De daytrader in internet-aandelen

Als er maar beweging is

Snel geld verdienen en verder alleen de dingen doen die je leuk vindt. Als daytrader handel je een paar uur per dag in aandelen via internet en trek je de wijde wereld in. Een psychologisch spel met beperkingen.

Mooie dip. De bodem komt in zicht. Stochastics bij de nul-band. Bounce op komst. Een-minuten noodoos omhoog, stochs crossover, de drie-minuten noodoos ook groen balkje, evenals de een-minuten spoos. Mooi maar tikje verdacht nog — matig volume. Wacht op drie-minuten noodoos stoch crossover. Moeten wel door de 20-band. Ja, goed. Jdsu en yhoo rijden mee. Amat uptik en nog een. De drie-minuten-vijf-periode moving average gaat over de vijftien-periode heen. Mooi mooi. Overal groene balkjes en groene regels in de position manager. Verhoogde inside bid op amat. Nu erin. De ask op Island ligt een teenie boven de inside ask op Level II maar wachten kan niet meer. Hebbes. Honderd aandelen voor 69. En nu door. 69 5/16. Volume schiet erin. 69 ¾ komt langs. Zet ’m uit voor 70 op Island. Bingo! Honderd dollar binnen. amat, je bent een schat.

Via Yahoo-messenger stuur ik een opgewekt regeltje naar Bertrand in Amsterdam die in een zijvertrekje van zijn advocatenkantoor nu ook op de Nasdaq zit te handelen met software van Cybertrader. Bij mij in New York is het elf uur in de ochtend, bij hem vijf uur ’s middags. Straks gaat hij naar huis, en na het eten om een uur of acht zal hij weer inloggen. Bertrand heeft nog niet gehandeld vandaag. «Vertrouw de markt niet.»

Ik doe het nu een maand of zes, daytraden. Een paar uur per dag tijdens de beste uren van de markt en alleen op dagen dat de markt er zin in heeft. Daytrading, zo moge duidelijk zijn, is het kopen en verkopen van aandelen op korte termijn. Voor scalpers is dat eerder tien seconden dan tien minuten. Voor anderen een uur. Voor de intraday-swingers een dag en voor swingers zelfs een paar dagen. De een werkt met een budget van tienduizend dollar, de ander met een miljoen. Wat een bedrijf precies doet, is niet zo belangrijk. Belangrijk is hoe het fonds zich op de markt gedraagt.

De bezigheid trok internationaal de belangstelling toen een halvegare in Atlanta enkele traders doodschoot na hevige verliezen te hebben geleden. Moord komt niet vaak voor in deze sector, maar verliezen zijn aan de orde van de dag. Volgens een ernstig rapport maakt misschien een derde van de naar schatting vijftigduizend Amerikaanse daytraders winst of speelt gelijk, terwijl zeker tweederde op verlies zit.

Dat wil ik best geloven. Ik lummel nu zo'n anderhalf jaar rond in die kringen en dan merk je hoe iemand, vaak geïnspireerd door cowboyverhalen van vrienden of media en zonder fatsoenlijke voorbereiding, begint te spelen met tien- en soms honderdduizenden dollars. En ja, die kunnen in een paar dagen verdwenen zijn. Bertrand in Amsterdam stuitte vorige week in een chatroom nog op een Nederlandse Amerikaan die ook zo nodig moest en nu zijn vijftigduizend dollar kwijt is. Toch ken ik er ook die gemiddeld duizend dollar per dag binnenhalen. Zo verdiende een Vietnamese vriendin van me in Californië tijdens een slappe markt onlangs toch 2900 dollar en keek daar niet van op. Voor spelers in de eredivisie is dertigduizend op een dag niks bijzonders.

Erik zit op dit moment thuis in Amsterdam te handelen op de Nasdaq. We communiceren gratis via een microfoon en een koptelefoon en Yahoos voicechat. Erik heeft een abonnement op een chatroom-met-geluid in Californië (waar het nu acht uur in de ochtend is) en legt zijn microfoon bij de luidspreker zodat de adviezen uit Californië via Amsterdam bij mij binnenkomen. Zijn stockjockey beveelt klac aan; ik check een paar grafieken, vind sommige elementen wat verdacht, zie dat klac niettemin ineens een punt omhoogvliegt maar op te licht volume en inderdaad, het fonds blijft steken en levert de punt weer in. Wie er op het topje instapte in de hoop op een run, staat nu een punt in de min — wat bij vijfhonderd aandelen neerkomt op een verlies van vijfhonderd dollar — en verkeert nu in een dilemma: verkopen of hopen op een tweede run met het risico op meer verlies.

Dit is een berucht en dagelijks terugkerend moment in het leven van elke daytrader. Een psychologisch spel waarbij het gaat om het toegeven van fouten nog voordat zeker is of niet toegeven uitdraait op een stommiteit. Het gaat over het te snel bevriend raken met een fonds en denken dat het geen rare dingen uithaalt. Om het wennen aan een bepaald prijsniveau en stomweg niet kunnen ingrijpen als het geloof ongegrond blijkt te zijn — een fenomeen dat ook andersom in je nadeel kan werken als die beste vriend ineens veel meer omhoog gaat dan je voor mogelijk had gehouden zodat je uit puur ongeloof aan de zijlijn blijft staan. Zo heb ik mooie winsten misgelopen en de winsten die ik heb gemaakt ben ik kwijtgeraakt door te lang in verliesgevende posities te blijven hangen. Ik kan het ook vrolijker formuleren door te zeggen dat ik de verliezen heb goedgemaakt.

Daytraden gaat ook om een combinatie van vertrouwen in de technische indicatoren en marktintuïtie, om overgave en loslaten welhaast (wie schrijft De zeven spirituele wetten van daytrading?) versus altijd eerst de kat uit de boom kijken en dan als laatste en te laat over te gaan tot actie. Of er juist te vroeg instappen uit vrees een kans te missen. Het gaat om het heerlijke maar ook verneukeratieve Master of the Universe-gevoel na een paar mooie winsten, dat geheid leidt tot lullige verliezen en deprimerende zelfverwijten. Om het vermogen gemiste kansen te vergeten; wie aan het eind van de dag nog eens naar de grootste stijgers kijkt, ziet altijd fond sen waarin het achteraf goed toeven was. Het gaat om het erkennen van eigen beperkingen zodat je het handelen in de meest wispelturige en dus meest spectaculaire maar ook meest riskante fondsen overlaat aan de pro’s. Ach, elke daytrader kent de voorbeelden uit eigen ervaring. De betere trader onderkent de patronen op tijd en handelt ernaar, de mislukkeling niet.

Voor de laatste kan het op een nachtmerrie uitdraaien. De meeste kantoren (ook gewone effectenkantoren) geven leningen tegen lage rentes die het budget ten minste verdubbelen. Als een daytrader of een investeerder al dat geld in fondsen stopt en de markt lazert ineens in elkaar, dan kan de waarde van de portfolio zo sterk dalen dat er geen dekking meer is voor het geleende bedrag. Zo'n handelaar kan de gevreesde margin call verwachten: ofwel meteen flink bijstorten of fondsen met een akelig verlies verkopen. Handige daytraders voorkomen dat door alle aandelen voor het einde van de dag te verkopen. Wat dat betreft zijn ze beter af dan gewone investeerders die — zoals dit voorjaar nog gebeurde — altijd te laat zijn als de markt plotseling in elkaar zakt. Bovendien raakt een goede daytrader allerminst in paniek bij een crash, integendeel, een crash is feest! Als een trader het sterke vermoeden heeft dat een fonds zal zakken, dan gaat hij short: hij leent, zeg, honderd aandelen abc van het kantoor, verkoopt die voor 54 dollar op de markt, koopt ze even later voor 51 dollar terug en lost daarmee tegelijk de lening af. Winst: driehonderd dollar. Omhoog of omlaag, alles is goed als er maar beweging is. «Paniek willen we zien!» riep een trader tijdens de minicrash in april, want paniek geeft beweging.

In het ene daytradingkantoor tref je veel figuren van middelbare leeftijd die hun baan zat waren en met spaargeld een rekening hebben geopend dan wel hun creditcards hebben leeggeplukt. Bij het andere zitten tussen pizzadozen en blikjes Mountain Dew vooral twintigers die na een paar jaar werken genoeg opzij hebben gelegd voor wat wel «de ultieme vrijheid» wordt genoemd: geen baas, geen pak, geen verplichte uren. De meesten die ik gesproken heb, waren niet van plan dit hun hele leven te doen. «Een jaartje of wat en dan moet ik genoeg hebben om alleen nog maar te doen wat ik echt leuk vind.» Voor de een was dat een eigen rockband, voor de ander het oprichten van een fonds dat investeert in milieuvriendelijke technologie.

Ik doe het thuis, met twee beeldschermen vol grafieken die live worden gevoed met data van de Nasdaq. Af en toe gebruik ik ook een babbelbox met deelnemers die er meer verstand van hebben dan ik, en daar blijkt dat daytrading zich niet beperkt tot de VS en Amsterdam. Babbellid Makemyday in Duitsland signaleert net een «prachtige drie-minuten-grafiek». Fox3 in Canada vraagt de stockjockey om met een geluidje gewekt te worden als de markt weer tot leven komt. Archie in Israel meldt dat hij NEWP met drie punten winst heeft verkocht en krijgt ingetikte applausjes van anderen. Cork2 in Ierland vraagt welk bedrijf goed is voor handel in opties. Alwaysup viert vakantie in Italië maar logt op zijn hotelkamer even in met de laptop om iedereen de groeten te doen en om te zeggen dat hij ondanks de dubieuze verbinding nog gauw tweeduizend dollar in HGSI heeft gemaakt zodat de reis er weer uit is. «Sorry, ik kon het niet laten.»

Dat Alwaysup vanuit Italië iets kon doen is mooi, maar de methode is nog zo primitief. Een laptop in het buitenland aansluiten op internet is vaak een eindeloos gedoe met slechte telefoonlijnen, belachelijke tarieven en stekkertjes. Cybergoeroe Nicholas Negroponte schreef in Being Digital dat een kwart van de ruimte in zijn valies in beslag wordt genomen door de stekker- en dradencollectie. Dat moet over een paar jaar afgelopen zijn want dan is er draadloze breedband. Nu kan er ook al veel draadloos, maar de capaciteit en de kwaliteit van de verbindingen zijn nog ver beneden de maat. Amerikaanse mobieltjes geven slechts toegang tot wat uitgeklede websites en vaak wordt de keuze nog verder beperkt door afspraken tussen telefoonmaatschappijen en siteleveranciers; twintigste-eeuwse kruidenierspraktijken die geboycot moeten worden. De global individualist of wereldwerker is allergisch voor beperkingen. Die wil in de woestijn alles kunnen krijgen wat thuis of op kantoor beschikbaar is.

Wij ook. Als het zover is, verlaten we misschien het appartement in New York, huren zo'n riante kampeerauto en reizen met de seizoenen mee. Met de post valt wel iets te regelen maar misschien is dat niet nodig omdat er niet veel post zal zijn. In de vorige eeuw moesten rekeningen nog met een cheque worden betaald, maar nu gaat dat via het net. Kranten en weekbladen hoeven niet meer te worden bezorgd want die staan op het web. Voor de dagelijkse boodschappen kunnen we naar lokale kruideniers of naar netwinkels die komen bezorgen op het kampeerwagenterrein. Boeken bestellen we in gedrukte dan wel elektronische vorm via het net. Cd’s en films halen we van een server. Communiceren met bekenden in binnen- en buitenland gebeurt via een videoverbinding. De verhalen voor De Groene verstuur ik net als nu per e-mail. Research komt via het net, evenals vliegtickets die niet hoeven te worden bezorgd omdat ze als e-ticket in de computer zitten en ik per e-mail een reserveringscode krijg.

Freek de Jonge riep het twintig jaar geleden al: «Wonen? Wat nou wonen?! Zwerven!» Zeker, maar in aangepaste vorm. Gemeubileerde appartementen en huizen zijn overal te huur. Dus misschien een voorjaarsverblijf in de Provence, in de zomer een tijdje Noorwegen en in de winter Kaapstad, waar het dan zomer is. Mochten we onderweg zijn als in het vaderland verkiezingen worden gehouden, dan kunnen we natuurlijk via het net onze stem uitbrengen, maar misschien hebben we daar geen zin meer in wegens verwatering van de relatie. Misschien dat we in VN-verband kunnen stemmen voor een, nou ja, wereldparlement. Trouwens, waar moeten we dan de inkomstenbelasting betalen? Nu gebeurt dat in het land waar je meer dan zes maanden per jaar woont, maar voor de wereldwerker is zo'n land er wellicht niet meer. De oude grenzen worden minder relevant. Onlangs begon een anti-nazistische organisatie in Frankrijk een proces tegen Yahoo omdat Franse burgers er nazi-memorabilia kunnen kopen en dat is in Frankrijk niet toegestaan. De advocaat van Yahoo zei: «Sorry, maar op internet bestaat Frankrijk niet.»

Of de wereldwerker een fenomeen wordt, zal voorlopig onduidelijk zijn. Verscheidene voorspellingen uit het recente verleden inzake technologie en arbeidsmarkt zijn helemaal fout gebleken. Twintig jaar geleden voorzag Alvin Toffler dat kantoren in de binnensteden zouden leeglopen dankzij verregaande decentralisatie en twaalf jaar geleden meende een ander dat in het jaar 2000 tweederde van alle werknemers thuis zou werken. Niet dus. Het kantoorleven heeft kennelijk zijn nut en charme, al was het maar omdat er systeembeheerders rondlopen. John Seely Brown, baas van Xerox’ befaamde onderzoekscentrum Parc, merkte in The Social Life of Information al op dat technologie de behoefte aan kantoorleven misschien juist vergroot door haar complexiteit en het onvermogen van de gebruiker om thuis de nodige problemen op te lossen. In de jaren zestig, schreef econoom Juliet Schorr in The Overworked American, dacht men dat de computer voor een hoop vrije tijd zou zorgen en dat verveling een groot probleem zou worden. Het tegendeel blijkt waar: er wordt nu per jaar 164 uur meer gewerkt dan twintig jaar geleden. Dankzij technologie kost het weliswaar minder tijd om een bepaalde taak uit te voeren, maar dat heeft geleid tot uitbreiding van het aantal taken dat men op zich behoort te nemen.

Sommigen hebben daar genoeg van. In de VS bestaat een bescheiden beweging richting nieuwe simpelheid, van mensen die zich terugtrekken uit de race en die geld en status inruilen voor meer vrije tijd en meer zeggenschap over het eigen bestaan. Wat betreft die tijd en zeggenschap zou je daytraders daar ook onder kunnen rangschikken, maar minder geld is niet echt de bedoeling en status zal ze een zorg zijn.

Als over een jaar of vier de betaalbare draadloze breedband beschikbaar is, ga ik een tijdje logeren bij mijn zwager in Zuid-Frankrijk. In de ochtend doen we huishoudelijke klussen, dan ga ik wat schrijven en vervolgens lunchen bij de buren verderop. Om half drie ’s middags log ik in, doe de nodige marktresearch voor de dag en handel vanaf half vier tot half zes in aandelen. Dan gaan we boodschappen doen, drinken een pastis op het lokale terras, eten thuis in de tuin en om acht uur is het weer tijd voor de beurs. Klokslag tien uur klaar. Trek nu die fles wijn maar open.