Als een straathond

Willem Breuker staat bekend als een muzikale alleseter. Die eigenschap weerspiegelt zich niet alleen in de bont samengestelde Klap op de vuurpijl-avonden gedurende de laatste week van december, maar ook in de catalogus van zijn platenmaatschappij BVHaast, waarin de filmmuziek van Nino Rota, de kamermuziek van Matthijs Vermeulen, de pianosolo’s van Misha Mengelberg en de liedjes van Toon van Vliet vreedzaam coexisteren.

Een alleseter en veelvraat - niet voor niets heet Breukers label BVHaast. Dat Breuker in wezen tot het vuilnisbakkenras behoort, blijkt nog weer eens uit de meest recente cd die hij met zijn Kollektief heeft uitgebracht: Sensemaya, naar de gelijknamige compositie van de Mexicaanse componist Silvestre Revueltas, die in 1940 ten gevolge van overmatig drankgebruik overleed. Lang voordat de Ebony Band met Revueltas op de proppen kwam vanwege zijn bemoeienis met de Spaanse burgeroorlog en lang voordat De IJsbreker de verloren gewaande film La noche de los Mayas weer op het doek bracht, had Breuker al een aardige collectie Revueltas in zijn platenkast staan.
Door te snuffelen en te scharrelen, als een straathond tussen het vuilnis, komt Breuker altijd wel weer met verrassingen aanzetten. Op de cd Sensemaya geldt dat bijvoorbeeld voor The Typewriter, een anderhalve minuut durend stukje van de Amerikaan Leroy Anderson. Een aanstekelijk niemendalletje dat met zijn razende tempo sterk aan een type-examen doet denken. Ook komt Breukers veelzijdige smaak tot uitdrukking in het levenslied Diep in mijn hart van Jaap Valkhoff, dat hier heel gevoelig wordt vertolkt door de trombonist/ zanger van het Kollektief Nico Nijholt (die dit repertoire ook met zijn eigen groep De Eigenwijzen brengt). Camp van de bovenste plank, hoewel het bij Breuker heel goed mogelijk is dat een dergelijke smartlap zonder een greintje ironie is bedoeld.
Willem Breuker is zelf vertegenwoordigd met het hoboconcert dat hij voor Han de Vries schreef en Four City Views dat met zijn vrolijke mix van big band-muziek, stripverhaalachtige ritmes en melodieen als tearjerkers veel van een roerei weg heeft. Daarmee vergeleken is het arrangement van Mahlers Urlicht niet meer dan een lauw opgewarmd, zouteloos kliekje. Heel anders dan de eveneens voor blaasorkest gearrangeerde Prelude voor piano (opus 3, nr. 2) van Rachmaninov. Hierin spettert het onomwonden speelplezier er van af. Een hartstocht voor het muziek maken pur sang die eigenlijk de verbindende factor tussen de stukken op deze cd vormt.
Afgezien van het spannende Sensemaya is het beste stuk en daarmee het hoofdgerecht op deze cd A Jazz Symphony uit 1925 van George Antheil. Als betrof het een Droste-effect is dit werk zelf ook weer op volledig eclectische leest geschoeid. Antheil vat het woord ‘jazz’ ruim op en zonder enige scrupule vermengt hij virtuoze negentiende-eeuwse pianostijlen met gershwiniaans-expressieve blaassoli, habanera-ritmes, gedreven en opzwepende unisono-passages, machinale bewegingen (analoog aan de muziek van Russische futuristen als Mossolov), schetterende big band-trompetten, allerlei folkloristische invloeden, een geraffineerd spel met verspringende motieven zoals we dat van Stravinsky kennen, en van die typisch Amerikaanse showmuziek. Niet zozeer dit heel diverse muzikale materiaal als wel de virtuositeit en scherpte waarmee Antheil de fragmenten tot een geheel smeedt, maakt de Jazz Symphony tot een meeslepend werk. Als een toverbal die al sabbelend ongemerkt van kleur verschiet haken de verschillende muziekjes in elkaar.
Om de culinaire draad nog een keer op te pakken: snacks, sausen, smaakmakers en substantiele schotels - al schooierend sprokkelt Breuker een volledige maaltijd bij elkaar. Pretentieloos opgedist als een zelfbediening, maar daarom niet minder smakelijk.