‘als er niets beweegt, barst het’

Charles D'Ambrosio, Haar echte naam. Vertaling Barbara de Lange, uitgeverij Meulenhoff, 272 blz., f36,50.
In het titelverhaal van Haar echte naam, de debuutbundel van de Amerikaan Charles D'Ambrosio, rijdt een zeeman met verlof met een doodziek meisje door Noord-Amerika. Hij heeft haar van achter de kassa van een benzinestation in het landelijke Illinois geplukt en komt er later achter dat ze stervende is. Hij vertelt haar verhalen over de Eskimo’s die niet rondtrokken omdat ze arm waren, maar om te kunnen overleven. ‘Hun hele moraal is gebaseerd op de kou en op beweging. (…) De ergste straf voor een Eskimo is achtergelaten worden in de kou.’

Een omschrijving die past op alle verhalen van D'Ambrosio: ijzige sferen tussen de personages, onherroepelijke verkilling, onherstelbaar verlies. Gezinnen vallen uit elkaar, relaties brokkelen af, vrouwen vluchten en mannen verdwijnen. Ze moeten in beweging komen om te kunnen overleven.
In het verhaal ‘Jacinta’ drijven Billy en Dorothy van elkaar weg na de verdrinkingsdood van hun eenjarig dochtertje Jacinta. Ze praten niet, hebben misschien geen taal om hun verdriet te verwoorden. 'Zijn stilzwijgen was een kleinering en afwijzing van haar woorden.’ Billy zoekt aan het slot van het verhaal zijn heil in de bergen, zogenaamd om gestrande amateurbergbeklimmers te redden, terwijl Dorothy de bus neemt naar Seattle, de hoofdstad in bijna alle verhalen van D'Ambrosio. De hopeloos verkoel de relatie kan nog killer. Billy verlangt naar poedersneeuw, motsneeuw, stuifsneeuw, korrelsneeuw, rijp en ijzel en alpengloed. ’ “Er beweegt niets,” zei hij. “Als er niets beweegt, barst het. Het barsten klinkt als het breken van glas. Alles versplintert.” De tijd staat stil op de hoogste hellingen, zei hij altijd. “Zo hoog, zo koud, er verandert niets.” ’
Dood en gekte zijn 'dingen die onherstelbaar zijn’ formuleert de jonge Kurt het in het (beste) verhaal 'De punt’. Het verhaal heeft twee sporen: langs het ene brengt Kurt bezopen echtgenotes na feestjes terug naar huis, met alle ontboezemingen van dien; het andere spoor leidt via Vietnam regelrecht naar de dood van de vader. Er staat een indrukwekkende brief in 'De punt’ waarin die vader, anno 1966, een boekje opendoet over zijn ervaringen als legerarts in Vietnam. Hij beschrijft een 'wereld van pijn’ die nooit meer ophoudt, een heart of darkness dat blijft kloppen. 'Ze worden verteerd door wat ze hebben gezien en gedaan, het wordt een obsessie en langzaam verliezen ze uit het oog wat hun eigenlijke taak is. Ik heb er geen keihard bewijs voor, maar ik geloof dat mannen in die toestand zich gemakkelijk laten aanvallen. Je moet dingen uitpraten, je gedachten goed ordenen.’
Dat doen de personages in Haar echte naam niet echt. Ze rennen de besneeuwde straat op, ontvluchten hun ouders, koesteren een geheim of de bijbel, of maken van hun hart een moordkuil. In het slotverhaal 'Open huis’ presenteert D'Ambrosio, als een iets overdreven uitsmijter, een gekkenhuis vol malende gezinsleden. Zelfmoord, schizofrenie en geestelijke martelingen, het houdt nooit meer op.
De verhalen van Charles D'Ambrosio waarin de kwetsbaarheid tussen de regels door te lezen is, bevallen mij het beste. Dat kwetsbare, van het menselijk leven zit soms verborgen in een beeld, bijvoorbeeld deze uit het titelverhaal dat het stervende meisje wil tonen: 'Zij was naakt; haar lichaam een doffe, witte, gewijde kaars, de gedoofde vlam van haar haar (een rode pruik - gb) een gedoofde sintel.’
In een van de verhalen heeft D'Ambrosio het over het trieste en eenzame van de taal. Zijn personages hanteren de taal dan ook zo indirect dat alle pogingen tot communicatie tot mislukken gedoemd zijn. Of, zoals de mild-opstandige en veel verzwijgende puber in 'Brulkikvors’ zich plotseling realiseert als hij na zijn ontmaagding een nietszeggend gesprek met zijn vader, een leraar, heeft: 'Ik voelde de golf die in me kwam opzetten zinloos stuk slaan op de dam van fatsoen die hij van zijn leven had gemaakt.’