek in de war. Het zijn wendbare stukken lijn zonder overbodig gedruis. Dan tekent ook een veel voorzichter glijdende lijn (zwarte tape op witte muur) een omlijning er omheen. De vorm daarvan is figuratief. Ze lijken de vertekende omtrek, in perspectief, van apparaten. Maar hier is het vooral de bedoeling dat ze voor de werken hun eigen plek aangeven. In de beleving van de kunstenaar mogen dat geen fictieve plekken zijn. Daarom zijn ze realistisch figuratief. De mise-en-scène in de ruimte van de tentoonstelling is de opeenvolging van die luchtige plekken en hun verstrengelingen in een los zwevende choreografie – maar ook, als wolken, geheimzinnig en onmiskenbaar.

Wij moeten met bijna onverdraaglijke zorgvuldigheid naar deze werken kijken

Dit is ongeveer, met die strenge helderheid, wat deze werken ons laten zien. De precisie van hun samenstelling maakt ook dat wij er met bijna onverdraaglijke zorgvuldigheid naar moeten kijken. Hun scherpte vraagt dat – net als toen we in de vroege jaren zeventig door de scherpte van minimal art werden overrompeld. Nu denken we met weemoed terug aan de onverbiddelijke rechthoekigheid van Donald Judd en Sol Lewitt en bij ons Ad Dekkers. Hun werk betekende onomkeerbare veranderingen in de kunst. Alles opnieuw weer nieuw gemaakt. Dat dacht ik ook bij het zien van deze expositie. Niets kon zomaar hetzelfde blijven. Ook schoten mij wandelingen te binnen, jaren geleden, in het Engelse Lake District waar wij naartoe waren gegaan om met eigen ogen de gedichten van William Wordsworth te zien in het landschap waar ze waren geschreven. We liepen over een smal pad langs het water toen ik gebeld werd door een vriend in Londen. Ik vertelde dat wij er de waterheldere taal van die gedichten wilden proeven en de woorden zien zonder ruis en versiering. Wat hij daar zag langs Ullswater: ‘a crowd/ A host of dancing Daffodils/ Along the Lake, beneath the trees/ Ten thousand dancing in the breeze’. Zelden is een wuivende lijn van dartel geel langs dat donkere water van het meer met die heldere eenvoud beschreven. Als je zo denkt aan Wordsworth, zei mijn vriend, aan wie in de kunst denk je dan? Mondriaan, zei ik. Een ander kon het niet zijn. De eenvoud van Wordsworth is de eenvoud van woorden die door helderheid zijn schoongemaakt. Dan denk ik aan Mondriaan die de schaduw uit de kunst verwijderde en het gedrag van vorm en kleur in de schilderkunst zo veel abstracter achterliet. Omdat grote kunstenaars niet om mode geven, kunnen juist zij kijken of het scherper en simpeler kan wat ze maken.

Boven in de collage van de doorzichtige contouren van Saskia Noor van Imhoff hangt een hoekige lijn van geel metaal iets dwars in het web te balanceren. Eerst wiebelde ze nog als een narcis, dan kwam ze tot stilstand. Dat stel ik me voor. Uiteindelijk zijn net als in het gedicht van Wordsworth zulke verbeeldingen grenzeloos.

PS: Deze expositie en installatie van Saskia Noor van Imhoff is zojuist in Galerie Fons Welters opengegaan en daar voorlopig nog te zien: Bloemstraat 140 in Amsterdam